Bestuursreglement van het CAK

Geldend van 12-07-2018 t/m heden

Bestuursreglement van het CAK

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit bestuursreglement wordt verstaan onder:

  • a. de Wlz: de Wet langdurige zorg;

  • b. het CAK: het publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met eigen rechtspersoonlijkheid, genoemd in artikel 6.1.1 van de Wlz;

  • c. de Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • d. het Ministerie: het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • e. de RvB: de Raad van Bestuur van het CAK;

  • f. voorzitter: de voorzitter van de RvB;

  • g. lid / leden: lid / leden van de RvB, waaronder de voorzitter;

  • h. de secretaris: ambtelijk secretaris van de RvB;

  • i. Kaderwet: Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;

  • j. de Zvw: de Zorgverzekeringswet.

Artikel 2. De Raad van Bestuur

  • 1 De voorzitter benoemt een secretaris. De secretaris maakt deel uit van het personeel van het CAK.

    De RvB geeft leiding aan het personeel van het CAK.

  • 2 De RvB is verantwoordelijk voor de opstelling van een begroting, meerjarenraming en een werkprogramma voor de uitvoering van de wettelijke taken.

  • 3 De RvB is verantwoordelijk voor uitvoering van de taken, voor de kwaliteit van de resultaten en producten en voor de duurzame bedrijfsvoering van het CAK.

  • 4 De RvB regelt de structuur en de werkwijze van de organisatie waaronder het kwaliteitsbeleid van het CAK.

  • 5 De RvB is verantwoordelijk voor de opzet en werking van een risicobeheersings- en controlesysteem ten behoeve van de beheersing van de primaire en ondersteunende processen.

  • 6 De RvB is verantwoordelijk voor de tijdige informatievoorziening aan de Minister en het ministerie conform de afspraken die met het ministerie over de informatie-uitwisseling zijn gemaakt.

  • 7 De Minister verdeelt de taken en verantwoordelijkheden over de leden middels daarvoor vastgestelde functieprofielen.

  • 8 De leden wijzen één van hen aan als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. Dat lid voert overleg met de ondernemingsraad van het CAK. De leden kunnen elkaar vervangen.

  • 9 De RvB is verantwoordelijk voor het goed functioneren van het CAK. De leden zijn elk voor de eigen taken en verantwoordelijkheden het aanspreekpunt voor de medewerkers van het CAK.

Artikel 3. Besluitvorming Raad van Bestuur

  • 1 De voorzitter leidt de vergaderingen van de RvB. De voorzitter benoemt een plaatsvervangend voorzitter uit de kring van leden. In afwezigheid van de voorzitter neemt de plaatsvervangend voorzitter diens taken waar.

    De voorzitter benoemt een secretaris. De secretaris maakt deel uit van het personeel van het CAK. De secretaris woont de vergaderingen van de RvB bij.

  • 2 De RvB kan deskundigen van binnen en van buiten de organisatie verzoeken de vergadering bij te wonen.

  • 3 De RvB vergadert in beginsel elke maand of vaker als een der leden dat nodig acht.

    De vergadering vindt bij voorkeur plaats bij de aanwezigheid van tenminste twee leden.

    De vergadering is niet openbaar, tenzij de voorzitter anders beslist.

  • 4 De RvB stelt met de secretaris de agenda op voor de vergadering van de RvB.

  • 5 De RvB brengt alle stukken ter vergadering.

    De secretaris draagt zorg voor een tijdige verspreiding van de stukken.

  • 6 De RvB streeft bij het nemen van besluiten naar consensus.

    Wanneer de stemmen staken beslist de voorzitter.

  • 7 Een lid heeft het recht van verschoning indien dat lid van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn.

    Indien een lid van het recht van verschoning gebruik maakt, doet dat lid hiervan mededeling aan de voorzitter, indien het de voorzitter zelf betreft, doet deze hiervan mededeling aan de plaatsvervangend voorzitter, en neemt geen deel aan de beraadslaging in de RvB over dat onderwerp.

  • 8 Indien de RvB van mening is dat de onpartijdigheid van een lid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de RvB met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de RvB besluiten dat lid ongevraagd verschoning te verlenen.

    Dat lid neemt in dat geval geen deel aan de beraadslaging in de RvB over dat onderwerp.

  • 9 De secretaris legt de besluiten van de RvB vast in een verslag.

    Het verslag bevat ten minste:

    • a. een opgave van de aanwezigen;

    • b. een lijst van behandelde onderwerpen;

    • c. zo nodig voor een goed begrip een korte beschrijving van de discussie;

    • d. een lijst van genomen besluiten en actiepunten, voorzien van een deugdelijke motivering.

    Indien een lid dat wenst wordt een minderheidsstandpunt bij het vastgestelde besluit vastgelegd. De RvB stelt het verslag eventueel na aanpassingen vast in de eerstvolgende vergadering.

Artikel 4. Verantwoording door de Raad van Bestuur

  • 1 De RvB legt in een jaarverslag verantwoording af over de uitvoering van de taken, over het beleid en over de kwaliteitszorg in het voorafgaande jaar.

  • 2 De RvB legt jaarlijks met een jaarrekening financiële verantwoording die zoveel mogelijk voldoet aan de eisen van het BW (titel 9, Boek 2) af, voorzien van een verklaring van de accountant over de getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheidsverantwoording over de beheerskosten.

    Bij zijn verklaring voegt de accountant een rapport over de doelmatigheid van het beheer en de organisatie.

  • 3 De RvB legt in het jaarverslag verantwoording af over de bedrijfsvoering waaronder:

    • a. de ordelijkheid en controleerbaarheid van het financieel beheer;

    • b. de beheersing van risico’s in de primaire en ondersteunende processen;

    • c. de rechtmatigheid van de uitgaven, ontvangsten en balansmutaties.

Artikel 5. Toezicht

De RvB verleent en bevordert binnen de organisatie de volledige medewerking aan de uitvoering van toezichthoudende taken door de Minister.

Artikel 6. Raad van Advies

  • 1 Indien de Minister of de RvB dat wenselijk acht, kan de RvB een Raad van Advies instellen, bestaande uit onafhankelijke externe deskundigen. De RvB stelt een reglement voor de Raad van Advies vast.

  • 2 De RvB neemt de adviezen van de Raad van Advies, voorzien van een appreciatie, op in het jaarverslag.

Artikel 7. Auditadviescommissie

  • 1 Indien de Minister of de RvB dat wenselijk acht, kan de RvB een Auditadviescommissie instellen.

  • 2 De Auditadviescommissie adviseert de RvB op de gebieden financiële verslaggeving en de bedrijfsvoering waaronder de beheersing van primaire en ondersteunende processen.

    De Auditadviescommissie stelt een verslag van werkzaamheden op ten behoeve van het jaarverslag van het CAK.

  • 3 De RvB neemt de adviezen van de Auditadviescommissie, voorzien van een appreciatie, op in het jaarverslag.

Artikel 8. Jaarlijks overleg

Jaarlijks vindt een overleg plaats tussen het ministerie en de voorzitters van de RvB, de Raad van Advies en de Auditadviescommissie van het CAK.

Artikel 9. Vertegenwoordiging belanghebbenden

De RvB onderhoudt met het oog op een adequate uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden contacten met de vertegenwoordigende organisaties van de belanghebbende partijen op het terrein van de zorg.

Artikel 10. Integriteit

De RvB heeft de Gedragscode Integriteit Rijk op alle medewerkers van het CAK van toepassing verklaard. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat er bij het CAK zowel medewerkers met en zonder ambtelijke aanstelling zijn.

Artikel 11. Vertrouwelijkheid

  • 1 De leden nemen omtrent alle informatie en documentatie die zij in het kader van hun functie verkrijgen en die als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel waarvan de vertrouwelijkheid uit de aard der informatie voortvloeit, strikte geheimhouding in acht, ook na hun aftreden.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op diegenen die belast zijn met de administratieve en secretariële ondersteuning van de RvB en op diegenen die vergaderingen geheel of gedeeltelijk hebben bijgewoond.

Artikel 12. Klachtenregeling

De RvB stelt, met in achtneming van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, een klachtenregeling vast, op grond waarvan een ieder het recht heeft om over de wijze waarop het CAK zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij het CAK.

Artikel 14. Wijziging bestuursreglement

  • 1 Wijziging van dit bestuursreglement geschiedt in overeenstemming met de besluitvormingsprocedure zoals bepaald in artikel 4 van dit reglement.

  • 2 Een wijziging in dit bestuursreglement wordt gepubliceerd in de Staatscourant, waarna deze wijziging in werking treedt.

Artikel 15. Slotbepaling

  • 1 Dit bestuursreglement kan worden aangehaald als: Bestuursreglement van het CAK.

  • 2 Dit bestuursreglement wordt na goedkeuring door de Minister gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 3 Dit bestuursreglement treedt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant.

, 4 juni 2018

CAK

D. Hoefsmit

bestuursvoorzitter

Terug naar begin van de pagina