Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie

Geraadpleegd op 15-08-2022.
Geldend van 14-11-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 28 oktober 2018, houdende de vaststelling van een nieuw controleprotocol voor de jaarverantwoording van de politie (Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie)

De Minister van Justitie en Veiligheid,

Gelet op artikel 11, derde lid, van het Besluit financieel beheer politie;

Besluit:

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Bijlage I. Uitleg van het Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie

Hoofdstuk 1. Algemene inleiding

1.1. Begripsbepalingen

In dit controleprotocol wordt verstaan onder:

  • jaarverantwoording: het jaarverslag (bestuursverslag), de jaarrekening en overige gegevens;

  • jaarverslag (bestuursverslag): het jaarverslag, bedoeld in artikel 37 van de Politiewet 2012. Artikel 391, eerste tot en met vierde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op het jaarverslag;

  • beheersparagraaf (onderdeel van het jaarverslag): de onderwerpen financieel en materieel beleid en beheer, personeelsbeleid (formatie/bezetting), risicomanagement, kwaliteitsbeleid, informatievoorziening (ICT-beleid en informatiebeveiliging), materieelbeleid, huisvestingsbeleid, milieuzorg, integriteitsbeleid (inclusief gevallen van fraude- en/of corruptie) en de totstandkoming van niet-financiële bedrijfsvoeringsinformatie (formatie- en bezettingsgegevens en overige beleids- en beheerinformatie). Deze onderwerpen omvatten de bedrijfsvoering in brede zin, inclusief het ter zake gevoerde beleid en beheer. In de jaaraanschrijving, bedoeld in artikel 45 van het Besluit beheer politie, wordt jaarlijks de inhoud en de reikwijdte van de beheersparagraaf bepaald;

  • in-control-statement (onderdeel van het jaarverslag): de verklaring (beschrijving) van de korpschef over de kwaliteit van de bedrijfsvoering in brede zin (waaronder de betrouwbaarheid, continuïteit en beveiliging van de geautomatiseerde informatiesystemen) die antwoord geeft op de vraag in hoeverre de korpschef de bedrijfsvoeringsprocessen beheerst. In de jaaraanschrijving, bedoeld in artikel 45 van het Besluit beheer politie, wordt jaarlijks de inhoud en de reikwijdte van het in-control-statement bepaald;

  • jaarrekening: de jaarrekening, bedoeld in artikel 35 van de Politiewet 2012;

  • bedrijfsvoeringsparagraaf (onderdeel van de jaarrekening): de bedrijfsvoeringsparagraaf, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het Besluit financieel beheer politie, met de onderwerpen financiële rechtmatigheid, financieel en materieel beheer (voor zover van belang voor de jaarrekening / in relatie tot financiële rechtmatigheid) en misbruik en oneigenlijk gebruik. Deze onderwerpen omvatten de bedrijfsvoering in enge zin (inzake de financiële rechtmatigheidsverantwoording en voor zover de onderwerpen een relatie hebben met de jaarrekening). In de jaaraanschrijving, bedoeld in artikel 45 van het Besluit beheer politie, wordt jaarlijks de inhoud en de reikwijdte van de bedrijfsvoeringsparagraaf bepaald tot de in dit controleprotocol genoemde aspecten van de bedrijfsvoering;

  • bijlagen bij de jaarrekening: zoals aangegeven in de jaaraanschrijving;1

  • overige gegevens: de overige gegevens, bedoeld in artikel 392, eerste lid, onder a en b, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat in dat lid voor 'het bestuursverslag' wordt gelezen 'het jaarverslag' en voor 'de winst' wordt gelezen 'een positief exploitatieresultaat';

  • financiële rechtmatigheid: de comptabele rechtmatigheid, oftewel het besteden van bijdragen in overeenstemming met de gestelde voorwaarden binnen de begroting van de politie en met de regelingen zoals opgenomen in het kader financiële rechtmatigheid (zie bijlage II). Dit geldt uitsluitend voor zover deze regelingen de uitkomst van de in de jaarrekening opgenomen financiële transacties (baten, lasten en balansmutaties) beïnvloeden.

1.2. Inleiding

Hoofdstuk 5 van het Besluit financieel beheer politie regelt de verantwoording over de besteding van de rijksbijdragen en overige baten door de politie middels de jaarrekening. Dit controleprotocol geeft invulling aan het derde lid van artikel 11 van dit besluit, waarmee de Minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de Minister) regels stelt aan de reikwijdte van de controle van de jaarrekening, de onderdelen van de jaarverantwoording en aan het vierde lid van dit besluit (de inhoud van de controleverklaring die de accountant naar aanleiding van zijn controle moet afgeven).

De inhoud van het jaarverslag en de overige gegevens wordt bepaald in artikel 47, tweede lid, van het Besluit beheer politie, de artikelen 391, en 392, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en eventuele aanwijzingen zoals vermeld in de jaaraanschrijving. De jaarverantwoording bestaat uit:

  • het jaarverslag (bestuursverslag), bestaande in beginsel uit:

    • het voorwoord;

    • de samenvatting;

    • informatie over de realisatie van de landelijke doelstellingen van de politie (operationele informatie, inclusief informatie over de realisatie van middelen en prestaties);

    • informatie over beheer (beheersparagraaf);

    • het in-control-statement;

  • de jaarrekening, bestaande uit de wettelijke onderdelen (balans, exploitatierekening, kasstroomoverzicht en toelichting), de bedrijfsvoeringsparagraaf en de bijlagen, bedoeld in paragraaf 1.1;

  • de overige gegevens, zoals bepaald in paragraaf 1.1 (zoals de controleverklaring en de resultaatbestemming).

1.3. Doelstelling

De jaarverantwoording bevat financiële en niet-financiële informatie en een in-control-statement van de korpschef. Het controleprotocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de controle van de jaarrekening en de financiële onderdelen van de jaarverantwoording, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij verder te hanteren materialiteit voor de controle van de jaarrekening van de politie.

De accountant gaat bij zijn controle uit van hetgeen gebruikelijk is bij de controle van een jaarrekening, waaronder de artikelen 391 en 393, derde en vijfde lid, onder a tot en met i, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De accountant stelt vast of de jaarrekening voldoet aan de eisen zoals gesteld in het Besluit financieel beheer politie. De bedrijfsvoeringsparagraaf (onderdeel jaarrekening) valt onder de controle.

De accountant toetst eveneens, voor zover hij dat kan beoordelen, of de overige onderdelen van de jaarverantwoording (het jaarverslag, de beheersparagraaf, het in-control-statement en de overige gegevens, bedoeld in artikel 392, eerste lid, onder b, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek) verenigbaar zijn met de jaarrekening. De accountant volgt bij het vaststellen van de verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening de aanwijzingen uit Standaard 720 ‘De verantwoordelijkheid van de accountant met betrekking tot andere informatie’. De verwijzing naar Standaard 720 is opgenomen in verband het geïntegreerde karakter van de jaarverantwoording vanaf 2016 (combinatie van financiële en niet-financiële informatie / jaarverslag en jaarrekening in één document, de jaarverantwoording).

1.4. Dossiervorming

De accountant hanteert bij de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie de standaarden van de Nederlandse Beroepsvereniging van Accountants (NBA).

De Minister is bevoegd inzage te vorderen in de controledossiers van de accountant om te bepalen of hij kan steunen op de door de accountant uitgevoerde controle (artikel 6.3, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016). De Minister kan hiervoor de Auditdienst Rijk, een onderdeel van het Ministerie van Financiën, vragen een review uit te voeren om een verantwoord oordeel te vormen over de grondslagen, de uitvoering en de resultaten van de accountantscontrole.

Hoofdstuk 2. Controleaanpak

2.1. Betrouwbaarheid en materialiteit

Het onderzoek moet zodanig worden ingepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden van materieel belang bevat. De accountant richt zijn controle zodanig in dat de uit te voeren controlewerkzaamheden een zodanige mix vormen dat voldoende en geschikte controle-informatie wordt verkregen zodat een deugdelijke grondslag voor de af te geven verklaring wordt verkregen. Hierdoor is de accountant in staat de uitspraak te doen dat in de verantwoording geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden) voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven materialiteit. De accountant legt dit vast in zijn controleplan en -dossier.

De accountant rapporteert over de uitkomst van zijn controle door middel van de controleverklaring èn in een verslag van bevindingen (het accountantsverslag). Voor de strekking van de controleverklaring is de volgende materialiteit van toepassing:

Materialiteit

% van de totale baten

Goedkeurend

Met beperking

Oordeelonthouding

Afkeurend

Fouten in de verantwoording

< 1%

> 1% en <3%

N.v.t.

> 3%

Onzekerheden in de controle

< 3%

> 3% en <10%

> 3% en <10%

N.v.t.

Fouten die de 1%-materialiteitsgrens of onzekerheden die de 3%-materialiteitsgrens met betrekking tot de totale baten van de politie overschrijden, zijn met betrekking tot het oordeel omtrent de getrouwheid van de jaarrekening van invloed op de strekking van de controleverklaring, echter uitsluitend voor zover dit de getrouwheid van het jaarverslag betreft (zie paragraaf 3.1 van deze toelichting).

Bij de uitvoering van de controle van de jaarrekening geldt een uitvoeringsmaterialiteit-2 voor fouten en onzekerheden. De accountant vermeldt in het controleplan het toegepaste bedrag (of de bedragen per post van de jaarrekening) inzake de uitvoeringsmaterialiteit. De hoogte hiervan wordt gemotiveerd in het controleplan.

  • Voor de rapportage van fouten en onzekerheden in de jaarrekening van de politie (door middel van vermelding daarvan in de bedrijfsvoeringsparagraaf) met betrekking tot de rechtmatigheid en getrouwheid van de jaarrekening geldt een rapporteringstolerantie die overeenkomt met 10% van de materialiteit voor fouten en onzekerheden (1% respectievelijk 3%).

  • Voor de rapportage van fouten en onzekerheden in de jaarrekening van de politie (door middel van vermelding daarvan in het accountantsverslag) geldt een rapporteringstolerantie die overeenkomt met 10% van de materialiteit voor fouten en onzekerheden (1% respectievelijk 3%).

Opgemerkt wordt dat de materialiteitsgrens bepalend is voor de controlewerkzaamheden. Het vermelden van fouten en onzekerheden in de bedrijfsvoeringsparagaaf (door de korpschef) dan wel in het accountantsverslag is een resultante hiervan en leidt, nadat de controlewerkzaamheden zijn verricht, niet tot aanvullende werkzaamheden. Als het bedrag aan fouten respectievelijk onzekerheden de desbetreffende rapporteringstolerantie te boven gaat, dan dient het totale bedrag aan fouten en onzekerheden in de bedrijfsvoeringsparagraaf dan wel het accountantsverslag te worden vermeld (en niet alleen het bedrag dat de desbetreffende rapporteringstolerantie overschrijdt). Fouten en onzekerheden worden per onderwerp (post in de jaarrekening) beide afzonderlijk vermeld en niet bij elkaar opgeteld. Vermelding van fouten en onzekerheden geschiedt per onderwerp (post in de jaarrekening) met een ondergrens van 10% van de materialiteit voor fouten en onzekerheden.

2.2. Reikwijdte accountantscontrole financiële rechtmatigheidsverantwoording

De korpschef legt aan de Minister verantwoording af over de financiële rechtmatigheid en stelt in dat kader de financiële rechtmatigheidsverantwoording op die onderdeel uitmaakt van de bedrijfsvoeringsparagraaf. De bedrijfsvoeringsparagraaf maakt onderdeel uit van de jaarrekening en maakt daarmee eveneens onderdeel uit van het controleobject van de accountant. De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat voor de politie uit: de onderdelen financiële rechtmatigheid, financieel en materieel beheer (voor zover van belang voor de jaarrekening / de financiële rechtmatigheid) en misbruik en oneigenlijk gebruik. Alle onderdelen worden afzonderlijk identificeerbaar opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagraaf.

De korpschef neemt de hierboven vastgelegde rapporteringtoleranties (zijnde 10% van de materialiteitsgrens – 1% respectievelijk 3% van de totale baten) in acht bij de opstelling van de in de bedrijfsvoeringsparagraaf opgenomen verantwoording over de financiële rechtmatigheid. Indien de rapporteringstolerantie wordt overschreden dient het totale bedrag aan fouten en onzekerheden door de korpschef in de bedrijfsvoeringsparagraaf te worden vermeld. Vermelding van fouten en onzekerheden geschiedt per onderwerp (post of onderwerp in de jaarrekening) met een ondergrens van 10% van de materialiteit voor fouten en onzekerheden.

De accountant moet ten aanzien van de financiële rechtmatigheid vaststellen dat het bedrag en de aard van de fouten en onzekerheden getrouw in de financiële rechtmatigheidsverantwoording worden gerapporteerd. De accountant zal de in de bedrijfsvoeringsparagraaf onvermeld gebleven fouten en onzekerheden met betrekking tot de rechtmatigheid beschouwen als een getrouwe weergavefout die dient te worden meegewogen bij het bepalen van het soort oordeel in de af te geven controleverklaring (inclusief het eventueel opnemen van een toelichtende paragraaf).

2.3. Reikwijdte werkzaamheden accountant met betrekking tot het jaarverslag

Dit betreft de volgende werkzaamheden:

  • 1. De accountant beoordeelt de consistentie van de financiële informatie in het jaarverslag met de in de jaarrekening opgenomen financiële informatie (conform Standaard 720).-3

  • 2. Met betrekking tot de niet-financiële informatie volgt de accountant eveneens de werkzaamheden voortvloeiend uit Standaard 720.

  • 3. Indien in het jaarverslag toekomstinformatie is opgenomen, beoordeelt de accountant de betrouwbaarheid van aannames ten opzichte van de onderliggende aannames van het meerjarenbeleid en de meerjarenbegroting.

  • 4. De accountant beoordeelt de consistentie van het in het jaarverslag opgenomen in-control-statement, waaronder de verenigbaarheid daarvan met de jaarrekening én de uitkomsten van de controlewerkzaamheden op de jaarrekening. Hierbij stelt de accountant met betrekking tot het in-control-statement van de korpschef het volgende vast:

    • a. de aanwezigheid van een recente beschrijving van het vigerende management control systeem,

    • b. de verankering in de planning & control cyclus,

    • c. het uitvoeren van periodieke audits, en

    • d. de aanwezigheid van periodieke rapportages aan en bespreking er van op het niveau van management (korpsleiding en directie) en de auditcommissie (adviesorgaan van de korpschef).

  • 5. De accountant beoordeelt de consistentie van alle (financieel gerelateerde) onderwerpen opgenomen in het jaarverslag met de jaarrekening (conform Standaard 720).

Hoofdstuk 3. Accountantsproducten

3.1. Controleverklaring bij de jaarrekening

De voorgeschreven controle van de jaarrekening door de accountant is gericht op het afgeven van een oordeel over:

  • Een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen ultimo het verslagjaar en van het resultaat over het verslagjaar;

  • Een getrouw beeld van de financiële rechtmatigheid als onderdeel van de bedrijfsvoeringsparagraaf in de jaarrekening;

  • De verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening en dat het jaarverslag geen materiële afwijkingen (onjuistheden) bevat (conform Standaard 720).

De controleverklaring heeft de vorm van:

  • a. een goedkeurende verklaring;

  • b. een verklaring met beperking;

  • c. een afkeurende verklaring; of

  • d. een verklaring van oordeelonthouding.

De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) heeft een modeltekst-4 uitgebracht voor de goedkeurende controleverklaring. Deze verklaring dient bij een goedkeurend oordeel als uitgangspunt te worden gebruikt voor de controleverklaring bij de jaarrekening van de politie. Voor de actuele versie van deze verklaring wordt verwezen naar de betreffende themapagina’s op www.nba.nl. In de controleverklaring neemt de accountant aanvullend op dat de controle heeft plaatsgevonden met inachtneming van dit controleprotocol en dat de verslaggeving, mits daaraan voldaan is, in overeenstemming is met het Besluit financieel beheer politie. In bijlage III is een modelverklaring opgenomen aangepast aan de specifieke positie van de politie.

3.2. Verslag van de accountant

Het verslag van de accountant (artikel 11, vierde lid, van het Besluit financieel beheer politie) bevat bevindingen over de vraag of het financieel beheer van de politie heeft voldaan aan de eisen van getrouwheid en rechtmatigheid. Verder uitgewerkt bevat dit de volgende aspecten:

  • Een tabel met geconstateerde fouten en onzekerheden per post van de jaarrekening groter dan 10% van de materialiteitsgrens.

  • Eventuele bevindingen in het kader van de onder 2.3 van dit protocol genoemde werkzaamheden.

  • Kernpunten van de controle.

  • Eventuele tussentijdse aanpassingen van de controleaanpak in verband met het (blijven) voldoen aan de eis dat in de verantwoording geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden voorkomen met een belang dat groter is dan de voorgeschreven materialiteit.

  • Beschrijving van de controlewerkzaamheden en eventuele bevindingen met betrekking tot de specifieke bijlagen die de korpschef dient toe te voegen aan de jaarrekening.

Bijlage II. Normenkader van het Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie

Normenkader

A. Algemene wet- en regelgeving

De jaarrekening dient te voldoen aan de volgende wet- en regelgeving (het verslaggevingskader):

Wet- en regelgeving

Relevante artikelen

Politiewet 2012

Artikelen 30, tweede lid, 35 en 37

Besluit financieel beheer politie

Hoofdstuk 2. Begrotings- en verantwoordingscyclus (artikel 3: Jaaraanschrijving)

Hoofdstuk 4: Bijdragen (artikelen 9 en 10)

Hoofdstuk 5: De jaarrekening (artikelen 11 en 12)

Hoofdstuk 6: Liquiditeitsmanagement en eigen vermogen (artikelen 13, 14 en 15)

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen (artikel 17: Bestemmingsreserves

Wet normering topinkomens (WNT)

Paragraaf 2 en 4

Artikel 5.2

B. Kader financiële (comptabele) rechtmatigheid-5

De korpschef is primair verantwoordelijk voor de naleving van de op de politie van toepassing zijnde wet- en regelgeving, om hiervoor een toetsingskader voor de financiële rechtmatigheid te ontwikkelen, bestaande uit een overzicht van die bepalingen uit het normenkader die materiële rechtmatigheidsaspecten inhouden, en vervolgens om hierover een getrouwe verantwoording op te nemen in de bedrijfsvoeringsparagraaf in de jaarrekening. De in paragraaf 2.1 opgenomen materialiteitstabel geldt daarmee in dit verband ook voor de korpschef. Het kader financiële rechtmatigheid is zowel een verantwoordingskader voor de korpschef als een controlekader voor de accountant. Hiermee wordt bedoeld dat de korpschef eventuele rechtmatigheidsfouten en- onzekerheden boven de materialiteitsgrens van 10% van 1% en 3% (de rapporteringstolerantie) dient te vermelden in de bedrijfsvoeringsparagraaf.

De wet- en regelgeving welke voor de politie concreet van toepassing is in het kader van de financiële rechtmatigheid bestaat uit:

Bijlage III. Specifieke aspecten van de goedkeurende (niet-uitgebreide) controleverklaring bij het Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie

Specifieke aspecten van de goedkeurende (niet-uitgebreide) controleverklaring in de publieke sector met een expliciete financiële rechtmatigheidsverantwoording door de korpschef

NB:

De basis voor de controleverklaring is de Standaard 10.1, aangepast met specifieke aspecten die zich bij de jaarverantwoording van de politie voor doen. Deze worden hieronder aangegeven (als voorbeeldtekst).

1. Benadrukking van de financiële rechtmatigheidsverantwoording-6

Wij vestigen de aandacht op de financiële rechtmatigheidsverantwoording in de bedrijfsvoeringsparagraaf op pagina XX van de jaarrekening 20XX van de politie te Den Haag, waarin de bevindingen betreffende de financiële rechtmatigheid nader uiteengezet zijn. Hieruit is af te leiden dat op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, voor zover in het Controleprotocol voor de jaarverantwoording politie toetsing wordt verlangd, voor € XX aan bestedingen onrechtmatig zijn aangemerkt. De rechtmatigheidsfout betreft XX.-7

Dit doet geen afbreuk aan ons oordeel omtrent het getrouwe beeld van de financiële rechtmatigheid over 20XX.

2. Verklaring over de in de jaarverantwoording opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat de jaarverantwoording andere informatie, die bestaat uit:

  • het jaarverslag;

  • de overige gegevens;

  • specifieke bijlagen die de korpschef heeft toegevoegd aan de jaarrekening (nader te duiden).-8

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in het Besluit financieel beheer politie en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

De korpschef is verantwoordelijk voor het opmaken van de andere informatie, waaronder het jaarverslag, de overige gegevens en de bijlagen in overeenstemming met het Besluit financieel beheer politie.

3. Verantwoordelijkheid van de korpschef

De korpschef maakt de jaarrekening op, legt aan de Minister verantwoording af over de financiële rechtmatigheid en maakt in dat kader de financiële rechtmatigheidsverantwoording op die onderdeel uitmaakt van de bedrijfsvoeringsparagraaf, die onderdeel is van de jaarrekening waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden baseert. De jaarrekening geeft het vermogen, het resultaat en de financiële rechtmatigheid getrouw weer opgesteld in overeenstemming met het Besluit financieel beheer politie. Het jaarverslag, de overige gegevens en de bijlagen worden opgemaakt in overeenstemming met het Besluit financieel beheer politie en de jaaraanschrijving van de Minister. Daarnaast legt de korpschef verantwoording af over het voldoen aan de eisen zoals gesteld in paragraaf 4 van de Wet normeringtopinkomens (WNT).

De korpschef is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als hij noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening door de korpschef mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet de korpschef afwegen of de politie in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het genoemde verslaggevingsstelsel moet de korpschef de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling. De korpschef moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de politie haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.

4. Verantwoordelijkheid van de Minister

De Minister stelt jaarlijks de door de korpschef opgemaakte jaarrekening en het door de korpschef opgemaakte jaarverslag van de politie vast.

5. Onze verantwoordelijkheid voor de controle van de jaarrekening

Wij communiceren met de Minister en de korpschef onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Wij bevestigen aan de Minister en de korpschef dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de Minister en de korpschef over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.

6. Benoeming

Wij zijn op XX YY 20ZZ door de Minister benoemd als externe accountant van de politie vanaf de controle van het boekjaar 20XX en zijn sinds die datum tot op heden de externe accountant.

  1. De bijlagen inclusief inhoud worden jaarlijks bepaald in de jaaraanschrijving. Voor de jaarverantwoording 2018 wordt verwezen naar de jaarverantwoording 2017, waarbij voor het jaar 2018 dezelfde bijlagen zullen gelden met uitzondering van het Aanvalsprogramma Informatievoorziening Politie.In de jaaraanschrijving (voor het eerst voor het jaar 2018) is bepaald dat deze bijlagen onder de controleverantwoordelijkheid van de accountant vallen. Aangezien de bijlagen qua aard niet tot de jaarrekening behoren zullen in de jaaraanschrijving instructies worden opgenomen inzake de materialiteitsgrenzen voor de controlewerkzaamheden op deze bijlagen. ^ [1]
  2. HRA 2017: ‘Voor de toepassing van de Standaarden betekent uitvoeringsmaterialiteit het bedrag of de bedragen die door de accountant op een lager materialiteitsniveau dan voor de financiële overzichten als geheel is (zijn) vastgesteld om de waarschijnlijkheid dat het totaal van niet-gecorrigeerde en niet-gedetecteerde afwijkingen het materialiteitsniveau voor de financiële overzichten als geheel overschrijdt, tot een passend laag niveau terug te brengen.’ ^ [2]
  3. Indien financiële informatie opgenomen in het jaarverslag ook voorkomt in de jaarrekening dient deze (uiteraard) daaraan gelijk te zijn. Het geformuleerde heeft met name betrekking op additionele financiële informatie. Met consistentie wordt bedoeld dat de informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. ^ [3]
  4. Verklaring 10.1: Basis voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring in de publieke en semipublieke sector bij een enkelvoudige jaarrekening, met een expliciete financiële rechtmatigheidsverantwoording door het bestuur (2014). ^ [4]
  5. Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften 2018 (pagina 282–283): ‘Comptabele rechtmatigheid houdt in dat een financiële transactie waarvan de uitkomst in het departementale jaarverslag (in casu de jaarverantwoording van de politie) dient te worden verantwoord in overeenstemming is met de begrotingswetten en met de in internationale regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen opgenomen bepalingen die de uitkomst van die financiële transactie beïnvloeden. Indien de voorwaarden in subsidiebeschikkingen en overeenkomsten een nadere invulling betreffen van de voorwaarden die gesteld zijn in de genoemde wet- en regelgeving en als zodanig zijn benoemd in deze wet- en regelgeving, dan vallen deze voorwaarden onder de definitie van comptabele rechtmatigheid.’ Financiële rechtmatigheid en comptabele rechtmatigheid worden als synoniemen gebruikt. ^ [5]
  6. Indien geen sprake is van onrechtmatigheden vervalt deze paragraaf. ^ [6]
  7. Korte uiteenzetting, bijvoorbeeld ‘het niet voldoen aan de aanbestedingsregels zoals opgenomen in het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten’. ^ [7]
  8. Overeenkomstig de van toepassing zijnde jaaraanschrijving. Deze bijlagen vallen onder de controleverantwoordelijkheid van de accountant. Aangezien de bijlagen qua aard niet tot de jaarrekening behoren zullen in de jaaraanschrijving instructies worden opgenomen inzake de materialiteitsgrenzen voor de controlewerkzaamheden op deze bijlagen. ^ [8]
Naar boven