Instellingsbesluit Nederlands Comité voor Ondernemerschap

Geraadpleegd op 02-10-2022.
Geldend van 24-03-2022 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 26 maart 2018, nr. WJZ/18047740, tot instelling van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap (Instellingsbesluit Nederlands Comité voor Ondernemerschap)

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • b. Comité: het Nederlands Comité voor Ondernemerschap.

Artikel 2

  • 1 Er is een Nederlands Comité voor Ondernemerschap.

  • 2 Het Comité zet zich in voor duurzame groei van het midden- en kleinbedrijf in Nederland en zal hiertoe haar nationale en internationale kennis, ervaring en netwerken inzetten.

  • 3 Het Comité heeft tot taak:

    • a. het stimuleren van ondernemerschap en het agenderen van specifieke thema’s en knelpunten op het gebied van ondernemerschap;

    • b. het volgen en duiden van ontwikkelingen op het gebied van ondernemerschap en daarover aanbevelingen doen;

    • c. het vormen en onderhouden van een netwerk in onder andere de publieke en private sector ten behoeve van bovenstaande taken en het vervullen van een ambassadeursrol.

Artikel 3

  • 1 Het Comité bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vijf andere leden.

  • 2 De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd. De voorzitter en de andere leden kunnen door de minister worden geschorst en ontslagen.

  • 3 De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

Artikel 4

  • 1 Het Comité stelt zijn eigen werkwijze schriftelijk vast.

  • 2 De minister voorziet in het secretariaat van het Comité.

  • 3 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het Comité geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het Comité opgeborgen in het archief van dat ministerie.

  • 4 Het Comité verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de invulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 5

Met ingang van 1 april 2018 worden voor een periode van drie jaar tot lid van het Comité benoemd:

  • a. de heer H.C.A. Goddijn, te Amsterdam, tevens voorzitter;

  • b. Hare Majesteit Koningin Máxima;

  • c. de heer jonkheer drs. D. Laman Trip, te Velp;

  • d. mevrouw M.M.C. Prins, te Maassluis;

  • e. de heer O.C. Roelofsen, te Amsterdam.

Artikel 6

  • 1 Aan de voorzitter van het Comité wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij het salaris wordt vastgesteld schaal 18 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 0,073.

  • 2 Aan de leden van het Comité die niet tevens lid zijn van het Koninklijk Huis wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij het salaris wordt vastgesteld schaal 16 van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 0,046.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

‘s-Gravenhage, 26 maart 2018

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

M.C.G. Keijzer

Naar boven