Aanpassingswet Algemene verordening gegevensbescherming

Geldend van 01-07-2019 t/m heden

Wet van 11 juli 2018 tot aanpassing van wetten ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119) en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (Aanpassingswet Algemene verordening gegevensbescherming)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is enige wetten aan te passen ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);

Gelet op artikel 10, tweede en derde lid, van de Grondwet;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Ministerie van Justitie en Veiligheid

Hoofdstuk 2. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Hoofdstuk 3. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Hoofdstuk 6. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Hoofdstuk 7. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Hoofdstuk 8. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Hoofdstuk 9. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Hoofdstuk 10. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10.2

Waar in de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar de Wet bescherming persoonsgegevens, betreft dit de Wet bescherming persoonsgegevens zoals deze luidde op 24 mei 2018.

Artikel 10.3

Bij regeling van Onze Minister voor Rechtsbescherming kunnen onderdelen van het bij of krachtens de Wet politiegegevens bepaalde tijdelijk van toepassing worden verklaard op de verwerking van persoonsgegevens door een buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 10.6

[Red: Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de kansspelen (modernisering speelcasinoregime)(Kst. 34471).]

Artikel 10.7

[Red: Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de kansspelen, enz. (organiseren kansspelen op afstand) (Kst. 33996).]

Artikel 10.8

[Red: Wijzigt de Wijzigingswet Wet marktordening gezondheidszorg, enz. (verbeteren toezicht, opsporing, naleving en handhaving) (Kst. 33980).]

Artikel 10.8a

[Red: Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (verbeteringen tuchtrecht, etc.) (Kst. 34629).]

Artikel 10.9

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat deze wet terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Onze Ministers voor Rechtsbescherming en van BInnelandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Gegeven te

Wassenaar, 11 juli 2018

Willem-Alexander

De Minister voor Rechtsbescherming,

S Dekker

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.W. Knops

Uitgegeven de zevenentwintigste juli 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina