Regeling basisregistratie ondergrond

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 december 2017, nr. IENM/BSK-2017/205700, houdende regels met betrekking tot de basisregistratie ondergrond (Regeling basisregistratie ondergrond)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 5, tweede lid, 8, derde lid, 9, vierde lid, 17, eerste lid, 24, derde lid, en 25, tweede lid, van de Wet basisregistratie ondergrond;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1a

Aan de Organisatie wordt een uitsluitend recht verleend voor het in opdracht van de Minister uitvoeren van het operationeel beheer van de basisregistratie ondergrond.

Hoofdstuk 2. Inrichting van de basisregistratie ondergrond

Artikel 2

De basisregistratie ondergrond wordt vormgegeven aan de hand van een systeembeschrijving, die wordt gevormd door de Globale Architectuurschets Basisregistratie Ondergrond, en de Programma Start Architectuur Basisregistratie Ondergrond, beide opgenomen in bijlage I bij deze regeling.

Artikel 3

Bij de administratieve inrichting van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, worden de processen ter uitvoering van de verplichtingen die bij of krachtens de wet op de Organisatie rusten op een zorgvuldige, transparante, consistente en gebruiksvriendelijke wijze vormgegeven, uitgevoerd en gemonitord.

Artikel 4

Bij de technische inrichting van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, wordt:

  • a. voor het houden van de basisregistratie ondergrond een uitwijkconfiguratie beschikbaar gesteld, en

  • b. van de in de basisregistratie ondergrond opgenomen gegevens en modellen iedere werkdag een back-up gemaakt.

Artikel 5

Met betrekking tot beveiliging van de basisregistratie ondergrond, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet, treft de Organisatie technische en organisatorische maatregelen om gegevens en modellen, in het bijzonder persoonsgegevens, te beveiligen tegen inbreuk, verlies en onrechtmatige verwerking.

Hoofdstuk 3. Controle van de basisregistratie ondergrond

Artikel 6

De controle van het operationeel beheer, bedoeld in artikel 6 van de wet, wordt uitgevoerd met volledige medewerking van de Organisatie en bestaat uit een primaire controle en, als bij de primaire controle tekortkomingen zijn geconstateerd die zijn opgenomen in het oordeel van de controlerende partij, een hercontrole.

Artikel 7

  • 1 Bij de primaire controle vindt in ieder geval een beoordeling plaats van de adequate uitvoering van de volgende aspecten binnen de Organisatie:

    • a. de opzet en het bestaan van maatregelen en procedures die in de borging van de wettelijke eisen moeten voorzien met inachtneming van de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 2, en

    • b. de werking van de getroffen maatregelen en procedures.

  • 2 De primaire controle is in ieder geval gericht op de volgende elementen:

    • a. de inrichting en organisationele inbedding van en interne besluitvorming over de basisregistratie ondergrond,

    • b. de processen, bedoeld in artikel 3,

    • c. de conformiteit en de continuïteit van de gebruikte in beheer en in ontwikkeling zijnde systemen,

    • d. de kwaliteit en kwantiteit van de in de basisregistratie ondergrond beschikbare gegevens en modellen,

    • e. de verwerking van persoonsgegevens, en

    • f. de activiteiten, genoemd in artikel 14, eerste lid.

Artikel 8

  • 1 De resultaten van de primaire controle worden neergelegd in een primair controlerapport.

  • 2 Uiterlijk één week na de primaire controle wordt een concept van dat rapport ter bevestiging van de geconstateerde feiten aan de Organisatie gezonden.

  • 3 Het primair controlerapport wordt uiterlijk één maand na de primaire controle door de controlerende partij vastgesteld en aan de Organisatie en de Minister gezonden.

Artikel 9

  • 1 Als bij de primaire controle tekortkomingen zijn geconstateerd die zijn opgenomen in het oordeel van de controlerende partij, stelt de Organisatie binnen één maand na de vaststelling van het primair controlerapport een verbeterrapport op, waarin de maatregelen worden beschreven die getroffen zijn ter verbetering van de geconstateerde tekortkomingen.

  • 2 Het verbeterrapport wordt na vaststelling onverwijld aan de Minister gezonden.

  • 3 Op basis van het verbeterrapport vindt een hercontrole plaats. De hercontrole heeft alleen betrekking op de punten ten aanzien waarvan tekortkomingen zijn geconstateerd en heeft tot doel het op systematische wijze toetsen of door de Organisatie zodanige maatregelen zijn getroffen dat aan de wet en de daarop berustende bepalingen op dat moment op adequate wijze uitvoering is gegeven.

  • 4 De resultaten van de hercontrole worden in een hercontrolerapport vastgelegd.

Hoofdstuk 4a. Controle door de bronhouder

Artikel 10a

  • 1 De controle door de bronhouder, bedoeld in artikel 9a van de wet, heeft betrekking op:

    • a. de uitvoering van zijn wettelijke taak in werkprocessen;

    • b. de actualiteit van de gegevens in de brondocumenten;

    • c. de volledigheid van de gegevens in de brondocumenten;

    • d. de controle van de juistheid van de gegevens in de brondocumenten.

  • 2 De bronhouder maakt voor zijn rapportage gebruik van een daarvoor door de Minister langs elektronische weg beschikbaar gesteld instrument. Dit instrument omvat ten minste een vragenlijst.

Hoofdstuk 5. Standaarden voor de registratie ondergrond

Artikel 11

De catalogus bestaat uit de onderdelen, opgenomen in bijlage II bij deze regeling:

  • a. Geotechnisch sondeeronderzoek;

  • b. Booronderzoek bodemkundig boormonsterprofiel;

  • c. Booronderzoek geotechnische boormonsterbeschrijving;

  • d. Booronderzoek geotechnische boormonsteranalyse;

  • e. Wandonderzoek bodemkundige wandbeschrijving;

  • f. Grondwatermonitoringput;

  • g. Bodemkaart;

  • h. Geomorfologische kaart;

  • i. Hydrogeologisch model;

  • j. GeoTop;

  • k. Digitaal geologisch model.

Hoofdstuk 5a. Het maken, actualiseren en controleren van modellen

Artikel 11a

  • 1 De Minister die het aangaat legt uiterlijk twee jaar voorafgaand aan de levering of actualisering van een model als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet aan de Minister ter goedkeuring de beschrijving van de te hanteren software, het algoritme, de parametrisatie en de werkprocessen van het model voor.

  • 2 De Minister die het aangaat legt uiterlijk twee maanden voorafgaand aan de levering of actualisering van een model als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet aan de Minister ter goedkeuring een standaard toetsprotocol voor interne kwaliteitstoetsing van het model voor.

Artikel 11b

  • 1 Bij de oplevering van een nieuw of geactualiseerd authentiek model wordt een totstandkomingsrapport opgeleverd met daarin een beschrijving van de gebruikte gegevens en methoden bij het maken of actualiseren van het model.

  • 2 De Minister komt met de Minister die het aangaat een updatefrequentie en schaalniveau van het model overeen. De maker van het model adviseert over de updatefrequentie en schaalniveau van het model. Hierbij kan onderscheid bestaan tussen landsdekkende en regionale modellen.

  • 3 Na de oplevering van een nieuw of geactualiseerd authentiek model voert de maker ervan een interne kwaliteitstoets uit op basis van een standaard toetsprotocol als bedoeld in artikel 11a, tweede lid. Het toetsrapport wordt aan de Minister gezonden ter goedkeuring. Na goedkeuring van het rapport wordt het model ingeschreven als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet.

  • 4 De Minister verstrekt op verzoek het totstandkomingsrapport en het toetsrapport.

Artikel 11c

  • 1 De controle op de wijze van uitvoering van artikel 7, eerste lid, van de wet door de op grond van dat lid aangewezen partij is in ieder geval gericht op de volgende elementen:

    • a. de algemene werkwijze bij de vervaardiging van het model;

    • b. de gebruikte algoritmen, parametrisatie en methoden;

    • c. de validatie van het model aan de hand van statistische procedures waarbij wordt onderzocht in hoeverre het model overeenkomt met een validatieset dan wel of het model de gegevens bevat die op basis van crossvalidatie te verwachten zijn;

    • d. de berekeningen met het rekenprogramma;

    • e. de gebruikte meta-informatie;

    • f. de opvolging van meldingen, gebruikersverzoeken en klachten.

Artikel 11d

  • 1 De maker van een authentiek model draagt zorg voor de samenhang van het model met de andere modellen in de basisregistratie ondergrond.

  • 2 Op basis van een door de Minister beschikbaar gesteld toetsprotocol controleert de maker ten minste één keer per jaar de samenhang.

  • 3 De Organisatie stelt op verzoek van de Minister een toetsprotocol op.

Hoofdstuk 6. Inzage in en verstrekking van gegevens

Artikel 12

  • 1 De verlening van inzage in de registratie ondergrond, het register brondocumenten en het register inzake meldingen modellen als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, vindt plaats via een website, een webservice en de generieke digitale infrastructuur van de overheid.

  • 2 De verlening van inzage vindt plaats met inachtneming van de catalogus.

  • 3 De verlening van inzage via de generieke digitale infrastructuur, bedoeld in het eerste lid, vindt tevens plaats met inachtneming van door de Europese Commissie vastgestelde uitvoeringshandelingen op grond van richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PbEU, L 108) inzake dataspecificaties.

Artikel 13

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van inzage door en verstrekking aan bestuursorganen als de gegevens via een beveiligde digitale koppeling door of in naam van het desbetreffende bestuursorgaan zijn geleverd.

Artikel 14

  • 1 Voor het op verzoek verstrekken van gegevens of authentieke modellen anders dan door middel van internet of anders dan op digitale of geautomatiseerde wijze is op grond van artikel 25, tweede lid, van de wet, per kwartier of een gedeelte van een kwartier dat een medewerker van de Organisatie daaraan heeft besteed, verschuldigd:

    • a. als het een administratief medewerker betreft: € 19,50;

    • b. als het een technisch medewerker betreft: € 24,–;

    • c. als het een senior technisch medewerker betreft: € 26,–;

    • d. als het een projectleider of technisch specialist betreft: € 28,50;

    • e. als het een assistent projectmanager betreft: € 31,50;

    • f. als het een projectmanager betreft: € 34,–.

  • 2 Onverminderd het eerste lid is een vergoeding ter hoogte van de kostprijs verschuldigd voor de middelen die zijn gebruikt voor het verstrekken als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 15

Voor zover in de bijlage I en II bij deze regeling ten aanzien van producten technische voorschriften zijn gesteld als bedoeld in de richtlijn (EU) nr. 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241), worden met die producten gelijkgesteld producten die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met die technische voorschriften wordt nagestreefd.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

Bijlage I. behorend bij artikel 2 van de Regeling basisregistratie ondergrond

Deze bijlage betreft de Globale Architectuurschets Basisregistratie Ondergrond en de Programma Start Architectuur Basisregistratie Ondergrond en is tevens gepubliceerd op www.basisregistratieondergrond.nl.

Bijlage II. behorend bij artikel 11 van de Regeling basisregistratie ondergrond

Deze bijlage betreft de catalogus en is tevens gepubliceerd op www.basisregistratieondergrond.nl.

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Catalogus

Geotechnisch Sondeeronderzoek

Inhoudsopgave

Artikel 1 Definitie van registratieobject, entiteiten en attributen

5

1.1

Registratieobject

5

1.2

Entiteiten en attributen

6

 

1

Geotechnisch sondeeronderzoek

6

 

2

Registratiegeschiedenis

9

 

3

Aangeleverde locatie

11

 

4

Aangeleverde verticale positie

13

 

5

Gestandaardiseerde locatie

15

 

6.0

Sondeonderzoek

16

 

6.1

Traject

18

 

6.2

Bewerking

19

 

6.3

Sondeerapparaat

20

 

6.4

Nulmeting

23

 

6.5

Bepaalde parameters

28

 

6.6

Conuspenetratietest

34

 

6.7

Conuspenetratietest resultaat

35

 

6.8

Dissipatietest

44

 

6.9

Dissipatietest resultaat

45

 

7.0

Aanvullend onderzoek

46

 

7.1

Verwijderde laag

48

Artikel 2 Beschrijving van de enumeraties en codelijsten

49

2.1

Enumeraties

49

2.2

Codelijsten

50

 

1.

CoördinaatTransformatie

50

 

2.

Kader Aanlevering

50

 

3.

KaderInwinning

50

 

4.

Kwaliteitsklasse

51

 

5.

LokaalVerticaalReferentiepunt

51

 

6.

MethodeLocatiebepaling

51

 

7.

MethodeVerticalePositiebepaling

52

 

8.

Referentiestelsel

53

 

9.

Registratiestatus

53

 

10.

Sondeermethode

53

 

11.

Sondeernorm

53

 

12.

Stopcriterium

54

 

13.

VerticaalReferentievlak

54

Toelichting

54

1.

Inleiding

54

 

1.1

Geotechnisch sondeeronderzoek

54

 

1.2

Sonderen

54

2.

Belangrijkste entiteiten

55

 

2.1

Geotechnisch sondeeronderzoek

55

 

2.2

Registratiegeschiedenis

55

 

2.3

Sondeonderzoek

55

 

2.4

Resultaat

55

 

2.5

Sondeerapparaat

55

 

2.6

Aanvullend onderzoek

55

3.

Het domeinmodel

55

Artikel 1. Definitie van registratieobject, entiteiten en attributen

1.1. Registratieobject

Naam

Geotechnisch sondeeronderzoek

Code

CPT

Definitie

Het geheel van gegevens dat betrekking heeft op een sondeeronderzoek dat op een bepaald moment op een bepaalde locatie in Nederland of zijn Exclusieve Economische Zone is uitgevoerd en dat door of onder de verantwoordelijkheid van een bepaald bestuursorgaan aan de registerbeheerder van de basisregistratie ondergrond is aangeleverd en door de laatste in de registratie ondergrond is opgenomen.

Unieke aanduiding

BRO-ID

Populatie

De populatie geotechnische sondeeronderzoeken in de registratie ondergrond betreft alleen de onderzoeken van de relatief homogene groep van elektrische en mechanische sonderingen en de daarbij behorende dissipatietesten. Andere typen sonderingen (zoals slagsonderingen, seismische sonderingen en bolsonderingen) zijn niet in de BRO opgenomen.

1.2. Entiteiten en attributen

1. Geotechnisch sondeeronderzoek

Naam entiteit

Geotechnisch sondeeronderzoek

Definitie

De gegevens die het geotechnisch sondeeronderzoek identificeren en inzicht geven in de geschiedenis van het object voorafgaand aan opname in de registratie ondergrond.

Toelichting

De gegevens die alle registratieobjecten gemeenschappelijk hebben zijn in het domeinmodel gegroepeerd in de entiteit Registratieobject.

   

1.1 BRO-ID

Naam attribuut

BRO-ID

Definitie

De identificatie van een geotechnisch sondeeronderzoek in de registratie ondergrond.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Registratieobjectcode

Type

Code

Opbouw

CPTNNNNNNNNNNNN

Toelichting

De basisregistratie ondergrond kent bij registratie automatisch de juiste waarde aan het object toe.

   

1.2 bronhouder

 

Naam attribuut

bronhouder

Definitie

De identificatie die de organisatie die bronhouder is van de gegevens in de basisregistratie ondergrond, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als bronhouder van geotechnisch sondeeronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven in het geval de dataleverancier niet de bronhouder is. Voor geotechnisch sondeeronderzoek dat afkomstig is uit DINO is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu bronhouder.

   

1.3 object-ID bronhouder

Naam attribuut

object-ID bronhouder

Definitie

De identificatie die door of voor de bronhouder is gebruikt om het object in de eigen administratie te kunnen vinden, voordat het was geregistreerd in de basisregistratie ondergrond.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Nee

Domein

Tekst

Maximale lengte

200

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder. Het is in de registratie opgenomen om de communicatie tussen de registerbeheerder en de bronhouder of dataleverancier te vergemakkelijken.

   

1.4 dataleverancier

 

Naam attribuut

dataleverancier

Definitie

De identificatie die de organisatie die het object aan de basisregistratie ondergrond heeft aangeleverd, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Nee

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als dataleverancier van geotechnisch sondeeronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven. Het wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

1.5 kwaliteitsregime

 

Naam attribuut

kwaliteitsregime

Definitie

De aanduiding van de kwaliteitseis waaraan de gegevens van het object voldoen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Kwaliteitsregime

Type

Enumeratie

Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven.

   

1.6 kader aanlevering

 

Naam attribuut

kader aanlevering

Definitie

De rechtsgrond op basis waarvan, of bij afwezigheid daarvan, de activiteit naar aanleiding waarvan, het object is aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

KaderAanlevering

Type

Codelijst

Toelichting

De wetgever stipuleert dat het gegeven moet zijn vastgelegd om inzicht te geven in de plaats die het object heeft in de taken van een bestuursorgaan. Het gegeven geeft inzicht in de maatschappelijke betekenis van de informatie.

   

1.7 kader inwinning

 

Naam attribuut

kader inwinning

Definitie

Het doel waarvoor het onderzoek is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

KaderInwinning

Type

Codelijst

Toelichting

Onderzoek wordt normaliter projectmatig uitgevoerd, zelfs als het direct gebonden is aan een publieke taak. Het gegeven beschrijft het hogere doel van het project waarvoor het onderzoek is uitgevoerd of preciseert de taak.

   

1.8 rapportagedatum onderzoek

Naam attribuut

rapportagedatum onderzoek

Definitie

De datum waarop de uitvoerder van het geotechnisch sondeeronderzoek alle gegevens van het sondeeronderzoek heeft vastgelegd en het resultaat aan de opdrachtgever kan worden aangeboden, dan wel de feitelijk datum van rapportage.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Datum

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1930 tot heden

Regels

De datum ligt niet na het tijdstip registratie object.

   

1.9 sondeernorm

 

Naam attribuut

sondeernorm

Definitie

De norm die omschrijft volgens welke afspraken, specificaties en/of criteria het geotechnisch sondeeronderzoek is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Sondeernorm

Type

Codelijst

Toelichting

De sondeernorm bevat meestal een indeling in kwaliteitsklassen, waarmee onderscheid gemaakt wordt tussen meer en minder volledig en/of nauwkeuriger geotechnisch sondeeronderzoek. In sommige gevallen worden eigenschappen die in een norm gevat zijn toch expliciet opgenomen in de registratie ondergrond. Dit wordt enkel gedaan wanneer het de directe bruikbaarheid van de gegevens bevordert.

   

1.10 aanvullend onderzoek uitgevoerd

Naam attribuut

aanvullend onderzoek uitgevoerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of er in het veld bepaalde waarnemingen zijn gedaan als aanvulling op het sondeonderzoek.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Domein IMBRO/A

IndicatieJaNeeOnbekend

Type

Enumeratie

   

1.11 uitvoerder onderzoek

Naam attribuut

uitvoerder onderzoek

Definitie

De identificatie die de organisatie die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van het geotechnisch sondeeronderzoek, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Nee

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerder van geotechnisch sondeeronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

2. Registratiegeschiedenis

Naam entiteit

Registratiegeschiedenis

Definitie

De gegevens die de geschiedenis van het object in de registratie ondergrond markeren.

Kardinaliteit

1

Toelichting

De gegevens staan niet in een brondocument, maar worden automatisch door de basisregistratie ondergrond gegenereerd.

   

2.1 tijdstip registratie object

Naam attribuut

tijdstip registratie object

Definitie

De datum en het tijdstip waarop er voor het eerst gegevens van het object in de registratie ondergrond zijn opgenomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

   

2.2 registratiestatus

 

Naam attribuut

registratiestatus

Definitie

De actuele fase van registratie waarin het object zich bevindt.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Registratiestatus= voltooid

Type

Codelijst

Toelichting

De gegevens van een geotechnisch sondeeronderzoek worden altijd in een keer aangeleverd, en de registratiestatus is daarom altijd voltooid.

   

2.3 tijdstip voltooiing registratie

Naam attribuut

tijdstip voltooiing registratie

Definitie

De datum en het tijdstip waarop alle gegevens van het object in de registratie ondergrond zijn opgenomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

2.5 gecorrigeerd

 

Naam attribuut

gecorrigeerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of er een verbetering in de gegevens van het object in de registratie ondergrond heeft plaatsgevonden.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

2.6 tijdstip laatstecorrectie

Naam attribuut

tijdstip laatste correctie

Definitie

De datum en het tijdstip waarop de laatste verbetering in de gegevens van het object is doorgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van het gegeven wordt bepaald door de waarde van het attribuut gecorrigeerd.

2.7 in onderzoek

 

Naam attribuut

in onderzoek

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het object door de registerbeheerder in onderzoek is genomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

Wanneer een object in onderzoek is genomen betekent dit dat er bij de registerbeheerder gerede twijfel bestaat over de juistheid van de geregistreerde gegevens en dat er een onderzoek is gestart om vast te stellen wat de juiste gegevens zijn. Normaliter gaat hieraan een melding van derden vooraf.

2.8 in onderzoek sinds

 

Naam attribuut

in onderzoek sinds

Definitie

De datum en het tijdstip waarop de registerbeheerder het object in onderzoek heeft genomen.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van het gegeven wordt bepaald door de waarde van het attribuut in onderzoek.

2.9 uit registratie genomen

Naam attribuut

uit registratie genomen

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de gegevens van het object door de registerbeheerder uit registratie zijn genomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

Wanneer de registerbeheerder een object uit registratie heeft genomen, zijn de gegevens niet langer beschikbaar voor andere afnemers dan bronhouder en dataleverancier.

De registerbeheerder zal een object alleen bij hoge uitzondering uit registratie nemen en alleen na akkoord van de bronhouder. Aan de beslissing gaat een proces van zorgvuldige afweging vooraf en dat komt tot uitdrukking in de regel dat een object slechts een keer uit registratie kan worden genomen.

2.10 tijdstip uit registratie genomen

Naam attribuut

tijdstip uit registratie genomen

Definitie

De datum en het tijdstip waarop het object uit registratie is genomen.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van het gegeven wordt bepaald door de waarde van het attribuut uit registratie genomen.

2.11 weer in registratie genomen

Naam attribuut

weer in registratie genomen

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het object in de registratie ondergrond is opgenomen, nadat het eerder uit registratie was genomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De registerbeheerder kan een object eenmalig uit registratie nemen, en die actie kan hij eenmalig ongedaan maken. Ook hiervoor geldt dat akkoord van de bronhouder vereist is.

2.12 tijdstip weer in registratie genomen

Naam attribuut

tijdstip weer in registratie genomen

Definitie

De datum en het tijdstip waarop het object in de registratie ondergrond is opgenomen, nadat het uit registratie was genomen.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van het gegeven wordt bepaald door de waarde van het attribuut weer in registratie genomen.

3. Aangeleverde locatie

Naam entiteit

Aangeleverde locatie

Definitie

De gegevens over de plaats van het geotechnisch sondeeronderzoek op het aardoppervlak, zoals die zijn aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

Kardinaliteit

1

Toelichting

De locatie van geotechnisch sondeeronderzoek is gedefinieerd als een punt.

   

3.1 coördinaten

 

Naam attribuut

coördinaten

Definitie

De coördinaten die zijn aangeleverd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Coördinatenpaar

Regels

De locatie ligt in Nederland of zijn Exclusieve Economische Zone.

   

3.2 referentiestelsel

 

Náaam attribuut

referentiestelsel

Definitie

Het referentiestelsel van de aangeleverde coördinaten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Referentiestelsel

Type

Codelijst

Regels

Een locatie op land is gedefinieerd in RD of ETRS89 en een locatie op zee in WGS84 of ETRS89.

   

3.3 datum locatiebepaling

 

Naam attribuut

datum locatiebepaling

Definitie

De datum waarop de plaats van het geotechnisch sondeeronderzoek op het aardoppervlak is bepaald.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Datum

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1930 tot heden

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Geotechnisch sondeeronderzoek.

Regels IMBRO/A

Wanneer de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend heeft, is ook de waarde van dit gegeven onbekend.

Toelichting

De regel voor IMBRO/A is op de volgende overweging gebaseerd: wanneer bij gegevens uit het verleden de meest relevante datum van het geotechnisch sondeeronderzoek, de rapportagedatum onderzoek, niet bekend is, kan een eventueel wel ingevulde datum locatiebepaling niet in de chronologische context geplaatst worden en verliest het zijn toegevoegde waarde.

   

3.4 methode locatiebepaling

Naam attribuut

methode locatiebepaling

Definitie

De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de plaats van het geotechnisch sondeeronderzoek op het aardoppervlak.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

MethodeLocatiebepaling

Type

Codelijst

Toelichting

Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de plaats van het geotechnisch sondeeronderzoek op het aardoppervlak is bepaald.

   

3.5 uitvoerder locatiebepaling

Naam attribuut

uitvoerder locatiebepaling

Definitie

De identificatie die de organisatie die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de plaatsbepaling, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Nee

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerder van geotechnisch sondeeronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

4. Aangeleverde verticale positie

Naam entiteit

Aangeleverde verticale positie

Definitie

De gegevens over de positie van het beginpunt van het geotechnisch sondeeronderzoek in het verticale vlak, zoals aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

Kardinaliteit

1

   

4.1 lokaal verticaal referentiepunt

Naam attribuut

lokaal verticaal referentiepunt

Definitie

Het punt dat in het geotechnisch sondeeronderzoek is gebruikt als nulpunt voor de diepte.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

LokaalVerticaalReferentiepunt

Type

Codelijst

Regels

Een locatie op land heeft de waarde maaiveld of waterbodem. Een locatie op zee heeft de waarde waterbodem.

Toelichting

Het domein bevat begrippen die naar een vlak verwijzen. Het lokaal verticaal referentiepunt is het punt waar het geotechnisch sondeeronderzoek zo’n vlak doorsnijdt en dat geldt als het punt waar het onderzoek begonnen is.

   

4.2 verschuiving

 

Naam attribuut

verschuiving

Definitie

De verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt t.o.v. het verticaal referentievlak.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de verschuiving niet bepaald zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het gegeven geen waarde.

Toelichting

De waarde kan positief of negatief zijn. Als de waarde positief is, ligt het lokaal verticaal referentiepunt boven het verticaal referentievlak. Met behulp van de verschuiving kan een diepte omgerekend worden naar een positie ten opzichte van het verticaal referentievlak.

   

4.3 waterdiepte

 

Naam attribuut

waterdiepte

Definitie

De positie van de waterbodem ten opzichte van het wateroppervlak.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

0 tot 100

Regels

Het gegeven is aanwezig wanneer het gegeven lokaal verticaal referentiepunt de waarde waterbodem heeft. In andere gevallen ontbreekt het gegeven.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de waterdiepte niet bepaald zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Het gegeven geeft extra informatie over de omstandigheden op plaatsen waar de waterdiepte veranderlijk is. Het wordt door de basisregistratie ondergrond gebruikt bij de transformatie van coördinaten van RD naar ETRS89.

   

4.4 verticaal referentievlak

Naam attribuut

verticaal referentievlak

Definitie

Het referentieniveau voor de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

VerticaalReferentievlak

Type

Codelijst

Regels

Een locatie op land heeft de waarde NAP en een locatie op zee de waarde LAT of MSL.

   

4.5 datum verticale positiebepaling

Naam attribuut

datum verticale positiebepaling

Definitie

De datum waarop de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt is bepaald.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Datum

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1930 tot heden

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Geotechnisch sondeeronderzoek.

Regels IMBRO/A

Wanneer de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend heeft, is ook de waarde van dit gegeven onbekend.

Voor IMBRO/A-gegevens kan de verschuiving niet bepaald zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het gegeven geen waarde.

Toelichting

Het gegeven is van belang in verband met mogelijke veranderingen in de positie van het maaiveld of de waterbodem.

In het geval de positie is bepaald op basis van het AHN geldt als datum 1 januari van het jaar waarin de gebruikte versie van het AHN voor het gebied waarin de locatie ligt, is vastgesteld.

De eerste regel voor IMBRO/A is op de volgende overweging gebaseerd: wanneer bij gegevens uit het verleden de meest relevante datum van het geotechnisch sondeeronderzoek, de rapportagedatum onderzoek, niet bekend is, kan een eventueel wel ingevulde datum verticale positiebepaling niet in de chronologische context geplaatst worden en verliest het zijn toegevoegde waarde.

   

4.6 methode verticale positiebepaling

Naam attribuut

methode verticale positiebepaling

Definitie

De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

MethodeVerticale

Positiebepaling

Type

Codelijst

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de verschuiving niet bepaald zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het gegeven de waarde geen.

Toelichting

Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de verticale positie is bepaald.

   

4.7 uitvoerder verticale positiebepaling

Naam attribuut

uitvoerder verticale positiebepaling

Definitie

De identificatie die de organisatie die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de bepaling van de verticale positie, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Nee

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerder van geotechnisch sondeeronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

5. Gestandaardiseerde locatie

Naam entiteit

Gestandaardiseerde locatie

Definitie

De gegevens over de plaats van het geotechnisch sondeeronderzoek op het aardoppervlak zoals die door de basisregistratie ondergrond zijn getransformeerd.

Kardinaliteit

1

Toelichting

De gegevens staan niet in een brondocument. De gestandaardiseerde locatie wordt door de basisregistratie ondergrond berekend ten behoeve van data-afnemers. Het maakt het mogelijk alle gegevens in de registratie ondergrond in een en hetzelfde referentiestelsel te ontsluiten. De locatie van geotechnisch sondeeronderzoek is gedefinieerd als een punt.

   

5.1 coördinaten

 

Naam attribuut

coördinaten

Definitie

De coördinaten in het standaard referentiestelsel.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Coördinatenpaar

   

5.2 referentiestelsel

 

Naam attribuut

referentiestelsel

Definitie

Het referentiestelsel van de gestandaardiseerde coördinaten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Referentiestelsel= ETRS89

Type

Codelijst

   

5.3 coördinaattransformatie

Naam attribuut

coördinaattransformatie

Definitie

De methode die de basisregistratie ondergrond heeft gebruikt voor het omzetten van de aangeleverde coördinaten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Coördinaattransformatie

Type

Codelijst

6.0. Sondeonderzoek

Naam entiteit

Sondeonderzoek

Definitie

Het deel van de gegevens van het sondeeronderzoek dat betrekking heeft op het doen van metingen met een bepaald sondeerapparaat en het bewerken van die metingen tot een resultaat dat aan de opdrachtgever is gerapporteerd.

Kardinaliteit

1

   

6.0.1 dissipatietest uitgevoerd

Naam attribuut

dissipatietest uitgevoerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of er een of meer dissipatietesten zijn uitgevoerd in het sondeonderzoek.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

   

6.0.2 datum laatste bewerking

Naam attribuut

datum laatste bewerking

Definitie

De datum waarop de meetresultaten voor het laatst zijn bewerkt.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Datum

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1930 tot heden

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Geotechnisch sondeeronderzoek.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend hebben; in dat geval ligt de datum niet na het tijdstip registratie object.

Toelichting

De meetresultaten worden altijd bewerkt. Een indicatie van de stappen die daarin zijn uitgevoerd is vastgelegd in de entiteit Bewerking.

   

6.0.3 sondeermethode

Naam attribuut

sondeermethode

Definitie

De techniek die is gebruikt bij het uitvoeren van de metingen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Sondeermethode

Type

Codelijst

   

6.0.4 kwaliteitsklasse

Naam attribuut

kwaliteitsklasse

Definitie

De klasse binnen de sondeernorm volgens welke het geotechnisch sondeeronderzoek is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Kwaliteitsklasse

Type

Codelijst

Regels

De volgende norm – klasse combinaties zijn toegestaan:

NEN5140: klasse1, klasse2, klasse3, klasse4

ISO22476D1: klasse1, klasse2, klasse3, klasse4

ISO22476D12: klasse5, klasse6, klasse7

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens geldt als aanvullende regel dat de kwaliteitsklasse de waarde onbekend kan hebben, wanneer de sondeernorm ongelijk is aan NEN3680.

Wanneer de sondeernorm de waarde NEN3680 heeft, is de waarde van het gegeven nvt.

Toelichting

Het gegeven is een nadere precisering van de norm waaraan het geotechnisch sondeeronderzoek voldoet en verwijst naar aanvullende afspraken. Het geeft daardoor meer inzicht in de gebruikswaarde van de resultaten. De norm waaraan het geotechnisch onderzoek voldoet is vastgelegd bij het Geotechnisch sondeeronderzoek.

   

6.0.5 stopcriterium

 

Naam attribuut

stopcriterium

Definitie

De reden waarom het sondeonderzoek op de bereikte diepte is gestopt.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Stopcriterium

Type

Codelijst

Toelichting

Het gegeven geeft aan of het sondeonderzoek is geslaagd of dat het einddoel niet behaald is omdat er problemen zijn geweest. Het kan in sommige gevallen wat extra informatie geven over de opbouw van de ondergrond.

   

6.0.6 sensorazimuth

 

Naam attribuut

sensorazimuth

Definitie

De hoek tussen het magnetische noorden en de richting van de sensor voor de helling x, zoals gemeten vanaf het magnetische noorden met de klok mee voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Natuurlijk getal

Maximale lengte

3

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

0 tot 360

Toelichting

Het gegeven is van belang wanneer de helling in een eigen coördinaatstelsel is bepaald (helling x en y). Het is voldoende het azimuth van de x-sensor te geven omdat de twee sensoren altijd in een hoek van 90 graden zijn geplaatst.

Vooralsnog is ervan afgezien deze relatie te vertalen naar een strikte regel.

6.1. Traject

Naam entiteit

Traject

Definitie

De diepte van het begin en het eind van de weg die de sondeerconus in de ondergrond heeft afgelegd.

Kardinaliteit

1

Toelichting

Diepte wordt gemeten langs de verticaal, ten opzichte van het lokaal verticaal referentiepunt. Het gegeven geeft globaal aan welk deel van de ondergrond op de locatie met de sondeerconus is onderzocht.

   

6.1.1 voorgeboord tot

 

Naam attribuut

voorgeboord tot

Definitie

De diepte tot waar is voorgeboord of voorgegraven.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.2

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

0 tot niet-gespecificeerd

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de diepte tot waar is voorgeboord niet bekend zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Om uiteenlopende redenen kan het bovenste deel van de ondergrond worden verwijderd voordat de sondeerconus naar beneden gaat. Gewoonlijk gebeurt dat door een gat te graven of te boren. Wanneer er geen grond is verwijderd, is de waarde van het gegeven 0.

   

6.1.2 einddiepte

 

Naam attribuut

einddiepte

Definitie

De diepte waarop het sondeonderzoek is beëindigd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

0 tot 200

Toelichting

Wanneer de hellingshoek van de sondeerconus niet gemeten is, wordt de diepte gemakshalve gelijkgesteld aan de maximale sondeerlengte. Het gegeven is opgenomen om data-afnemers in staat te stellen de gebruikswaarde van het geotechnisch sondeeronderzoek te beoordelen zonder het resultaat in detail te hoeven kennen.

6.2. Bewerking

Naam entiteit

Bewerking

Definitie

De globale karakterisering van de bewerking die de resultaten van het sondeonderzoek hebben ondergaan.

Kardinaliteit

1

Toelichting

Het is nog niet mogelijk een lijst met standaard methoden vast te stellen, omdat de bewerking van uitvoerder tot uitvoerder verschilt.

   

6.2.1 bewerking onderbrekingen uitgevoerd

Naam attribuut

bewerking onderbrekingen uitgevoerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of er bewerkingen hebben plaatsgevonden op de meetreeks in verband met het teruglopen van de waarde tijdens een onderbreking.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Domein IMBRO/A

IndicatieJaNeeOnbekend

Type

Enumeratie

   

6.2.2 expertcorrectie uitgevoerd

Naam attribuut

expertcorrectie uitgevoerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of er door een expert correcties zijn toegepast op meetresultaten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Domein IMBRO/A

IndicatieJaNeeOnbekend

Type

Enumeratie

Toelichting

Expertcorrecties zijn correcties die niet over de gehele meetreeks worden toegepast. De expert corrigeert de meetwaarden binnen een bepaald dieptebereik of van een specifieke parameter.

   

6.2.3 signaalbewerking uitgevoerd

Naam attribuut

signaalbewerking uitgevoerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of er een signaalbewerkingsmethode is toegepast op de meetreeks.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Domein IMBRO/A

IndicatieJaNeeOnbekend

Type

Enumeratie

Toelichting

Het gegeven geeft aan of er een bewerkingsmethode is toegepast op de gehele meetreeks, zoals een correctie op het nulpuntverloop of een piekenfilter.

6.3. Sondeerapparaat

Naam entiteit

Sondeerapparaat

Definitie

De gegevens van het sondeerapparaat waarmee het sondeonderzoek is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

   

6.3.1 omschrijving

 

Naam attribuut

omschrijving

Definitie

De specificatie van het sondeerapparaat waarmee het sondeonderzoek is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Tekst

Maximale lengte

200

Toelichting

Het gegeven geeft aan welk standaard apparaat het betreft of geeft een omschrijving van het apparaat. Daarnaast wordt gewoonlijk de massa van het sondeerapparaat gegeven. Voor IMBRO/A kunnen de gegevens niet bekend zijn; in dat geval maakt de aangeleverde tekst duidelijk dat de waarde onbekend is.

   

6.3.2 conustype

 

Naam attribuut

conustype

Definitie

De specificatie van het type en serienummer van de sondeerconus zoals door de fabrikant gegeven.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Tekst

Maximale lengte

200

Toelichting

Het gegeven is opgenomen in de registratie ondergrond om de metingen zo goed mogelijk te kunnen herleiden. Voor IMBRO/A gegevens kunnen de gegevens onbekend zijn; in dat geval maakt de aangeleverde tekst duidelijk dat de waarde onbekend is.

   

6.3.3 oppervlakte conuspunt

Naam attribuut

oppervlakte conuspunt

Definitie

De oppervlakte van de basis van de kegel van de sondeerconuspunt.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Natuurlijk getal

Maximale lengte

4

Eenheid

mm<sup>2<sup> (vierkante millimeter)

Waardebereik

25 tot 2000

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de oppervlakte van de sondeerconuspunt niet bekend zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het gegeven geen waarde.

Toelichting

De oppervlakte van de sondeerconuspunt is van invloed op de conusweerstand. Afhankelijk van de gebruikte sondeernorm en kwaliteitsklasse gaat het om een gemeten waarde of een waarde die is opgegeven door de conusleverancier.

   

6.3.4 conusdiameter

 

Naam attribuut

conusdiameter

Definitie

De diameter van het cilindervormige deel van de sondeerconuspunt.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Natuurlijk getal

Maximale lengte

2

Eenheid

mm (millimeter)

Waardebereik

8 tot 51

Toelichting

De sondeernorm en kwaliteitsklasse kunnen de marges voorschrijven waarbinnen de actuele conusdiameter op het moment van gebruik moet vallen. Soms volstaat het de waarde te geven die is opgegeven door de leverancier van de sonde.

Het gegeven kan de specialist meer inzicht in de resultaten van het sondeonderzoek en is beslist niet bedoeld voor controle.

Vooralsnog is ervan afgezien de relatie tussen de in norm en klasse vastgelegde eisen en de aanwezigheid van het gegeven te vertalen naar een strikte regel.

   

6.3.5 oppervlaktequotiënt conuspunt

Naam attribuut

oppervlaktequotiënt conuspunt

Definitie

Het quotiënt van de doorsnede van de sondeerconus boven de sondeerconuspunt ter plaatse van de naad en de oppervlakte van de sondeerconuspunt.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

1.2

Eenheid

Geen (mm2/ mm2)

Waardebereik

0.05 tot 1

Toelichting

Het gegeven zou gebruikt moeten worden voor het corrigeren van de conusweerstand. Binnen het werkveld bestaat vooralsnog geen duidelijkheid over de toegevoegde waarde van het gegeven en vastlegging is daarom optioneel.

   

6.3.6 afstand conus tot midden kleefmantel

Naam attribuut

afstand conus tot midden kleefmantel

Definitie

De afstand tussen de sondeerconuspunt en het midden van de kleefmantel.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Natuurlijk getal

Maximale lengte

4

Eenheid

mm (millimeter)

Waardebereik

1 tot 1.000

Regels

Het gegeven is aanwezig wanneer de parameter plaatselijke wrijving bepaald is.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens wordt toegestaan dat een waarde ontbreekt.

Toelichting

Ten tijde van de meting bevinden de sensoren zich op verschillende diepten. Deze diepten kunnen gecorrigeerd worden met dit gegeven.

   

6.3.7 oppervlakte kleefmantel

Naam attribuut

oppervlakte kleefmantel

Definitie

De oppervlakte van de kleefmantel.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Natuurlijk getal

Maximale lengte

5

Eenheid

mm<sup>2<sup> (vierkante millimeter)

Waardebereik

230 tot 25.000

Regels

Het gegeven is aanwezig wanneer de parameter plaatselijke wrijving bepaald is.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens wordt toegestaan dat een waarde ontbreekt.

Toelichting

Het gegeven bevat de uitwendige cilindrische oppervlakte van de kleefmantel en is van invloed op de plaatselijke wrijving.

   

6.3.8 oppervlaktequotiënt kleefmantel

Naam attribuut

oppervlaktequotiënt kleefmantel

Definitie

Het quotiënt van de doorsnede van de bovenste ring van de kleefmantel en de doorsnede van de onderste ring van de kleefmantel.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

1.1

Eenheid

Geen (mm2/ mm2)

Waardebereik

0.2 tot 4

Regels

Het gegeven is aanwezig wanneer de parameter plaatselijke wrijving bepaald is.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens wordt toegestaan dat een waarde ontbreekt.

Toelichting

Het gegeven wordt gebruikt voor het corrigeren van de plaatselijke wrijving.

6.4. Nulmeting

Naam entiteit

Nulmeting

Definitie

De meting van een of meerdere parameters met de sondeerconus in onbelaste situatie.

Kardinaliteit

0..1

Toelichting

De meting kan voor de meeste parameters voor en na het feitelijk gebruik van het apparaat worden uitgevoerd om het verloop in de waarde vast te stellen. De sondeernorm en kwaliteitsklasse bepalen of er een nulmeting moet worden uitgevoerd. De metingen zijn een indicator voor de kwaliteit van de resultaten van het sondeonderzoek. Zij worden gebruikt in de bewerking en kunnen onder meer leiden tot het corrigeren van waarden en het aanpassen van de nauwkeurigheid. Vanwege het controlerende karakter van de nulmeting, is het waardebereik van de parameters niet begrensd.

Vooralsnog is ervan afgezien de relatie tussen de in norm en klasse vastgelegde eisen en de aanwezigheid van het gegeven te vertalen naar een strikte regel.

   

6.4.1 conusweerstand vooraf

Naam attribuut

conusweerstand vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de conusweerstand voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

   

6.4.2 conusweerstand achteraf

Naam attribuut

conusweerstand achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de conusweerstand nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

   

6.4.3 elektrische geleidbaarheid vooraf

Naam attribuut

elektrische geleidbaarheid vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de elektrische geleidbaarheid voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

S/m (Siemens/meter)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de elektrische geleidbaarheid achteraf een waarde heeft.

   

6.4.4 elektrische geleidbaarheid achteraf

Naam attribuut

elektrische geleidbaarheid achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de elektrische geleidbaarheid nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

S/m (Siemens/meter)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de elektrische geleidbaarheid vooraf een waarde heeft.

   

6.4.5 helling oost-west vooraf

Naam attribuut

helling oost-west vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de hellingshoek in oost-westelijke richting voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Natuurlijk getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de helling oost-west achteraf een waarde heeft.

   

6.4.6 helling oost-west achteraf

Naam attribuut

helling oost-west achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de hellingshoek in oost-westelijke richting nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de helling oost-west vooraf een waarde heeft.

   

6.4.7 helling noord-zuid vooraf

Naam attribuut

helling noord-zuid vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de hellingshoek in noord-zuidelijke richting voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de helling noord-zuid achteraf een waarde heeft.

   

6.4.8 helling noord-zuid achteraf

Naam attribuut

helling noord-zuid achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de hellingshoek in noord-zuidelijke richting nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de helling noord-zuid vooraf een waarde heeft.

   

6.4.9 hellingresultante vooraf

Naam attribuut

hellingresultante vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de resultante voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de hellingresultante achteraf een waarde heeft.

   

6.4.10 hellingresultante achteraf

Naam attribuut

hellingresultante achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de resultante hellingshoek nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de hellingresultante vooraf een waarde heeft.

   

6.4.11 plaatselijke wrijving vooraf

Naam attribuut

plaatselijke wrijving vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de plaatselijke wrijving voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

1.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de plaatselijke wrijving achteraf een waarde heeft.

   

6.4.12 plaatselijke wrijving achteraf

Naam attribuut

plaatselijke wrijving achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de plaatselijke wrijving nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

1.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de plaatselijke wrijving vooraf een waarde heeft.

   

6.4.13 waterspanning u1 vooraf

Naam attribuut

waterspanning u1 vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de waterspanning u1 voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de waterspanning u1 achteraf een waarde heeft.

   

6.4.14 waterspanning u1 achteraf

Naam attribuut

waterspanning u1 achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de waterspanning u1 nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de waterspanning u1 vooraf een waarde heeft.

   

6.4.15 waterspanning u2 vooraf

Naam attribuut

waterspanning u2 vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de waterspanning u2 voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de waterspanning u2 achteraf een waarde heeft.

   

6.4.16 waterspanning u2 achteraf

Naam attribuut

waterspanning u2 achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de waterspanning u2 nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de waterspanning u2 vooraf een waarde heeft.

   

6.4.17 waterspanning u3 vooraf

Naam attribuut

waterspanning u3 vooraf

Definitie

De gemeten waarde van de waterspanning u3 voorafgaand aan de conuspenetratietest.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de waterspanning u3 achteraf een waarde heeft.

   

6.4.18 waterspanning u3 achteraf

Naam attribuut

waterspanning u3 achteraf

Definitie

De gemeten waarde van de waterspanning u3 nadat de conuspenetratietest en eventuele dissipatietesten zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Regels

Het gegeven heeft alleen een waarde als de waterspanning u3 vooraf een waarde heeft.

6.5. Bepaalde parameters

Naam entiteit

Bepaalde parameters

Definitie

De parameters die in een conuspenetratietest bemeten kunnen worden met de aanduiding of de waarde in het onderzoek is vastgesteld.

Kardinaliteit

1

Toelichting

Het gegeven heeft geen betrekking op eventueel tijdens een dissipatietest bepaalde parameters.

   

6.5.1 sondeertrajectlengte

Naam attribuut

sondeertrajectlengte

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de sondeertrajectlengte is vastgesteld en dat is de lengte van de weg die de sondeerconus in de ondergrond heeft afgelegd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee= ja

Type

Enumeratie

Toelichting

De sondeertrajectlengte wordt altijd gemeten. Het lokaal verticaal referentiepunt is het nulpunt. De sondeertrajectlengte wordt gemeten ter plaatse van de basis van de sondeerconuspunt. De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

   

6.5.2 diepte

 

Naam attribuut

diepte

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de diepte is vastgesteld en dat is de diepte van de basis van de conuspunt.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

Het lokaal verticaal referentiepunt is het nulpunt. De nauwkeurigheid van de diepte kan worden afgeleid van de nauwkeurigheden van de sondeertrajectlengte en de gebruikte hellingshoeken.

   

6.5.3 verlopen tijd

Naam attribuut

verlopen tijd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de verlopen tijd is vastgesteld en dat is de duur van de tijd tussen het moment waarop de conuspenetratietest is gestart en het moment waarop de meting is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter is 1 seconde.

   

6.5.4 conusweerstand

 

Naam attribuut

conusweerstand

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de conusweerstand is vastgesteld en dat is de kracht per oppervlakte eenheid die nodig is om de sondeerconuspunt bij het sonderen te verplaatsen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee= ja

Type

Enumeratie

Toelichting

De conusweerstand wordt altijd gemeten. De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

   

6.5.5 gecorrigeerde conusweerstand

Naam attribuut

gecorrigeerde conusweerstand

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de gecorrigeerde conusweerstand is vastgesteld en dat is de conusweerstand gecorrigeerd voor de waterspanning.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De gecorrigeerde conusweerstand is de conusweerstand minus de waterspanning. De nauwkeurigheid van de gecorrigeerde conusweerstand kan worden afgeleid van de nauwkeurigheden van de conusweerstand en waterspanning.

   

6.5.6 netto conusweerstand

Naam attribuut

netto conusweerstand

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de netto conusweerstand is vastgesteld en dat is de conusweerstand gecorrigeerd voor de waterspanning op de oppervlakte van de sondeerconus punt en de effectieve verticale grondspanning.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De nauwkeurigheid van de netto conusweerstand kan worden afgeleid van de nauwkeurigheden van de conusweerstand, de waterspanning en de oppervlakte van de conuspunt.

   

6.5.7 magnetische veldsterkte x

Naam attribuut

magnetische veldsterkte x

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de magnetische veldsterkte in x-richting is vastgesteld en dat is de veldsterkte in x-richting van een eigen coördinatenstelsel.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter is 1.000 nanoTesla.

   

6.5.8 magnetische veldsterkte y

Naam attribuut

magnetische veldsterkte y

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de magnetische veldsterkte in y-richting is vastgesteld en dat is de veldsterkte in de y-richting van een eigen coördinatenstelsel.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter is 1.000 nanoTesla.

   

6.5.9 magnetische veldsterkte z

Naam attribuut

magnetische veldsterkte z

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de magnetische veldsterkte in z-richting is vastgesteld en dat is de veldsterkte in de z-richting van een eigen coördinatenstelsel.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter is 1.000 nanoTesla.

   

6.5.10 totale magnetische veldsterkte

Naam attribuut

totale magnetische veldsterkte

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de totale magnetische veldsterkte is vastgesteld en dat is de sterkte van het volledige magnetische veld berekend uit de gemeten waarden in x-, y- en z-richting.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De nauwkeurigheid voor deze parameter is af te leiden uit de nauwkeurigheden van de magnetische veldsterkte x, magnetische veldsterkte y en magnetische veldsterkte z.

   

6.5.11 elektrische geleidbaarheid

Naam attribuut

elektrische geleidbaarheid

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de elektrische geleidbaarheid is vastgesteld en dat is het gemak waarmee een elektrische lading zich verplaatst tussen twee elektroden in de sondeerconus.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter is 0.1 Siemens per meter.

   

6.5.12 helling oost-west

Naam attribuut

helling oost-west

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de helling oost-west is vastgesteld en dat is de hoek tussen de as van de sondeerconus en de verticale as in oost-west richting.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.13 helling noord-zuid

Naam attribuut

helling noord-zuid

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de helling noord-zuid is vastgesteld en dat is de hoek tussen de as van de sondeerconus en de verticale as in noord-zuid richting.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.14 helling x

Naam attribuut

helling x

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de helling x is vastgesteld en dat is de hoek tussen de as van de sondeerconus en de verticale as van een eigen coördinatenstelsel in x-richting.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.15 helling y

Naam attribuut

helling y

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de helling y is vastgesteld en dat is de hoek tussen de as van de sondeerconus en de verticale as van een eigen coördinatenstelsel in y-richting.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.16 hellingresultante

Naam attribuut

hellingresultante

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de hellingresultante is vastgesteld en dat is de hellingshoek tussen de as van de sondeerconus en de verticale as.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm. De hellingresultante wordt afgeleid van de gemeten hellingshoeken of direct gemeten.

6.5.17 magnetische inclinatie

Naam attribuut

magnetische inclinatie

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de magnetische inclinatie is vastgesteld en dat is de hoek tussen de richting van de totale magnetische veldsterkte en het horizontale vlak.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.18 magnetische declinatie

Naam attribuut

magnetische declinatie

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de magnetische declinatie is vastgesteld en dat is de hoek tussen het magnetisch noorden en het geografisch noorden.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.19 plaatselijke wrijving

Naam attribuut

plaatselijke wrijving

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de plaatselijke wrijving is vastgesteld en dat is de gemeten kracht per oppervlakte eenheid die nodig is om de kleefmantel bij het sonderen te verplaatsen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.20 poriënratio

Naam attribuut

poriënratio

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de poriënratio is vastgesteld en dat is het quotiënt van de totale waterspanning en de netto conusweerstand.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De nauwkeurigheid van de poriënratio kan worden afgeleid van de nauwkeurigheden van de netto conusweerstand en de gebruikte waterspanning.

6.5.21 temperatuur

Naam attribuut

temperatuur

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de temperatuur is vastgesteld en dat is de temperatuur die aan de sondeerconuspunt is gemeten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

Het gegeven is het resultaat van wrijving tijdens het sonderen en geeft een indicatie van de omstandigheden waarin de sondering wordt uitgevoerd. Het is niet noodzakelijkerwijs de temperatuur van de grond. De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter is 5 graden Celsius.

6.5.22 waterspanning u1

Naam attribuut

waterspanning u1

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de waterspanning u1 is vastgesteld en dat is de kracht die het water op het sondeerapparaat uitoefent per oppervlakte eenheid gemeten op meetlocatie u1.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.23 waterspanning u2

Naam attribuut

waterspanning u2

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de waterspanning u2 is vastgesteld en dat is de kracht die het water op het sondeerapparaat uitoefent per oppervlakte eenheid gemeten op meetlocatie u2.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.24 waterspanning u3

Naam attribuut

waterspanning u3

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de waterspanning u3 is vastgesteld en dat is de kracht die het water op het sondeerapparaat uitoefent per oppervlakte eenheid gemeten op meetlocatie u3.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De minimaal vereiste nauwkeurigheid voor deze parameter staat gespecificeerd in de gehanteerde sondeernorm.

6.5.25 wrijvingsgetal

Naam attribuut

wrijvingsgetal

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het wrijvingsgetal is vastgesteld en dat is het quotiënt van de plaatselijke wrijving en de conusweerstand.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De nauwkeurigheid van het wrijvingsgetal kan worden afgeleid van de nauwkeurigheden van de conusweerstand en de plaatselijke wrijving.

6.6. Conuspenetratietest

Naam entiteit

Conuspenetratietest

Definitie

De meting van de eigenschappen van de ondergrond die is gedaan door de sondeerconus steeds verder naar beneden te drukken.

Kardinaliteit

1

Toelichting

De conuspenetratietest is op een bepaald moment begonnen en kan meermalen onderbroken zijn om een dissipatietest uit te voeren. Als alles goed is gegaan is de test gestopt op het moment dat het doel bereikt was. Het doel kan bijvoorbeeld het bereiken van een bepaald niveau in de ondergrond zijn. Met regelmaat zijn er metingen gedaan, steeds als de sondeerconus een bepaald deel van de weg naar beneden had afgelegd. Het resultaat van de test is samengesteld en bestaat uit een reeks van resultaten. Ieder van die resultaten omvat de waarde die ieder van de parameters die bemeten zijn op een specifiek punt op de afgelegde weg heeft.

6.6.1 starttijd meten

Naam attribuut

starttijd meten

Definitie

De datum en het tijdstip waarop de conuspenetratietest is gestart.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1930 tot heden

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Geotechnisch sondeeronderzoek.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend hebben; in dat geval ligt de datum niet na het tijdstip registratie object.

6.7. Conuspenetratietest resultaat

Naam entiteit

Conuspenetratietest resultaat

Definitie

De waarde die ieder van de parameters die zijn bemeten, op een specifiek punt op de afgelegde weg heeft.

Kardinaliteit

1..*

Toelichting

Welke parameters gemeten of berekend zijn kan per conuspenetratietest verschillen. De entiteit Bepaalde parameters geeft aan welke parameters zijn bemeten. De gemeten waarden worden bewerkt en tijdens de bewerking kunnen individuele metingen worden afgekeurd.

   

6.7.1 sondeertrajectlengte

 

Naam attribuut

sondeertrajectlengte

Definitie

De waarde van de sondeertrajectlengte op het moment van meten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

0 tot 200

   

6.7.2 diepte

 

Naam attribuut

diepte

Definitie

De waarde van de diepte op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

0 tot 200

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut diepte van de entiteit Bepaalde parameters.

De waarde is kleiner of gelijk aan de bijbehorende sondeertrajectlengte.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.3 verlopen tijd

 

Naam attribuut

verlopen tijd

Definitie

De waarde van de verlopen tijd op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

5.1

Eenheid

s (seconde)

Waardebereik

0 tot 68.400

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut verlopen tijd van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.4 conusweerstand

 

Naam attribuut

conusweerstand

Definitie

De waarde van de conusweerstand op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 200

Regels

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval, heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.5 gecorrigeerde conusweerstand

Naam attribuut

gecorrigeerde conusweerstand

Definitie

De waarde van de gecorrigeerde conusweerstand op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 200

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut gecorrigeerde conusweerstand van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.6 netto conusweerstand

Naam attribuut

netto conusweerstand

Definitie

De waarde van de netto conusweerstand op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 200

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut netto conusweerstand van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.7 magnetische veldsterkte x

Naam attribuut

magnetische veldsterkte x

Definitie

De waarde van de magnetische veldsterkte x op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

6

Eenheid

nT (nanoTesla)

Waardebereik

–100.000 tot 100.000

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut magnetische veldsterkte x van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Individuele waarden worden gewoonlijk afgekeurd in de bovenste 2 a 3 meter. Daar gemeten waarden zijn niet betrouwbaar vanwege storende invloeden zoals de aanwezigheid van de sondeerwagen, spoorrails en leidingen in de grond.

   

6.7.8 magnetische veldsterkte y

Naam attribuut

magnetische veldsterkte y

Definitie

De waarde van de magnetische veldsterkte y op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

6

Eenheid

nT (nanoTesla)

Waardebereik

–100.000 tot 100.000

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut magnetische veldsterkte y van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Individuele waarden worden gewoonlijk afgekeurd in de bovenste 2 a 3 meter. Daar gemeten waarden zijn niet betrouwbaar vanwege storende invloeden zoals de aanwezigheid van de sondeerwagen, spoorrails en leidingen in de grond.

   

6.7.9 magnetische veldsterkte z

Naam attribuut

magnetische veldsterkte z

Definitie

De waarde van de magnetische veldsterkte z op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

6

Eenheid

nT (nanoTesla)

Waardebereik

–100.000 tot 100.000

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut magnetische veldsterkte z van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Individuele waarden worden gewoonlijk afgekeurd in de bovenste 2 a 3 meter. Daar gemeten waarden zijn niet betrouwbaar vanwege storende invloeden zoals de aanwezigheid van de sondeerwagen, spoorrails en leidingen in de grond.

   

6.7.10 totale magnetische veldsterkte

Naam attribuut

totale magnetische veldsterkte

Definitie

De waarde van de totale magnetische veldsterkte op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

6

Eenheid

nT (nanoTesla)

Waardebereik

–100.000 tot 100.000

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut totale magnetische veldsterkte van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Individuele waarden worden gewoonlijk afgekeurd in de bovenste 2 a 3 meter. Daar gemeten waarden zijn niet betrouwbaar vanwege storende invloeden zoals de aanwezigheid van de sondeerwagen, spoorrails en leidingen in de grond.

   

6.7.11 elektrische geleidbaarheid

Naam attribuut

elektrische geleidbaarheid

Definitie

De waarde van de elektrische geleidbaarheid op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

S/m (Siemens/meter)

Waardebereik

0 tot 10

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut elektrische geleidbaarheid van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.12 helling oost-west

Naam attribuut

helling oost-west

Definitie

De waarde van de helling oost-west op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

-20 tot 20

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut helling oost-west van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Een positieve waarde staat voor een hellingshoek in oostelijke richting en een negatieve waarde staat voor een hellingshoek in westelijke richting. Een individuele waarde wordt bijvoorbeeld afgekeurd wanneer de waarde buiten het gespecificeerde bereik ligt omdat de sondeerconus op een object stuit en er een piek in het resultaat ontstaat of omdat de hoek te veel oploopt aan het eind van de weg die de sondeerconus in de ondergrond aflegt.

   

6.7.13 helling noord-zuid

Naam attribuut

helling noord-zuid

Definitie

De waarde van de helling noord-zuid op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

-20 tot 20

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut helling noord-zuid van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Een positieve waarde staat voor een hellingshoek in noordelijke richting en een negatieve waarde staat voor een hellingshoek in zuidelijke richting. Een individuele waarde wordt bijvoorbeeld afgekeurd wanneer de waarde buiten het gespecificeerde bereik ligt omdat de sondeerconus op een object stuit en er een piek in het resultaat ontstaat of omdat de hoek te veel oploopt aan het eind van de weg die de sondeerconus in de ondergrond aflegt.

   

6.7.14 helling x

Naam attribuut

helling x

Definitie

De waarde van de helling x op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

-20 tot 20

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut helling x van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Een positieve waarde staat voor een hellingshoek in positieve x-richting en een negatieve waarde staat voor een hellingshoek in negatieve x-richting. Een individuele waarde wordt bijvoorbeeld afgekeurd wanneer de waarde buiten het gespecificeerde bereik ligt omdat de sondeerconus op een object stuit en er een piek in het resultaat ontstaat of omdat de hoek te veel oploopt aan het eind van de weg die de sondeerconus in de ondergrond aflegt.

   

6.7.15 helling y

 

Naam attribuut

helling y

Definitie

De waarde van de helling y op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

-20 tot 20

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut helling y van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Een positieve waarde staat voor een hellingshoek in positieve y-richting en een negatieve waarde staat voor een hellingshoek in negatieve y-richting. Een individuele waarde wordt bijvoorbeeld afgekeurd wanneer de waarde buiten het gespecificeerde bereik ligt omdat de sondeerconus op een object stuit en er een piek in het resultaat ontstaat of omdat de hoek te veel oploopt aan het eind van de weg die de sondeerconus in de ondergrond aflegt.

   

6.7.16 hellingresultante

 

Naam attribuut

hellingresultante

Definitie

De waarde van de hellingresultante op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Natuurlijk getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

0 tot 20

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut hellingresultante van de entiteit Bepaaldeparameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

De waarde kan niet negatief zijn omdat er geen richting is gespecificeerd.

   

6.7.17 magnetische inclinatie

Naam attribuut

magnetische inclinatie

Definitie

De waarde van de magnetische inclinatie op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

-20 tot 20

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut magnetische inclinatie van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.18 magnetische declinatie

Naam attribuut

magnetische declinatie

Definitie

De waarde van de magnetische declinatie op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Geheel getal

Maximale lengte

2

Eenheid

° (graden)

Waardebereik

-20 tot 20

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut magnetische declinatie van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.19 plaatselijke wrijving

Naam attribuut

plaatselijke wrijving

Definitie

De waarde van de plaatselijke wrijving op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

1.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-0.1 tot 2

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut plaatselijke wrijving van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.20 poriënratio

 

Naam attribuut

poriënratio

Definitie

De waarde van de poriënratio op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

Geen (MPa/MPa)

Waardebereik

-1 tot 20

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut poriënratio van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.21 temperatuur

 

Naam attribuut

temperatuur

Definitie

De waarde van de temperatuur op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.1

Eenheid

°C (graden Celcius)

Waardebereik

-20 tot 160

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut temperatuur van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.22 waterspanning u1

 

Naam attribuut

waterspanning u1

Definitie

De waarde van de waterspanning u1 op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 10

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut waterspanning u1 van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.23 waterspanning u2

 

Naam attribuut

waterspanning u2

Definitie

De waarde van de waterspanning u2 op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 10

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut waterspanning u2 van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.24 waterspanning u3

 

Naam attribuut

waterspanning u3

Definitie

De waarde van de waterspanning u3 op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 10

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut waterspanning u3 van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

   

6.7.25 wrijvingsgetal

 

Naam attribuut

wrijvingsgetal

Definitie

De waarde van het wrijvingsgetal op de gegeven sondeerlengte.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.1

Eenheid

% (procent, MPa/MPa)

Waardebereik

0 tot 100

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van dit attribuut wordt bepaald door de waarde van het attribuut wrijvingsgetal van de entiteit Bepaalde parameters.

Door uiteenlopende oorzaken kan het voorkomen dat enkele individuele metingen niet correct zijn. Wanneer de parameter bepaald is, maar een individuele waarde is afgekeurd, en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

Toelichting

Een individuele waarde wordt bijvoorbeeld afgekeurd wanneer het wrijvingsgetal negatief is. Dit kan voorkomen wanneer een negatieve plaatselijke wrijving of conusweerstand is gemeten. Een negatief wrijvingsgetal heeft geen betekenis.

6.8. Dissipatietest

Naam entiteit

Dissipatietest

Definitie

De meting van eigenschappen van de ondergrond die tijdens het sondeonderzoek is uitgevoerd door de neergang van de sondeerconus op een bepaald punt en een bepaald moment te onderbreken.

Kardinaliteit

0..*

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van een dissipatietest wordt bepaald door de waarde van het attribuut dissipatietest uitgevoerd van de entiteit Sondeonderzoek.

Toelichting

Er kan meer dan een dissipatietest zijn uitgevoerd. De geslaagde dissipatietesten zijn allemaal in de basisregistratie ondergrond opgenomen. Tijdens het uitvoeren van de conuspenetratietest worden water en sediment weggedrukt, waardoor een overdruk in de ondergrond ontstaat. Wanneer de neergang van de sondeerconus tijdelijk wordt gestopt, kan de oorspronkelijke situatie zich herstellen. De dissipatietest meet het verloop van de waterspanning gedurende de periode van herstel. Er worden met een regelmatig interval metingen gedaan, steeds als een bepaalde tijd is verstreken. Het resultaat is samengesteld en omvat een reeks van resultaten. Ieder van die resultaten omvat de waarde die ieder van de parameters die bemeten zijn op een specifiek punt in de tijd heeft.

   

6.8.1 sondeertrajectlengte

Naam attribuut

sondeertrajectlengte

Definitie

De waarde van de sondeertrajectlengte, ter plaatse van de dissipatietest.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

0 tot 200

   

6.8.2 starttijd meten

 

Naam attribuut

starttijd meten

Definitie

De datum en het tijdstip waarop de dissipatietest is gestart.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1930 tot heden

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Geotechnisch sondeeronderzoek.

Het tijdstip ligt niet voor de starttijd meten van de entiteit Conuspenetratietest.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend hebben; in dat geval ligt de datum niet na het tijdstip registratie object.

6.9. Dissipatietest resultaat

Naam entiteit

Dissipatietest resultaat

Definitie

De waarde die ieder van de bemeten parameters op een specifiek moment na de start van de dissipatietest heeft.

Kardinaliteit

1..*

Regels

In de reeks dissipatietestresultaten moet ten minste van een van de parameters waterspanning u1, u2 of u3 bemeten zijn.

Toelichting

De gemeten waarden worden bewerkt en tijdens de bewerking kunnen individuele metingen worden afgekeurd.

   

6.9.1 verlopen tijd

 

Naam attribuut

verlopen tijd

Definitie

De duur van de tijd tussen het moment waarop de dissipatietest is gestart en het moment waarop de meting is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

5.1

Eenheid

s (seconde)

Waardebereik

0 tot 68.400

   

6.9.2 conusweerstand

 

Naam attribuut

conusweerstand

Definitie

De waarde van de conusweerstand op het moment waarop de meting is uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

3.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 200

Toelichting

Bij een dissipatietest gaat het in eerste instantie om de waterspanning. De conusweerstand wordt standaard gemeten, maar is uiteindelijk van secundair belang. Het kan voorkomen dat de test relevante gegevens over het verloop van de waterspanning levert, terwijl de metingen van de conusweerstand moeten worden afgekeurd.

   

6.9.3 waterspanning u1

 

Naam attribuut

waterspanning u1

Definitie

De waarde van de waterspanning u1 op het moment waarop de meting is uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 10

Regels

In afwijking van de regel dat een van de drie waterspanningen een waarde moet hebben, kan een waarde in een individueel resultaat ontbreken. Dat betekent dat de waarde is afgekeurd.

   

6.9.4 waterspanning u2

 

Naam attribuut

waterspanning u2

Definitie

De waarde van de waterspanning u2 op het moment waarop de meting is uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 10

Regels

In afwijking van de regel dat een van de drie waterspanningen een waarde moet hebben, kan een waarde in een individueel resultaat ontbreken. Dat betekent dat de waarde is afgekeurd.

   

6.9.5 waterspanning u3

 

Naam attribuut

waterspanning u3

Definitie

De waarde van de waterspanning u3 op het moment waarop de meting is uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.3

Eenheid

MPa (megaPascal)

Waardebereik

-1 tot 10

Regels

In afwijking van de regel dat een van de drie waterspanningen een waarde moet hebben, kan een waarde in een individueel resultaat ontbreken. Dat betekent dat de waarde is afgekeurd.

7.0. Aanvullend onderzoek

Naam entiteit

Aanvullend onderzoek

Definitie

De waarnemingen die binnen het geotechnisch sondeeronderzoek als aanvulling op het sondeonderzoek zijn uitgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van de entiteit wordt bepaald door de waarde van het attribuut aanvullend onderzoek uitgevoerd van de entiteit Geotechnisch sondeeronderzoek.

Ten minste één van de attributen omstandigheden, hoedanigheid oppervlakte en grondwaterstand heeft een waarde en/of de entiteit Verwijderde laag bestaat.

Toelichting

De aard van de waarnemingen verschilt. Sommige hebben betrekking op de ondergrond zelf, andere geven informatie die van belang kan zijn voor het gebruik van de resultaten uit het sondeonderzoek.

7.0.1 datum onderzoek

 

Naam attribuut

datum onderzoek

Definitie

De datum waarop het aanvullend onderzoek is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Datum

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1930 tot heden

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Geotechnisch sondeeronderzoek.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend hebben; in dat geval ligt de datum niet na het tijdstip registratie object.

7.0.2 omstandigheden

 

Naam attribuut

omstandigheden

Definitie

De beschrijving van omstandigheden in het veld die de resultaten van het sondeonderzoek kunnen hebben beïnvloed.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Tekst

Maximale lengte

200

Toelichting

Het gegeven is bedoeld om bijzondere omstandigheden vast te leggen die voor eenieder die de resultaten van het onderzoek wil gebruiken van belang kunnen zijn. Het kan gaan om weersomstandigheden, storingen in de meetapparatuur, een bronnering of andere storende activiteit in de buurt van het onderzoek, enz. Het gegeven kan ook worden gebruikt om vast te leggen dat de land-zee grens tijdens het uitvoeren van het onderzoek op een andere plaats lag dan ten tijde van registratie.

7.0.3 hoedanigheid oppervlakte

Naam attribuut

hoedanigheid oppervlakte

Definitie

De beschrijving van de toestand of de aard van het aardoppervlak ten tijde van het sondeonderzoek.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Tekst

Maximale lengte

200

Toelichting

Het gegeven is bedoeld om bijzonderheden over het oppervlak vast te leggen die voor eenieder die de resultaten van het onderzoek wil gebruiken van belang kunnen zijn. Voorbeelden zijn dat het terrein is opgehoogd, dat het oppervlak zich in een bouwput bevindt, dat het oppervlak helt of dat het blank staat.

   

7.0.4 grondwaterstand

Naam attribuut

grondwaterstand

Definitie

De diepte van het grondwateroppervlak in het sondeergat direct na uitvoering van het sondeonderzoek.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.2

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

Niet gespecificeerd

Toelichting

De grondwaterstand kan van invloed zijn op het resultaat van het sondeonderzoek.

7.1. Verwijderde laag

Naam entiteit

Verwijderde laag

Definitie

Het deel van het voorgeboorde of voorgegraven traject dat als een laag met een bepaalde samenstelling is beschreven.

Kardinaliteit

0..*

Regels

Het gegeven ontbreekt wanneer het attribuut voorgeboord tot de waarde 0 heeft.

Toelichting

Het hele traject van voorboren of voorgraven is beschreven als een opeenvolging van lagen. De lagen sluiten precies op elkaar aan.

   

7.1.1 volgnummer

 

Naam attribuut

volgnummer

Definitie

Het volgnummer van de laag.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Nummer

Maximale lengte

2

Toelichting

De lagen worden genummerd van boven naar onder, te beginnen bij 1.

   

7.1.2 bovengrens

 

Naam attribuut

bovengrens

Definitie

De diepte van de bovenkant van de laag.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.2

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

0 tot niet-gespecificeerd

Regels

De bovengrens van de eerste laag heeft de waarde 0. De bovengrens van iedere andere laag valt steeds samen met de ondergrens van de laag erboven.

   

7.1.3 ondergrens

 

Naam attribuut

ondergrens

Definitie

De diepte van de onderkant van de laag.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Rationaal getal

Maximale lengte

2.2

Eenheid

m (meter)

Waardebereik

0 tot niet-gespecificeerd

Regels

De ondergrens is groter dan de bovengrens van een laag. De ondergrens van de onderste laag is gelijk aan de waarde voorgeboord tot.

   

7.1.4 beschrijving

 

Naam attribuut

beschrijving

Definitie

De specificatie van de samenstelling van de laag.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Tekst

Maximale lengte

200

Toelichting

De samenstelling van de laag is beschreven zonder nadere afspraken over de gebruikte terminologie. Het gegeven is dan ook niet meer dan een globale karakterisering van het verwijderde materiaal.

Artikel 2. Beschrijving van de enumeraties en codelijsten

2.1. Enumeraties

IndicatieJaNee

Waarde

ja

nee

IndicatieJaNeeOnbekend

Waarde

ja

nee

onbekend

Kwaliteitsregime

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

2.2. Codelijsten

1. CoördinaatTransformatie

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

7parameterTransformatie

De gegevens zijn getransformeerd van WGS84 naar ETRS89, gebruikmakend van de 7-parameter transformatie. De transformatieparameters zijn afkomstig van de Dienst der Hydrografie en zijn tijdsafhankelijk. Voor elk jaar is een parameterset beschikbaar voor de berekening van coördinaten in ETRS89 in Nederland, waarna een transformatieprocedure naar de juiste dag volgt.

7parameterTransformatie1989

De gegevens zijn getransformeerd van WGS84 naar ETRS89, gebruikmakend van de 7-parameter transformatie. De transformatieparameters zijn afkomstig van de Dienst der Hydrografie en zijn tijdsafhankelijk. Bij transformatie is gebruik gemaakt van de parameterset 1989.0.

nietGetransformeerd

De gegevens zijn aangeleverd in ETRS89; transformatie was niet nodig.

RDNAPTRANS2008

De gegevens zijn getransformeerd van RD naar ETRS89, gebruikmakend van de transformatie RDNAPTRANS™, versie 2008. RDNAPTRANS™ is de officiële transformatie tussen RD/NAP en ETRS89 afkomstig van het Kadaster.

RDNAPTRANS2008MV0

 

De gegevens zijn getransformeerd van RD naar ETRS89, gebruikmakend van de transformatie RDNAPTRANS™, versie 2008. De positie van het aardoppervlak is onbekend, bij transformatie is uitgegaan van 0 m NAP. RDNAPTRANS™ is de officiële transformatie tussen RD/NAP en ETRS89 afkomstig van het Kadaster.

2. Kader Aanlevering

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

MBW

De gegevens zijn aangeleverd in het kader van de Mijnbouwwet.

publiekeTaak

De gegevens zijn aangeleverd in het kader van de publieke taakuitvoering, zonder nadere specificering.

WW

De gegevens zijn aangeleverd in het kader van de Waterwet.

archiefoverdracht

 

De gegevens zijn aangeleverd in het kader van archiefoverdracht.

3. KaderInwinning

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

bouwwerkConstructie

Onderzoek met als doel eigenschappen van de ondergrond rondom bouwwerken en constructies te verkennen.

controleOnderzoek

Onderzoek met als doel om veranderingen in de ondergrond t.g.v. werkzaamheden te verkennen. Betreffend onderzoek heeft veelal een lokaal karakter. Vaak is voorafgaand aan de werkzaamheden al in een ander kader informatie ingewonnen om de verandering te kunnen beoordelen.

infrastructuurLand

Onderzoek met als doel eigenschappen van de ondergrond rondom wegen, spoorwegen, fiets- en voetpaden te verkennen.

infrastructuurWater

Onderzoek met als doel eigenschappen van de ondergrond in waterwegen te verkennen.

milieuonderzoek

Onderzoek met als doel eigenschappen van de ondergrond te verkennen met een milieu hygiënische (natuurlijke of niet natuurlijke) achtergrond.

overigOnderzoek

Onderzoeken niet behorend tot bovengenoemde categorieën.

vergunning

Onderzoek met als doel een vergunning te onderbouwen.

waterkering

Onderzoek met als doel eigenschappen van de ondergrond rondom waterkeringen te verkennen.

onbekend

 

Het doel waarvoor het onderzoek is uitgevoerd is niet bekend.

4. Kwaliteitsklasse

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

klasse1

Klasse 1 volgens de bij sondeernorm opgegeven norm.

klasse2

Klasse 2 volgens de bij sondeernorm opgegeven norm.

klasse3

Klasse 3 volgens de bij sondeernorm opgegeven norm.

klasse4

Klasse 4 volgens de bij sondeernorm opgegeven norm.

klasse5

Klasse 5 volgens de bij sondeernorm opgegeven norm.

klasse6

Klasse 6 volgens de bij sondeernorm opgegeven norm.

klasse7

Klasse 7 volgens de bij sondeernorm opgegeven norm.

nvt

 

Klassen niet van toepassing (NEN 3680).

onbekend

 

Klasse onbekend.

5. LokaalVerticaalReferentiepunt

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

maaiveld

Het oppervlak van de vaste aarde, daar waar de aarde niet bedekt is met water. Het maaiveld vormt de grens tussen de ondergrond en de bovengrond.

waterbodem

De bodem van het waterlichaam. Deze vormt de grens tussen de ondergrond en de bovengrond, daar waar de aarde bedekt is met water.

6. MethodeLocatiebepaling

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

DGPS50tot200cm

Meting d.m.v. Differential Global Positioning System, afwijking tussen 50 en 200 centimeter.

GPS200tot1000cm

Meting d.m.v. Global Positioning System, afwijking tussen 200 en 1.000 centimeter.

RTKGPS0tot2cm

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, afwijking kleiner dan 2 centimeter.

RTKGPS2tot5cm

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, afwijking tussen 2 en 5 centimeter.

RTKGPS5tot10cm

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, afwijking tussen 5 en 10 centimeter.

RTKGPS10tot50cm

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, zonder fix, afwijking tussen 10 en 50 centimeter.

tachymetrie0tot10cm

Meting d.m.v. tachymetrie, ook wel als landmeting of Total Station aangeduid, vanaf een referentiepunt dat geen NAP-peilmerk is, afwijking kleiner dan 10 centimeter.

tachymetrie10tot50cm

Meting d.m.v. tachymetrie, ook wel als landmeting of Total Station aangeduid, vanaf een referentiepunt dat geen NAP-peilmerk is, afwijking tussen 10 en 50 centimeter.

DGPS0tot100cm

 

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid of d.m.v. Differential Global Positioning System, afwijking kleiner dan 100 centimeter.

DGPS100tot500cm

 

Meting d.m.v. Global Positioning System of d.m.v. Differential Global Positioning System, afwijking tussen 100 en 500 centimeter.

GBKNOnbekend

 

Locatie bepaald aan de hand van de grootschalige basiskaart van Nederland (tegenwoordig BGT), afwijking onbekend.

GPSOnbekend

 

Meting d.m.v. Global Positioning System, afwijking onbekend.

kaartGrootschalig

 

Locatie bepaald aan de hand van niet-digitale kaart, afwijking onbekend. Een grootschalige kaart is een kaart met een schaalgrootte niet kleiner dan 1:10.000 (bijvoorbeeld 1:500, 1:5.000 of 1:10.000).

kaartKleinschalig

 

Locatie bepaald aan de hand van niet-digitale kaart, afwijking onbekend. Een kleinschalige kaart is een kaart met een schaalgrootte kleiner dan 1:10.000 (bijvoorbeeld 1:25.000, 1:50.000 of 1:100.000).

landmetingOnbekend

 

Meting d.m.v. landmeting, afwijking onbekend.

onbekend

 

Het is onbekend op welke manier de locatie bepaald is.

7. MethodeVerticalePositiebepaling

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

AHN2

Positie bepaald d.m.v. Actueel Hoogtebestand Nederland, versie 2 van 2007-2012.

AHN3

Positie bepaald m.b.v. Actueel Hoogtebestand Nederland, versie 3 van 2014-2019.

RTKGPS0tot4cm

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, afwijking kleiner dan 4 centimeter.

RTKGPS4tot10cm

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, afwijking tussen 4 en 10 centimeter.

RTKGPS10tot20cm

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, zonder fix, afwijking tussen 10 en 20 centimeter.

RTKGPS20tot100cm

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, zonder fix, afwijking tussen 20 en 100 centimeter.

tachymetrie0tot10cm

Meting d.m.v. tachymetrie, ook wel als landmeting of Total Station aangeduid, vanaf een referentiepunt dat geen NAP-peilmerk is, afwijking kleiner dan 10 centimeter.

tachymetrie10tot50cm

Meting d.m.v. tachymetrie, ook wel als landmeting of Total Station aangeduid, vanaf een referentiepunt dat geen NAP-peilmerk is, afwijking tussen 10 en 50 centimeter.

waterpassing0tot2cm

Meting d.m.v. waterpassing vanaf een NAP-peilmerk, afwijking kleiner dan 2 centimeter.

waterpassing2tot4cm

Meting d.m.v. waterpassing vanaf een NAP-peilmerk, afwijking tussen 2 en 4 centimeter.

waterpassing4tot10cm

Meting d.m.v. waterpassing vanaf een NAP-peilmerk, afwijking tussen 4 en 10 centimeter.

AHN1

 

Positie bepaald m.b.v. Actueel Hoogtebestand Nederland, versie 1 van 1996-2003.

AHNOnbekend

 

Positie bepaald m.b.v. Actueel Hoogtebestand Nederland, versie onbekend.

DGPS0tot10cm

 

Meting d.m.v. Real Time Kinematic GPS, ook wel als DGPS aangeduid, afwijking kleiner dan 10 centimeter.

geen

 

Er is geen positie bepaald.

GPSOnbekend

 

Meting d.m.v. Global Positioning System, afwijking onbekend.

kaartGrootschalig

 

Locatie bepaald aan de hand van niet-digitale kaart, afwijking onbekend. Een grootschalige kaart is een kaart met een schaalgrootte niet kleiner dan 1:10.000 (bijvoorbeeld 1:500, 1:5.000 of 1:10.000).

kaartKleinschalig

 

Locatie bepaald aan de hand van niet-digitale kaart, afwijking onbekend. Een kleinschalige kaart is een kaart met een schaalgrootte kleiner dan 1:10.000 (bijvoorbeeld 1:25.000, 1:50.000 of 1:100.000).

kaartOnbekend

 

Positie bepaald aan de hand van niet-digitale kaart, afwijking onbekend.

landmetingOnbekend

 

Meting d.m.v. landmeting, afwijking onbekend.

onbekend

 

Het is onbekend op welke manier de verticale positie bepaald is.

8. Referentiestelsel

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

ETRS89

European Terrestrial Reference System 1989 (EPSG 4258).

RD

Rijks Driehoeksmeting – Amersfoort RD New (EPSG 28992).

WGS84

World Geodetic System 1984 (EPSG 4326).

9. Registratiestatus

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

voltooid

Het registeren van de gegevens van het object is voltooid. Alle gegevens zijn in de registratie ondergrond vastgelegd en er kunnen geen nieuwe gegevens meer worden geregistreerd.

10. Sondeermethode

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

elektrischContinu

Elektrisch continue meting.

elektrischDiscontinu

Elektrisch discontinue meting.

mechanischContinu

Mechanisch continue meting.

MechanischDiscontinu

Mechanisch discontinue meting.

elektrisch

 

Elektrische meting, continuiteit van de uitvoering onbekend.

mechanisch

 

Mechanische meting, continuiteit van de uitvoering onbekend.

onbekend

 

Methode onbekend.

11. Sondeernorm

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

ISO22476D1

NEN-EN-ISO 22476 deel 1.

ISO22476D12

NEN-EN-ISO 22476 deel 12.

NEN5140

NEN 5140.

NEN3680

 

NEN 3680.

onbekend

 

Sondeernorm onbekend.

12. Stopcriterium

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

bezwijkrisico

Risico op bezwijken / knikken.

conusweerstand

Maximale conusweerstand bereikt.

einddiepte

Einddiepte bereikt.

hellingshoek

Maximale hellingshoek bereikt.

obstakel

Obstakel geraakt.

storing

Er is een storing opgetreden.

waterspanning

Maximale waterspanning bereikt.

wegdrukkracht

Maximale wegdrukkracht bereikt.

wrijvingsweerstand

Maximale wrijvingsweerstand bereikt.

onbekend

 

De reden is onbekend.

13. VerticaalReferentievlak

Waarde

IMBRO

IMBRO/A

Omschrijving

LAT

Laagst mogelijke waterstand gebaseerd op de stand van zon en maan (Lowest Astronomical Tide).

MSL

Gemiddeld zeeniveau (Mean Sea Level).

NAP

Normaal Amsterdams Peil.

Toelichting

1. Inleiding

De catalogus voor het geotechnisch sondeeronderzoek beschrijft de gegevens die in de registratie ondergrond zijn opgenomen van sondeeronderzoek dat vanuit het vakgebied van de geotechniek is uitgevoerd. In de geotechniek wordt sondeeronderzoek routinematig en op gestandaardiseerde wijze uitgevoerd. Sondeeronderzoek wordt sporadisch binnen andere vakgebieden uitgevoerd, bijvoorbeeld in de bodemkunde, en dat onderzoek valt buiten het bereik van de basisregistratie ondergrond.

1.1. Geotechnisch sondeeronderzoek

Geotechnisch sondeeronderzoek wordt uitgevoerd in het kader van projecten in de grond-, weg- en waterbouw en in de woning- en utiliteitsbouw. Het heeft tot doel de opbouw en de eigenschappen van de ondergrond te onderzoeken om de locatie, het ontwerp, de uitvoering of de toestand van bouwwerken te kunnen vaststellen. Geotechnisch sondeeronderzoek is de formele naam die in de basisregsitratie ondergrond gebruikt wordt en de term verwijst naar een onderzoekstechniek die gewoonlijk sonderen wordt genoemd.

Geotechnisch sondeeronderzoek in de basisregsitratie ondergrond is het geheel van gegevens dat betrekking heeft op een specifiek sondeeronderzoek dat op een specifieke locatie in Nederland is uitgevoerd en dat door of onder de verantwoordelijkheid van een bepaalde bronhouder is aangeleverd aan de registerbeheerder van de BRO en vervolgens onder zijn verantwoordelijkheid in de registratie ondergrond is opgenomen. De activiteiten van sondeeronderzoek omvatten in ieder geval het op locatie doen van metingen met een sondeerapparaat en de uiteindelijke rapportage van de resultaten aan de opdrachtgever.

1.2. Sonderen

Sonderen is een manier van veldonderzoek die binnen het domein van de geotechniek ontwikkeld is. Bij dit type onderzoek wordt een sondeerconus met constante snelheid de grond ingedrukt en terwijl de conus naar beneden gaat, worden quasi-continu waarnemingen gedaan aan fysieke grootheden.

De techniek is oorspronkelijk ontwikkeld om inzicht te krijgen in het dragend vermogen van de ondergrond om op basis daarvan funderingen te ontwerpen. De grootheid die daartoe gemeten werd en wordt, is de weerstand die de conus op de weg naar beneden ondervindt. In de afgelopen decennia heeft de sondeertechniek zich sterk ontwikkeld en inmiddels is het mogelijk routinematig een breed scala aan grootheden te meten. De techniek wordt in Nederland overigens nog steeds in hoofdzaak gebruikt voor het ontwerp van funderingen, maar de resultaten kunnen ook veel breder worden gebruikt omdat zij in meer algemene zin inzicht geven in de eigenschappen en de opbouw van de ondergrond.

2. Belangrijkste entiteiten

2.1. Geotechnisch sondeeronderzoek

Deze entiteit draagt de naam van het registratieobject zelf en bevat de gegevens die het sondeeronderzoek identificeren en allerlei administratieve gegevens die betrekking hebben op onder meer de herkomst van het onderzoek in de registratie. Zo geeft het informatie over het doel waarvoor het onderzoek is uitgevoerd (kader inwinning), en de grondslag voor de verplichting tot aanlevering (kader aanlevering).

2.2. Registratiegeschiedenis

De registratiegeschiedenis van een geotechnisch sondeeronderzoek geeft de essentie van de geschiedenis van het object in de registratie ondergrond, de zgn. formele geschiedenis. De registratiegeschiedenis vertelt bijvoorbeeld wanneer een object is geregistreerd en of er na registratie correcties zijn doorgevoerd.

2.3. Sondeonderzoek

Het sondeonderzoek vormt de kern van het geotechnisch sondeeronderzoek. Het is de typering van het geheel van activiteiten dat binnen het sondeeronderzoek is uitgevoerd om met het sondeerapparaat de waarde van bepaalde parameters te meten en die metingen voor de opdrachtgever tot een resultaat te bewerken. De nauwkeurigheid van de gemeten parameters wordt impliciet verantwoord doordat het geotechnisch sondeeronderzoek in zijn geheel aan een bepaalde norm voldoet.

Het sondeonderzoek koppelt de resultaten die eruit voortkomen aan het door de sonde bemeten deel van de ondergrond (traject). Het sondeonderzoek bestaat altijd uit het uitvoeren van een conuspenetratietest. De conuspenetratietest kan één of meer keren onderbroken worden om een dissipatietest uit te voeren. Dat is een ander type test, met een eigen resultaat.

De meetresultaten worden altijd bewerkt. De activiteiten die uitgevoerd zijn om de metingen te bewerken voor de uiteindelijke rapportage worden apart vastgelegd (de bewerking).

2.4. Resultaat

Het resultaat geeft de waarden van de bepaalde parameters op bepaalde posities in het sondeertraject (conuspenetratietest resultaat), dan wel het verloop van de waarde van gemeten parameters op één bepaalde positie in de tijd (dissipatietest resultaat). Sommige parameters hebben betrekking op de positie van de meting, maar de meeste parameters geven eigenschappen van de ondergrond weer.

2.5. Sondeerapparaat

Het sondeerapparaat is een typering van het apparaat dat bij het sondeeronderzoek is gebruikt. Het belangrijkste onderdeel van het apparaat wordt de sondeerconus genoemd en dat is het eigenlijke meetinstrument oftewel de sonde. De sondeerconus bestaat uit twee functionele onderdelen, de kleefmantel en de conuspunt. De conuspunt omvat niet alleen het kegelvormig uiteinde van de sondeerconus maar ook het cilindrisch deel daar direct boven. De kleefmantel zit daar weer boven.

Voor de meeste gemeten parameters kan vóór en na het uitvoeren van het sondeonderzoek de waarde worden afgelezen die het apparaat aangeeft zonder belasting (nulmeting). De nulmetingen worden gebruikt om vast te stellen of en in hoeverre het apparaat tijdens het sonderen aan betrouwbaarheid heeft ingeboet.

2.6. Aanvullend onderzoek

In sommige gevallen worden er in het veld aanvullend onderzoek gedaan. Het gaat om waarnemingen die vaak met het blote oog worden gedaan. Wanneer de ondergrond tot een bepaalde diepte wordt weggegraven voordat met het sondeonderzoek wordt begonnen, wordt er een beschrijving van de weggehaalde lagen gemaakt (verwijderde laag).

3. Het domeinmodel

Bijlage 263303.png
Figuur 1: Domeinmodel geotechnisch sondeeronderzoek

Basisregistratie Ondergrond (BRO)

Catalogus

Bodemkundig booronderzoek

Inhoudsopgave

Artikel 1 Definitie van registratieobject, entiteiten en attributen

58

1.1

Registratieobject

58

1.2

Entiteiten en attributen

58

 

1

Booronderzoek

58

 

2

Registratiegeschiedenis

63

 

3

Aangeleverde locatie

65

 

4

Aangeleverde verticale positie

67

 

5

Gestandaardiseerde locatie

69

 

6.0

Boring

70

 

6.1

Boorprocedure

72

 

6.2

Verwijderd traject

73

 

6.3

Verwijderde laag

73

 

6.4

Geboord traject

74

 

6.5

Boorapparaat

75

 

6.6

Geboord interval

76

 

7

Terreintoestand

77

 

8.0

Boormonsterbeschrijving

78

 

8.1

Boorprofiel

80

 

8.2

Strooisellaag

82

 

8.3

Bodemlaag

83

 

8.4

Laagcomponent

85

 

8.6

Fractieverdeling

89

 

8.7

Verdeling fijne fractie

91

 

8.8

Onvolledige fractiespecificatie

92

 

8.9

Vast gesteentelaag

93

 

8.10

Bodemclassificatie

94

 

8.11

Bijzonderheid onderin

98

Artikel 2 Beschrijving van de enumeraties en codelijsten

99

2.1

Enumeraties

99

2.2

Codelijsten

100

 

1.

AfwijkendGrondwaterRegime

100

 

2.

Afzettingskarakteristiek

100

 

3.

Beschrijflocatie

101

 

4.

Beschrijfmethode

101

 

5.

Bijzonderheid

101

 

6.

BijzonderheidBovenin

102

 

7.

BijzonderheidLocatie

105

 

8.

Bodemklasse

106

 

9.

BodemkundigeGrondsoornaam

109

 

10.

Boorspoeling

110

 

11.

Boortype

110

 

12.

Boornorm

111

 

13.

Codegroep

111

 

14.

CoördinaatTransformatie

112

 

15.

Gesteentesoort

112

 

16.

Grindgehalteklasse

112

 

17.

Grondwatertrap

112

 

18.

Horizontcode

113

 

19.

KaderAanlevering

120

 

20.

KaderInwinning

121

 

21.

Kalkklasse

121

 

22.

Kalkverloopklasse

121

 

23.

KlasseSchelpmateriegehalte

121

 

24.

Landgebruik

122

 

25.

LokaalVerticaalReferentiepunt

122

 

26.

MethodeLocatiebepaling

123

 

27.

MethodeVerticalePositiebepaling

123

 

28.

Monsterhoedanigheid

123

 

29.

OndergrensZandfractie

123

 

30.

OndergrondDuinvaaggrond

123

 

31.

OndergrondVeen

124

 

32.

OrganischeStofklasse

124

 

33.

Profielverloop

124

 

34.

Referentiestelsel

124

 

35.

Registratiestatus

124

 

36.

Rijpingsklasse

124

 

37.

StandaardGrondsoortnaam

125

 

38.

Stopcriterium

125

 

39.

Strooiselsoort

126

 

40.

Textuurklasse

126

 

41.

Vakgebied

129

 

42.

Veenklasse

129

 

43.

Veensoort

129

 

44.

Vergravingsklasse

130

 

45.

VerticaalReferentievlak

130

 

46.

VerwijderdMateriaal

130

Toelichting

130

1.

Inleiding

130

 

1.1

Bodemkundig booronderzoek

130

 

1.2

Boren

131

 

1.3

Deelonderzoeken

131

2.

Belangrijkste entiteiten

131

 

2.1

Booronderzoek

131

 

2.2

Registratiegeschiedenis

131

 

2.3

Boring

131

 

2.3

Terreintoestand

132

 

2.4

Boormonsterbeschrijving

132

 

2.5

Boorprofiel

132

 

2.6

Bodemclassificatie

132

3.

Het domeinmodel

132

Artikel 1. Definitie van registratieobject, entiteiten en attributen

1.1. Registratieobject

Naam

Booronderzoek

Code

BHR

Definitie

Het geheel van gegevens dat betrekking heeft op een booronderzoek dat vanuit een bepaalde opdracht is uitgevoerd door op een bepaald moment op een bepaalde locatie in Nederland of zijn Exclusieve Economische Zone een boring uit te voeren en de monsters die daarmee uit de ondergrond zijn verkregen te beschrijven en eventueel te analyseren en/of in het boorgat zelf metingen aan de ondergrond uit te voeren.

Unieke aanduiding

BRO-ID

Populatie

De populatie booronderzoeken in de registratie ondergrond omvat alle onderzoeken met uitzondering van onderzoek dat onder het regime van de Mijnbouwwet valt en onderzoek dat met het oog op de beoordeling van de bodemmilieukwaliteit of vanuit de archeologie wordt uitgevoerd.

De huidige gegevensdefinitie beschrijft alleen het bodemkundig booronderzoek en beperkt zich verder tot de boormonsterbeschrijving.

1.2. Entiteiten en attributen

1. Booronderzoek

Naam entiteit

Booronderzoek

Definitie

De gegevens die het booronderzoek identificeren en inzicht geven in de geschiedenis van het object voorafgaand aan opname in de registratie ondergrond.

   

1.1 BRO-ID

 

Naam attribuut

BRO-ID

Definitie

De identificatie van een booronderzoek in de registratie ondergrond.

   

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Registratieobjectcode

Type

Code

Opbouw

BHRNNNNNNNNNNNN

Toelichting

De basisregistratie ondergrond kent bij registratie automatisch de juiste waarde aan het object toe.

   

1.2 bronhouder

 

Naam attribuut

bronhouder

Definitie

De identificatie die de organisatie die bronhouder is van de gegevens in de basisregistratie ondergrond, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als bronhouder van booronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven in het geval de dataleverancier niet de bronhouder is. Voor gegevens die afkomstig zijn uit BIS Nederland of DINO is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu bronhouder.

   

1.3 object-ID bronhouder

 

Naam attribuut

object-ID bronhouder

Definitie

De identificatie die door of voor de bronhouder is gebruikt om het object in de eigen administratie te kunnen vinden, voordat het was geregistreerd in de basisregistratie ondergrond.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Nee

Domein

Tekst

Maximale lengte

200

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder. Het is in de registratie opgenomen om de communicatie tussen de registerbeheerder en de bronhouder of dataleverancier te vergemakkelijken.

   

1.4 dataleverancier

 

Naam attribuut

dataleverancier

Definitie

De identificatie die de organisatie die het object aan de basisregistratie ondergrond heeft aangeleverd, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Nee

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als dataleverancier van booronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven. Het wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

   

1.5 kwaliteitsregime

 

Naam attribuut

kwaliteitsregime

Definitie

De aanduiding van de kwaliteitseis waaraan de gegevens van het object voldoen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Kwaliteitsregime

Type

Enumeratie

Toelichting

Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven.

   
   

1.6 kader aanlevering

 

Naam attribuut

kader aanlevering

Definitie

De rechtsgrond op basis waarvan, of bij afwezigheid daarvan, de activiteit naar aanleiding waarvan, het betreffende gegeven is aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

KaderAanlevering

Type

Codelijst

Toelichting

De wetgever stipuleert dat het gegeven moet zijn vastgelegd om inzicht te geven in de relatie met de taken van een bestuursorgaan. Het gegeven geeft inzicht in de maatschappelijke betekenis van de informatie.

   

1.7 kader inwinning

 

Naam attribuut

kader inwinning

Definitie

Het doel waarvoor het onderzoek is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

KaderInwinning

Type

Codelijst

Toelichting

Onderzoek wordt normaliter projectmatig uitgevoerd, zelfs als het direct gebonden is aan een publieke taak. Het gegeven beschrijft het hogere doel van het project waarvoor het onderzoek is uitgevoerd of preciseert de taak.

   

1.8 vakgebied

 

Naam attribuut

vakgebied

Definitie

De discipline waarbinnen het booronderzoek is uitgevoerd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Vakgebied = bodemkunde

Type

Codelijst

Toelichting

Het vakgebied bepaalt hoe het onderzoek is uitgevoerd en welke gegevens en categorieën van gegevens vastgelegd kunnen zijn.

   

1.9 rapportagedatum onderzoek

 

Naam attribuut

rapportagedatum onderzoek

Definitie

De datum waarop de uitvoerder van het booronderzoek alle gegevens van het booronderzoek heeft vastgelegd en het resultaat aan de opdrachtgever kan worden aangeboden, dan wel de feitelijk datum van rapportage.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Datum

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1950 tot heden

Regels

De datum ligt niet na het tijdstip registratie object.

   

1.10 uitvoerder onderzoek

 

Naam attribuut

uitvoerder onderzoek

Definitie

De identificatie die de organisatie die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van het booronderzoek, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Nee

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerder van booronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

   

1.11 terreintoestand bepaald

 

Naam attribuut

terreintoestand bepaald

Definitie

De aanduiding die aangeeft of in het onderzoek gegevens over de toestand van het terrein zijn vastgelegd die van betekenis zijn voor de beoordeling van de resultaten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Domein IMBRO/A

IndicatieJaNeeOnbekend

Type

Enumeratie

   

1.12 strooisellaag beschreven

 

Naam attribuut

strooisellaag beschreven

Definitie

De aanduiding die aangeeft of in het onderzoek de laag strooisel die op het maaiveld kan liggen doorboord en beschreven is.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

In het bodemkundig booronderzoek zoals dat door Wageningen Environmental Research wordt uitgevoerd, is het gebruikelijk de laag strooisel die lokaal, bijvoorbeeld in bossen, op het maaiveld ligt als onderdeel van de bodem te beschrijven. De strooisellaag wordt veelal bemonsterd met een humushapper. Dat is een steekapparaat dat geclassificeerd is als een boorapparaat.

   

1.13 boorgat bemeten

 

Naam attribuut

boorgat bemeten

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het uitvoeren van boorgatmetingen onderdeel van het onderzoek is.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee = nee

Type

Enumeratie

Toelichting

Omdat het vakgebied bodemkunde is, is de waarde altijd nee. Ook in cultuurtechnisch booronderzoek worden geen boorgatmetingen uitgevoerd. Bij geotechnisch of geologisch onderzoek gebeurt het wel, maar incidenteel.

   

1.14 boormonsters beschreven

 

Naam attribuut

boormonsters beschreven

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het beschrijven van boormonsters onderdeel van het onderzoek is.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

   

1.15 boormonsters geanalyseerd

 

Naam attribuut

boormonsters geanalyseerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het analyseren van boormonsters onderdeel van het onderzoek is.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

Bij de registratie van een bodemkundige boormonsterbeschrijving wordt direct vastgelegd of het analyseren van boormonsters ook onderdeel is geweest van het booronderzoek. De resultaten van die activiteit zullen in een latere fase van de totstandkoming van de basisregistratie ondergrond aan de boormonsterbeschrijving worden toegevoegd.

   

1.16 boormonsters gefotografeerd

 

Naam attribuut

boormonsters gefotografeerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het maken van foto's van boormonsters onderdeel van het onderzoek is.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

Bij de registratie van een bodemkundige boormonsterbeschrijving wordt direct vastgelegd of het fotograferen van boormonsters ook onderdeel is geweest van het booronderzoek. De resultaten van die activiteit zullen in een latere fase van de totstandkoming van de basisregistratie ondergrond aan de boormonsterbeschrijving worden toegevoegd.

2. Registratiegeschiedenis

Naam entiteit

Registratiegeschiedenis

Definitie

De gegevens die de geschiedenis van het object in de registratie ondergrond markeren.

Kardinaliteit

1

Toelichting

De gegevens staan niet in een brondocument, maar worden automatisch door de basisregistratie ondergrond gegenereerd.

2.1 tijdstip registratie object

Naam attribuut

tijdstip registratie object

Definitie

De datum en het tijdstip waarop voor het eerst gegevens van het object in de registratie ondergrond zijn opgenomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

2.2 registratiestatus

Naam attribuut

registratiestatus

Definitie

De actuele fase van registratie waarin het object zich bevindt.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Registratiestatus

Type

Codelijst

2.3 tijdstip laatste aanvulling

Naam attribuut

tijdstip laatste aanvulling

Definitie

De datum en het tijdstip waarop de laatste aanvulling op de gegevens in de registratie ondergrond is doorgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Toelichting

Het gegeven is alleen aanwezig wanneer na de registratie van een deelonderzoek ander deelonderzoek is vastgelegd.

2.4 tijdstip voltooiing registratie

Naam attribuut

tijdstip voltooiing registratie

Definitie

De datum en het tijdstip waarop alle gegevens van het object in de registratie ondergrond zijn opgenomen.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het gegeven is alleen aanwezig wanneer de registratiestatus de waarde voltooid heeft.

Toelichting

Het gegeven is alleen aanwezig als alle aan te leveren gegevens zijn geregistreerd. Na dit tijdstip kunnen geen nieuwe gegevens meer ter registratie worden aangeboden. Wel kunnen fouten in de registratie worden verbeterd.

2.5 gecorrigeerd

Naam attribuut

gecorrigeerd

Definitie

De aanduiding die aangeeft of er een verbetering in de gegevens van het object in de registratie ondergrond heeft plaatsgevonden.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

2.6 tijdstip laatstecorrectie

Naam attribuut

tijdstip laatste correctie

Definitie

De datum en het tijdstip waarop de laatste verbetering in de gegevens van het object is doorgevoerd.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van het gegeven wordt bepaald door de waarde van het attribuut gecorrigeerd.

2.7 in onderzoek

Naam attribuut

in onderzoek

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het object door de registerbeheerder in onderzoek is genomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

Wanneer een object in onderzoek is genomen betekent dit dat er bij de registerbeheerder gerede twijfel bestaat over de juistheid van de geregistreerde gegevens en dat er een onderzoek is gestart om vast te stellen wat de juiste gegevens zijn. Normaliter gaat hieraan een melding van derden vooraf.

2.8 in onderzoek sinds

Naam attribuut

in onderzoek sinds

Definitie

De datum en het tijdstip waarop de registerbeheerder het object in onderzoek heeft genomen.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van het gegeven wordt bepaald door de waarde van het attribuut in onderzoek.

2.9 uit registratie genomen

Naam attribuut

uit registratie genomen

Definitie

De aanduiding die aangeeft of de gegevens van het object door de registerbeheerder uit registratie zijn genomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

Wanneer de registerbeheerder een object uit registratie heeft genomen, zijn de gegevens niet langer beschikbaar voor andere afnemers dan bronhouder en dataleverancier.

De registerbeheerder zal een object alleen bij hoge uitzondering uit registratie nemen en alleen na akkoord van de bronhouder. Aan de beslissing gaat een proces van zorgvuldige afweging vooraf en dat komt tot uitdrukking in de regel dat een object slechts een keer uit registratie kan worden genomen.

2.10 tijdstip uit registratie genomen

Naam attribuut

tijdstip uit registratie genomen

Definitie

De datum en het tijdstip waarop het object uit registratie is genomen.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van het gegeven wordt bepaald door de waarde van het attribuut uit registratie genomen.

2.11 weer in registratie genomen

Naam attribuut

weer in registratie genomen

Definitie

De aanduiding die aangeeft of het object in de registratie ondergrond is opgenomen, nadat het eerder uit registratie was genomen.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

IndicatieJaNee

Type

Enumeratie

Toelichting

De registerbeheerder kan een object eenmalig uit registratie nemen, en die actie kan hij eenmalig ongedaan maken. Ook hiervoor geldt dat akkoord van de bronhouder vereist is.

2.12 tijdstip weer in registratie genomen

Naam attribuut

tijdstip weer in registratie genomen

Definitie

De datum en het tijdstip waarop het object in de registratie ondergrond is opgenomen, nadat het uit registratie was genomen.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Ja

Domein

DatumTijd

Regels

Het al dan niet aanwezig zijn van het gegeven wordt bepaald door de waarde van het attribuut weer in registratie genomen.

3. Aangeleverde locatie

Naam entiteit

Aangeleverde locatie

Definitie

De gegevens over de plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak, zoals die zijn aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

Kardinaliteit

1

Toelichting

De locatie van booronderzoek is gedefinieerd als een punt.

   

3.1 coördinaten

 

Naam attribuut

coördinaten

Definitie

De coördinaten die zijn aangeleverd.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Coördinatenpaar

Regels

De algemene regel is dat de locatie van booronderzoek in Nederland of zijn Exclusieve Economische Zone ligt.

Omdat het vakgebied bodemkunde is, ligt de locatie in Nederland en aan de landzijde van de UNCLOS-basislijn.

3.2 referentiestelsel

 

Naam attribuut

referentiestelsel

Definitie

Het referentiestelsel van de aangeleverde coördinaten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Referentiestelsel

Type

Codelijst

Toelichting

Omdat het vakgebied bodemkunde is ligt de locatie aan de landzijde van de UNCLOS-basislijn en zijn de coördinaten gedefinieerd in RD of ETRS89.

3.3 datum locatiebepaling

Naam attribuut

datum locatiebepaling

Definitie

De datum waarop de plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak is bepaald.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Datum

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1950 tot heden

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Booronderzoek.

Regels IMBRO/A

Wanneer de rapportagedatum onderzoek gelijk is aan onbekend, heeft ook dit gegeven de waarde onbekend.

Toelichting

De regel voor IMBRO/A is op de volgende overweging gebaseerd: wanneer bij gegevens uit het verleden de meest relevante datum van het booronderzoek, de rapportagedatum onderzoek, niet bekend is, kan een eventueel wel ingevulde datum locatiebepaling niet in de chronologische context geplaatst worden en verliest het zijn toegevoegde waarde.

3.4 methode locatiebepaling

Naam attribuut

methode locatiebepaling

Definitie

De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

MethodeLocatiebepaling

Type

Codelijst

Toelichting

Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak is bepaald.

   

3.5 uitvoerder locatiebepaling

Naam attribuut

uitvoerder locatiebepaling

Definitie

De identificatie die de organisatie die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de plaatsbepaling, als onderneming in het Handelsregister heeft.

Kardinaliteit

0..1

Authentiek

Nee

Domein

KvK-nummer

Type

Code

Opbouw

NNNNNNNN

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerder van booronderzoek bekend zijn.

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

4. Aangeleverde verticale positie

 

Naam entiteit

Aangeleverde verticale positie

 

Definitie

De gegevens over de positie van het beginpunt van het booronderzoek in het verticale vlak, zoals aangeleverd aan de basisregistratie ondergrond.

 

Kardinaliteit

1

     
 

4.1 lokaal verticaal referentiepunt

 

Naam attribuut

lokaal verticaal referentiepunt

 

Definitie

Het punt dat in het booronderzoek is gebruikt als nulpunt voor de diepte.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

LokaalVerticaalReferentiepunt

 

Type

Codelijst

 

Regels

Een locatie op land heeft de waarde maaiveld of waterbodem. Een locatie op zee heeft de waarde waterbodem. Omdat het vakgebied bodemkunde is ligt de locatie op land.

 

Toelichting

Het domein bevat begrippen die naar een vlak verwijzen. Het lokaal verticaal referentiepunt is het punt waar het booronderzoek zo’n vlak doorsnijdt en dat geldt als het punt waar het onderzoek begonnen is. De enige uitzondering op de regel is het bodemkundig booronderzoek waarin strooisel beschreven is. De afspraak is dat strooisel boven het lokaal verticaal referentiepunt ligt.

     
 

4.2 verschuiving

 
 

Naam attribuut

verschuiving

 

Definitie

De verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt t.o.v. het verticaal referentievlak.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

Rationaal getal

 

Maximale lengte

3.3

 

Eenheid

m (meter)

 

Waardebereik

Niet gespecificeerd

 

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de verschuiving niet bepaald zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het gegeven geen waarde.

 

Toelichting

De waarde kan positief of negatief zijn. Als de waarde positief is, ligt het lokaal verticaal referentiepunt boven het verticaal referentievlak en dat is, omdat het vakgebied bodemkunde is, NAP. Met behulp van de verschuiving kan een diepte omgerekend worden naar een positie ten opzichte van NAP.

 

4.3 waterdiepte

 
 

Naam attribuut

waterdiepte

 

Definitie

De positie van de waterbodem ten opzichte van het wateroppervlak.

 

Kardinaliteit

0..1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

Rationaal getal

 

Maximale lengte

3.3

 

Eenheid

m (meter)

 

Waardebereik

0 tot 100

Regels

Het gegeven is aanwezig wanneer het gegeven lokaal verticaal referentiepunt de waarde waterbodem heeft. In andere gevallen ontbreekt het gegeven.

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de waterdiepte niet bepaald zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde.

 

Toelichting

Het gegeven geeft extra informatie over de omstandigheden op plaatsen waar de waterdiepte veranderlijk is, bijvoorbeeld in uiterwaarden.

Het wordt bovendien door de basisregistratie ondergrond gebruikt bij de transformatie van coördinaten van RD naar ETRS89.

 

4.4 verticaal referentievlak

 

Naam attribuut

verticaal referentievlak

 

Definitie

Het referentieniveau voor de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

VerticaalReferentievlak = NAP

 

Type

Codelijst

 

Regels

De algemene regel is dat een locatie op land de waarde NAP heeft en een locatie op zee de waarde LAT of MSL. Omdat het vakgebied bodemkunde is, ligt de locatie op land en heeft het gegeven de waarde NAP.

     
 

4.5 datum verticale positiebepaling

 

Naam attribuut

datum verticale positiebepaling

 

Definitie

De datum waarop de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt is bepaald.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

Datum

 

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1950 tot heden

 

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Booronderzoek.

 

Regels IMBRO/A

Wanneer de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend heeft, is ook de waarde van dit gegeven onbekend.

Voor IMBRO/A-gegevens kan de verschuiving niet bepaald zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het gegeven geen waarde.

 

Toelichting

Het gegeven is van belang in verband met mogelijke veranderingen in de positie van het maaiveld of de waterbodem.

In het geval de positie is bepaald op basis van het AHN geldt als datum 1 januari van het jaar waarin de gebruikte versie van het AHN voor het gebied waarin de locatie ligt, is vastgesteld.

De eerste regel voor IMBRO/A is op de volgende overweging gebaseerd: wanneer bij gegevens uit het verleden de meest relevante datum van het booronderzoek, de rapportagedatum onderzoek, niet bekend is, kan een eventueel wel ingevulde datum verticale positie bepaling niet in de chronologische context geplaatst worden en verliest het zijn toegevoegde waarde.

 

4.6 methode verticale positiebepaling

 

Naam attribuut

methode verticale positiebepaling

 

Definitie

De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

MethodeVerticalePositiebepaling

 

Type

Codelijst

 

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de verschuiving niet bepaald zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het gegeven de waarde geen.

 

Toelichting

Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de verticale positie is bepaald.

     
 

4.7 uitvoerder verticale positiebepaling

 

Naam attribuut

uitvoerder verticale positiebepaling

 

Definitie

De identificatie die de organisatie die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de bepaling van de verticale positie, als onderneming in het Handelsregister heeft.

 

Kardinaliteit

0..1

 

Authentiek

Nee

 

Domein

KvK-nummer

 

Type

Code

 

Opbouw

NNNNNNNN

 

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerder van booronderzoek bekend zijn.

 

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

5. Gestandaardiseerde locatie

Naam entiteit

Gestandaardiseerde locatie

Definitie

De gegevens over de plaats van het booronderzoek op het aardoppervlak zoals die door de basisregistratie ondergrond zijn getransformeerd.

Kardinaliteit

1

Toelichting

De gegevens staan niet in een brondocument. De gestandaardiseerde locatie wordt door de basisregistratie ondergrond berekend ten behoeve van afnemers. Het maakt het mogelijk alle gegevens in de registratie ondergrond in een en hetzelfde referentiestelsel te ontsluiten.

De locatie van booronderzoek is gedefinieerd als een punt.

   

5.1 coördinaten

 

Naam attribuut

coördinaten

Definitie

De coördinaten in het standaard referentiestelsel.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Coördinatenpaar

   

5.2 referentiestelsel

Naam attribuut

referentiestelsel

Definitie

Het referentiestelsel van de gestandaardiseerde coördinaten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Referentiestelsel = ETRS89

Type

Codelijst

   

5.3 coördinaattransformatie

Naam attribuut

coördinaattransformatie

Definitie

De methode die de basisregistratie ondergrond heeft gebruikt voor het omzetten van de aangeleverde coördinaten.

Kardinaliteit

1

Authentiek

Ja

Domein

Coördinaattransformatie

Type

Codelijst

6.0. Boring

 

Naam entiteit

Boring

 

Definitie

De gegevens over het geheel van activiteiten, voor zover relevant voor het onderzoek, dat tot doel heeft door boren een gat in de ondergrond te maken om monsters uit de ondergrond te nemen en/of metingen aan de ondergrond te doen.

 

Kardinaliteit

1

     
 

6.01 startdatum boring

 
 

Naam attribuut

startdatum boring

 

Definitie

De datum waarop het boren is begonnen.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

Datum

 

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1950 tot heden

 

Regels

De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Booronderzoek.

 

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend hebben; in dat geval ligt het gegeven niet na het tijdstip registratie object.

     
 

6.02 einddatum boring

 
 

Naam attribuut

einddatum boring

 

Definitie

De datum waarop het boren is beëindigd.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

Datum

 

Domein IMBRO/A

OnvolledigeDatum

Waardebereik

1 januari 1950 tot heden

 

Regels

De datum ligt niet voor de startdatum boring. De datum ligt niet na de rapportagedatum onderzoek van het Booronderzoek.

 

Regels IMBRO/A

Voor IMBRO/A-gegevens kan de rapportagedatum onderzoek de waarde onbekend hebben; in dat geval ligt het gegeven niet na het tijdstip registratie object.

 

Toelichting

Bij Wageningen Environmental Research vallen start- en einddatum altijd samen.

     
 

6.03 uitvoerder boring

 
 

Naam attribuut

uitvoerder boring

 

Definitie

De identificatie die de organisatie die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de boring en het eventueel leveren van monsters, als onderneming in het Handelsregister heeft.

 

Kardinaliteit

0..1

 

Authentiek

Nee

 

Domein

KvK-nummer

 

Type

Code

 

Opbouw

NNNNNNNN

 

Regels

De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als uitvoerder van booronderzoek bekend zijn.

 

Toelichting

Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder.

     
 

6.04 verbuizing gebruikt

 
 

Naam attribuut

verbuizing gebruikt

 

Definitie

De aanduiding die aangeeft of verbuizing is aangebracht tijdens het boren.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

IndicatieJaNee

 

Domein IMBRO/A

IndicatieJaNeeOnbekend

 

Type

Enumeratie

 

Toelichting

Verbuizing wordt gezet om te voorkomen dat materiaal in het gat valt. De aanwezigheid van verbuizing kan invloed hebben op de kwaliteit van boormonsters en de resultaten van boorgatmeetonderzoek.

Verbuizing wordt in het vakgebied bodemkunde alleen aangebracht wanneer een boor van het type pulsboor wordt gebruikt.

 

6.05 boorspoeling

 
 

Naam attribuut

boorspoeling

 

Definitie

De vloeistof die tijdens het boren is gebruikt.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

Boorspoeling = geen

 

Type

Codelijst

 

Toelichting

Boorspoeling kan bij mechanische boringen gebruikt worden om het doorboorde materiaal naar de oppervlakte te brengen, de boorkop te koelen of tegendruk te geven op het doorboorde gesteente. In bodemkundig onderzoek wordt geen spoeling gebruikt.

     
 

6.06 stopcriterium

 
 

Naam attribuut

stopcriterium

 

Definitie

De reden waarom de uitvoerder van de boring met boren is opgehouden.

 

Kardinaliteit

1

 

Authentiek

Ja

 

Domein

Stopcriterium

 

Type

Codelijst

 

Toelichting

Het gegeven geeft aan of de beoogde einddiepte is gehaald of dat het boren is gestopt omdat er bepaalde problemen waren. De aard van het eventuele probleem kan informatie geven over de opbouw van de ondergrond.