Subsidieregeling onderwijsassistenten opleiding tot leraar

[Regeling vervalt per 01-01-2024.]
Geldend van 26-02-2021 t/m heden

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 26 november 2018, nr. PO/1416144, houdende regels voor subsidieverstrekking als tegemoetkoming in de studiekosten en kosten van studieverlof voor het volgen van de opleiding tot leraar door een onderwijsassistent (Subsidieregeling onderwijsassistenten opleiding tot leraar)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 70 van de Wet op het primair onderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;

DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

leraar: degene die voldoet aan bevoegdheidseisen gesteld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra of artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES;

leraarondersteuner: iemand die als leraarondersteuner werkzaam is op een school, instelling of samenwerkingsverband welke valt onder de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet primair onderwijs BES;

minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

onderwijsassistent: iemand die als onderwijsassistent werkzaam is op een school, instelling of samenwerkingsverband welke valt onder de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet primair onderwijs BES;

opleiding tot leraar: op basis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bekostigde bachelor- of masteropleiding die leidt tot het verkrijgen van een bevoegdheid om les te geven in een school of instelling die valt onder de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet primair onderwijs BES;

samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 26 van de Wet primair onderwijs BES voor zover deze rechtspersoonlijkheid heeft of expertisecentrum onderwijszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;

studiekosten: de kosten van college-, examen- en diplomagelden;

studieverlof: verlof ten behoeve van het bijwonen van lessen van de opleiding tot leraar en verlof ten behoeve van de uren die de onderwijsassistent of leraarondersteuner besteedt voor de opleiding tot leraar.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten

  • 1 De minister kan aan een bevoegd gezag of samenwerkingsverband subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de studiekosten en kosten van studieverlof in verband met het volgen van een opleiding tot leraar gedurende een periode van ten hoogste vier jaren door een bij het bevoegd gezag of samenwerkingsverband in dienst zijnde onderwijsassistent of leraarondersteuner die in 2019, 2020, 2021 of 2022 met die opleiding is gestart.

  • 2 Het bevoegd gezag of samenwerkingsverband en de onderwijsassistent of leraarondersteuner sluiten een overeenkomst, waarin ten minste is opgenomen:

    • a. dat de onderwijsassistent of leraarondersteuner ten minste 20% van het aantal uren van de betrekkingsomvang per week aan studieverlof ontvangt;

    • b. door wie de overige kosten naast de studiekosten worden gedragen;

    • c. wie welke de kosten draagt indien de onderwijsassistent of leraarondersteuner langer dan vier jaar over de opleiding tot leraar doet;

    • d. dat de onderwijsassistent of leraarondersteuner niet op andere wijze een studievergoeding krijgt vanuit het Rijk; en

    • e. welke afspraken zijn gemaakt voor het geval dat geen subsidie wordt toegekend.

Artikel 4. Subsidieplafond en hoogte subsidie

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is een bedrag beschikbaar van ten hoogste:

    • a. € 1.000.000 voor het kalenderjaar 2019;

    • b. in totaal € 11.000.000 voor de kalenderjaren 2020;

    • c. € 4.000.000 voor subsidieverstrekking in het kalenderjaar 2021 en € 4.000.000 voor subsidieverstrekking in het kalenderjaar 2022.

  • 2 De subsidie bedraagt € 5.000 per onderwijsassistent of leraarondersteuner per jaar gedurende maximaal vier jaren.

  • 3 In het geval het voor subsidieverstrekking in 2021 beschikbare bedrag in 2021 niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond voor 2022.

  • 4 Voor subsidieontvangers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt het in het tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 5. Wijze van verdeling beschikbare middelen

  • 1 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2 De minister verstrekt per bevoegd gezag of samenwerkingsverband voor maximaal drie onderwijsassistenten of leraarondersteuners subsidie.

  • 3 Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag in het betreffende kalenderjaar na toepassing van het eerste en tweede lid niet wordt uitgeput, worden de resterende middelen in afwijking van het tweede lid verdeeld over een vierde aanvraag per bevoegd gezag of samenwerkingsverband. Hierbij wordt beslist in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 4 Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het derde lid op 15 oktober van het betreffende jaar niet wordt uitgeput, is het derde lid van overeenkomstige toepassing op elke volgende onderwijsassistent of leraarondersteuner per bevoegd gezag of samenwerkingsverband.

  • 5 [Red: Vervallen.]

  • 6 Indien een aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2021 niet kan worden toegewezen omdat het subsidieplafond is bereikt, wordt zij aangemerkt als aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2022 en behandeld als ware zij op 16 oktober 2021 ingediend.

Artikel 6. Verplichtingen subsidie

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a. het bevoegd gezag of samenwerkingsverband informeert jaarlijks DUS-I of de onderwijsassistent of leraarondersteuner de opleiding nog volgt en in welk studiejaar de onderwijsassistent of leraarondersteuner zit;

  • b. het bevoegd gezag of samenwerkingsverband informeert DUS-I wanneer de onderwijsassistent of leraarondersteuner het diploma heeft behaald;

  • c. het bevoegd gezag of samenwerkingsverband werkt mee aan evaluatie of monitoring van deze subsidie.

  • d. indien de onderwijsassistent of leraarondersteuner tussentijds stopt met de opleiding tot leraar meldt het bevoegd dit aan DUS-I. De subsidie kan dan lager worden vastgesteld en het teveel ontvangen bedrag zal worden teruggevorderd.

Artikel 7. Aanvraag subsidie

  • 1 Het bevoegd gezag of samenwerkingsverband dient de aanvraag in met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat op de website www.dus-i.nl beschikbaar is gesteld.

  • 2 De subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf het moment waarop de onderwijsassistent of leraarondersteuner is gestart met de opleiding tot leraar, bedoeld in artikel 3, eerste lid:

    • a. tot en met 15 oktober 2019, voor subsidieverstrekking in het jaar 2019;

    • b. van 16 oktober 2019 tot en met 15 oktober 2020, voor subsidieverstrekking in het jaar 2020;

    • c. tot en met 15 oktober 2021, voor subsidieverstrekking in het jaar 2021; en

    • d. van 16 oktober 2021 tot en met 15 oktober 2022, voor subsidieverstrekking in het jaar 2022.

  • 3 Per onderwijsassistent of leraarondersteuner kan eenmaal per opleiding op grond van deze regeling subsidie worden verstrekt.

Artikel 8. Vaststelling en besteding subsidie

  • 1 Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 2 De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 3 In afwijking van het tweede lid wordt de subsidie, indien de aanvraag is ingediend:

    • a. in de periode van 16 oktober 2019 tot en met 31 december 2019, uiterlijk vóór 1 maart 2020 direct vastgesteld;

    • b. in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 15 oktober 2020, uiterlijk vóór 11 december 2020 direct vastgesteld;

    • c. in de periode van 16 oktober 2021 tot en met 31 december 2021, uiterlijk vóór 1 maart 2022 direct vastgesteld; en

    • d. in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 15 oktober 2022, uiterlijk vóór 11 december 2022 direct vastgesteld.

Artikel 9. Betaling

  • 1 De minister betaalt het gehele subsidiebedrag ineens.

  • 2 In afwijking van het eerste lid en artikel 6.1, vierde lid, van de Kaderregeling, betaalt de minister een subsidie die in 2020, 2021 of 2022 is verstrekt uit in gelijke delen van €5.000,– per onderwijsassistent of leraarondersteuner per kalenderjaar totdat het vastgestelde subsidiebedrag is bereikt.

Artikel 10. Overgang bevoegd gezag of samenwerkingsverband

Indien de onderwijsassistent of leraarondersteuner het dienstverband met de subsidieontvanger beëindigt en de opleiding tot leraar voortzet in dienst bij een ander bevoegd gezag of samenwerkingsverband, kan de subsidieontvanger de subsidie aanwenden om de onderwijsassistent of leraarondersteuner de opleiding tot leraar te laten voortzetten bij dat andere bevoegd gezag of samenwerkingsverband.

Artikel 11. Verantwoording

  • 2 De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling onderwijsassistenten opleiding tot leraar.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina