Nadere regel ‘Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg’

[Regeling vervallen per 01-01-2019.]
Geraadpleegd op 08-02-2023.
Geldend van 01-04-2018 t/m 31-12-2018

Nadere regel ‘Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg’

Leeswijzer

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

In Hoofdstuk 5 van deze nadere regel zijn de regels met betrekking tot de diagnose-behandelcombinaties (dbc’s) weergegeven.

Meer uitgebreide informatie over het hele dbc-registratieproces (registreren-valideren-afleiden) en voorbeelden, nadere toelichting en stroomschema’s staan vermeld in Toelichting op de nadere regel.

Sinds 2017 wordt voor nieuwe zorgtrajecten de diagnose geclassificeerd in DSM-5. De DSM-5 diagnose wordt geconverteerd naar een bijbehorende DSM-IV diagnose. De registratie en bekostiging vinden nog conform DSM-IV plaats.

Er zijn in veel gevallen directe koppelingen naar teksten in de bijlagen opgenomen. Deze zijn te herkennen aan het feit er een grijs blokje verschijnt als de cursor op de tekst staat.

Tussen tekst en bijlage kan eenvoudig heen en weer geschakeld: door ‘Ctrl +muisklik’ wordt doorgeschakeld naar de gekoppelde toelichting. De toetscombinatie ‘Alt+pijltjestoets’ (rechts/links) zorgt voor terugschakeling naar de oorspronkelijke tekst.

De bijlagen maken integraal deel uit van deze nadere regel.

Gelet op artikel 27, 36, 37 en 38 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), is de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bevoegd tot het stellen van regels op het gebied van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (ggz).

1. Begripsbepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

In deze nadere regel wordt verstaan onder:

  • a. afwezigheidsdagen: dagen waarop een patiënt die verblijft bij een instelling, op basis van dbc of zzp-ggz, afwezig is;

  • b. AGB-code: unieke code die aan een zorgaanbieder is toegekend. Met deze code kan de zorgaanbieder en de praktijk of de instelling worden geïdentificeerd;

  • c. algemeen indirecte tijd: patiëntgebonden tijd, niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg,en niet zijnde directe patiëntgebonden tijd, indirecte patientgebonden tijd of indirect patiëntgebonden reistijd. Algemeen indirecte tijd wordt geregistreerd bij een multidisciplinair overleg of bij de eindverslaglegging van een behandeltraject;

  • d. audit-trail: zodanige vastlegging van gegevens dat het spoor van basisgegeven naar eindgegeven en omgekeerd achteraf door een externe accountant of, afhankelijk van de aard van de gegevens, door de medisch adviseur kan worden gevolgd en gecontroleerd;

  • e. basispakket: de zorg behorend tot het verplicht verzekerd pakket op grond van de Zvw;

  • f. behandelaar dbc: behandelaar die op de dbc-beroepentabel voorkomt en activiteiten, verrichtingen en deelprestaties verblijf kan registreren. Een behandelaar kan tevens een regiebehandelaar zijn;

  • g. crisis-dbc: een crisis-dbc wordt geopend in een crisissituatie. Een crisissituatie is een acute situatie die direct ingrijpen nodig maakt om direct gevaar voor de persoon of de omgeving af te wenden, dan wel om ernstige overlast te beëindigen. De crisissituatie kan het gevolg zijn van een geestesstoornis d.w.z. een ernstige stoornis van het oordeelsvermogen, in het bijzonder een psychotische toestand waarbij het handelen voortkomt uit hallucinaties of waanvoorstellingen, acute dreiging van suïcide of ernstige verwardheid als gevolg van een organische hersenaandoening;

  • h. dagbesteding: Er kunnen vijf vormen van dagbesteding geregistreerd worden in de gespecialiseerde ggz. Doel is het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt. Dagbesteding vindt altijd plaats in het kader van de (psychiatrische) behandeling en is terug te vinden in het behandelplan van de patiënt;

  • i. dbc: diagnose-behandelcombinatie: een dbc omvat het traject dat een patiënt doorloopt als hij zorg nodig heeft voor een specifieke diagnose, vanaf het eerste contact bij een gespecialiseerde ggz-aanbieder tot en met de behandeling die hier eventueel uit volgt. De dbc vormt de basis voor de declaratie van deze geleverde zorg;

  • j. dbc-dataset: de gegevens die verzameld en aangeleverd moeten worden conform de nadere regel ‘Verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde ggz’;

  • k. dbc-tarief: het bedrag dat per dbc in rekening wordt gebracht conform de algemene tariefbeschikking dbc ggz;

  • l. dbc-traject: de gehele periode waarin alle activiteiten (openen/typeren/registreren/sluiten van één dbc) in het kader van de behandeling van een patiënt worden uitgevoerd;

  • m. direct patiëntgebonden tijd: de tijd waarin een behandelaar, in het kader van diagnostiek en/of activiteiten uit het behandelplan en niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg, contact heeft met de patiënt of met familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten (het systeem) van de patiënt.

  • n. hoofdgroepen: DSM-IV diagnosetyperingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen. Er zijn in totaal 14 hoofdgroepen;

  • o. indirect patiëntgebonden reistijd: de tijd die de behandelaar, in het kader van diagnostiek en/of activiteiten uit het behandelplan en niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg, besteedt aan het reizen van en naar de patiënt die buiten de instelling behandeling, begeleiding of verpleging ontvangt;

  • p. indirect patiëntgebonden tijd: de tijd die de behandelaar, in het kader van diagnostiek en/of activiteiten uit het behandelplan en niet zijnde 24-uurscontinuïteitszorg, besteedt aan zaken rondom een contactmoment (de direct patiëntgebonden tijd in het kader van de diagnostiek of behandeling), maar waarbij de patiënt (of het systeem van de patiënt) zelf niet aanwezig is. Onder indirect patiëntgebonden tijd valt bijvoorbeeld: het voorbereiden van een activiteit, verslaglegging in het kader van een activiteit of hersteltijd na een intensieve behandelsessie. Puur administratieve taken (zoals het maken van een afspraak) vallen niet onder indirect patiëntgebonden tijd;

  • q. initiële dbc: een dbc die wordt geopend voor een eerste of nieuwe primaire zorgvraag van een patiënt. De initiële dbc is altijd de eerste dbc in een zorgtraject;

  • r. lekenomschrijving: voor patiënten in niet-medische terminologie verklarende omschrijving van het in rekening gebrachte dbc-tarief;

  • s. minimale dataset (mds): via de minimale dataset leveren zorgaanbieders gegevens uit de basisregistratie aan, die inzicht geven in de geleverde en gedeclareerde zorg. In de mds staan zowel data die verplicht moeten worden aangeleverd als ook data die optioneel kunnen worden aangeleverd. De mds wordt vastgesteld door de NZa;

  • t. nevendiagnose: als overige stoornissen zorgverzwarend werken, kunnen deze worden geregistreerd als nevendiagnosen;

  • u. niet-patiëntgebonden activiteiten: activiteiten zoals scholing, algemene vergaderingen, intervisies over het functioneren van collega’s, productontwikkeling en het lezen van vakliteratuur;

  • v. onderlinge dienstverlening: de zorg als bedoeld in artikel 1 onder b van de Wmg, die een zorgaanbieder verleent als onderdeel van een door een andere zorgaanbieder uit te voeren prestatie op het gebied van gespecialiseerde ggz. De eerstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als ‘uitvoerende zorgaanbieder’. De laatstgenoemde zorgaanbieder wordt in dit kader aangeduid als de ‘opdrachtgevende zorgaanbieder’;

  • w. opeenvolgende zorgtrajecten: er is sprake van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is. Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses in een opeenvolgend zorgtraject;

  • x. overige deelprestatie: een deelprestatie binnen de dbc-systematiek, niet zijnde een deelprestatie verblijf. Een overige deelprestatie is niet hetzelfde als een overig product;

  • y. overig zorgproduct (ozp): vormen van zorg die onder de reikwijdte van de Wmg vallen, maar die zich (nog) niet lenen voor onderbrenging in de reguliere dbc-productstructuur of de zzp’s ggz. Een overig zorgproduct is niet hetzelfde als een overige deelprestatie. Zie voor een overzicht van de ozp’s die door de ggz te declareren bijlage 4 van de nadere regel medisch specialistische zorg (msz): overige zorgproducten per segment;

  • z. parallelle dbc-zorgtrajecten: hiervan is sprake als er verschillende diagnoses zijn met een gelijkwaardig belang, waarbij de regiebehandelaar(s) substantieel verschillende behandelingen in moet zetten. Als het geen parallel dbc-zorgtraject is, betreft het een regulier zorgtraject.

  • aa. patiëntgebonden activiteiten: activiteiten die een behandelaar uitvoert in het kader van de diagnostiek en behandeling van een patiënt;

  • bb. prestatiebeschrijving een gedetailleerde beschrijving van de prestatie die geleverd wordt. De prestatiebeschrijvingen van de dbc’s, zzp’s ggz en ozp’s zijn opgenomen in de bijlage van de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven gespecialiseerde ggz’;

  • cc. primaire diagnose: de regiebehandelaar geeft per zorgtraject aan welke van de geregistreerde stoornissen op as I en/of as II de reden voor behandeling is. Dit wordt de primaire diagnose genoemd;

  • dd. regiebehandelaar: de regiebehandelaars in de gespecialiseerde ggz zijn BIG-geregistreerd en hebben een ggz-specifieke opleiding gevolgd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen vrijgevestigden en instellingen.

    Vrijgevestigden

    De volgende beroepen kunnen als vrijgevestigde voorkomen als regiebehandelaar:

    • psychiater

    • klinisch psycholoog

    • klinisch neuropsycholoog

    • psychotherapeut

    Instellingen

    De volgende beroepen kunnen binnen een instelling voorkomen als regiebehandelaar:

    • psychiater

    • klinisch psycholoog

    • klinisch neuropsycholoog

    • psychotherapeut

    • specialist ouderengeneeskunde

    • verslavingsarts in profielregister KNMG

    • gz-psycholoog

    • klinisch geriater

    • verpleegkundig specialist ggz

    Deze beroepen zijn aangewezen als regiebehandelaar in het model-kwaliteitsstatuut ggz. Het model-kwaliteitsstatuut ggz is een veldnorm die ingeschreven is als professionele standaard in het register van het Zorginstituut Nederland (ZIN) en in werking treedt per 1 januari 2017;

  • ee. toeslagen: een toeslag die in combinatie met een zzp-ggz afgesproken kan worden, dan wel een toeslag voor de tolk gebarentaal/communicatiespecialist;

  • ff. verblijfsdag dbc: hierbij gaat het om een ‘kale verblijfsdag’. In het tarief van de verblijfprestatie is wel de verpleging en verzorging meegenomen, maar niet de behandeling;

  • gg. vervolg-dbc: een dbc die volgt op een initiële dbc of een voorgaande vervolg-dbc. Een vervolg-dbc heeft altijd dezelfde primaire diagnose als de eerder afgesloten initiële dbc of vervolg-dbc;

  • hh. Wtzi-zorgaanbieder: zorgaanbieder die op basis van de Wet toelating zorginstellingen (Wtzi) een toelating heeft om zorg te leveren binnen de Zvw;

  • ii. zorgtraject: een zorgtraject omvat de totale zorg die wordt geleverd in het kader van de behandeling van één primaire diagnose. Een initiële dbc, met eventueel één of meerdere vervolg-dbc’s, vormen het zorgtraject;

  • jj. zorgtype: het zorgtype beschrijft de reden van het (eerste) contact tussen de zorgaanbieder en de patiënt;

  • kk. zorgvraagzwaarte (dbc): de patiëntkenmerken die bij aanmelding/intake voorspellend zijn voor wat betreft de zorgzwaarte in termen van behandelinzet (duur, setting, behandelminuten) en zorgkosten;

  • ll. zorgvraagzwaarte-indicator (dbc): indicator van de zorgvraagzwaarte van een patiënt. Deze indicator bestaat uit zeven items van 001 tot en met 007. Daarbij is 000 de code als er geen zorgvraagzwaarte afgeleid kan worden, bijvoorbeeld wanneer de diagnose niet is ingevuld. De laagste zorgvraagzwaarte wordt aangegeven met code 001.

  • mm. zzp: zorgzwaartepakket;

  • nn. zzp-ggz: Een zzp-ggz is een volledig pakket van intramurale geestelijke gezondheidszorg met behandeling dat aansluit op de kenmerken van de patiënt en de soort zorg die de patiënt nodig heeft. Een zzp-ggz bestaat uit een beschrijving van het type patiënt (een patiëntprofiel), het aantal uren zorg dat bij dit patiëntprofiel beschikbaar wordt gesteld en een beschrijving van die zorg. Het betreft de volgende prestaties: zzp’s ggz b3 t/m b7 inclusief en exclusief dagbesteding en zzp-ggz klinische intensieve behandeling (kib).

  • oo. tijd die niet afleidt naar een dbc: direct patiëntgebonden tijd, indirect patiëntgebonden reistijd, indirect patiëntgebonden tijd of algemeen indirecte tijd, die geschreven wordt door beroepen die in de beroepentabel staan, waarvan conform de kolom ‘tijd leidt af’ de geschreven tijd niet afleidt naar een prestatie.

  • pp. Behandelplan: een plan waarin een beschrijving en het doel van de behandeling staan.

  • qq. 24-uurscontinuïteitszorg: de 24-uurscontinuïteitszorg is de basiszorg die op klinische afdelingen van een instelling 24 uur per dag voor de patiënt beschikbaar is.

  • rr. vov-personeel: verzorgend, opvoedkundig en verplegend personeel.

2. Doel van de regeling

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Het doel van deze nadere regel is het stellen van voorschriften voor de gespecialiseerde ggz op het gebied van registratie, declaratie, informatie en validatie, die zorgaanbieders in acht moeten nemen bij én voorafgaand aan het declareren van dbc’s, zzp’s ggz en ozp’s.

3. Reikwijdte

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Deze nadere regel is van toepassing op geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw), niet zijnde generalistische basis-ggz, hierna verder aangeduid als gespecialiseerde ggz.

Voorzover geen sprake is van zorg als omschreven in de vorige zin, is deze beleidsregel van toepassing op handelingen1 of werkzaamheden2 op het terrein van de gespecialiseerde ggz, uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) of door personen als bedoeld in artikel 34 van de Wet BIG.

3.1. Opbouw nadere regel

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Er bestaan vier typen zorgprestaties in de gespecialiseerde ggz:

diagnose-behandelcombinaties (dbc’s), zorgzwaartepakketten ggz (zzp’s ggz), overige zorgproducten (ozp’s) en onderlinge dienstverlening (odv).

Deze nadere regel beschrijft per type zorgprestatie welke voorschriften gelden. In hoofdstuk 4: Algemene bepalingen wordt beschreven hoe de samenloop en afbakening tussen de verschillende typen prestaties is. Verder staan hier alle voorschriften die voor alle zorgprestaties gelden. In de daarop volgende hoofdstukken staan per type zorgproduct specifieke voorschriften.

4. Algemene bepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

4.1. Afbakening

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Gespecialiseerde ggz omvat geneeskundige ggz als omschreven bij of krachtens de Zvw, behalve de generalistische basis-ggz. Dit omvat behandeling al dan niet gepaard met verblijf.

De gespecialiseerde ggz die geleverd wordt en valt binnen de kaders van het basispakket wordt in beginsel bekostigd door een dbc of zzp-ggz. In enkele specifieke gevallen, en op het moment dat ggz wordt geleverd die niet binnen het basispakket valt, moet een ozp voor de geleverde zorg in rekening worden gebracht.

Overgang Zvw naar Wlz

Verblijf gericht op behandeling valt onder de Zvw totdat sprake is van in totaal 1.095 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling. Voor de berekening of sprake is van 1.095 dagen gaat het zowel om verblijf gericht op ggz (onder de Zvw)3 als om verblijf in het kader van een somatische behandeling.

Na deze 1.095 dagen intramurale behandeling met verblijf wordt de zorg niet verder bekostigd onder het regime van de Zvw.

Bij de telling van aaneengesloten verblijf wordt een onderbreking van ten hoogste 30 dagen niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 1.095 dagen. In afwijking van het voorgaande geldt dat onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee tellen voor de berekening van de 1.095 dagen. Voor enkele specifieke bepalingen over de telling, in het bijzonder ten aanzien van het registreren en in rekening brengen van deze dagen, wordt verwezen naar artikel 6.1 Algemene registratiebepalingen en artikel 6.2 Declaratiebepalingen zzp’s ggz van deze nadere regel.

Samenloop Zvw en Wlz

Als een patiënt zorg ontvangt op basis een Wlz-indicatie en hiervoor in een Wlz-instelling verblijft, is het mogelijk dat daarnaast zorg geleverd en betaald wordt vanuit de Zvw. Als de psychische stoornis van de patiënt niet samenhangt met de beperking waarvoor de Wlz-indicatie is afgegeven en integrale behandeling niet nodig is, wordt de zorg voor de psychische stoornis geleverd en betaald uit de Zvw.

Samenloop gespecialiseerde ggz en forensische zorg

Het is mogelijk om een dbc voor de gespecialiseerde ggz te declareren naast een dbbc voor forensische zorg. Voorwaarde is dat aan de afzonderlijke regelgeving voor dbc- en dbbc-registratie wordt voldaan. Geestelijke gezondheidszorg die geen onderdeel uitmaakt van het door de rechter opgelegde vonnis, komt ten laste van de Zvw als de patiënt op de openingsdatum van de dbc een geldige zorgverzekering heeft.

4.2. Bekostigingsonderscheid dbc versus zzp-ggz

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Op het moment dat een patiënt wordt doorverwezen naar de gespecialiseerde ggz en hier in behandeling wordt genomen, wordt een dbc ggz geopend. Op het moment dat er sprake is van 365 aaneengesloten dagen verblijf gericht op behandeling, wordt vanaf de 366e dag tot en met de 1095e dag de langdurige intramurale op behandeling gerichte ggz bekostigd met een zzp-ggz.

4.3. Samenloop dbc, zzp-ggz en ozp binnen Zvw

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Intramurale patiënt (verblijf)

Voor een individuele patiëntmag niet over eenzelfde dag een zzp-ggz b en een dbc ggz worden geregistreerd.

Na 365 dagen aaneengesloten verblijf met behandeling wordt de intramurale dbc ggz afgesloten. Daarnaast moeten alle eventuele ambulante dbc’s ggz afgesloten worden. Het is wel mogelijk voor een zorgaanbieder om een ggz dbc of een zzp-ggz b geopend te hebben naast een dbc in het kader van medisch specialistische zorg.

Bij een intramurale patiënt is het niet mogelijk om beeldvormend onderzoek/klinisch-chemische en microbiologische laboratoriumonderzoeken als ozp’s te declareren. De kosten van deze onderzoeken maken onderdeel uit van de verblijfsprestatie(s). De overige ozp’s bij een intramurale patiënt zijn wel los declarabel.

Extramurale patiënt (ambulant)

Alle ozp’s die binnen de gespecialiseerde ggz te declareren zijn, mogen naast een extramurale dbc ggz worden gedeclareerd. Het overzicht van de ozp’s die door de ggz te declareren zijn kunt u vinden in het overzicht overige zorgproducten per segment. Het betreft hier bijlage 4 van de nadere regel voor de medisch-specialistische zorg (msz).

Onderlinge dienstverlening

Als een zorgaanbieder een deel van de zorg uitbesteedt voor een patiënt met een lopend zorgtraject, blijft de opdrachtgevende zorgaanbieder verantwoordelijk voor de verlening van deze zorg. Dit is ook van toepassing op zorg die valt onder overige zorgproducten (ozp). De uitvoerende zorgaanbieder kan de ozp in rekening brengen bij de ggz-instelling die hier opdracht voor heeft gegeven. Daarnaast is het voor een ozp toegestaan dat een uitvoerende zorgaanbieder een ozp zelfstandig in rekening brengt bij de patiënt/zorgverzekeraar.

4.4. Regiebehandelaarschap

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Zoals vermeld in de begripsbepalingen wordt voor het regiebehandelaarschap (conform de wens van partijen zoals vastgelegd in het model-kwaliteitsstatuut ggz) onderscheid gemaakt tussen ‘instellingen’ en ‘vrijgevestigden’.

Instelling: De zorgaanbieder die declareert met één van onderstaande AGB-classificatiecodes. Andere zorgaanbieders worden gelijkgesteld met een vrijgevestigde.

Classificatiecode

Omschrijving

06

Groep 06 Ziekenhuizen

06-29

Groep 06-29 Psychiatrisch Ziekenhuis

19

Audiologische Centra

22

Zelfstandige Behandelcentra Extramurale praktijken medisch specialisten

25

Inrichting voor Psychiatrische Deeltijdbehandeling

30

Instelling voor Verstandelijk Gehandicapten

35

Instelling voor Visueel Gehandicapten

45

Verpleeginrichtingen

47

Verpleeginrichtingen

53

Diverse samenwerkingsverbanden

54

GGZ instellingen (puk/paaz)

60

Instellingen voor Dagverpleging voor Ouderen

70

Kinderdagverblijven

72

RIBW

73

Wlz Gecombineerd

75

Thuiszorginstellingen

79

RIAGG

Ontheffingsregeling regiebehandelaarschap bij overgang vanuit Jeugdwet

Er geldt een ontheffing op de lijst met beroepen voor het regiebehandelaarschap voor patiënten die gedurende de behandeling (gestart onder de Jeugdwet) de 18-jarige leeftijd bereiken (zorgtype 147). In dit geval mogen, in afwijking op wat hierboven is weergegeven, ook de onderstaande beroepen voorkomen als regiebehandelaar:

  • kinder- en jeugdpsycholoog4

  • orthopedagoog generalist5

  • gz-psycholoog6

Deze ontheffing geldt uitsluitend voor de behandeling die afgerond moet worden zodra een patiënt de 18 jarige leeftijd heeft bereikt. Deze wordt als initiële dbc onder de Zvw geregistreerd (zorgtype 147). Bij vervolg-dbc’s geldt deze uitzondering niet.

Ontheffingsregeling regiebehandelaarschap bij toegekende experimenteerruimte

Er geldt een ontheffing op de lijst met beroepen voor het regiebehandelaarschap als een zoals in het model-kwaliteitsstatuut benoemde derde (onafhankelijke) partij een tweezijdig verzoek ontvangt tot uitbreiding van het regiebehandelaarschap en goedkeurt.

Het betreffende initiatief kan gebruik maken van een keuzemogelijkheid op dbc-niveau, die mogelijk maakt andere beroepen te selecteren dan genoemd in 1. Begripsbepalingen onder dd.

Alleen BIG-geregistreerde beroepen kunnen in aanmerking komen voor deze ontheffingsmogelijkheid.

5. Diagnose-behandelcombinaties (dbc’s)

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

5.1. Registratieproces

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de algemene registratiebepalingen, het openen van een dbc, het typeren van een dbc, het registreren op een dbc en het sluiten van een dbc besproken. Meer uitgebreide informatie over het hele proces (registreren-valideren-afleiden) en voorbeelden, nadere toelichting en stroomschema’s staan vermeld in Toelichting op de nadere regel.

5.1.1. Algemene registratiebepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • 1. De registratie van de geleverde zorg in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel.

  • 2. De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor het vastleggen van de daadwerkelijk verleende zorg in de door de NZa vastgestelde activiteiten en voor de juistheid van het gehele dbc-traject.

  • 3. Voordat er een dbc geregistreerd kan worden moet er eerst een zorgtraject geopend worden. De registratie van het zorgtraject start op het moment dat een patiënt zich (met een nieuwe zorgvraag) aanmeldt. Het zorgtraject bestaat altijd uit één initiële dbc, en mogelijke vervolg-dbc’s. Zie ook artikel 5.1.2 Openen dbc’s.

  • 4. Onder voorwaarden kunnen bij één zorgaanbieder (instelling of vrijgevestigde) maximaal drie reguliere zorgtrajecten per patiënt open staan. Dit kan als er sprake is van meerdere primaire diagnoses waarvoor gelijktijdig substantieel verschillende behandelingen moeten worden ingezet. Zie ook artikel 5.1.3 Typeren van dbc’s.

    N.B.: Daarnaast is het mogelijk om een vierde parallel zorgtraject te openen, wanneer dit een crisis-dbc is7.

5.1.2. Openen dbc’s

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • 1. Het openen van een dbc is een administratieve handeling. Iedereen onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar kan een dbc openen.

  • 2. De openingsdatum van een initiële dbc is gelijk aan de datum waarop de eerste directe of indirecte patiëntgebonden activiteit, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie, door de behandelaar plaatsvindt. De openingsdatum van een vervolg-dbc is gelijk aan de dag na sluiting van de voorgaande dbc. Uitzondering hierop is een vervolg-dbc met zorgtype exacebatie/recidive (zorgtype 204).

    De openingsdatum van een vervolg-dbc met zorgtype 204 is gelijk aan de datum dat de eerste directe of indirecte patiëntgebonden activiteit, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie, door de behandelaar plaatsvindt.

  • 3. Openen initiële dbc

    De regiebehandelaar moet een initiële dbc openen als:

    • een nieuwe patiënt zich aanmeldt;

    • een bekende patiënt voor een andere primaire diagnose in zorg komt;

    • een bekende patiënt zich aanmeldt met dezelfde primaire diagnose, maar 365 dagen verstreken zijn sinds het sluiten van de vorige dbc;

    • bekostiging van de zorg vanuit een andere bekostigingssystematiek overgaat naar de Zvw.

      In artikel 5.1.2 Openen dbc’s in staat een verdere uitwerking van de situaties waarin een initiële dbc geopend moet worden.

  • 4. Heropenen (initiële of vervolg) dbc

    Als de patiënt binnen 35 dagen na het afsluiten van de dbc terugkomt in zorg voor dezelfde diagnose, tenzij de doorlooptijd van de dbc meer dan 365 dagen wordt, moet de voorafgaande dbc heropend worden.

  • 5. Openen vervolg-dbc

    De regiebehandelaar opent een vervolg-dbc als:

    • een (initiële of vervolg-)dbc 365 dagen openstaat en de behandeling nog niet afgerond is;

    • een patiënt weer terug in zorg komt voor dezelfde diagnose binnen 365 dagen na afsluiting van de voorgaande dbc. Echter, als een patiënt binnen 35 dagen terug komt met dezelfde diagnose móet, tenzij de doorlooptijd van de dbc meer dan 365 dagen wordt, de voorgaande dbc heropend worden.

    • als een zorgaanbieder de behandeling van een patiënt overneemt van een andere zorgaanbieder, nadat deze behandelaar een second opinion heeft uitgevoerd.

    • In het artikel 5.1.2 Openen dbc’s in de toelichting staat een meer uitgebreid overzicht van de situaties waarin een vervolg-dbc geopend moet worden.

  • 6. Er wordt géén vervolg-dbc geopend als de patiënt in aanmerking komt voor de generalistische basis-ggz, en voldoet aan één van de patiëntprofielen daarvan. In dat geval wordt de patiënt verwezen naar de generalistische basis-ggz.

5.1.3. Typeren van dbc’s

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Het gaat hier om vastleggen van de identificatiegegevens van de patiënt, het zorgtype en het vastleggen van de classificatie van de (primaire) diagnose van de patiënt.

  • 1. Alleen de regiebehandelaar mag typeren. De dbc moet bij het sluiten volledig en juist getypeerd zijn.

Onderdeel I – Vastleggen identificatiegegevens van de patiënt

  • 2. Welke gegevens de zorgaanbieder (bij een initiële dbc) in ieder geval moet invullen bij de identificatiegegevens van een patiënt, is gebaseerd op de mds. Dit zijn de volgende gegevens:

    • naam patiënt

    • geboortedatum

    • geslacht

    • postcode (wijkcode)

    • burgerservicenummer (BSN)

    • unieke identificatie zorgverzekeraar8 (conform het UZOVI-register)

Onderdeel II – Vastleggen van het zorgtype

  • 3. De regiebehandelaar noteert het zorgtype van een initiële of een vervolg-dbc dat het beste de aanleiding tot zorg beschrijft. Zie het artikel 5.1.3.3 Vastleggen zorgtype in de toelichting voor meer informatie, en Bijlage 1: Zorgtypen voor een overzicht van alle zorgtypen.

Onderdeel III – Classificeren en vastleggen van de diagnose van de patiënt

  • 4. De regiebehandelaar voert de diagnoseclassificatie uit conform DSM-5. Voor de registratie en bekostiging moet de DSM-5 diagnose vertaald worden naar een DSM-IV-TR diagnose.

    De regiebehandelaar registreert de geclassificeerde DSM-5 diagnose en de diagnose van de patiënt conform DSM-IV-TR. De diagnose moet geregistreerd worden op vijf assen. Zie voor uitgebreide toelichting het artikel 5.1.3.4 Vastleggen diagnose.

Registreren primaire diagnose

  • 5. Nadat de diagnose op alle assen is geregistreerd kan de regiebehandelaar aangeven wat de primaire diagnose is die hoort bij het zorgtraject. De primaire diagnose is de belangrijkste reden voor behandeling, en kan alleen uit een diagnose op As 1 of As 2 worden geselecteerd. Niet alle diagnoses op die assen kunnen gekozen worden als primaire diagnose:

    • De primaire diagnose kan niet een van de volgende codes zijn: ‘799.9 Diagnose/aandoening uitgesteld’ of ‘V71.09 Geen diagnose of aandoening op As 2 aanwezig’.

    • Als er bij een diagnose op As 2 ‘Trekken van.’ wordt gescoord, kan deze wel dienen als primaire diagnose.

    • De code op As 2 voor zwakzinnigheid of zwakbegaafdheid kan niet als primaire diagnose geregistreerd worden (hieronder vallen ook de codes voor stoornissen in de kindertijd op As 2).

    Zie ook het artikel 5.1.3.5 Registreren primaire diagnose in de toelichting.

Meerdere (primaire) diagnoses

Er kan sprake zijn van meerdere primaire diagnoses. Dit kan leiden tot:

  • 6.

    • a. Parallelle zorgtrajecten – een aanbieder mag parallelle zorgtrajecten open hebben staan als aan de volgende 3 voorwaarden is voldaan:

      • De verschillende diagnoses moeten apart benoemd zijn in de tabel (in de toelichting op dit artikel) met mogelijke parallelle diagnoses (hierop zijn drie uitzonderingen die hieronder worden benoemd);

      • Er dient sprake te zijn van substantieel verschillende behandelingen. Dit moet de regiebehandelaar kunnen verantwoorden;

      • Een patiënt kan maximaal 3 openstaande zorgtrajecten hebben. Er is een uitzondering voor instellingen met een 24-uurs crisisdienst, voor hen is het mogelijk om een vierde zorgtraject te openen. Dit kan alleen wanneer dit een dbc is met zorgtype ‘crisisinterventie zonder opname’ of ‘crisisinterventie met opname’Er kunnen geen twee crisis-dbc’s parallel lopen.

      Voor parallelle zorgtrajecten gelden dezelfde verplichtingen als voor de reguliere zorgtrajecten.

      Er zijn 3 uitzonderingen waarbij parallelliteit met dezelfde diagnosehoofdgroep (zoals opgenomen in tabel 7) tussen instellingen wel is toegestaan:

      • 1. Behandeling bij ECT

      • 2. Behandeling bij farmacotherapie

      • 3. Behandeling bij tijdelijk verblijf.

      Bij deze uitzonderingen registreert de aanbieder die het parallelle zorgtraject uitvoert het zorgtype ‘Uitzondering parallelliteit ECT’, respectievelijk het zorgtype ‘Uitzondering parallelliteit farmacotherapie’, respectievelijk het zorgtype ‘Uitzondering parallelliteit tijdelijk verblijf’

      Specifiek is bij behandeling bij tijdelijk verblijf nog de voorwaarde van toepassing dat het niet is toegestaan een vervolg DBC te openen

    • b. Seriële zorgtrajecten

      • De primaire diagnoses van de opeenvolgende zorgtrajecten moeten van elkaar verschillen.

5.1.4. Registreren

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Zodra een dbc geopend is kunnen activiteiten en verrichtingen op verschillende categorieën geregistreerd worden: diagnostiek en behandeling, dagbesteding, verblijf en verrichtingen. De codelijst die hiervoor gebruikt moet worden is te vinden in Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen. Daarin zijn ook de meer uitgebreide definities van de activiteiten en verrichtingen beschreven.

  • 1. Alleen behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel (Bijlage 3: Dbc-beroepentabel) mogen tijd registreren. Alleen van beroepen die in deze tabel onder ‘Tijd leidt af’ een ‘ja’ hebben staan, leidt de tijd af naar een prestatie.

  • 2. Tijd die niet direct samenhangt met activiteiten uit het behandelplan en/of niet voldoet aan artikel 1.c, 1.m, 1.o en 1.p van deze nadere regel, mag niet worden geschreven.

  • 3. Een initiële dbc moet directe tijd van een regiebehandelaar bevatten. Daarop zijn enkele uitzonderingen, zie Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen.

  • 4. Behandelaren moeten bij het registreren gebruik maken van de codes die op de registratiedatum in de activiteiten- en verrichtingenlijst staan. Bij het registreren van patiëntgebonden activiteiten moet worden aangeven of het om directe of indirecte (reis)tijd gaat. In de codelijst in Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen staat per activiteit aangegeven welke vormen van tijd geregistreerd mogen worden.

  • 5. Een behandelaar mag alleen de patiëntgebonden tijd, in het kader van de diagnostiek of behandeling, registreren die hij daadwerkelijk heeft besteed aan die activiteit. Niet-patiëntgebonden activiteiten, zoals scholing, het lezen van vakliteratuur, algemene vergaderingen en intervisiebijeenkomsten, mag de (regie)behandelaar niet op een dbc registreren.

  • 6. De behandelaar mag alleen reistijd registreren als de reistijd in het teken staat van direct patiëntgebonden activiteiten. Als de patiënt niet verschijnt (no-show), dan mag de behandelaar de reistijd alsnog registreren. De tijd van het ingepland contact mag in geval van een no-show niet worden geregistreerd. Er mag géén reistijd geregistreerd worden als er gereisd moet worden naar een andere locatie binnen de eigen organisatie (Wtzi instelling).

  • 7. Wanneer de behandelaar in het kader van diagnostiek of behandeling van de patiënt tijd besteedt aan het ‘systeem van de patiënt’ (familieleden, gezinsleden, ouders, partner of andere naasten), moet hij deze tijd registreren op de dbc van de betreffende patiënt.

  • 8. De behandelaar verdeelt, in geval van meerdere behandelvormen tijdens één sessie met een patiënt, de bestede tijd naar verhouding over deze behandelvormen.

  • 9. Wanneer een patiënt groepstherapie krijgt waarbij meerdere mensen tegelijkertijd behandeld worden, deelt de behandelaar zijn bestede tijd door het aantal deelnemers. Het maakt daarbij niet uit op grond van welke bekostiging (forensische zorg (fz), Zvw, Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet etc.) de behandelingen van die patiënten gefinancierd worden.

  • 10. In het geval van een open inloopspreekuur verdeelt de behandelaar de tijd die hij in totaal besteedt aan de patiënten evenredig over het aantal patiënten dat hij tijdens het spreekuur heeft gezien.

  • 11. Zorgaanbieders mogen op hun eigen manier invulling geven aan het registreren van de werkelijk bestede tijd. Het is ook toegestaan om standaardtijden of normtijden9 per activiteit vast te stellen.

  • 12. In het geval van onderlinge dienstverlening registreert de opdrachtgevende zorgaanbieder de activiteiten die de uitvoerende zorgaanbieder heeft uitgevoerd als onderdeel van de prestatie van de opdrachtgever, op de bestaande dbc. De registratievereisten uit deze nadere regel zijn voor de opdrachtgevende zorgaanbieder onverkort van toepassing op activiteiten in het kader van onderlinge dienstverlening. De opdrachtgever betaalt de opdrachtnemer buiten de dbc-systematiek om. Zie ook het artikel 5.1.4.12 Onderlinge dienstverlening.

Categorie I – Diagnostiek en behandeling

  • 13. Alleen behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel, mogen op de dbc diagnostiek en behandeling registreren.

  • 14. In het kader van een behandeling moeten beroepen die onder het beroepencluster ‘somatische beroepen’ vallen (Bijlage 3: Dbc-beroepentabel), hun tijd ook verantwoorden via activiteiten die het best passen bij de behandelingen die opgenomen zijn in Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen.

  • 15. Als behandelaren nog bezig zijn met een vervolgopleiding, registreren zij onder het beroep van de opleiding die zij op het moment van behandelen hebben afgerond (als dat beroep voorkomt in de dbc-beroepentabel). Er mag niet geregistreerd worden op het beroep waarvoor iemand nog in opleiding is.

  • 16. Beroepen die 24-uurscontinuïteitszorg leveren, registreren hun bestede tijd tijdens het verblijf van een patiënt niet, omdat deze tijd is verwerkt in het tarief voor verblijf.

Categorie II – Dagbesteding

  • 17. Iedereen, onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar, kan binnen de dbc dagbesteding registreren.

  • 18. Er zijn vijf vormen van dagbesteding te onderscheiden. Deze staan beschreven in artikel 5.1.4.18 Vormen van dagbesteding in de toelichting. Zie voor de te gebruiken codes Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen.

  • 19. Er geldt een aantal voorwaarden voor het registreren van dagbesteding:

    • Dagbesteding is in het kader van de (psychiatrische) behandeling.

    • Dagbesteding is terug te vinden in het behandelplan opgesteld door de behandelaar.

    • De patiënt is daadwerkelijk aanwezig.

  • 20. Tijdens dagbesteding kan de behandelaar géén direct patiëntgebonden behandelactiviteiten registreren.

  • 21. Dagbesteding mag niet geregistreerd worden met verblijf zónder overnachting.

Categorie III – Verblijf

Bij de registratie van verblijf wordt onderscheid gemaakt tussen verblijf met overnachting en verblijf zonder overnachting. Verblijf wordt altijd geregistreerd op basis van dagen aanwezigheid door middel van deelprestaties verblijf. De codes die bij registratie gebruikt moeten worden staan in Bijlage 2: Activiteiten en verrichtingen, een uitgebreide beschrijving van de verschillende verblijfscategorieën staat in onderdeel Bijlage 4: Deelprestaties verblijf.

  • 22. Iedereen onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar mag verblijfsdagen registreren.

Verblijf met medische noodzaak

  • 23. De aanbieder moet in het behandeldossier vastleggen welke keuzes er gemaakt zijn rondom het inschalen van de patiënt op één van de prestaties van verblijf, rondom het herbeoordelen van de patiënt bij een gewijzigde zorgvraag en rondom het al dan niet beëindigen van het verblijf van de patiënt. Het herbeoordelen van de patiënt gaat over het mogelijk op- en afschalen van de zorg voor de patiënt, wijzigen van afspraken over verlof en wijzigen van afspraken over beveiliging.

  • 24. Voor de keuze van de deelprestatie verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Hiervoor geldt dat op basis van de initiële zorgvraag van de patiënt één van de acht prestaties van verblijf van toepassing is welke het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg.

Verblijf met rechtvaardigingsgrond (VMR)

  • 25. Voor verblijf zonder medische noodzaak, waarvoor er wel een rechtvaardigingsgrond conform de duiding10 van Zorginstituut Nederland bestaat, is de prestatie VMR (Verblijf met rechtvaardigingsgrond) van toepassing.

Verblijfsdag met overnachting

  • 26. Een verblijfsdag met overnachting mag alleen geregistreerd worden als de patiënt op zijn laatst om 20:00 uur is opgenomen en ’s nachts in de instelling verblijft. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag. De dag waarop de patiënt ‘ontslagen’ wordt – en dus niet ’s nachts in de kliniek verblijft – geldt niet als verblijfsdag. De kapitaallasten bij verblijf (nhc) zijn integraal onderdeel van de deelprestaties verblijf.

Toeslagen op nhc voor verblijf

In aanvulling op de declaratie van de verblijfsprestatie, geldt een nhc-toeslag als er sprake is van verblijf in een beveiligde setting voor het beveiligingsniveau 2 en het beveiligingsniveau 3. Deze beveiligingsniveaus komen overeen met de forensische zorg.

De voorwaarde voor de registratie van deze toeslag is dat de beveiligde zorg wordt geleverd door een zorgaanbieder die een gesloten gespecialiseerde voorziening voor geestelijke gezondheidszorg exploiteert en zorg levert aan het ministerie van VenJ.

In aanvulling op de hiervoor genoemde nhc’s geldt voor de PMU een specifieke nhc. Declaratie van deze bijzondere nhc is alleen mogelijk op basis van een overeenkomst tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar.

Verblijfsdag zonder overnachting

  • 27. Voorwaarden voor registratie van vzo

    • Vzo wordt maximaal 1 keer per dag als deelprestatie binnen een dbc gedeclareerd;

    • Er zijn niet meer dan vier uren aan direct patiëntgebonden activiteiten11 op deze dag uitgevoerd;

    • Voor de betreffende patiënt is minimaal 1 uur vov personeel op de betreffende dag ingezet

    • Er is geen sprake van uitsluitend aaneengeschakelde behandeling van de patiënt;

    • Voor de betreffende patiënt vinden op de betreffende dag minimaal twee direct patiëntgebonden activiteiten (diagnostiek en/of behandelingen/of een verrichting ect) plaats;

    • Het is niet toegestaan Vzo te registreren in onderstaande combinaties:

      • Vzo in combinatie met een crisis-dbc (zorgtype 301 en 302);

      • Vzo in combiantiemet dagbesteding;

      • Vzo in combinatie met begeleiding;

      • Vzo in combinatie met verpleging;

      • Vzo in combinatie met verblijf met overnachting (vmo).

Categorie IV – Verrichtingen(overige deelprestaties)

Binnen de zorgcategorie verrichtingen wordt een onderscheid gemaakt tussen electroconvulsietherapie (ect),ambulante methadonverstrekking (amv), beschikbaarheidcomponent crisis (bcc) en de toeslag tolk gebarentaal / communicatiespecialist.

  • 28. Verrichtingen mogen alleen geregistreerd worden door behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel.

  • 29. Bij ect moet de behandelaar de tijd én het aantal behandelingen ect registreren. Zie artikel 5.1.4.29 Electronconvulsietherapie in de toelichting.

  • 30. Bij de verstrekking van methadon aan ambulante patiënten moet de behandelaar de tijd én het aantal verstrekkingen van methadon per kalendermaand registreren. Zie artikel 5.1.4.30 Ambulante verstrekking van methadon in de toelichting.

  • 31. Voor de beschikbaarheidcomponent crisis geldt de voorwaarde dat deze alleen geregistreerd mag worden op een crisis-dbc die directe tijd bevat. Een crisis-dbc bevat altijd de activiteiten van de categorie ‘crisiscontacten’ én de verrichting ‘Beschikbaarheidcomponent voor 24-uurs crisiszorg’.

  • 32. Voor de registratie van de toeslag tolk gebarentaal / communicatie- specialist geldt als vereiste dat deze toeslag alleen mag worden gedeclareerd als er zorg geleverd wordt aan patiënten met een auditieve beperking en waarvoor de inzet van een tolk gebarentaal / communicatiespecialist noodzakelijk is. Het gaat hierbij om vroegdoven, plots- en laatdoven, slechthorenden, doofblinden en patiënten met een gehoorstoornis tinnitus, hypoacousis, ménière of auditieve verwerkingsproblemen.

Deze toeslag wordt altijd in combinatie met een dbc-zorgproduct voor behandeling in rekening gebracht.

5.1.5. Sluiten

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • 1. De regiebehandelaar is verantwoordelijk voor het sluiten van de dbc. De regiebehandelaar (of degene die onder zijn of haar verantwoordelijkheid valt) controleert daarbij de volgende punten:

    • de dbc is ingevuld conform deze nadere regel;

    • de dbc bevat de juiste informatie;

    • de typering is juist en volledig ingevuld;

    • de diagnose is juist ingevuld12;

    • de GAF-score is ingevuld.

  • 2. Als één van de onderdelen onder punt 1. niet, of niet juist is ingevoerd, mag de dbc niet afgesloten worden.

  • 3. Er zijn verschillende redenen waarom een dbc gesloten moet worden, met bijbehorende code voor de sluitreden. Zie artikel 5.1.5.3 Afsluitredenen voor een dbc.

5.1.6. Crisis-dbc

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • 1. Alleen instellingen met een 24-uurs crisisdienst met een regionale functie mogen in het geval van een crisisinterventie een dbc openen waarop crisisactiviteiten geschreven kunnen worden.

    De geleverde crisiszorg heeft als doel de crisissituatie van de patiënt zo spoedig mogelijk te stabiliseren.

  • 2. Alle behandelaren van wie het beroep op de openingsdatum van de dbc is opgenomen in de dbc-beroepentabel mogen op de dbc crisisactiviteiten registreren. Zie Bijlage 3: Dbc-beroepentabel.

  • 3. Een crisis-dbc heeft een maximale duur van 28 dagen.

  • 4. Er mag per patiënt per instelling maar één crisis-dbc tegelijk openstaan.

Openen

In het geval van een crisiscontact wordt een (nieuwe) crisis-dbc geopend of – als er nog korter dan 28 dagen geleden een crisis-dbc is geopend – in de al geopende crisis-dbc geregistreerd. Zie voor voorbeelden van het gebruik van crisis-dbc’s in artikel 5.1.6 Crisis-dbc’s in de toelichting.

  • 5. Er mag pas een nieuwe crisis-dbc geopend worden, als bij de instelling in de periode van 28 dagen vóór die datum geen crisis-dbc geopend is. Als een crisis-dbc (voortijdig) gesloten is, kan deze heropend worden.

  • 6. Na een crisis-dbc met 28 dagen opname mag niet aansluitend een nieuwe crisis-dbc met opname worden geopend. Als opname nog noodzakelijk is, moet aansluitend een reguliere dbc geopend worden.

  • 7. Er moet een nieuwe crisis-dbc geopend worden als:

    • er sprake is van een nieuwe (crisis)patiënt;

    • bij een bekende patiënt na 28 dagen de crisisinterventie nog niet is afgerond;

    • een bekende patiënt terugkomt in crisiszorg, en er meer dan 28 dagen verstreken zijn sinds het openen van de vorige crisis-dbc.

    Voor een overzicht van de situaties waarin een (nieuwe) crisis-dbc geopend moet worden zie ook het atikel 5.1.6.5 Wanneer een crisis-dbc openen in de toelichting.

Typeren

  • 8. In het geval van een crisisinterventie, heeft een behandelaar de keuze uit twee zorgtypen namelijk Crisisinterventie zonder opname en Crisisinterventie met opname. Zie ook het artikel 5.1.6.8 – 5.1.6.12 Typeren van crisis-dbc in de toelichting.

  • 9. Gedurende de looptijd van de dbc mag het zorgtype gewijzigd worden. Het zorgtype moet echter bij het sluiten van de dbc volledig en juist geregistreerd zijn.

  • 10. De diagnose van de crisis-dbc en een gelijktijdig regulier zorgtraject mag overeenkomen. Zie ook onderdeel Crisis-dbc met een gelijktijdig openstaand regulier zorgtraject in artikel 5.1.6.5 Wanneer een crisis-dbc openen.

  • 11. Eén crisis-dbc per crisissituatie. In onderstaande situaties mag er maar één crisis-dbc geopend worden:

    • Als een crisisdienst een patiënt van een andere instelling opvangt en opneemt, een crisis-dbc opent en dezelfde of één van de volgende dagen de patiënt overdraagt aan die ggz-instelling.

      Registratie: één crisis-dbc, door de ambulante crisisdienst. Na overdracht registratie in een reguliere dbc als dat van toepassing is.

    • Na overdracht registratie in een reguliere dbc als dat van toepassing is.

    • Uitzondering: als overdracht plaatsvindt van de ene regionale crisisdienst naar een andere regionale crisisdienst.

    • Als een ambulante crisisdienst face-to-face beoordeelt dat er sprake is van crisis conform definitie, een crisis-dbc opent en de patiënt bij dezelfde instelling in zorg komt.

      Registratie: alles wordt geregistreerd in één crisis-dbc.

    • Als de ambulante crisisdienst telefonische triage doet, er sprake is van crisis conform de definitie en de ambulante crisisdienst doorverwijst door naar een andere instelling met 24 x 7 beschikbaarheidsfunctie.

      Registratie: andere instelling opent de crisis-dbc. Alles wordt geregistreerd in één crisis-dbc. De ambulante crisisdienst opent géén crisis-dbc.

    • Als de politie een patiënt overdraagt aan een ggz-instelling/paaz/puk met regionale 24x7 crisisdienst:

      Registratie: als er sprake is van crisis conform de definitie: ggz-instelling/paaz/puk opent crisis-dbc.

    • Binnen één instelling kan voor één patiënt maar één crisis-dbc per 28 dagen worden geopend (door validatie afgevangen m.i.v. 1-1-2016).

  • 12. Het is niet verplicht om bij een crisis-dbc een diagnose te registreren. Als er bij het openen van een crisis-dbc wél een diagnose wordt geregistreerd, kan dat in de vorm van een zo goed mogelijk passende (werk)diagnose. Als de patiënt opnieuw in crisis raakt hoeft deze diagnose niet te worden aangepast en kan de opvolgende crisis-dbc geregistreerd worden in hetzelfde zorgtraject.

Registreren

  • 13. Behandelaren van een 24-uurs crisisdienst mogen binnen de dbc-systematiek crisiszorg leveren.

  • 14. Er mogen alleen activiteiten geregistreerd worden op een crisis-dbc die in verband staan met crisiszorg. Er moeten dan twee zaken geregistreerd worden, namelijk de beschikbaarheidscomponent én de uitgevoerde crisisactiviteiten. Zie ook 5.1.6.13 – 5.1.6.16 Registreren op een crisis-dbc.

  • 15. Er mogen geen verblijfsdagen (met of zonder overnachting) geregistreerd worden op een crisis-dbc met het zorgtype ‘crisisinterventie zonder opname’.

  • 16. Als er sprake is van parallelle zorgtrajecten, moet de behandelaar de geboden zorg registreren op de dbc waarop deze betrekking heeft. Het is toegestaan dat de reguliere dbc en de crisis-dbc tegelijk open staan, en dat op dezelfde kalenderdag een activiteit wordt geregistreerd op zowel de crisis-als de reguliere dbc, als dat in het belang is van de continuïteit van de zorg.

Sluiten

  • 17. Wanneer een crisis-dbc de maximale looptijd van 28 dagen heeft bereikt, moet deze worden gesloten. Zie voor een eventuele vervolg-dbc artikel 5.1.2 Openen dbc’s.

5.2. Validatiebepalingen dbc’s

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • 1. De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten altijd de mogelijkheid hebben om de dbc-registratie op juistheid te controleren.

  • 2. De zorgaanbieder neemt voor de dbc-registratie en declaratie van dbc's in hun registratie- en declaratiesoftware een validatiemodule op. Het document ‘Toelichting validatieregels ggz’, dat integraal onderdeel uitmaakt van deze nadere regel, bevat de specificaties waaraan de validatiemodule moet voldoen. Dit document is te downloaden van de website van de NZa (www.nza.nl). De validatiemodule moet zodanig zijn ingericht dat uitsluitend dbc’s in rekening kunnen worden gebracht die niet strijdig zijn met de inhoud van deze nadere regel.

  • 3. De zorgaanbieder hanteert de validatiemodule als hulpmiddel om de betrouwbaarheid van dbc's te toetsen en de juistheid van de registratie te verifiëren. Verificatie gebeurt op basis van gegevens in bronbestanden.

5.3. Declaratiebepalingen dbc’s

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Deze nadere regel stelt voorschriften, voorwaarden of beperkingen met betrekking tot het declaratieproces in de gespecialiseerde ggz.

Te declareren dbc-tarief

  • 1. Voor het leveren van zorg aan een patiënt kan de zorgaanbieder een bij deze zorg behorend dbc-tarief declareren als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

    • Het gehele dbc-traject is afgesloten overeenkomstig deze nadere regel.

    • De stappen die het dbc-traject omvat, te weten: openen, typeren, registreren, sluiten en valideren, zijn volledig doorlopen.

    • De hierboven genoemde stappen, met uitzondering van valideren, vinden plaats door of onder verantwoordelijkheid van de regiebehandelaar.

    • De regiebehandelaar heeft direct patiëntgebonden tijd die afleidt naar een prestatie besteed aan de patiënt voor wie wordt gedeclareerd. Als er sprake is van een vervolg-dbc, een initiële dbc door de overgang naar DSM-5 (zorgtype 150), of van een patiënt afkomstig uit de Jeugdwet (zorgtype 147), dan geldt de eis van verplichte directe tijd die afleidt naar een prestatie van de regiebehandelaar niet. Voor crisis-dbc’s zonder verblijf geldt een uitzondering op deze bepaling: de directe tijd die afleidt naar een prestatie hoeft niet door de regiebehandelaar besteed te zijn.

    • Er zijn geen verblijfsdagen in rekening gebracht voor dagen waarop de patiënt afwezig was.

    • Het aantal geregistreerde minuten direct patiëntgebonden tijd dat heeft afgeleid naar een prestatie is zodanig geregistreerd dat effectieve controle door de zorgverzekeraar en de NZa mogelijk is.

  • 2. De zorgaanbieder kan het dbc-tarief in rekening brengen voor alle afgesloten dbc's die zijn gevalideerd door middel van de validatiemodule. Het dbc-tarief dat wordt gedeclareerd is het tarief dat van toepassing was op de datum van openen van de dbc.

  • 3. Het dbc-tarief wordt gedeclareerd aan de patiënt of aan de zorgverzekeraar. Als de patiënt gedurende het dbc-traject is veranderd van zorgverzekeraar, moet het dbc-tarief worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar bij wie de patiënt verzekerd was op de datum van het openen van de dbc.

Onderlinge dienstverlening

  • 4. Als er sprake is van onderlinge dienstverlening, kan de uitvoerende zorgaanbieder de vergoeding daarvoor uitsluitend in rekening brengen aan de zorgaanbieder die de prestatie bij de uitvoerder heeft aangevraagd. Er mag door de uitvoerende zorgaanbieder geen dbc gedeclareerd worden.

Transparantie

  • 5. Een zorgaanbieder heeft bepaalde verplichtingen als het gaat om transparantie richting de patiënt. Voor wat betreft deze verplichtingen verwijzen we naar de beleidsregel ‘Transparantie zorgaanbieders’.

5.4. Informatiebepalingen dbc’s

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dbc-traject startdatum

  • 1. Bij initiële dbc's is dit de datum waarop de eerste directe of indirecte patiëntgebonden activiteit, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie, plaatsvindt.

Dbc-traject einddatum

  • 2. De dbc wordt afgesloten zodra de laatste activiteit (direct of indirect patiëntgebonden) voor een patiënt is geleverd13.

Declaratiecode

  • 3. Dit is de zescijferige code die op basis van de prestatiecode kan worden afgeleid. De declaratiecode is gekoppeld aan de prestatiecode. Meerdere prestatiecodes kunnen afleiden op dezelfde declaratiecode. Aan elke declaratiecode is ook een tarief gekoppeld.

Gedeclareerde tarief

  • 4. Op de factuur wordt het te declareren dbc-tarief vermeld. Het te betalen bedrag wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.

AGB-code

  • 5. Voor zelfstandig gevestigde zorgaanbieders: de AGB-zorgverlenerscode en – als dat van toepassing is- de AGB-praktijkcode.

    Voor instellingen: de AGB-instellingscode en – als dat van toepassing is- de AGB-zorgverlenerscode.

De AGB-code en het beroep van de regiebehandelaar

  • 6. Naast bovenstaande AGB-code moet ook de AGB-code en het beroep van de regiebehandelaar op de factuur vermeld worden. Als de regiebehandelaar in de fase van behandeling een andere regiebehandelaar is dan in de fase van de diagnose, dan moet ook de AGB-code van de tweede regiebehandelaar en diens beroep op de factuur vermeld worden.

Directe en indirecte tijd

  • 7. Op de factuur moet ook de volgende informatie met betrekking tot de bestede tijd, uitgevoerd door een beroep waarvan de tijd afleidt naar een prestatie vermeld worden:

    • 1. directe en indirecte tijd van de regiebehandelaar(s) voorzover deze tijd afleidt naar een prestatie;

    • 2. directe en indirecte tijd van iedere medebehandelaar voorzover deze tijd afleidt naar een prestatie. Van deze medebehandelaardient ook diens beroep vermeld te worden;

    • 3. de totaal bestede directe en indirecte tijd van de gehele dbc (optelsom van 1 en 2).

Het type verwijzer

  • 8. Op de declaratie moet het type verwijzer vermeld te worden naar onderstaande classificatie:

    • 1. verwezen patiënt vanuit de eerste lijn (o.a. huisarts, bedrijfsarts);

    • 2. verwezen patiënt vanuit een (andere) ggz-instelling, instelling voor medisch specialistische zorg of ggz-praktijk;

    • 3. verwezen patiënt vanuit de crisiszorg of spoedeisende hulp;

    • 4. eigen patiënt (bijvoorbeeld in geval van een vervolg-dbc);

    • 5. verwezen patiënt, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld in geval van een verwijzing naar de crisiszorg, buitenlandse zorgaanbieder);

    • 6. zelfverwijzer;

    • 7. bemoeizorg.

AGB-code van de verwijzer

  • 9. Als er sprake is van type verwijzer genoemd onder 5.4.8.1 tot en met 5.4.8.4 (hierboven) moet op de factuur de AGB-code van de verwijzende zorgverlener (natuurlijk persoon) vermeld worden. Dit moet de AGB-code op persoonsniveau zijn.

Dagbesteding

  • 10. Op de factuur moet de activiteitencode waarmee dagbesteding bij de aanbieder wordt geregistreerd en het aantal uren dagbesteding per dbc worden vermeld.

Dbc-prestatiecode

  • 11. De specificatie van het geleverde zorgproduct. De dbc-prestatiecode wordt afgeleid van de gevalideerde dbc-dataset. Deze code bestaat uit 12 alfanumerieke posities, gevuld volgens vier 3-cijferige dbc-componenten en in onderstaande volgorde:

    • zorgtype

    • diagnoseclassificatie

    • zorgvraagzwaarte

    • productgroep voor behandeling van de dbc-dataset

    De diagnose-informatie op de factuur moet zich beperken tot de 14 diagnosehoofdgroepen in uitsluitend de langdurende of intensieve behandelgroepen overeenkomstig de productstructuur. Voor de behandelgroepen ‘diagnostiek’, ‘crisis’ en ‘kortdurend’ is vermelding van diagnose-informatie en de zorgvraagzwaarte op de factuur niet toegestaan. Evenmin is het toegestaan dat uit de factuur blijkt of er ten aanzien van het zorgtype sprake is van een rechterlijke uitspraak.

Zorgvraagzwaarte-indicator

  • 12. Hiervoor geldt het volgende:

    • Indien kosten door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening worden gebracht bij een zorgverzekeraar, neemt de zorgaanbieder de zorgvraagzwaarte in de dbc-prestatiecode op. De zorgaanbieder, bedoeld in de vorige zin, verstrekt de gegevens die op grond van artikel 5.4 van deze nadere regel moeten worden vermeld op de declaratie, op digitale wijze aan de zorgverzekeraar door tussenkomst van VECOZO B.V. met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 7.2a en 7.2b van de Nadere regel zorgverzekering. Verdere verwerking van de zorgvraagzwaarte geschiedt conform het bepaalde bij de Nadere regel zorgverzekering, zoals deze is gewijzigd na inwerkingtreding van de Nadere regel aanlevering zorgvraagzwaarte cggz.14

    • Indien de kosten op andere wijze dan door tussenkomst van VECOZO B.V. in rekening worden gebracht dan geldt dat de component ‘zorgvraagzwaarte’ op de factuur dient te worden aangeduid met ‘000’.

    • Indien de patiënt en de zorgaanbieder een privacy verklaring als bedoeld in artikel 5.5.1 hebben ondertekend dan geldt dat de component ‘zorgvraagzwaarte’ dient te worden aangeduid met ‘999’. Dit geldt zowel voor als er door tussenkomst VECOZO B.V. kosten in rekening worden gebracht als indien er op andere wijze dan door tussenkomst van VECOZO B.V. kosten in rekening worden gebracht.

Deelprestaties

  • 13. De volgende deelprestaties worden onderscheiden:

    • verblijf met overnachting (vmo): in totaal worden acht deelprestaties verblijf onderscheiden (deelprestatie verblijf A t/m H en VMR). Deze deelprestaties worden per dag geregistreerd;

    • verblijf zonder overnachting (vzo);

    • electroconvulsietherapie (ect);

    • ambulante methadon verstrekking (amv);

    • beschikbaarheidcomponent crisis (bcc);

    • toeslag tolk gebarentaal / communicatiespecialist (ttgc).

Alle deelprestaties worden altijd in combinatie met een productgroep voor behandeling in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke deelprestaties op welke datum geleverd zijn.

Lekenomschrijving

  • 14. Als een zorgaanbieder aan de patiënt factureert, voegt hij op de factuur een lekenomschrijving met betrekking tot de geleverde zorg toe. Vermelding van de lekenomschrijving blijft achterwege, als de zorgaanbieder de factuur rechtstreeks aan de zorgverzekeraar zendt.

5.5. Uitzonderingen in geval van privacybezwaren

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Privacyverklaring

  • 1. De artikelen 5.4.3, 5.4.11, 5.4.12 en 5.4.14, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijven buiten toepassing indien de patiënt en de zorgaanbieder gezamenlijk een verklaring hebben ondertekend overeenkomstig Bijlage 6: Profielen zorgzwaartepakketten ggz.

Inzenden verklaring

  • 2. De verklaring bedoeld in artikel 5.5.1 dient vóór, doch uiterlijk op het moment van indiening van de factuur bij de zorgverzekeraar in het bezit te worden gesteld van de zorgverzekeraar van de patiënt.

Bewaren afschrift

  • 3. De zorgaanbieder houdt in zijn administratie een afschrift van de in artikel 5.5.1 bedoelde verklaring.

Aanpassen tarief

  • 4. In aanvulling op de uitzonderingsbepaling van artikel 5.5.1 en zo nodig in afwijking van artikel 5.4.4 zijn patiënt en zorgaanbieder gerechtigd om een tarief, niet hoger dan het geldende maximumtarief, te declareren zodanig dat dit afwijkende tarief niet herleidbaar is naar de diagnose. De zorgaanbieder, al dan niet in gezamenlijkheid met de patiënt, dient in dit geval in overleg met de zorgverzekeraar tot een afwijkende, doch voor beide partijen aanvaardbare betalingsprocedure te komen. De zorgverzekeraar is gehouden om binnen redelijke grenzen medewerking te verlenen aan de totstandkoming van zo’n betalingsprocedure.

Controle door medisch adviseur

  • 5. Controle door de zorgverzekeraar op de rechtmatigheid van facturen, die op grond van artikel 5.5.1 door een zorgaanbieder, dan wel een patiënt, ter betaling aan die zorgverzekeraar zijn aangeboden, vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van een medisch adviseur.

Uitzondering voor zelfbetalers

  • 6. De artikelen 5.4.3, 5.4.11, 5.4.12 en 5.4.14, voor zover betrekking hebbend op tot de diagnose herleidbare gegevens, blijven buiten toepassing indien een patiënt aan de zorgaanbieder te kennen geeft de factuur, resp. facturen, met betrekking tot de door hem genoten behandeling(en) zelf te zullen betalen, althans niet ter betaling bij zijn zorgverzekeraar aan te bieden.

Factuur alsnog ter betaling indienen

  • 7. Indien een patiënt bedoeld in artikel 5.5.6 zich bedenkt en de factuur op een later moment alsnog ter betaling wil indienen bij zijn zorgverzekeraar, dan dient alsnog een verklaring als bedoeld in artikel 5.5.1 te worden ingevuld en ondertekend. De artikelen 5.5.2 tot en met 5.5.5 zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.

6. Zzp’s ggz

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

In dit hoofdstuk worden de registratie-, declaratie- en informatiebepalingen van de prestaties en toeslagen in het kader van de langdurige ggz met behandeling beschreven.

Met prestaties wordt in dit hoofdstuk bedoeld:

  • zzp-ggz b 3 t/m 7 inclusief dagbesteding

  • zzp-ggz b 3 t/m 7 exclusief dagbesteding

  • zzp-ggz Klinisch Intensieve Behandeling

Met toeslagen wordt in dit hoofdstuk bedoeld:

  • toeslag niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie

  • toeslag Vervoer dagbesteding

  • toeslag Woonzorg jong volwassenen ggz

6.1. Algemene registratiebepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • 1. De registratie van de prestaties en toeslagen in de administratie van de zorgaanbieder is volledig, juist en actueel.

  • 2. De registratie van de prestaties en toeslagen start als de patiënt langer dan 365 aaneengesloten dagen behandeling inclusief verblijf heeft ontvangen. Voor patiënten met behandeling en verblijf wordt vanaf dag 366 een zzp-ggz geregistreerd in plaats van een dbc.

  • 3. De registratie van de prestaties en toeslagen eindigt wanneer de patiënt niet langer verblijft in de instelling.

  • 4. In uitzondering op artikel 6.1.3 geldt dat de zorgaanbieder, in verband met het beschikbaar houden van de verblijfsplaats, gedurende de tijdelijke afwezigheid van de patiënt de zzp-ggz mag blijven registreren die ook geregistreerd wordt bij aanwezigheid. Voor registratie bij tijdelijke afwezigheid geldt een maximum van veertien dagen afwezigheid per keer, tellend vanaf de eerste dag na vertrek van de instelling. Dit maximum geldt niet in het geval van ziekenhuisopname.

    In aanvulling op het gestelde in de vorige alinea geldt het volgende:

    Voor de registratie bij tijdelijke afwezigheid van patiënten die als leerling voor dagonderwijs staan ingeschreven en die dit onderwijs ook daadwerkelijk volgen, wordt per keer een maximum afwezigheid berekend. Deze loopt vanaf de eerste dag van afwezigheid van de patiënt tot de maximale wettelijke vakantieduur.

  • 5. De uitzondering als bedoeld in artikel 6.1.4 is niet van toepassing op de toeslagen.

  • 6. Er kunnen niet meerdere zzp’s ggz voor één patiënt voor dezelfde datum worden geregistreerd.

  • 7. De administratieve organisatie is zodanig ingericht dat een audit-trail mogelijk is. De NZa en de zorgverzekeraar moeten altijd de mogelijkheid hebben om vastlegging van de uitgevoerde behandeltrajecten op juistheid te controleren.

6.2. Declaratiebepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • 1. De zorgaanbieder declareert de prestatie met het profiel dat overeenkomt met het profiel van de patiënt (zie Bijlage 6: Profielen zorgzwaartepakketten ggz). De declaratie vindt plaats op patiëntniveau. De normatieve huisvestingscomponent (nhc) en normatieve inventariscomponent (nic) maken integraal onderdeel uit van de zzp.

  • 2. Er kunnen niet meerdere zzp’s ggz voor één patiënt voor dezelfde datum worden gedeclareerd.

  • 3. De toeslagen worden altijd in combinatie met een zzp-ggz in rekening gebracht.

  • 4. De declaratieperiode voor de prestaties en toeslagen is een kalendermaand.

  • 5. Als er een verandering in de zorgvraag van de patiënt optreedt, kan een andere (hoger of lager) zzp-ggz worden gedeclareerd.

  • 6. De prestaties en toeslagen worden na afloop van de declaratieperiode in rekening gebracht.

  • 7. De declaratie bestaat uit het aan de patiënt geleverde aantal zzp dagen en eventuele toeslagen binnen de declaratieperiode, met inbegrip van het gestelde in artikel 6.1.4.

  • 8. Een zorgaanbieder heeft bepaalde verplichtingen als het gaat om transparantie richting de patiënt. Voor wat betreft deze verplichtingen verwijzen we naar de beleidsregel ‘Transparantie zorgaanbieders’.

6.3. Informatiebepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Elke factuur bevat in ieder geval de volgende gegevens:

Begindatum declaratieperiode

  • 1. Het gaat hier om de datum van de eerste dag in de betreffende declaratieperiode.

Einddatum declaratieperiode

  • 2. Het gaat hier om de datum van de laatste dag die onderdeel uitmaakt van de betreffende declaratieperiode.

Gedeclareerde prestatie(s)

  • 3. Het gaat hier om de in rekening te brengen zzp’s ggz. Het moet duidelijk zijn welke zzp’s ggz gedeclareerd (prestatiecode) worden en in welk aantal.

Toeslagen

  • 4. De volgende toeslagen worden onderscheiden:

    • niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie

    • vervoer dagbesteding

    • woonzorg jong volwassenen ggz

Alle toeslagen worden altijd in combinatie met een zzp-ggz in rekening gebracht. Op de factuur wordt vermeld welke toeslagen op welke datum geleverd zijn en tegen welk tarief.

Gedeclareerde tarief

  • 5. Het gaat hier om de tarieven die in rekening worden gebracht voor de zzp’s ggz en toeslagen en het in totaal gedeclareerde bedrag (pxq).

AGB-code

  • 6. De AGB-instellingscode en – als dat van toepassing is- de AGB-zorgverlenerscode.

Lekenomschrijving

  • 7. Als een zorgaanbieder aan de patiënt factureert, voegt hij op de factuur een lekenomschrijving met betrekking tot de geleverde zorg toe. Vermelding van de lekenomschrijving blijft achterwege als de zorgaanbieder de factuur rechtstreeks aan de zorgverzekeraar zendt.

7. Overige zorgproducten (ozp’s)15

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

De categorie ‘overige zorgproducten’ (ozp’s) heeft geen relatie met het dbc- of zzp-ggz-traject van een patiënt. De registratieprocessen voor de dbc’s en zzp’s ggz gelden dus ook niet voor de ozp’s. De integrale tarieven voor de overige zorgproducten kunnen daarom afzonderlijk gedeclareerd worden aan de patiënt, zorgverzekeraar of aan de opdrachtgever. Voor meer informatie over overige zorgproducten wordt verwezen naar de beleidsregel ‘Prestaties en tarieven gespecialiseerde ggz’.

Als er aan een patiënt zowel basispakketzorg als niet basispakketzorg wordt geleverd, dan declareert de zorgaanbieder zowel een dbc/zzp-ggz als een ozp.

Zorg die tot het basispakket behoort

  • 1. Bij consultaties door een psychiater bij een euthanasieverzoek op grond van psychisch lijden kan het specifiek ozp in rekening worden gebracht. De werkzaamheden die met dit ozp in rekening kunnen worden gebracht betreffen het dossieronderzoek, gesprek met patiënt en naasten, verslaglegging en afsluiting. Hierbij geldt een maximum van 12 uur per patiënt.

Zorg die niet tot het basispakket behoort

  • 1. Het is zorgaanbieders niet toegestaan om zorg die niet tot het basispakket behoort, in rekening te brengen als zorg die tot het basispakket behoort.

  • 2. Voor het declareren van zorg die niet onder het basispakket valt, maar wel zorg is zoals omschreven in de Wmg, brengt de zorgaanbieder één van de voor deze zorg vastgestelde ozp’s in rekening. Als er geen aparte prestatie bestaat voor de niet-basispakketzorg, dan kunnen de volgende algemene prestaties gebruikt worden:

    • ozp niet-basispakketzorg consult

    • ozp niet-basispakketzorg verblijf

  • 3. Activiteiten en verrichtingen die niet onder de reikwijdte van het begrip ‘zorg’ als omschreven in artikel 1, onder b, Wmg behoren, worden niet via prestaties of ozp’s gedeclareerd.

  • 4. Bij keuringen, rapporten en informatieverstrekkingen kunnen aanbieders bij levering van specifieke prestaties een prestatie (‘toeslag’) in rekening brengen voor additionele directe of indirecte tijd. De zorgverlener moet de patiënt vooraf informeren wanneer hij verwacht gebruik te maken van deze toeslag bovenop de standaardprestatie.

9. Overgangsbepaling

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

De regeling ‘Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg’, met kenmerk NR/REG-1803, blijft van toepassing op gedragingen (handelen en nalaten) van zorgaanbieders die onder de werkingssfeer van die regeling vielen en die zijn aangevangen – en al dan niet beëindigd – in de periode dat die regeling gold. Dit betekent dat voor overlopende dbc’s (dbc’s gestart vóór 1 april 2018 en doorlopend in 2018) de op het moment van opening van de dbc geldende nadere regel van toepassing is.

10. Inwerkingtreding en citeerregel

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Deze nadere regel treedt in werking met ingang van 1 april 2018. Deze regeling wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant op grond van artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg).

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regel ‘Gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg’.

Nederlandse Zorgautoriteit

M.J. Kaljouw

voorzitter Raad van Bestuur

Bijlage 1. Zorgtypen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Tabel 1: Zorgtypen initiële dbc’s

Initiële dbc

Code

Zorgtype

101

Reguliere zorg

106

Second opinion-dbc

107

Zorg op basis van een tertiaire verwijzing

108

Langdurig periodieke controle (bij overname)

109

Bemoeizorg

110

Rechterlijke machtiging (rm)

111

Inbewaringstelling (ibs)

116

Rechterlijke machtiging met voorwaarden

147

Overgang vanuit de Jeugdwet

150

Overgang naar DSM-5

152

Uitzondering paralleliteit ECT

153

Uitzondering parallelliteit farmacotherapie

154

Uitzondering parallelliteit tijdelijk verblijf

Reguliere zorg – 101

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Het zorgtype reguliere zorg wordt gebruikt voor patiënten met een nieuwe zorgvraag die vanuit de eerste lijn, door bijvoorbeeld de huisarts of een collega-specialist, zijn doorverwezen.

Second opinion – 106

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Een ‘second opinion’ is de herbeoordeling van een zorgvraag en het bijbehorend advies van een andere zorgaanbieder. Er is doorgaans sprake van een beperkt aantal contacten en er is géén sprake van een overname van de behandeling. Als de dbc het zorgtype ‘Second opinion’ (106) heeft, moet de behandelaar minimaal één diagnostische activiteit registreren. Een dbc met dit zorgtype mag daarnaast niet meer dan 250 minuten directe tijd bevatten.

Zorg op basis van tertiaire verwijzing – 107

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Het betreft een patiënt met een nieuwe zorgvraag, die wordt gezien op basis van een erkende doorverwijzing door een andere zorgaanbieder omdat daar de benodigde expertise, kennis, ervaring en/of behandelfaciliteiten voor die zorgvraag niet aanwezig zijn.

Langdurig periodieke controle (bij overname) – 108

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Er is sprake van een meerjarig zorgtraject waarbij de patiënt tenminste

eenmaal per jaar ter controle wordt gezien nadat de initiële behandelingsfase is afgerond. Dit zorgtype kan alleen bij een initiële dbc worden geregistreerd wanneer de patiënt wordt overgenomen vanuit een andere zorginstelling/organisatie en waarbij er sprake is van een langdurig periodieke controle.

Bemoeizorg – 109

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype wordt geregistreerd als bemoeizorg de aanleiding is voor het starten van de dbc in de gespecialiseerde ggz. Er is geen sprake van een juridische maatregel ten aanzien van de zorg. Activiteiten die gerekend kunnen worden tot bemoeizorg (voortraject; aanleiding van zorg; nog geen zorgvraag en zorgvrager) behoren niet tot de geneeskundige ggz en vallen daarmee niet onder de dbc-systematiek.

Rechterlijke machtiging (rm) – 110

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Bij het zorgtype rm is er sprake van gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis in het kader van de wet Bijzondere Opname Psychiatrische in Ziekenhuizen (Bopz). dbc’s met zorgtype rm moeten verblijfsdagen met overnachting bevatten en een activiteit uitgevoerd door een beroep uit het beroepencluster ‘medische beroepen’. Niet alle gevallen van rechterlijke machtiging vallen onder de Zvw/dbc-systematiek voor de ggz. Een rechterlijke machtiging die wordt afgegeven voor iemand in detentie die tijdelijk moet worden opgenomen in een ggz-instelling, valt onder het strafrecht en daarmee onder de systematiek voor forensische zorg in strafrechtelijk kader (dbbc-systematiek).

Inbewaringstelling (ibs) – 111

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Bij het zorgtype ibs is er sprake van een gedwongen spoedopname in een psychiatrisch ziekenhuis in het kader van de wet Bopz. dbc’s met zorgtype ibs moeten verblijfsdagen met overnachting bevatten en een activiteit geregistreerd door een beroep uit de beroepencluster ‘medische beroepen’. Er mogen geen activiteiten worden geregistreerd door het instellingstype ‘Zelfstandig gevestigde praktijken’.

Rechterlijke machtiging met voorwaarden – 116

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype is een variant op het zorgtype rm waarbij de patiënt een gedwongen opname kan voorkomen als deze zich aan de door de rechter gestelde voorwaarden houdt. dbc’s met zorgtype rm met voorwaarden hebben activiteiten geregistreerd door een beroep uit het beroepencluster ‘medische beroepen’.

Overgang DSM-5 – 150

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype moet gebruikt worden voor een lopende behandeling die in 2018 wordt voortgezet met een nieuw zorgtraject en een initiële dbc door de overgang naar DSM-5.

Overgang vanuit de jeugdwet – 147

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype moet gebruikt worden als een lopende behandeling, bekostigd onder de Jeugdwet, wordt voortgezet en wordt bekostigd vanuit de Zvw.

Uitzondering parallelliteit ECT[152]

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij ECT

Uitzondering parallelliteit farmacotherapie [153]

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij farmacotherapie.

Uitzondering parallelliteit tijdelijk verblijf [154]

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij tijdelijk verblijf.

Tabel 2: Zorgtypen vervolg-dbc’s

Vervolg-dbc

Code

Zorgtype

201

(Langdurig periodieke) controle

202

Voortgezette behandeling

203

Uitloop

204

Exacerbatie/recidive

205

Bemoeizorg

206

Rechterlijke machtiging (rm)

211

Rechterlijke machtiging met voorwaarden

252

Uitzondering paralleliteit ECT

253

Uitzondering parallelliteit farmacotherapie

(langdurig periodieke) Controle – 201

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Registreer dit vervolg zorgtype als de patiënt ten minste eenmaal per jaar ter controle wordt gezien nadat de initiële behandelingsfase is afgerond.

Voortgezette behandeling – 202

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Kies voor het vervolg zorgtype voortgezette behandeling als een behandeling voor een bepaalde diagnose langer dan 365 dagen duurt.

Uitloop – 203

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit vervolg zorgtype wordt geregistreerd als een behandeling door omstandigheden (bijvoorbeeld wachtlijsten) langer duurt dan 365 dagen. In feite zou de behandeling binnen 365 dagen na openen van de dbc afgerond kunnen worden. Door omstandigheden die niet door de behandeling zelf worden veroorzaakt, wordt deze periode echter overschreden.

Exacerbatie/recidive – 204

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Het vervolg zorgtype exacerbatie/recidive mag worden geregistreerd als de patiënt binnen 365 dagen na sluiten van de dbc voor dezelfde primaire diagnose weer in behandeling komt bij dezelfde zorgaanbieder. Bij het openen van een vervolg-dbc met dit zorgtype gaat het niet om het voorzetten van de vorige dbc, maar om een terugval.

Bemoeizorg – 205

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit vervolg zorgtype wordt geregistreerd als bemoeizorg de aanleiding is voor het starten van de dbc in de gespecialiseerde ggz. Er is geen sprake van een juridische maatregel ten aanzien van de zorg. Activiteiten die gerekend kunnen worden tot bemoeizorg (voortraject; toeleiding naar zorg; nog geen zorgvraag en zorgvrager) behoren niet tot de geneeskundige ggz en vallen daarmee niet onder de dbc-systematiek.

Rechterlijke machtiging (rm) – 206

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Bij het vervolg zorgtype rm is er sprake van gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis in het kader van de wet Bijzondere Opname

Psychiatrische Ziekenhuizen (Bopz). Dbc’s met zorgtype rm moeten verblijfsdagen met overnachting bevatten en een activiteit geregistreerd door een beroep uit het beroepencluster ‘medische beroepen’. Niet alle gevallen van rechterlijke machtiging vallen onder de Zvw/dbc ggz-systematiek. Een rechterlijke machtiging die wordt afgegeven voor iemand in detentie die tijdelijk moet worden opgenomen in een ggz-instelling, valt onder het strafrecht en daarmee onder de systematiek voor forensische zorg in strafrechtelijk kader (dbbc-systematiek).

Rechterlijke machtiging met voorwaarden – 211

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit vervolg zorgtype is een variant op het zorgtype rm waarbij de patiënt een gedwongen opname kan voorkomen als deze zich aan de door de rechter gestelde voorwaarden houdt. dbc’s met zorgtype rm met voorwaarden hebben activiteiten geregistreerd door een beroep uit het beroepencluster ‘medische beroepen’.

Uitzondering parallelliteit ECT[252]

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij ECT.

Uitzondering parallelliteit farmacotherapie [253]

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit zorgtype wordt geregistreerd indien er gebruik gemaakt wordt van de uitzonderingssituatie waarbij parallelliteit is toegestaan bij behandeling bij farmacotherapie.

Tabel 3: Zorgtypen crisis-dbc’s

Crisis-dbc

Code

Zorgtype

301

Crisisinterventie zonder opname

302

Crisisinterventie met opname

Crisisinterventie zonder opname – 301

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

N.B.: dit zorgtype mag alleen geregistreerd worden door een 24-uurs crisisdienst met regionale functie. De patiënt komt ambulant voor een crisisinterventie in zorg. De crisisinterventie vindt plaats bij de regionale 24-uurs crisisdienst. Het initiatief voor het contact ligt (vanaf een leeftijd van 16 jaar) bij de patiënt zelf, bij familie of het sociale netwerk, bij de politie, bij de gemeente of brandweer of bij de huisarts. Er is geen sprake van opname van de patiënt. Bij een crisisinterventie zonder opname, vinden crisiscontacten plaats voor de stabilisatie van de patiënt, zonder dat de patiënt bij de crisisdienst overnacht. Als een patiënt uit crisiszorg gaat of overgaat naar een reguliere behandeling, moet de dbc met dit zorgtype gesloten worden. dbc’s met het zorgtype ‘Crisisinterventie zonder opname’ hebben een looptijd van maximaal 28 kalenderdagen en kunnen geen verblijfsdagen (met of zonder overnachting) bevatten.

Crisisinterventie met opname – 302

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

N.B.: dit zorgtype mag alleen geregistreerd worden door een 24-uurs crisisdienst met regionale functie. Het gaat hier om een crisisinterventie met een klinische opname en is aan de orde wanneer een patiënt crisiszorg nodig heeft die wordt geboden door een regionale 24-uurs crisisdienst. Een dbc met dit zorgtype zijn crisiscontacten waarbij een patiënt, voor stabilisatie verblijft binnen de instelling. Als een patiënt uit crisiszorg gaat of overgaat naar een reguliere behandeling, moet de dbc met dit zorgtype gesloten worden. dbc’s met het zorgtype ‘Crisisinterventie met opname’ hebben een looptijd van maximaal 28 kalenderdagen en de dbc moet minimaal 1 en maximaal 27 verblijfsdagen met overnachtingen bevatten.

Bijlage 2. Activiteiten en verrichtingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Codelijst en omschrijvingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Deze bijlage bevat achtereenvolgens de codelijst met alle te registreren activiteiten en verrichtingen, en de meer uitgebreide definitie daarvan.

Activiteit

Soort

Selecteerbaar

Mag direct

Mag indirect

Mag reistijd

Mag groep?

1. Pré-intake

Tijdschrijven

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

2. Diagnostiek

Tijdschrijven

Nee

       

2.1

Intake & screening

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.2

Verwerven informatie van eerdere behandelaars

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.3

Anamnese / vragenlijsten

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.4

Hetero-anamnese

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.5

Psychiatrisch onderzoek

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.6

Psychodiagnostisch onderzoek

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

2.6.1

Intelligentie

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.6.2

Neuropsychologisch

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.6.3

Persoonlijkheid

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.7

Orthodidactisch onderzoek

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.8

Vaktherapeutisch onderzoek

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.9

Contextueel onderzoek (gezin, school, etc.)

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.10

Lichamelijk onderzoek

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.11

Aanvullend onderzoek: lab, rad, klin.neur.)

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.12

Advisering

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2.13

Overige diagnostische activiteiten

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3. Behandeling

Tijdschrijven

Nee

       

3.1

Communicatief behandelcontact

Tijdschrijven

Nee

       

3.1.1

Follow up behandelcontact

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.1.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.1.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.1.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.1.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.1.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.1.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.1.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.2

Steunend en structurerend behandelcontact

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.2.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.2.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.2.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.2.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.2.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.2.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3

Psychotherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.1

Psychoanalyse

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.1.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.1.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.1.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.2

Psychodynamische psychotherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.2.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.2.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.2.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.2.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.2.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.2.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.3

Gedragstherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.3.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.3.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.3.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.3.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.3.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.3.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.4

Cognitieve gedragstherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.4.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.4.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.4.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.4.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.4.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.4.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.5

Interpersoonlijke therapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.5.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.5.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.5.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.5.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.5.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.5.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.6

Patiëntgerichte therapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.6.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.6.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.6.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.6.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.6.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.6.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.7

Systeemtherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.7.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.7.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.7.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.7.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.7.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.7.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.8

Overig psychotherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.3.8.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.8.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.8.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.8.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.3.8.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.3.8.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.4

Overige (communicatieve) behandeling

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.1.4.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.4.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.4.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.4.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.1.4.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.1.4.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.2

Farmacotherapie

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.3

Fysische therapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.3.1

Electroconvulsietherapie

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.3.2

Lichttherapie

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.3.3

Transcraniële magnetische stimulatie

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.3.4

Overig behandeling fysische technieken

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.3.5

Deep brain stimulation

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.3.6

Neurofeedback

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4

Vaktherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.4.4

Beeldende therapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.4.4.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.4.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.4.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.4.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.4.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.4.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.5

Danstherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.4.5.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.5.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.5.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.5.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.5.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.5.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.6

Dramatherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.4.6.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.6.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.6.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.6.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.6.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.6.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.7.

Muziektherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.4.7.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.7.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.7.4.

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.7.5.

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.7.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.7.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.8.

Psychomotorische therapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.4.8.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.8.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.8.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.8.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.4.8.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.4.8.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

ja

3.5

Fysiotherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.5.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.5.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.5.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.5.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.6

Ergotherapie

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

3.6.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.6.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3.6.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

3.6.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

1. Begeleiding

Tijdschrijven

Nee

       

4.1

Activerend begeleidingscontact

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

4.1.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

4.1.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

4.1.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

4.1.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

4.1.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

4.1.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

4.2

Ondersteunend begeleidingscontact

Tijdschrijven

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

4.2.1

Patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

4.2.2

Patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

4.2.4

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt individu

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

4.2.5

Systeem (gezin/paar/ouders) zonder patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

4.2.6

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt individueel

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

4.2.7

Systeem (gezin/paar/ouders) met patiënt in groep

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

2. Verpleging

Tijdschrijven

Nee

       

5.1

Verpleging

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

3. Crisis

Tijdschrijven

Nee

       

6.1

Crisiscontact binnen kantooruren

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

6.2

Crisiscontact buiten kantooruren

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

6.4

Intake en screening crisisinterventie

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

6.5

Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

6.6

Farmacotherapie crisisinterventie

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

6.7

Steunend en structurerend crisiscontact

Tijdschrijven

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

4. Algemeen indirecte tijd

Tijdschrijven

Nee

       

7.1

Zorgcoördinatie

Tijdschrijven

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

7.2

No show

Tijdschrijven

Ja

Nee

Nee

Ja

Nee

7.3

Interne patiëntbespreking (mdo)

Tijdschrijven

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

7.4

Extern overleg met derden (buiten de instelling)

Tijdschrijven

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

7.5

Verslaglegging algemeen (bijv. correspondentie, brief)

Tijdschrijven

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

7.6

Activiteiten i.v.m. juridische procedures (bijv. ibs, Bopz)

Tijdschrijven

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

7.7

Regelen tolken

Tijdschrijven

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

5. Verblijfsdag met overnachting (24-uurs verblijf)

Verblijfsdag

Nee

       

8.8

Verblijf met overnachting (24-uurs verblijf)

Verblijfsdag

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

8.8.01

Deelprestatie verblijf A (Lichte verzorgingsgraad)

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

8.8.02

Deelprestatie verblijf B (Beperkte verzorgingsgraad)

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

8.8.03

Deelprestatie verblijf C (Matige verzorgingsgraad)

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

8.8.04

Deelprestatie verblijf D (Gemiddelde verzorgingsgraad)

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

8.8.05

Deelprestatie verblijf E (Intensieve verzorgingsgraad)

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

8.8.06

Deelprestatie verblijf F (Extra intensieve verzorgingsgraad)

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

8.8.0.7

Deelprestatie verblijf G (zeer intensieve verzorgingsgraad)

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

8.8.0.8

Deelprestatie verblijf H (HIC)

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

8.9

Verblijf zonder overnachting

Verblijfsdag

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

8.9.01

Deelprestatie verblijf zonder overnachting

Verblijfsdag

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

1. Dagbesteding

Dagbesteding

Nee

       

9.1

Dagbesteding sociaal (ontmoeting)

Dagbesteding

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

9.2

Dagbesteding activering (dagactiviteiten)

Dagbesteding

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

9.3

Dagbesteding educatie

Dagbesteding

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

9.4

Dagbesteding arbeidsmatig

Dagbesteding

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

9.5

Dagbesteding overig

Dagbesteding

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

2. Verrichting

Verrichting

Nee

       

10.1

Electroconvulsietherapie

Verrichting

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

10.2

Ambulante methadon (medicijn, registratie per maand)

Verrichting

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

10.3

Beschikbaarheidcomponent 24-uurs crisiszorg

Verrichting

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

10.6

Toeslag tolk gebarentaal / communicatiespecialist

Verrichting

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Crisisactiviteien tijdens de crisisdienst

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Crisisinterventie zonder opname (301)

Crisisinterventie met opname (302)

DC:0-3

Diagnosetabel

Beschikbaarheidcomponent crisisdienst

Beschikbaarheidcomponent crisisdienst

Crisisactiviteiten

– Crisiscontact binnen kantooruren

– Crisiscontact buiten kantooruren

– Intake en screening crisisinterventie

– Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie

– Farmacotherapie crisisinterventie

– Steunend en structurerend crisiscontact

Crisisactiviteiten

– Crisiscontact binnen kantooruren

– Crisiscontact buiten kantooruren

– Intake en screening crisisinterventie

– Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie

– Farmacotherapie crisisinterventie

– Steunend en structurerend crisiscontact

Algemeen indirecte tijd

Algemeen indirecte tijd

 

Verblijfsdagen met overnachting

Definities van activiteiten en verrichtingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Diagnostiek en behandeling en behandeling

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

1. Pré-intake

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Op deze activiteit wordt de indirect patiëntgebonden tijdsbesteding geschreven die wordt besteed aan patiënten voorafgaand aan de intake. Het is mogelijk dat een dbc met alleen pré-intake niet leidt tot een vervolgtraject en dus niet verder getypeerd zal worden. De dbc kan dan worden afgesloten met reden van sluiten pré-intake, intake of diagnostiek. Voorbeelden zijn: een patiënt proberen te bereiken voor een eerste afspraak, overleg met de verwijzer over de geschiktheid voor verwijzing van een potentiële patiënt. Onder pré-intake mogen geen activiteiten in het kader van openbare ggz of preventie worden geschreven. Op pré-intake kan alleen indirect patiëntgebonden tijd worden geregistreerd. Omdat er altijd directe tijd in een dbc geregistreerd moet zijn, is het niet mogelijk een dbc te hebben met alleen pre-intake.

2. Diagnostiek

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Dit onderdeel omvat alle activiteiten gericht op verduidelijking van de klachten en van de zorgvraag. Onder diagnostiek onderscheiden we de volgende activiteiten:

  • Intake/screening: alle (gespreks)activiteiten gericht op verduidelijking van de klachten en van de zorgvraag.

  • Verwerven informatie van eerdere behandelaars.

  • Anamnese: het verzamelen van alle noodzakelijke diagnostische informatie bij de patiënt met behulp van gesprekken en vragenlijsten.

  • Hetero-anamnese: het verzamelen van alle noodzakelijke diagnostische informatie bij de partner, familie of andere relaties van de patiënt met behulp van gesprekken en vragenlijsten.

  • Psychiatrisch onderzoek.

  • Psychodiagnostisch onderzoek (intelligentie, neuropsychologisch, persoonlijkheid).

  • Orthodidactisch onderzoek.

  • Vaktherapeutisch onderzoek.

  • Contextueel onderzoek (gezin, school, et cetera): inschatten van de invloed/beperkingen/mogelijkheden van gezin, school of andere voor het kind/de jeugdige betekenisvolle milieus.

  • Lichamelijk onderzoek.

  • Aanvullend onderzoek (laboratorium, radiologie, klinische neurofysiologie, nucleaire geneeskunde). De behandelaar registreert de patiëntgebonden tijd die hij besteedt aan het aanvragen en (laten) uitvoeren van aanvullend onderzoek.

  • Advisering: diagnostische bevindingen en beleidsadvies bespreken met betrokkenen en in gezamenlijkheid bepalen van het verdere beleid.

  • Overige diagnostische activiteiten.

Op deze activiteiten wordt alle daarmee samenhangende direct en indirect patiëntgebonden tijd geschreven.

3. Behandeling

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • Communicatieve behandeling: hieronder wordt iedere vorm van behandeling verstaan waarbij communicatie op zichzelf het belangrijkste instrument is om tot vermindering van klachten of symptomen te komen. Het begrip omvat wat vroeger ook wel ‘gespreksbehandeling’ werd genoemd, maar biedt tevens ruimte voor elektronische of schriftelijke communicatie en voor non-verbale communicatietechnieken.

    De categorie communicatieve behandeling is onderverdeeld in de volgende groepen:

    • Follow-up behandelingscontact: hierbij wordt het beloop van de klachten en symptomen vastgelegd in het vervolg op een eerder ingestelde behandeling van welke soort dan ook. Zo nodig wordt de eerder ingestelde behandeling aangepast en worden adviezen gegeven met betrekking tot het dagelijks functioneren van de patiënt.

    • Steunend en structurerend behandelingscontact: ter vermindering van klachten en symptomen en verandering van habituele gedragspatronen, wordt gericht gebruik gemaakt van empathie, confrontatie, cognitieve herordening en gedragsveranderende technieken.

    • Psychotherapie: is opgesplitst in een aantal mogelijke soorten psychotherapie. Met name die vormen zijn genoemd die steunen op de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek of op de professionele traditie. Daarnaast is een categorie ‘overig’ opgenomen (denk bijvoorbeeld aan vormen van psychotherapie die niet in de registratielijst worden genoemd zoals kinderpsychotherapie, familieopstellingen, milieutherapie et cetera).

    • Overige (communicatieve) behandelcontacten betreffen alle activiteiten die vallen onder communicatieve behandeling maar niet zijn te plaatsen onder de hierboven genoemde groepen. Onder deze categorie kunnen we onder andere de volgende activiteiten rekenen: psycho-educatie, training patiënten, ouder-groepstraining, videohometraining, instructies, et cetera. Ook de somatische activiteiten en logopedie kunnen onder deze activiteit worden weggeschreven.

    Op deze activiteiten wordt alle daarmee samenhangende patiëntgebonden tijd geschreven. Preventieve activiteiten die in het kader van het behandeltraject van de patiënt plaatsvinden, kunnen worden weggeschreven als directe tijd onder overige (communicatieve) behandelcontacten bijvoorbeeld leefstijltraining, educatieve behandeling et cetera.

  • Farmacotherapie: dit betreft de medicamenteuze behandeling van psychiatrische en somatische aandoeningen bij patiënten (zowel klinisch als ambulant). Op deze activiteit wordt de directe en indirect patiëntgebonden tijd geschreven met betrekking tot het voorschrijven en toepassen van farmacotherapie (het consult).

  • Fysische therapie: dit betreft de behandeling met behulp van fysische technieken. Daarbij worden fysische stimuli (zoals elektriciteit, magnetische golven et cetera) op (delen van) de hersenen gericht. De toediening van de stimuli kan binnen de schedel plaatsvinden, door de schedel heen of via afferente zenuwbanen. Deze vormen van behandeling zijn sterk in ontwikkeling. De volgende vormen van fysische therapie zijn opgenomen:

    • Electroconvulsietherapie

    • Lichttherapie

    • Transcraniële magnetische stimulatie

    • Overig behandeling fysische technieken

    • Deep brain stimulation.

    De behandelaren registreren de door hen bestede patiëntgebonden tijd op deze activiteiten. Voor electroconvulsietherapie geldt dat de materiële kosten en de inzet van beroepen die niet voorkomen op de dbc-beroepentabel (bijvoorbeeld anesthesist, verkoeververpleegkundige) in kaart worden gebracht via registratie van een verrichting/behandeling ect.

  • Vaktherapie: Dit is een behandelvorm voor mensen met psychiatrische stoornissen en psychosociale en fysieke problematiek, waarbij methodisch gebruik gemaakt wordt van een ervaringsgerichte werkwijze. De vakdisciplines zijn: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie en psychomotorische therapie. Vaktherapie wordt uitgeoefend door beeldende, dans-, drama-, muziek- en psychomotorische therapeuten die hiertoe een opleiding hebben afgerond aan een erkende opleiding tot een vaktherapeutisch beroep. Systematische inzet van werkvormen, materialen en technieken in de genoemde disciplines zijn het voertuig voor de beroepsuitvoering. De problematiek van de cliënt komt ‘al doende’ naar voren en leidt tot ervaringen die effect hebben op de problematiek.

  • Fysiotherapie: Het betreft hier fysiotherapie ter behandeling van de stoornis zoals geregistreerd in de ggz-dbc. Het gaat om activiteiten zoals die ook terug te vinden zijn in de beleidsregel Prestatiebeschrijvingen voor fysiotherapie

  • Ergotherapie: Het betreft hier ergotherapie ter behandeling van de stoornis zoals geregistreerd in de ggz-dbc. Het gaat om activiteiten zoals die ook terug te vinden zijn in de beleidsregel Prestatiebeschrijvingen voor ergotherapie.

4. Begeleiding

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Begeleiding betreft methodisch verantwoorde beïnvloeding (doelgericht, bewust, procesmatig en systematisch) van een patiënt of patiëntsysteem, waarbij de verantwoording ligt bij de patiënt. In tegenstelling tot behandeling is het niet gericht op fundamentele verbetering maar op emotionele opvang, herstel of verbetering in sociaal functioneren geplaatst tegen de achtergrond van een reëel perspectief.

  • Activerende begeleiding: dit omvat door een instelling te verlenen activerende activiteiten gericht op het herstel of voorkomen van verergering van gedrags- of psychische problematiek.

  • Ondersteunende begeleiding (OB): omvat ondersteunende activiteiten in verband met een psychiatrische aandoening of beperking, gericht op bevordering of behoud van zelfredzaamheid of bevordering van de integratie van de verzekerde in de samenleving, te verlenen door een instelling. In de meeste gevallen zal OB niet onder de tweedelijns gespecialiseerde ggz vallen. Het College voor Zorgverzekeringen (nu Zorginstituut Nederland) heeft aangegeven dat alleen de OB onder de Zorgverzekeringswet valt als deze strikt noodzakelijk is om de behandeling te laten slagen. OB is in dat geval namelijk een onlosmakelijk onderdeel van de behandeling (geneeskundige zorg) en dit betekent dat de behandelaar ook de OB direct aanstuurt. OB kan in dit geval naast de behandelactiviteit geregistreerd worden op de dbc van de betreffende patiënt. Pré-intake, intake en diagnostiek zijn onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Deze activiteiten kunnen geregistreerd worden in een dbc. Mocht de diagnosestelling leiden tot enkel ondersteunende begeleidingscontacten (al dan niet in combinatie met pré-intake en/of intake/diagnostiek en/of algemeen indirecte tijd en/of dagbesteding en/of verblijf zonder overnachting) dan wordt de dbc afgekeurd in de validatie. De dbc kan dan, mits de ondersteunende begeleidingscontacten zijn verwijderd, worden gesloten (afsluitreden 5).

5. Verpleging

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Verpleging in het kader van de Zvw kan als onderdeel van geneeskundige zorg (artikel 2.4 Bzv) voorkomen. Werkzaamheden die verpleegkundigen verrichten in het kader van geneeskundige zorg, behoren tot de prestatie geneeskundige zorg. In artikel 2.10 Bzv wordt er op gewezen dat verpleging een onderdeel kan zijn van verblijf. Tot slot is verpleging als afzonderlijke prestatie mogelijk in verband met medisch-specialistische zorg, maar zonder verblijf (artikel 2.11 Bzv).

6. Algemeen indirecte tijd

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • Zorgcoördinatie: zorgcoördinatie heeft ten doel om alle zorg die een individuele patiënt van de eigen instelling met complexe problematiek op enig moment nodig zou kunnen hebben voor hem/haar beschikbaar te kunnen maken en op elkaar af te stemmen. De tijdsbesteding aan alle activiteiten die in dit kader voor deze individuele patiënt worden uitgevoerd, wordt op deze activiteit geregistreerd. Behandelaren kunnen hun tijd op de activiteit zorgcoördinatie verantwoorden als er sprake is van coördinerende activiteiten voor de patiënt ‘over de muren van de afdeling of instelling heen’. Dit kan betrekking hebben op:

    • ofwel coördineren van de zorg van verschillende behandelaren of afdelingen binnen een instelling;

    • ofwel coördineren van de zorg van de eigen zorginstelling en andere zorginstellingen en instanties.

    Alle overige coördinerende activiteiten die direct samenhangen met het uitvoeren van de op deze lijst genoemde activiteiten en verrichtingen, vallen hier dus niet onder. Tevens vallen hier niet onder de coördinerende activiteiten die voor groepen patiënten of voor de gehele instelling worden uitgevoerd.

  • No show: het komt voor dat patiënten niet verschijnen op gemaakte afspraken zodat er ‘loze ruimte’ ontstaat in de agenda van de behandelaar. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘No show’. No show is een gepland patiëntcontact met een behandelaar, waarop de patiënt niet verschijnt, terwijl de patiënt niet binnen een (werkdag) termijn van 24 uur voorafgaand aan de afspraak heeft afgezegd. Voor het registreren van No show gelden volgende regels:

    • Op de activiteit ‘No show’ mag geen (in)directe tijd geschreven worden.

    • In geval van ‘No show’ mag alleen reistijd als indirecte tijd worden geschreven. In dit geval gaat de behandelaar op huisbezoek en blijkt de patiënt om welke reden dan ook niet thuis te zijn/open te doen. Deze ‘verloren’ reistijd kan geregistreerd worden.

  • Interne patiëntbespreking (mdo): onder een interne patiëntbespreking verstaan we de tijdsbesteding van een behandelaar aan het voeren van overleg met collega-behandelaren (dus binnen de eigen instelling) over de hulpverlening aan patiënten ter voorbereiding of naar aanleiding van de uitvoering van een activiteit of verrichting. Ten aanzien van de interne patiëntenbespreking, (het multidisciplinair overleg) geldt dat veelal sprake is van een groepsgewijze bespreking. Meerdere behandelaren bespreken meerdere patiënten tijdens een overleg. Alle behandelaren registreren de totale bestede tijd (totale duur van het mdo) op deze activiteit. Deze tijd wordt verdeeld over de dbc’s van alle tijdens het mdo besproken patiënten.

    Voorbeeld: er vindt een mdo plaats met drie behandelaren waar zes patiënten aan bod komen. Het mdo duurt 60 minuten. De drie behandelaren verdelen nu elk het door hen bestede uur mdo over alle zes besproken patiënten.

  • Extern overleg: de tijdsbesteding van een behandelaar die is gemoeid met het voeren van overleg met derden (dus buiten de eigen instelling) over de hulpverlening of naar aanleiding daarvan (bijvoorbeeld: een consult dat plaatsvindt tussen een behandelaar en een leraar over een kind dat in behandeling is).

  • Verslaglegging algemeen: verslaglegging algemeen zoals correspondentie over of namens de patiënt of een ontslagbrief.

  • Activiteiten i.v.m. juridische procedures (ibs, Bopz): administratieve activiteiten, correspondentie, et cetera in verband met juridische of gerechtelijke procedures van een patiënt.

  • Regelen tolken: de tijdsbesteding van een behandelaar die is gemoeid met het regelen van een tolk voor een activiteit of verrichting die face-to-face wordt uitgevoerd. Met betrekking tot het regelen van een doventolk kan er algemeen indirecte tijd worden geregistreerd.

Crisis

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Crisis-activiteiten kunnen geregistreerd worden als er sprake is van een crisissituatie waarin een crisis-dbc geopend wordt.

‘Een crisissituatie ggz is een acute situatie van een patiënt die direct (medisch) ingrijpen noodzakelijk maakt teneinde direct (of vermeend) fysiek of psychisch gevaar voor de persoon of de omgeving af te wenden, dan wel om ernstige overlast te beëindigen. De acute situatie kan het gevolg zijn van een geestesstoornis d.w.z. een ernstige stoornis van het oordeelsvermogen, in het bijzonder, een psychotische toestand waarbij het handelen voortkomt uit hallucinaties of waanvoorstellingen, acute dreiging van suïcide of ernstige verwardheid als gevolg van een organische hersenaandoening’ 16.

Alleen instellingen met een 24-uurs crisisdienst met een regionale functie mogen een crisis-dbc openen.

  • Crisiscontact binnen kantooruren: een patiëntgebonden contact bij acute en/of niet-geplande problematiek, dat plaatsvindt in het kader van de 7x24-uurs dienst op maandag tot en met vrijdag, niet zijnde een feestdag, waarbij de (indirect of direct) patiëntgebonden tijd 50% of meer valt binnen de periode van 08.00–18.00 uur.

  • Crisiscontact buiten kantooruren: een patiëntgebonden contact bij acute en/of niet-geplande problematiek, dat plaatsvindt in het kader van de 7x24-uurs dienst op zaterdagen, zondagen en feestdagen en ieder patiëntgebonden contact bij acute problematiek in het kader van de 7x24-uurs dienst op werkdagen waarbij de (indirect of direct) patiëntgebonden tijd voor meer dan 50% valt buiten de periode van 08.00-18.00 uur.

  • Intake en screening crisisinterventie: alle (gesprek)activiteiten gericht op verduidelijking van de klachten en van de crisisinterventie.

  • Psychiatrisch onderzoek crisisinterventie: alle activiteiten in het kader van een psychiatrisch onderzoek tijdens de intake van de crisisinterventie, ter ondersteuning van de gegevensverzameling.

    Hieronder valt ook onderzoek om een somatische oorzaak uit te sluiten.

  • Farmacotherapie crisisinterventie: dit betreft de medicamenteuze behandeling van psychiatrische en somatische aandoeningen bij patiënten tijdens een crisisinterventie. Op deze activiteit wordt de directe en indirect patiëntgebonden tijd geschreven met betrekking tot het voorschrijven en toepassen van farmacotherapie.

  • Steunend en structurerend crisiscontact: dit contact is vooral gericht op de stabilisatie van de patiënt tijdens de crisisinterventie en op het voorkomen van verergering van gedrag- of psychische problematiek.

Verblijf

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

  • Verblijf met overnachting (24-uurs verblijf)

Verblijf in een instelling wordt geregistreerd in verblijfsdagen. Een verblijfsdag kan alleen geregistreerd worden wanneer een patiënt de dag en de daaropvolgende nacht aanwezig is geweest in de instelling. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag.

Alleen als de patiënt op zijn laatst om 20:00 uur is opgenomen en ’s nachts in de instelling verblijft, mag voor die dag nog een verblijfsdag worden geregistreerd. De dag waarop de patiënt ontslagen wordt en dus niet de daaropvolgende nacht in de instelling verblijft, geldt niet als verblijfsdag.

Artikel 2.10 Bzv

  • 1. Verblijf omvat verblijf gedurende een ononderbroken periode van ten hoogste 365 dagen, dat medisch noodzakelijk is in verband met de geneeskundige zorg, bedoeld in artikel 2.4, al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.

  • 2. Een onderbreking van ten hoogste dertig dagen wordt niet als onderbreking beschouwd, maar deze dagen tellen niet mee voor de berekening van de 365 dagen.

  • 3. In afwijking van het tweede lid tellen onderbrekingen wegens weekend- en vakantieverlof wel mee voor de berekening van de 365 dagen.

  • Verblijf zonder overnachting

Deze deelprestatie is bedoeld voor patiënten bij wie ondersteuning door vov-personeel nodig is voor een goed verloop van de diagnostiek en behandeling. De patiënt verblijft ’s nachts niet in de instelling.

Dagbesteding

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Het doel van dagbesteding is het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid van de patiënt. Binnen de gespecialiseerde ggz is het van belang dat de dagbesteding:

  • altijd in het kader is van de (psychiatrische) behandeling en;

  • terug te vinden is in het behandelplan van de patiënt dat is opgesteld door de regiebehandelaar.

Dagbesteding wordt geregistreerd op basis van uren aanwezigheid.

  • Dagbesteding sociaal (ontmoeting)

    De meest basale functie van een dagactiviteitencentrum is de ontmoetingsfunctie. De inloopfunctie is de meest ‘laagdrempelige’ functie in het kader van dag- en arbeidsmatige activiteiten. Het gaat dan ook vooral om de beschikbaarheidsfunctie. Dat betekent dat aan deelnemers over het algemeen geen stringente eisen worden gesteld voor wat betreft de deelname aan de inloop.

  • Dagbesteding activering

    Dit gaat verder dan alleen anderen ontmoeten en betreft deelname aan recreatieve, creatieve of sportieve activiteiten. Tekenen en schilderen bijvoorbeeld, maar ook gipsgieten, kleding maken, tuinieren, voetballen, zwemmen of sjoelen. (Re)creatieve activiteiten worden over het algemeen groepsgewijs aangeboden. De deelname is niet verplicht, maar is minder vrijblijvend dan bij dagbesteding sociaal. Het aantal patiënten varieert per type (re)creatieve activiteit van enkele patiënten tot wel twintig. Voor incidentele activiteiten, zoals jaarlijkse uitstapjes, kan het aantal patiënten nog groter zijn.

  • Dagbesteding educatie

    Te denken valt aan een computercursus, een cursus boekbinden, lijsten maken, gitaarspelen, tekenen, bloemschikken, drama en toneel enzovoorts. Ook bij de educatieve activiteiten is er over het algemeen sprake van een vast weekprogramma en een groepsgewijs aanbod.

    Deelname is niet verplicht, maar het is de bedoeling dat de patiënten er iets van opsteken en daarom is deelname minder vrijblijvend dan bij de recreatieve activiteiten.

  • Dagbesteding arbeidsmatig

    Arbeidsmatige activiteiten zijn gestructureerde activiteiten. Begeleiders en deelnemers maken afspraken over de werkzaamheden die verricht zullen worden. De activiteiten zijn gericht op het opdoen van arbeidsvaardigheden en -ervaring. De zorginstelling kan een functie vervullen in de begeleiding van patiënten die aan het werk willen in het reguliere arbeidsproces. Het gaat hierbij om onbetaalde werkzaamheden, soms wordt een (beperkte) onkostenvergoeding verstrekt. Er zijn duidelijke afspraken gemaakt over het aantal dagdelen dat de patiënt werkzaam is en het tijdstip waarop de werkzaamheden verricht worden. De volgende punten zijn hierbij van belang:

    • arbeidsmatige activiteiten hebben betekenis in het kader van persoonlijke ontplooiing en verkenning van individuele mogelijkheden (bijvoorbeeld gericht op het opdoen van arbeidservaring of op het toeleiden naar een (on-)betaalde baan);

    • arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op het aanleren en/of onderhouden van arbeidsvaardigheden (het DAC als stimulerend oefenmilieu);

    • arbeidsmatige activiteiten zijn gericht op persoonlijk en maatschappelijk herstel van mensen met psychiatrische en/of psychische problemen en dragen op die manier bij aan de bevordering van maatschappelijke (her)integratie;

    • arbeidsmatige activiteiten hebben een stabiliserend effect op het dagelijks leven van de patiënten en dragen op die manier bij aan het voorkomen van isolement, terugval en decompensatie.

    Essentieel voor arbeidsmatige activiteiten is:

    • dat er een overeenkomst (mondeling dan wel schriftelijk) bestaat tussen de individuele patiënt en de organisatie waarin geregeld is wat er van elkaar wordt verwacht;

    • dat er sprake is van activiteiten die gericht zijn op een toeleidingstraject naar (betaalde of onbetaalde) arbeid in een andere setting of dat er sprake is van arbeidsmatige activiteiten als dagbesteding die plaats blijven vinden in het activiteitencentrum.

  • Dagbesteding overig

    Alle dagbesteding die niet onder dagbesteding sociaal, activering, educatie of arbeidsmatig valt, maar wel wordt ingezet in het kader van de behandeling van een patiënt met een bepaalde primaire diagnose, kan onder dagbesteding overig worden geregistreerd.

    Pré-intake, intake en diagnostiek zijn onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Deze activiteiten kunnen geregistreerd worden op een dbc. Mocht de diagnosestelling leiden tot enkel dagbesteding (al dan niet met Ondersteunende begeleidingscontacten), dan kan er geen aanspraak gemaakt worden op de Zvw en moet de dbc worden afgesloten met afsluitreden 5. Een dbc met uitsluitend dagbesteding (al dan niet in combinatie met pré-intake, intake/diagnostiek, algemeen indirecte tijd, ondersteunende begeleidingscontacten en/of verblijf zonder overnachting) wordt afgekeurd in de validatie.

Verrichtingen

[Regeling vervallen per 01-01-2019]

Verrichtingen worden geregistreerd in aantallen: ect per behandeling, methadon per maand waarin de stof methadon ambulant is verstrekt, de beschikbaarheidcomponent per crisis-dbc en de toeslag tolk gebarentaal/communicatiedeskundige per dbc. Deze verrichtingen kunnen alleen in combinatie met de dbc worden gedeclareerd.

  • Ect

    De materiële kosten en de inzet van behandelaren die niet voorkomen op de dbc-beroepentabel (zoals de anesthesist) worden in kaart gebracht via de registratie van het aantal behandelingen ect.

  • Methadon (ambulante verstrekking per maand)

    Wanneer methadon aan een patiënt wordt verstrekt, wordt dit per maand geregistreerd op de dbc van de patiënt. Ambulante verstrekking in een maand wordt gezien als één