Subsidieregeling energiebesparende maatregelen en duurzame energie bij zorginstellingen 2018 (EDZ 2018)

[Regeling vervallen per 01-01-2019.]
Geldend van 16-07-2018 t/m 29-10-2018

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 27 juni 2018, kenmerk 1367612-178292-Z, houdende regels voor de subsidiëring van energiebesparende maatregelen en het opwekken van duurzame energie bij zorginstellingen 2018 (Subsidieregeling energiebesparende maatregelen en duurzame energie bij zorginstellingen 2018 (EDZ 2018))

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Definities

[Vervallen per 01-01-2019]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening,

  • de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352),

  • kosten: de investeringskosten van de subsidieontvanger voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;

  • minister: Minister voor Medische Zorg en Sport.

  • zorginstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen,

  • zorglocatie: vestiging van een zorginstelling waar zorg wordt verleend,

  • zorg: zorg als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet,

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten

[Vervallen per 01-01-2019]

De minister kan op aanvraag een projectsubsidie verstrekken aan een zorginstelling voor het uitvoeren op een zorglocatie van een maatregel die is opgenomen in de bijlage van deze regeling ten behoeve van energiebesparing of het opwekken van duurzame energie dan wel voor het doorlopen van een procedure om een van de in de bijlage bij deze regeling genoemde keurmerken te verkrijgen.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

[Vervallen per 01-01-2019]

  • 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 15% van de kosten van de subsidiabele activiteiten met een minimum van € 10.000 per aanvraag en een maximum van € 100.000 per zorginstelling.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid bedraagt de subsidie voor het doorlopen van de procedure voor het verkrijgen van een keurmerk € 5.000 per zorginstelling.

Artikel 5. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 01-01-2019]

  • 1 Subsidie wordt slechts verleend indien:

    • a. aan de zorginstelling in het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd niet eerder op grond van deze regeling voor het uitvoeren van eenzelfde maatregel op dezelfde zorglocatie subsidie is verstrekt;

    • b. deze in overeenstemming is met de de-minimisverordening.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die vóór 1 maart 2018 zijn uitgevoerd.

Artikel 6. Subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2019]

Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2018 € 4,7 miljoen, waarvan maximaal € 500.000 voor subsidiering van het doorlopen van een procedure voor het verkrijgen van een keurmerk is bestemd.

Artikel 7. Wijze van verdeling

[Vervallen per 01-01-2019]

Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 8. Aanvraag tot verlening van subsidie

[Vervallen per 01-01-2019]

  • 1 Voor een aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een offerte waaruit de kosten van de subsidiabele activiteit blijken en die op of na 1 maart 2018 is gedateerd;

    • b. een de-minimisverklaring.

  • 3 Een aanvraag voor subsidie wordt voor 1 september 2018 ingediend.

Artikel 9. Bevoorschotting en betaling

[Vervallen per 01-01-2019]

  • 1 De minister verleent een voorschot van 100% bij de beschikking tot subsidieverlening.

  • 2 Het voorschot wordt in een keer betaald.

Artikel 10. Aanvullende subsidieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2019]

  • 1 De kosten van de subsidiabele activiteiten worden vóór 1 januari 2019 betaald.

  • 2 De subsidieontvanger houdt de maatregel ten minste een jaar na de datum van de subsidievaststelling in stand.

Artikel 11. Vaststelling van subsidies van minder dan € 25.000

[Vervallen per 01-01-2019]

  • 1 De minister neemt binnen 22 weken na 1 januari 2019 ambtshalve een besluit tot vaststelling van de subsidie.

  • 2 De ontvanger van een subsidie toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie:

    • a. door het overleggen van een of meer facturen waaruit de kosten van de subsidiabele activiteiten blijken en,

    • b. een bankafschrift waaruit blijkt dat de kosten van de subsidiabele activiteiten voor 1 januari 2019 zijn betaald.

  • 3 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 12. Vaststelling van subsidies van € 25.000 of meer

[Vervallen per 01-01-2019]

  • 1 Binnen 13 weken na 1 januari 2019 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

  • 2 Voor een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van:

    • a. een of meer facturen waaruit de kosten van de subsidiabele activiteiten blijken en,

    • b. een bankafschrift waaruit blijkt dat de kosten van de subsidiabele activiteiten voor 1 januari 2019 zijn betaald.

  • 4 De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

  • 5 De minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 13. Inwerkingtreding en vervaldatum

[Vervallen per 01-01-2019]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 16 juli 2018 en vervalt met ingang van 1 januari 2019, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op beschikkingen die op grond van deze regeling zijn genomen.

Artikel 14. Citeertitel

[Vervallen per 01-01-2019]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling energiebesparende maatregelen en duurzame energie bij zorginstellingen 2018 (EDZ 2018).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

B.J. Bruins

Bijlage Maatregelenlijsten

[Vervallen per 01-01-2019]

Deze bijlage hoort bij de Subsidieregeling energiebesparende maatregelen en duurzame energie bij zorginstellingen 2018 (EDZ 2018). Het betreft de maatregelen waarvoor een projectsubsidie kan worden aangevraagd zoals geformuleerd in artikel 3 van deze regeling.

1

Verlichting

 

1.1

Buitenverlichting

Bestemd voor: buitenverlichting, niet zijnde reclameverlichting,

en bestaande uit:

LED-armaturen, met een specifieke lichtstroom van ten minste 100 lm/W, gemeten conform LM-79-08, (eventueel) mast en (eventueel) schakelmateriaal.

1.2

Binnenverlichting

Bestemd voor: vervangen van bestaande binnenverlichting, dan wel in geval van nieuwbouw aanschaf van binnenverlichting,

en bestaande uit:

b. LED-armaturen, met een specifieke lichtstroom van ten minste 90 lm/W, gemeten conform LM-79-08.

1.3

LED-buis systeem

Bestemd voor: verlichting in of bij gebouwen

En bestaande uit: systeem van LED-buis in combinatie met een externe LED-driver. De specifieke lichtstroom van de LED-buis dient ten minste 130 lm/W te bedragen.

2

Ventilatie en verwarming

 

2.1

Warmteterugwinning

Bestemd voor: het koelen of verwarmen van bestaande of nieuw te bouwen van zorgvestigingen door het benutten van koude of warmte in de afzuiglucht,

en bestaande uit: warmtewisselaar, (eventueel) luchtbehandelingskast en (eventueel) kanalen.

2.2

Warmtepomp

Bestemd voor: het verwarmen van bestaande dan wel nieuw te bouwen zorgvestigingen,

en bestaande uit: een warmtepomp, (eventueel) bronsysteem.

Toelichting: Als de installatie altijd geregeld wordt op basis van koelvraag is het geen warmtepomp en komt de installatie niet in aanmerking.

3

Tapwater

 

3.1

Warmtepompboiler

Bestemd voor: het nuttig aanwenden van warmte voor de verwarming van tapwater,

en bestaande uit: een elektrisch gedreven warmtepompboiler.

3.2

Warmteterugwinning uit douchewater

Bestemd voor: het terugwinnen van warmte uit (douche)water,

en bestaande uit: warmtewisselaar die is aangesloten op de douchewaterafvoer of douchebak met geïntegreerde douchewaterwarmtewisselaar.

4

Bouwkundig

 

4.1

Vervangen glas (incl. aanpassen kozijn)

Bestemd voor: (vervanging van) beglazing in buitengevel- of dakconstructies van bestaande zorgvestigingen,

en bestaande uit: meervoudig glas met een warmtewerende coating en/of gasgevulde spouw met een warmtedoorlatingscoëfficiënt van maximaal 1,1 W/m2.K gemeten conform NEN-EN 673:2011, (eventueel) kozijn.

4.2

Isolatie wand, vloer en/of dak

Bestemd voor: (de verbetering van) de isolatie van bestaande vloeren, daken, plafonds of wanden van ruimten,

en bestaande uit: isolatiemateriaal waarbij de warmteweerstand R = Σ(Rm) = Σ(d/λ) ten minste 2,5 m2.K/W bedraagt.

5

Duurzame energie-opwekking

 

5.1

Zonnecollectorsysteem

Bestemd voor: het verwarmen van water of lucht,

en bestaande uit: een zonnecollector, (eventueel) restwarmteopslagvat.

5.2

Zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking

Bestemd voor: het opwekken van elektrische energie uit zonlicht met behulp van zonnecellen,

en bestaande uit: panelen met fotovoltaïsche zonnecellen, (eventueel) stroom/spanningsomvormer, (eventueel) aansluiting het elektriciteitsnet.

Echter alleen als de aansluiting 3x80A of lager is, (kleinverbruiker)

5.3

Biomassaketel

Bestemd voor: het verwarmen van zorgvestigingen en/of de productie van warm tapwater door verbranding van biomassa,

en bestaande uit: een ketel of kachel met een warmterendement dat ten minste 80% bedraagt, (eventueel) restwarmteopslagvat.

6 Keurmerk

 
 

Het verkrijgen van een keurmerk dat als doelstelling heeft renovatie, nieuwbouw of bedrijfsvoering duurzaam te maken. De volgende keurmerken komen in aanmerking:

– Milieuthermometer zorg

– ISO 50.000

– ISO 14001

– BREAAM

– GPR met auditrapport

Terug naar begin van de pagina