Besluit mijnbouwschade Groningen

Geldend van 06-04-2018 t/m 06-12-2018

Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming van 31 januari 2018, nr. WJZ / 18018309, tot vaststelling van het Protocol mijnbouwschade Groningen en tot instelling van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen en van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen (Besluit mijnbouwschade Groningen)

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming;

Gelet op artikel 4:81 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

I. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit en de hierbij behorende bijlagen wordt verstaan onder:

  • Commissie: de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 3;

  • Commissie advisering bezwaarschriften: de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 9;

  • gebouwen en werken: gebouwen en werken met uitzondering van:

  • schade:

    • a. fysieke schade aan gebouwen en werken die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg, en

    • b. materiële schade die het gevolg is van deze fysieke schade;

  • Protocol: het Protocol mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 2;

  • vergunninghouder: de houder van de bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) verleende winningsvergunning en de houder van de opslagvergunning voor de gasopslag Norg.

III. Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen

Artikel 3

  • 1 Er is een Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen, die bestaat uit twee deelcommissies:

    • a. de deelcommissie mijnbouwschade, en

    • b. de deelcommissie bezwaar.

  • 2 De deelcommissie mijnbouwschade heeft tot taak te besluiten op aanvragen tot vergoeding van schade en de overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2, met overeenkomstige toepassing van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.

  • 3 De deelcommissie bezwaar heeft tot taak het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten als bedoeld in het tweede lid.

  • 4 De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen.

  • 5 De Commissie kan aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat aanbevelingen doen die zij wenselijk acht met het oog op een doelmatige en voortvarende uitvoering van haar taken.

  • 6 De Minister van Economische Zaken en Klimaat stelt personeel en huisvesting ter beschikking aan de Commissie.

  • 7 Elke deelcommissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste twee andere leden.

  • 8 Aan de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de deelcommissie mijnbouwschade en de voorzitter van de deelcommissie bezwaar wordt, ieder voor zich mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen die verband houden met de in het tweede, respectievelijk derde lid bedoelde taken.

  • 9 Aan de voorzitter van de Commissie wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten voor de personele aangelegenheden van de Commissie.

  • 10 De voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de deelcommissie mijnbouwschade en de voorzitter van de deelcommissie bezwaar kunnen ieder voor zich binnen hun werkterrein aan een lid van de Commissie, een lid van de deelcommissie mijnbouwschade, respectievelijk een lid van de deelcommissie bezwaar, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen die verband houden met de in het tweede, respectievelijk derde lid bedoelde taken.

  • 11 De voorzitter van de Commissie kan aan een lid van de Commissie ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen binnen zijn werkterrein voor het nemen van besluiten voor personele aangelegenheden van de Commissie.

Artikel 4

  • 1 De voorzitter van de Commissie is tevens voorzitter van de deelcommissie mijnbouwschade.

  • 2 De voorzitter en de andere leden worden, na consultatie, door de Minister voor Rechtsbescherming benoemd voor een termijn van twee jaar.

  • 3 De voorzitter van beide deelcommissies is, evenals één van de leden, meester in de rechten en kan bogen op ruime ervaring in de rechtspraak. Het andere lid dient te beschikken over een technische achtergrond, waarbij dient te worden beschikt over diepgaande en actuele kennis van de oorzaken en gevolgen van de aardbevingen in Groningen.

  • 4 De voorzitter en leden van de Commissie zijn onafhankelijk en bij hun benoeming wordt aandacht besteed aan de eventuele betrokkenheid van leden bij de aardbevingsproblematiek in Groningen.

  • 5 De voorzitter en de andere leden kunnen door de Minister voor Rechtsbescherming worden geschorst en ontslagen.

  • 6 Schorsing en ontslag vindt plaats:

    • a. wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen; of

    • b. op eigen verzoek van de voorzitter of andere leden.

  • 7 Er kunnen voor de voorzitter van de Commissie en de deelcommissies en andere leden van deze commissies plaatsvervangers worden benoemd. Het tweede tot en met het achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 8 De uit dit besluit voor de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de deelcommissie mijnbouwschade en de voorzitter van de deelcommissie bezwaar voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van hun afwezigheid over op hun plaatsvervanger.

Artikel 5

  • 2 De arbeidsduurfactor wordt vastgesteld op 0,444, met uitzondering van de deelcommissie bezwaar waarbij de arbeidsduurfactor wordt vastgesteld op 0,333 en kan worden aangepast door de Minister van Economische Zaken en Klimaat indien hiertoe aanleiding is.

  • 3 De arbeidsduurfactor als bedoeld in het tweede lid kan worden aangepast door de Minister van Economische Zaken en Klimaat indien hiertoe aanleiding is. Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat maakt de aanpassing bekend in de Staatscourant.

  • 4 De vergoeding van de voorzitter en de leden van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen is inbegrepen in de vergoeding die ze ontvangen voor de werkzaamheden voor de deelcommissies waar ze lid van zijn.

Artikel 6

  • 1 De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast met inachtneming van het Protocol en maakt deze werkwijze bekend.

  • 2 Door de vaststelling van verschillende procedures voor verschillende gevallen streeft de Commissie naar een korte doorlooptijd, naar beheersbare proceskosten, naar de benodigde inhoudelijke zorgvuldigheid en uitkomsten die redelijk en billijk zijn. De Commissie onderbouwt haar keuzes en stelt hierover eens per jaar een verslag op als bedoeld in artikel 8.

  • 3 De Commissie baseert de procedures op de opgetreden bodembeweging, de aard of de omvang van de schade dan wel een combinatie hiervan, een en ander steeds met inachtneming van het belang van veiligheid van gebouwen en werken als bedoeld in artikel 1.

  • 4 De werkwijze omvat een prioritering van de te behandelen zaken met als uitgangspunt dat zaken zo snel mogelijk afgehandeld kunnen worden.

  • 5 De werkwijze omvat voorts de wijze waarop onderzoek wordt verricht, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de door de Commissie ingeschakelde deskundigen, de werkwijze van de deskundigen en de vergoeding van hun kosten.

Artikel 7

  • 1 De leden van de Commissie, het aan haar ter beschikking gestelde personeel en de door de Commissie ingeschakelde deskundigen verlangen of ontvangen geen instructies van derden die op een individuele zaak betrekking hebben.

  • 2 De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

Artikel 8

  • 1 De Commissie brengt periodiek en in elk geval een maal per jaar aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister voor Rechtsbescherming een verslag uit over haar werkzaamheden van het afgelopen jaar. In dit verslag wordt in elk geval aandacht besteed aan de door de Commissie gehanteerde werkwijze, procedures en beoordelingsmethodiek.

  • 2 De Commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister voor Rechtsbescherming de voor de uitoefening van hun taken benodigde inlichtingen. De ministers kunnen, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is, inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.

  • 3 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

IV. Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen

Artikel 9

  • 1 Er is een Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen.

  • 2 De Commissie advisering bezwaarschriften heeft tot taak de deelcommissie bezwaar te adviseren over te nemen beslissingen op bezwaar in verband met besluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

  • 3 Aan de voorzitter van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen die verband houden met de in het tweede lid bedoelde taken.

  • 4 Aan de voorzitter van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten voor de personele aangelegenheden van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen.

  • 5 De voorzitter van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen kan binnen zijn werkterrein aan een lid van de Commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen voor het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen die verband houden met de in het tweede lid bedoelde taken.

Artikel 10

  • 1 De Commissie advisering bezwaarschriften bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste twee andere leden.

V. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11

  • 1 Schademeldingen die in de van periode 31 maart 2017, 12:00 uur tot 19 maart 2018 zijn voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen en bij het Centrum in behandeling zijn, worden geacht een aanvraag tot vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2 te zijn.

  • 2 De Commissie neemt de zaken bedoeld in het eerste lid over in de staat waarin deze zich bevinden.

Artikel 12

Geschillen die voor 19 maart 2018 door de Raad van Arbiters Bodembeweging in behandeling zijn genomen en op 19 maart 2018 nog in behandeling zijn, worden door de Raad van Arbiters Bodembeweging afgehandeld, tenzij de geschilbeslechtingsprocedure door de eigenaar wordt beëindigd volgens de procedure van artikel 16 van het Reglement arbiter bodembeweging. In dat geval kan voor hetzelfde geschil een aanvraag worden ingediend bij de Commissie. De Commissie behandelt deze aanvraag met inachtneming van de reeds in de geschilbeslechtingsprocedure gewisselde stukken.

Artikel 12a

Geschillen over schademeldingen die voor 31 maart 2017, 12:00 uur zijn voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen en op 19 maart 2018 bij het Centrum in behandeling zijn kunnen aan de Raad van Arbiters Bodembeweging worden voorgelegd.

Artikel 13

De Commissie kan, vooruitlopend op een volledige werkwijze als bedoeld in artikel 6, een werkwijze vaststellen om aanvragen te behandelen waarvan eenvoudig is vast te stellen dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg.

Artikel 14

  • 1 Aanvragen tot vergoeding van schade waarvoor door de vergunninghouder al schade is vergoed of waarvoor door de vergunninghouder geen schadevergoeding is toegekend dan wel waarvoor een schademelding die voor 31 maart 2017, 12:00 uur is voorgelegd aan de Commissie Veilig Wonen of een schademelding of -claim die bij vergunninghouder in behandeling is of hiertoe een vordering bij de burgerlijke rechter is ingesteld, worden door de Commissie niet in behandeling genomen.

  • 2 De Commissie kan afwijken van het eerste lid ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking met ingang van 19 maart 2018 en werkt terug tot en met 9 maart 2018, met uitzondering van artikelen 3, tweede en derde lid, 9, eerste lid en bijlage 1, behorende bij artikel 2 van het Besluit mijnbouwschade Groningen, die in werking treden met ingang van 19 maart 2018.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

’s-Gravenhage, 31 januari 2018

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

E.D. Wiebes

Bijlage 1. behorende bij artikel 2 van het Besluit mijnbouwschade Groningen

Protocol houdende regels over de afhandeling van schade als gevolg van bodembeweging door gaswinning uit het Groningerveld (Protocol mijnbouwschade Groningen)

Artikel 1. (Begripsomschrijvingen)

In dit protocol wordt verstaan onder:

  • Besluit: Besluit mijnbouwschade Groningen;

  • bouwkundige opname: vaststelling van de staat van het gebouw of werk waarop de aanvraag tot vergoeding van schade betrekking heeft;

  • schade: schade als bedoeld in artikel 1 van het Besluit;

  • deskundige: een persoon die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 6, vijfde lid, van het Besluit.

Artikel 2. (Aanvraag tot schadevergoeding)

  • 1. Een aanvraag tot schadevergoeding wordt ingediend bij de Commissie via een door de Commissie vastgesteld formulier.

  • 2. De aanvraag bevat ten minste:

    • a. de naam en het adres van de aanvrager;

    • b. de datum;

    • c. de aard en het adres van het gebouw waarop het aanvraag betrekking heeft;

    • d. indien mogelijk, de datum of een inschatting van de datum waarop de schade is ontstaan;

    • e. een aanduiding van de oorzaak van de schade;

    • f. een beschrijving naar eigen inzicht van de aard en de omvang van de schade;

    • g. de inschatting van aanvrager of sprake zou kunnen zijn van een acuut onveilige situatie;

    • h. indien van toepassing de melding dat de schade bij een ander orgaan aanhangig is gemaakt.

Artikel 3. (Acuut onveilige situatie)

Als sprake zou kunnen zijn van een acuut onveilige situatie, laat de Commissie onmiddellijk maar in elk geval binnen 48 uur na indiening van de aanvraag, de situatie inspecteren en treft de Commissie in overleg met de aanvrager de benodigde maatregelen en informeert de Commissie de betreffende burgemeester.

Artikel 4. (Eerste reactie op aanvraag om schadevergoeding)

  • 1. De Commissie bevestigt de ontvangst van de aanvraag zo spoedig mogelijk, doch tenminste binnen één week na de ontvangst ervan en stelt de aanvrager in kennis van de te volgen procedure en de contactpersoon (zaakbegeleider) voor de aanvrager binnen de organisatie van de Commissie. De zaakbegeleider kan indien gewenst extra uitleg en informatie aan de aanvrager verschaffen.

  • 2. De Commissie stelt de aanvrager een termijn voor aanvulling van de gegevens en stukken als deze nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag en de aanvrager hierover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

  • 3. De Commissie stelt de aanvrager desgewenst in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting op zijn aanvraag.

Artikel 5. (Deskundigen)

  • 1. De Commissie kan naar aanleiding van een aanvraag om schadevergoeding één of meerdere deskundigen aanwijzen om de schade op te nemen en te rapporteren over de aard van de schade in het licht van de door de Commissie te maken beoordeling.

  • 2. De deskundige werkt volgens de werkwijze zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 6, vijfde lid, van het Besluit.

  • 3. De Commissie stelt de aanvrager in kennis van zijn voornemen om één of meerdere deskundigen aan te wijzen.

  • 4. De aanvrager kan binnen twee weken na verzending van de kennisgeving een zienswijze geven naar aanleiding van het voornemen.

  • 5. Indien uit de zienswijze naar het oordeel van de Commissie blijkt dat de deskundige niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in het tweede lid, of aan de eisen van onpartijdigheid, wijst de Commissie een andere deskundige aan.

Artikel 6. (Procedure)

  • 1. De Commissie beslist over de te volgen procedure en deelt deze mee aan de aanvrager. De procedure kan de in het tweede tot en met het vijfde lid omschreven stappen omvatten.

  • 2. De deskundige neemt de schade op en rapporteert over de aard van de schade in het licht van de door de Commissie te maken beoordeling.

  • 3. Indien de deskundige binnen de termijn zoals vastgesteld door de Commissie geen rapport kan uitbrengen, deelt de deskundige dit aan de Commissie mee voor het einde van de termijn en onder opgaaf van de reden(en). De deskundigen geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn op waarbinnen wel kan worden gerapporteerd.

  • 4. Indien het voor het uitbrengen van een rapport noodzakelijk is dat meer deskundigen worden benoemd, kunnen deskundigen de Commissie daarom verzoeken. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Een aanvrager kan binnen een door de Commissie vast te stellen termijn mondeling of schriftelijk zijn zienswijze geven op het rapport van de deskundige. De termijn kan op verzoek van de aanvrager met een door de Commissie vast te stellen termijn worden verlengd.

Artikel 7. (Besluit Commissie)

  • 1. De Commissie besluit op een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van het Besluit. De Commissie past daarbij de regels van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht overeenkomstig toe, waaronder begrepen de regel dat fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de exploitatie van het Groningenveld zou kunnen zijn, vermoed wordt schade te zijn die veroorzaakt is door de exploitatie van het Groningenveld.

  • 2. Indien dit noodzakelijk is om op de aanvraag te kunnen besluiten, kan de Commissie deskundigen om een aanvullend rapport vragen.

  • 3. De Commissie stelt, afhankelijk van de aanvraag, bij een positief besluit op de aanvraag schadevergoeding vast als betaling van de in opdracht van aanvrager herstelde schade of als geldbedrag.

  • 4. De Commissie zal, indien aan de orde, een vergoeding toekennen van de door de schade veroorzaakte bijkomende kosten op basis van door de Commissie vast te stellen richtlijnen en bijlage 2.

  • 5. Het toekennen van vergoeding kan gepaard gaan met overdracht aan de Staat van de vordering van de aanvrager op de vergunninghouder ter zake van de schade die vergoed wordt.

Artikel 8. (Bouwkundige opname)

Bij het besluit, bedoeld in artikel 7, biedt de Commissie de aanvrager de mogelijkheid een bouwkundige opname te laten verrichten, tenzij er voor hetzelfde gebouw of werk al eerder een bouwkundige opname is gedaan.

Artikel 9. (Bezwaar)

  • 1. Tegen het besluit van de deelcommissie mijnbouwschade staat bezwaar open bij de deelcommissie bezwaar.

  • 2. De deelcommissie bezwaar schakelt de Commissie advisering bezwaarschriften in als onafhankelijke commissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. De Commissie advisering bezwaarschriften wijst ambtshalve of op verzoek een deskundige aan die de aanvrager kan bijstaan, tenzij de zaak waarop het betrekking heeft hier evident geen aanleiding voor geeft. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.

Bijlage 2. behorende bij artikel 7, vierde lid, van het Protocol mijnbouwschade Groningen

Voor de volgende posten geldt als uitgangspunt een vaste vergoeding, tenzij de kosten aantoonbaar hoger zijn of anderszins worden vergoed:

Thuis blijven tijdens inspectie en/of schadeherstel

€ 95,– per dagdeel

Schoonmaakkosten

€ 150,– per schademelding

Overnachten

€ 100,– per nacht voor één of twee personen

€ 200,– per nacht voor meer dan twee personen

Advieskosten

€ 95,– per uur voor maximaal 20 uren

Verhuiskosten

Daadwerkelijk gemaakte kosten

Opslag van goederen

€ 40 per week

Reiskosten

€ 0,26 per kilometer

Voor de volgende schade geldt een vergoeding die afhankelijk is van de werkelijke kosten zoals door de schademelder zijn gemaakt: inboedel- en tuinschade, zorgkosten, inkomstenderving, redelijke juridische of andere begeleidingskosten.

Overlast vergoeding

De overlastvergoeding is € 250 tot maximaal € 1.000,–. De omvang van de overlastvergoeding wordt door de Commissie vastgesteld en is afhankelijk van de omvang van de schade en de overlast in de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager.

Terug naar begin van de pagina