Subsidieregeling regionale aanpak lerarentekort

[Regeling vervalt per 31-12-2022.]
Geldend van 18-10-2019 t/m heden

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 29 november 2018, nr. PO/1435528, houdende regels voor de subsidiëring van een regionale aanpak lerarentekort primair onderwijs en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (Subsidieregeling regionale aanpak lerarentekort)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel van regelingen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1. van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS,

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan aan de aanvrager eenmalig in kalenderjaar 2019 subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak lerarentekort.

  • 2 De activiteiten in het plan van aanpak richten zich op de kwantitatieve en kwalitatieve tekorten in de personeelsvoorziening. Hieronder kan ook worden verstaan activiteiten die gericht zijn op de totstandbrenging of versterking van samenwerking in de regio voor het wegwerken van een lerarentekort.

  • 3 Wat betreft personele kosten verstrekt de minister slechts subsidie op basis van een maximaal uurtarief van € 100,00 per uur, inclusief overhead en exclusief BTW.

  • 4 De subsidie wordt niet gebruikt voor de verbetering van primaire arbeidsvoorwaarden of de inhuur van onderwijspersoneel op scholen.

  • 5 De activiteiten worden in beginsel uitgevoerd in het kalenderjaar 2019 en uitloop is mogelijk tot 1 augustus 2020.

  • 6 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien sprake is van cofinanciering. De cofinanciering bedraagt ten minste één derde deel van de subsidiabele kosten, en dient in geld of in geld waardeerbaar te zijn.

Artikel 4. Subsidieplafond en hoogte subsidie

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in het kalenderjaar 2019 in totaal een bedrag beschikbaar van € 14,7 miljoen dat als volgt wordt verdeeld over de sectoren:

    • a € 7,8 miljoen voor de sector primair onderwijs; en

    • b € 6,9 miljoen voor de sector voortgezet onderwijs.

  • 2 De subsidie voor een plan van aanpak in het primair of het voortgezet onderwijs bedraagt maximaal € 250.000,00 per regio.

  • 3 Indien ook één of meer besturen uit het middelbaar beroepsonderwijs deelnemen aan het plan van aanpak in het voortgezet onderwijs wordt een extra subsidie verstrekt van maximaal € 75.000,00 per regio. Deze extra subsidie komt ten laste van het budget, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

  • 4 In het geval van een sectoroverstijgende aanvraag bedraagt de subsidie maximaal € 500.000,00. Indien ook één of meer besturen uit het middelbaar beroepsonderwijs deelnemen aan het plan van aanpak, wordt in dat geval een extra subsidie verstrekt van maximaal € 75.000,00.

  • 5 Indien het subsidieplafond van een van de sectoren niet volledig is uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan de andere sector.

Artikel 5. Wijze van verdeling van de beschikbare middelen

  • 1 De minister verdeelt het beschikbare bedrag per sector in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2 Per regio kan maximaal één subsidieaanvraag worden toegekend voor de sector primair onderwijs en maximaal één subsidieaanvraag voor de sector voortgezet onderwijs. Dit geldt ook in het geval van een sectoroverstijgende aanvraag.

Artikel 6. Aanvraag subsidie

  • 1 De aanvraag kan vanaf 15 januari 2019 tot en met 31 augustus 2019 worden ingediend. De aanvraag bestaat ten minste uit een plan van aanpak met een begroting.

  • 2 De regio waar de aanvraag voor het primair onderwijs betrekking op heeft voldoet aan de volgende eisen:

    • a. ten minste een derde van de besturen van de in de betreffende regio gevestigde scholen voor primair onderwijs neemt deel aan de aanvraag;

    • b. de scholen, bedoeld in onderdeel a, hebben ten minste een derde van de personeelsomvang met een minimum van ten minste 800 fte; en

    • c. één of meer besturen van lerarenopleidingen voor primair onderwijs nemen deel aan de activiteiten waar de aanvraag betrekking op heeft;

    • d. onder een regio valt niet het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

  • 3 De regio waar de aanvraag voor het voortgezet onderwijs betrekking op heeft, voldoet aan de volgende eisen:

    • a. ten minste een derde van de besturen van de in de betreffende regio gevestigde scholen voor voortgezet onderwijs neemt deel aan de aanvraag;

    • b. de scholen, bedoeld in onderdeel a, hebben ten minste een derde van de personeelsomvang met een minimum van ten minste 1.200 fte; en

    • c. één of meer besturen van lerarenopleidingen voor voortgezet onderwijs nemen deel aan de activiteiten waar de aanvraag betrekking op heeft;

    • d. onder een regio valt niet het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

  • 4 Het tweede en derde lid zijn beide van toepassing op een sectoroverstijgende aanvraag.

  • 5 Het plan van aanpak bevat naast de onderdelen van artikel 3.4 van de kaderregeling in ieder geval een beschrijving van:

    • a. de regio,

    • b. de besturen en eventueel andere partijen die deelnemen aan de uitvoering van het plan van aanpak;

    • c. de wijze waarop de opbrengsten worden geborgd;

    • d. de contactpersoon die gedurende de looptijd van de subsidie fungeert als aanspreekpunt.

  • 6 De begroting voldoet onverminderd artikel 3.5 van de kaderregeling aan de volgende eisen:

    • a. de begroting geeft inzicht in de cofinanciering;

    • b. de begroting bevat geen post onvoorziene kosten.

  • 7 De aanvraag wordt mede ondertekend door alle besturen die deelnemen aan de uitvoering van het plan van aanpak. Hiermee verklaren zij gezamenlijk het plan van aanpak uit te zullen voeren. Zij verklaren bovendien dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de aanvrager van de besteding van de subsidie op verzoek aan de aanvrager worden verstrekt.

  • 8 De aanvraag geschiedt met het digitale aanvraagformulier dat via de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 7. Aanvrager

  • 1 Subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de aanvrager.

  • 2 De aanvrager is verantwoordelijk voor alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke van de samenwerkende partijen feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

Artikel 8. Besteding en betaling subsidie

  • 1 Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten passend bij het doel van deze regeling.

  • 2 De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 3 De minister betaalt het subsidiebedrag ineens na vaststelling van de subsidie.

Artikel 9. Verplichtingen subsidie

De aanvrager verbindt zich om op verzoek actief mee te werken aan kennisdelingsactiviteiten.

Artikel 10. Verantwoording

  • 1 De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

  • 2 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Artikel 11. Inwerkintreding en geldigheidsduur

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 december 2022.

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling regionale aanpak lerarentekort.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina