Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid

Geldend van 08-11-2018 t/m heden

Besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid van 28 november 2017, kenmerk DP&O/17/2150354, houdende vaststelling van de organisatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Organisatiebesluit Ministerie van Justitie en Veiligheid)

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. ministerie: Ministerie van Justitie en Veiligheid;

  • b. bewindspersoon: de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister voor Rechtsbescherming of de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, afhankelijk van wie het aangaat;

  • c. departementsleiding: de bewindspersonen alsmede de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid gezamenlijk;

  • d. bestuursdepartement: de departementsleiding alsmede de beleids-, staf- en bedrijfsvoeringonderdelen ter ondersteuning van de departementsleiding;

  • e. bestuursraad: de bestuursraad, bedoeld in artikel 3, zevende lid.

Artikel 2

  • 1 Het ministerie bestaat uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de clusters, de beleidsuitvoerende diensten en baten-lastenagentschappen en het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

  • 2 De clusters van het ministerie zijn:

    • a. het cluster secretaris-generaal (SG-cluster);

    • b. het cluster plaatsvervangend secretaris-generaal (pSG-cluster);

    • c. het directoraat-generaal Straffen en Beschermen (DGSenB);

    • d. het directoraat-generaal Politie (DGPOL);

    • e. het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving (DGRR);

    • f. het directoraat-generaal Migratie (DGM);

    • g. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV);

    • h. de Inspectie Justitie en Veiligheid.

  • 3 De diensten en baten-lastenagentschappen, met taken op het terrein van de uitvoering van wet- en regelgeving dan wel beleid, zijn:

    • a. de diensten:

      • 1°. de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V);

      • 2°. de Justitiële Informatiedienst (JustID);

      • 3°. de raad voor de kinderbescherming (RvdK);

    • b. de baten-lastenagentschappen:

      • 1°. het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB);

      • 2°. de Dienst JUSTIS;

      • 3°. de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI);

      • 4°. de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND);

      • 5°. het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Artikel 3

  • 1 De secretaris-generaal is ambtelijk eindverantwoordelijk voor de leiding van de in artikel 2 genoemde dienstonderdelen en vervult de rol van eigenaar als bedoeld in de Regeling agentschappen en de circulaire 'Governance ten aanzien van zbo’s’, voor de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in artikel 2, derde lid, en het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven alsmede voor de volgende zelfstandige bestuursorganen:

    • a. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

    • b. de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven;

    • c. het Instituut Fysieke Veiligheid;

    • d. de Onderzoeksraad voor veiligheid;

    • e. de raad voor rechtsbijstand.

  • 2 De secretaris-generaal wordt bij afwezigheid vervangen door de plaatsvervangend secretaris-generaal. Bij afwezigheid van de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal vindt vervanging plaats door een van de directeuren-generaal of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, in volgorde van de datum van benoeming.

  • 3 De hoofden van de clusters zijn belast met de beleids- en bedrijfsvoering van de tot hun cluster behorende onderdelen.

  • 4 De directeuren-generaal vervullen de rol van opdrachtgever als bedoeld in de Regeling agentschappen en de circulaire 'Governance ten aanzien van zbo’s’

  • 5 De hoofden van de diensten, baten-lastenagentschappen, genoemd in artikel 2, derde lid, en het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven vervullen de rol van opdrachtnemer als bedoeld in de Regeling agentschappen.

  • 6 Eén van de tot het directoraat-generaal behorende directeuren wordt op voordracht van de desbetreffende directeur-generaal namens de bewindspersoon door de secretaris-generaal aangewezen als plaatsvervangend directeur-generaal. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de plaatsvervangend secretaris-generaal en de inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid.

  • 7 De secretaris-generaal (voorzitter), de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid vormen samen de bestuursraad. De bestuursraad formuleert de ministeriebrede en gemeenschappelijke kaders en bewaakt dat de activiteiten en het beleid van de onderscheiden clusters daarbinnen blijven.

    De voorzitter van het College van procureurs-generaal, de hoofddirecteur van de Dienst Justitiële Inrichtingen, de hoofddirecteur van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de korpschef van de Nationale Politie nemen als toehoorder deel aan de bestuursraad.

Hoofdstuk 2. Het cluster secretaris-generaal (SG-cluster)

Artikel 4

  • 1 Het cluster secretaris-generaal (SG-cluster) heeft taken op de terreinen van wetgeving, Europese en internationale aangelegenheden, onderzoek, strategievorming, innovatie, voorlichting, communicatie, financiën en bestuurlijke en parlementaire ondersteuning.

  • 2 Het SG-cluster bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

    • a. de directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ);

    • b. de directie Europese en Internationale Aangelegenheden (DEIA);

    • c. de Centrale Eenheid Strategie (CES);

    • d. het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC);

    • e. de directie Bestuursondersteuning (DBO);

    • f. de directie Communicatie (DCOM);

    • g. de directie Financieel-Economische Zaken (DFEZ);

    • h. het Innovatieteam;

    • i. het bureau Adviescollege Verloftoetsing tbs.

Artikel 5

  • 1 De directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ) is belast met de ontwikkeling, de totstandkoming, het beheer en het onderhoud van justitie- en veiligheidswetgeving en van andere wetgeving voor zover deze tot het werkterrein van een dienstonderdeel van het ministerie behoort, alsmede met het ontwikkelen en uitdragen van het wetgevingsbeleid en de toetsing van ontwerpwetgeving van de ministeries op rechtsstatelijke en bestuurlijke kwaliteit, met inbegrip van de constitutionele, Europeesrechtelijke en internationaalrechtelijke toetsing van wetgeving.

  • 2 De directie is tevens belast met:

    • a. het in ondermandaat dan wel met volmacht of machtiging van de hoofden van de clusters behandelen van bezwaar- en beroepschriften, verzoeken om voorlopige voorziening, aansprakelijkstellingen, verzoeken om schadevergoeding en civielrechtelijke procedures;

    • b. het ten behoeve van de hoofden van de clusters opstellen van overeenkomsten en convenanten, anders dan op het gebied van inkoop en aanbesteding;

    • c. het vooraf toetsen van beslissingen die binnen het bestuursdepartement worden genomen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur;

    • d. het desgevraagd adviseren van de leden van de departementsleiding op juridisch-bestuurlijk gecompliceerde of gevoelige onderwerpen, alsmede het vervullen van bijzondere opdrachten van de departementsleiding;

    • e. het in samenwerking met de clusters ontwikkelen, beheren en bewaken van de juridische kwaliteitsborging, gericht op het inzichtelijk maken, voorkomen en tegengaan van juridische risico’s en het waarborgen van een adequate juridische inbreng, zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering van beleid;

    • f. klachtbehandeling op mensenrechtelijk terrein voor internationale gerechten en comités, mensenrechtelijke advisering in de brede zin en het voeren van internationale onderhandelingen namens het ministerie ten aanzien van mensenrechtelijke onderwerpen;

    • g. het onderhouden van het geregelde contact met de landsadvocaat en het beslissen op verzoeken om inschakeling van de landsadvocaat.

  • 3 De directie bestaat uit:

    • a. de sector Straf- en sanctierecht;

    • b. de sector Staats- en bestuursrecht;

    • c. de sector Privaatrecht;

    • d. de sector Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid;

    • e. de afdeling Ondersteuning.

Artikel 6

  • 1 De directie Europese en Internationale Aangelegenheden (DEIA) draagt zorg voor een ministeriebrede strategie- en visieontwikkeling ten aanzien van multilaterale, Europese en bilaterale horizontale dossiers en beleidsvraagstukken en ten aanzien van Koninkrijksamenwerking, internationale projecten en expertisegebieden. Tevens is de directie belast met de zorg voor een gecoördineerde en effectieve inzet van Nederland op het gebied van Justitie en Veiligheid binnen het kader van de samenwerking binnen de Europese Unie en in het kader van de samenwerking op multilateraal, bilateraal en Koninkrijksniveau. Tenslotte faciliteert de directie de politieke en ambtelijke leiding alsmede de directies in logistieke en instrumentele zin op voornoemde terreinen en verzorgt zij de daarop betrekking hebbende informatievoorziening aan interne dossierhouders en belanghebbenden.

  • 2 De directie bevordert en bewaakt de eenheid van optreden op de in het eerste lid genoemde terreinen met inachtneming van de eigen beleidsverantwoordelijkheid van andere dienstonderdelen voor de internationale aspecten van hun beleidsterrein.

  • 3 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Europese Unie;

    • b. de afdeling Internationale Betrekkingen en Projecten;

    • c. de afdeling Justitie en Veiligheid van de Permanente Vertegenwoordiging bij de Europese Unie;

    • d. de attachees Justitie en Veiligheid op andere Nederlandse ambassades en permanente vertegenwoordigingen in het buitenland;

    • e. de managementondersteuning.

Artikel 7

De Centrale Eenheid Strategie (CES) is belast met:

  • a. het ontwikkelen van strategische inzichten en agendavorming voor de middellange en lange termijn door intern en extern als verbinder te fungeren;

  • b. het stimuleren van visievorming op de middellange en lange termijn;

  • c. het organiseren van de strategische dialoog in de bestuursraad;

  • d. het ondersteunen van de gedachtewisseling over strategische thema’s tussen de leden van de departementsleiding;

  • e. het signaleren van ontwikkelingen die een aanzet tot vernieuwing voor het ministerie kunnen betekenen.

Artikel 8

  • 1 Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is belast met:

    • a. het verrichten van onderzoek en het doen verrichten van onderzoek, waaronder het evalueren van beleid en beleidsprogramma's;

    • b. het adviseren over voorgenomen beleid en beleidsprogramma’s;

    • c. het ontwikkelen, onderhouden en toegankelijk maken van data;

    • d. het verspreiden van binnen het WODC aanwezige kennis;

    • e. de documentatie van (sociaal-)wetenschappelijke publicaties op het terrein van Justitie en Veiligheid.

  • 2 Het WODC bestaat uit:

    • a. de onderzoeksafdeling Criminaliteit, Veiligheid, Rechtshandhaving en Sancties (CVRS);

    • b. de onderzoeksafdeling Rechtsbestel, Wetgeving, Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI);

    • c. de afdeling Externe Wetenschappelijke Betrekkingen (EWB);

    • d. de afdeling Statistische lnformatievoorziening en Beleidsanalyse (SIBa);

    • e. de afdeling Documentaire lnformatievoorziening (DIV);

    • f. de afdeling Bedrijfsbureau.

Artikel 9

  • 1 De directie Bestuursondersteuning (DBO) is belast met:

    • a. algemene staftaken, zoals de algemene parlementaire coördinatie en de secretariële, administratieve en organisatorische ondersteuning van de bewindspersonen, de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal;

    • b. de protocollaire ondersteuning van de departementsleiding van het ministerie en vervult daarbij een coördinerende rol;

    • c. de integrale beveiliging van het departement.

  • 2 De directie is voorts belast met het beheer van het instituut Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen.

  • 3 Het bureau bestaat uit:

    • a. de afdeling Advies;

    • b. de afdeling Project-, Programma- en Adviescentrum (PPAC);

    • c. de afdeling Managementondersteuning Departementsleiding;

    • d. het Bureau Protocol en Evenementen;

    • e. het Bedrijfsbureau.

Artikel 10

  • 1 De directie Communicatie (DCOM) is belast met het geven van informatie van en over het ministerie. Hierbij wordt gezocht naar een goede balans tussen het belang van het ministerie en dat van de ontvangers. Ook heeft de directie tot taak om politieke en maatschappelijke signalen op te vangen en terug te koppelen binnen de organisatie.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. het Stafbureau;

    • b. de afdeling Persvoorlichting, Beleidspresentatie en Nieuwsredactie;

    • c. de afdeling Communicatie & Redactie.

Artikel 11

  • 1 De directie Financieel-Economische Zaken (DFEZ) is de ministeriebrede en DG-controller en belast met:

    • a. de advisering van de departementsleiding over het beleid, de uitvoering en de bedrijfsvoering dat aan de departementale begroting ten grondslag ligt;

    • b. de coördinatie van het begrotingsproces;

    • c. de inrichting en de aansturing van de financiële functie op het ministerie;

    • d. het adviseren van de departementsleiding over het functioneren en de inrichting van de controlfunctie binnen het ministerie;

    • e. de ondersteuning van de budgethouders bij besluitvorming;

    • f. het bewaken van de financiën ten aanzien van de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid.

  • 2 DFEZ bevordert de integratie van beheer en beleid binnen het domein van de directie en levert daartoe een bijdrage aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen van het ministerie. DFEZ doet dit door kaders binnen het domein van de directie voor bedrijfsvoering te stellen, op hoofdlijnen toezicht te houden, financiële en andere bedrijfsvoeringprocessen te begeleiden en ondersteunen, alsmede te adviseren waar dat gewenst wordt of zij dit noodzakelijk acht.

  • 3 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Begroting en Kaderstelling;

    • b. de afdeling Financiële Infrastructuur & Concernadministratie;

    • c. de afdeling Control op Beleid en Uitvoering.

Artikel 12

Het Innovatieteam is belast met:

  • a. het versterken van de innovatieve functie van het ministerie;

  • b. het faciliteren van innovatieprojecten voor het ministerie;

  • c. internationale samenwerking op het gebied van innovatie;

  • d. verbinden van onderzoek en technologie met het werkterrein van het ministerie;

  • e. versterken van de samenwerking met externe partners;

  • f. interne en externe communicatie en netwerkvorming voor innovatie.

Artikel 13

Het bureau Adviescollege Verloftoetsing tbs is belast met het ondersteunen van het Adviescollege Verloftoetsing tbs alsmede het ontwikkelen van richtlijnen en andere vormen van methodische aanpak ten behoeve van dat adviescollege.

Hoofdstuk 3. Het cluster plaatsvervangend secretaris-generaal (pSG-cluster)

Artikel 14

  • 1 Het pSG-cluster heeft taken op het terrein van de bedrijfsvoering van het ministerie, in het bijzonder betreffende personeel, informatievoorziening, organisatie, automatisering, huisvesting en facilities.

    Daarbij kunnen de volgende taken worden onderscheiden:

    • a. ministeriebrede kaderstelling, control en advisering aan de secretaris-generaal en bewindslieden;

    • b. ministeriebrede coördinatie ten behoeve van de inbreng van het JenV-belang in interdepartementale overleggen en trajecten op het terrein van bedrijfsvoering;

    • c. advisering van integraal managers in de rol van DG-controller;

    • d. dienstverlening op het terrein van bedrijfsvoering ter ondersteuning van de primaire processen op het bestuursdepartement.

  • 2 Het pSG-cluster is tevens belast met de advisering en ondersteuning van de eigenaar ten aanzien van de organisaties genoemd in artikel 18a, tweede lid.

  • 3 Het pSG-cluster bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

    • a. de directie Personeel en Organisatie (DP&O);

    • b. de directie Informatievoorziening en Inkoop (DI&I);

    • c. het Dienstencentrum (DC);

    • d. de directie Huisvesting en Facilities (DHF);

    • e. de directie Eigenaarsadvisering (DEA).

Artikel 15

  • 1 De directie Personeel en Organisatie (DP&O) is belast met:

    • a. advisering van de departementsleiding over en de ontwikkeling, organisatie, coördinatie van en control op het ministeriebreed organisatie- en personeelsbeleid;

    • b. de uitvoering van de departementale werkgeverstaken;

    • c. de eerstelijnsadvisering ten aanzien van organisatie- en personeelsaangelegenheden aan de hoofden van de clusters en de daaronder ressorterende dienstonderdelen;

    • d. de ontwikkeling en organisatie van opleidingsprogramma’s ten behoeve van alle beleidsambtenaren van het ministerie.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Beleidsimplementatie;

    • b. de afdeling Kwaliteit, Control en interne Bedrijfsvoering;

    • c. de afdeling Dienstverlening;

    • d. het Bureau Ondersteuning Medezeggenschap.

Artikel 16

  • 1 De directie Informatievoorziening en Inkoop (DI&I) is belast met:

    • a. het adviseren van de departementsleiding over strategische vraagstukken op het gebied van informatievoorziening en ICT;

    • b. de control op het gebied van inkoopbeheer, informatievoorziening en ICT;

    • c. het ondersteunen van de dienstonderdelen van het ministerie bij de inrichting van de keteninformatisering en de beheersing van grote ICT-projecten;

    • d. de uitvoering van projecten op het gebied van de JenV-brede ICT-infrastructuur;

    • e. het vaststellen van kaders en centrale voorzieningen ten behoeve van de dienstonderdelen van het ministerie met het oog op rechtmatige, efficiënte en duurzame inkoop;

    • f. het toezicht op de integrale beveiliging waaronder het toezicht op de inrichting en werking van de departementale beveiligingsorganisatie en van de control-processen voor informatiebeveiliging, en de werking van de beveiligingsorganisatie en de informatiebeveiliging ten behoeve van de onder de verantwoordelijkheid van respectievelijk de Minister en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ressorterende diensten en bedrijven.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Beleid, Kennis en Innovatie;

    • b. de afdeling I-Control en Security;

    • c. de afdeling Regie, Programma’s en Projecten;

    • d. de afdeling Strategische Inkoop;

    • e. de afdeling Beveiligingsautoriteit (BVA);

    • f. de eenheid Bedrijfsjuridische Zaken.

  • 3 De afdeling Beleid, Kennis en Innovatie, en de afdeling I-Control en Security vormen tezamen het Chief Information Officer-Office (CIO-Office).

Artikel 17

  • 1 Het Dienstencentrum (DC) verzorgt voor het bestuursdepartement de levering van diensten op het gebied van huisvesting, facilitaire dienstverlening, ICT, inkoopondersteuning, werkplekservices en diensten op het gebied van post en informatievoorziening. Het Dienstencentrum is tevens belast met contractmanagement binnen de bedrijfsvoering ten behoeve van het bestuursdepartement.

  • 2 Het Dienstencentrum bestaat uit:

    • a. het cluster Klantadvies en ondersteuning;

    • b. het cluster Leveranciersmanagement;

    • c. het cluster Portfoliomanagement;

    • d. het cluster Bedrijfsvoering;

    • e. het cluster inkoop uitvoeringscentrum (IUC);

    • f. het cluster Productie informatievoorziening (PIV).

Artikel 18

De directie Huisvesting en Facilities (DHF) is belast met het realiseren van beleid, kaders en richtlijnen op het terrein van huisvesting en daarmee verband houdende faciliteiten alsmede met de uitvoering van huisvestingsprojecten voor het ministerie en aan het ministerie gerelateerde internationale organisaties.

Artikel 18a

  • 1 De directie Eigenaarsadvisering (DEA) heeft tot taak de eigenaar, met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving, te adviseren en te ondersteunen ten aanzien van de organisaties genoemd in het tweede lid. Ter uitvoering van deze taken is DEA in het bijzonder belast met:

    • a. het toetsen van de doelmatigheid en de continuïteit van de uitvoering van de organisatie en de kwaliteit van de dienstverlening;

    • b. het toetsen van de bedrijfsvoering van de organisatie en het adviseren binnen de planning- en controlcyclus;

    • c. het toezien op het goed functioneren van het sturingsmodel;

    • d. de advisering over kaders en richtlijnen voor diensten en verzelfstandigde organisaties en het coördineren van ontwikkelingen daaromtrent.

  • 2 Het aandachtsgebied van de taken van de DEA omvat de diensten en baten-lastenagentschappen, genoemd in artikel 2, derde lid, alsmede de volgende zelfstandige bestuursorganen:

    • a. het Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

    • b. de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven;

    • c. het Instituut Fysieke Veiligheid;

    • d. de Onderzoeksraad voor veiligheid;

    • e. de raad voor rechtsbijstand.

Hoofdstuk 4. Directoraat-generaal Straffen en Beschermen (DGSenB)

Artikel 19

  • 1 Het directoraat-generaal Straffen en Beschermen (DGSenB) is belast met het ontwikkelen, in opdracht geven dan wel uitvoeren en/of implementeren van het beleid voor:

    • a. de bescherming en begeleiding van jeugdigen in onveilige opvoedsituaties en voor een persoonsgerichte en groepsgerichte aanpak van jeugdigen die in aanraking komen of dreigen te komen met politie en Justitie;

    • b. slachtoffers van geweld en criminaliteit;

    • c. de bescherming van personen en instellingen tegen criminaliteit, recidive en onveiligheid;

    • d. een effectieve en integrale tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen inclusief de regie op dit deel van de strafrechtketen.

  • 2 Het directoraat-generaal bestaat uit een stafondersteuning en de volgende dienstonderdelen:

    • a. de directie Sanctietoepassing en Jeugd (DSJ);

    • b. de directie Beschermen, Aanpakken en Voorkomen (DBAenV);

    • c. de directie Coördinatie Financiën, Bedrijfsvoering en Juridische Zaken (CBJ).

Artikel 20

De directeur-generaal Straffen en Beschermen wordt secretarieel, organisatorisch en administratief ondersteund door de stafondersteuning.

Artikel 21

  • 1 De directie Sanctietoepassing en Jeugd (DSJ) is belast met de advisering aan de departementsleiding over en de coördinatie, ontwikkeling en evaluatie van beleid dat is gericht op:

    • a. de consequente en effectieve tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende en vrijheidsbeperkende straffen en maatregelen bij volwassenen;

    • b. de vermindering van de recidive door gedragsinterventies en goede aansluiting op maatschappelijke opvang;

    • c. de bescherming van minderjarigen;

    • d. interlandelijke adoptie, internationale kinderbescherming en internationale kinderontvoering met uitzondering van het uitvoeringsbeleid;

    • e. het functioneren van de uitvoeringsketen van strafrechtelijke beslissingen, de jeugdketen en de slachtofferketen en het verbeteren van de prestaties van deze ketens.

  • 2 De directie heeft een adviserende taak in de beleidsvoering van de raad voor de kinderbescherming en de Dienst Justitiële Inrichtingen, voor zover het haar beleidsterrein betreft.

  • 3 De directie heeft tot taak het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen beheersmatig en financieel aan te sturen.

  • 4 De directie is beleidsmatig en budgettair verantwoordelijk voor de door de directie gesubsidieerde organisaties en instellingen en stuurt deze aan.

  • 5 De directie wordt ondersteund door een staf en bestaat uit:

    • a. de portefeuille Boetes en Detentie;

    • b. de portefeuille Toezicht en Behandeling;

    • c. de portefeuille Jeugd;

    • d. de portefeuille Ketenregie;

    • e. het secretariaat van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming (secretariaat RSJ).

  • 6 Het secretariaat RSJ is belast met de bedrijfsvoering en ondersteuning van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming.

Artikel 22

  • 1 De directie Beschermen, Aanpakken en Voorkomen (DBAenV) is belast met de advisering aan de departementsleiding over en de coördinatie, ontwikkeling en evaluatie van beleid dat is gericht op:

    • a. het voorkomen en aanpakken van overvallen, woninginbraken straatroof en vermogenscriminaliteit;

    • b. het voorkomen en aanpakken van bedreigende situaties voor kinderen en gezinnen;

    • c. het voorkomen en aanpakken van jeugdcriminaliteit met justitiële instrumenten;

    • d. het versterken van de dienstverlening aan en de positie van slachtoffers van criminaliteit;

    • e. het voorkomen van criminaliteit door inzet van preventieve maatregelen met het oog op een veilige en rechtvaardige samenleving;

    • f. het reguleren en beheersen van kansspelen.

  • 2 De directie heeft een coördinerende taak in de beleidsvoering van de Dienst JUSTIS en de Dienst Justitiële Inrichtingen, voor zover het haar beleidsterrein betreft.

  • 3 De directie is beleidsmatig en budgettair verantwoordelijk voor de door de directie gesubsidieerde organisaties en instellingen en stuurt deze aan.

  • 4 De directie onderhoudt contacten met de kansspelautoriteit ter uitvoering van de werkzaamheden bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder f.

  • 5 De directie wordt ondersteund door een staf en bestaat uit:

    • a. de portefeuille Aanpak High Impact Crimes;

    • b. de portefeuille Integrale Aanpak Kindermishandeling en Jeugdgroepen;

    • c. de portefeuille Slachtofferbeleid;

    • d. de portefeuille Integriteit en Kansspelen.

Artikel 23

  • 1 De directie Coördinatie Financiën, Bedrijfsvoering en Juridische Zaken (CBJ) is belast met financiële advisering aan de directeur-generaal Straffen en Beschermen, de directeur Beschermen, Aanpakken en Voorkomen en de directeur Sanctietoepassing en Jeugd. Deze advisering heeft in ieder geval betrekking op uitvoeringsdiensten, zelfstandige bestuursorganen, rechtspersonen met een wettelijke taak en gesubsidieerde organisaties op het terrein van het directoraat-generaal, voor zover het geen taak van DFEZ of DEA betreft.

  • 2 Daarnaast is de directie belast met het gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen over bedrijfsvoerings-, informatiemanagement- en juridische vraagstukken, het ondersteunen bij en voeren van juridische procedures en de verzorging van de interne bedrijfsvoering.

  • 3 De directie is budgettair verantwoordelijk voor:

  • 4 De Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden van de portefeuille, genoemd in het vijfde lid, onder c, verricht de werkzaamheden van de Centrale autoriteit interlandelijke adoptie, de Centrale autoriteit internationale kinderbescherming en de Centrale autoriteit internationale kinderontvoering. De Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden is verantwoordelijk voor het uitvoeringsbeleid ten aanzien van voornoemde werkzaamheden.

  • 5 De directie bestaat uit:

    • a. de portefeuille Coördinatie Financiën;

    • b. de portefeuille Bedrijfsvoering;

    • c. de portefeuille Juridische en Internationale Zaken;

    • d. het onderdeel Informatiemanagement.

Hoofdstuk 5. Directoraat-generaal Politie (DGPOL)

Artikel 28

  • 1 Het directoraat-generaal Politie (DGPOL) is belast met:

    • a. de verantwoordelijkheid voor het functioneren van de politieorganisatie en het leveren van politiezorg;

    • b. het ontwikkelen van een visie op de kwaliteit, de inrichting en de ontwikkeling van de politieorganisatie;

    • c. het in samenspraak met de NCTV verhogen van de weerbaarheid op decentraal niveau ter voorkoming van maatschappelijke ontwrichting, door het preventief afwenden van gevaar, het voorkomen en beperken van de gevolgen van een ramp of crisis, en het bijdragen aan het herstellen van de daardoor veroorzaakte schade.

  • 2 Ter uitvoering van de taken, bedoeld in het eerste lid, is het directoraat-generaal in het bijzonder belast met:

    • a. de doorontwikkeling van het stelsel van de nationale politie;

    • b. beleidsontwikkeling op het terrein van de politie;

    • c. het vaststellen van beleidskaders voor de politieorganisatie en de uitvoering van politietaken, gericht op het realiseren van de beleidsprioriteiten van de bewindspersoon en de gezagsdragers;

    • d. het creëren van condities voor een goed en slagvaardig functionerend politieapparaat;

    • e. het in samenspraak met de NCTV ontwikkelen van beleid gericht op risico- en crisisbeheersing op decentraal niveau, in het bijzonder het onderhouden van het stelsel van decentrale crisisbeheersing, en het zorgdragen voor de aansluiting daarvan op het stelsel van nationale crisisbeheersing en op de afspraken met betrekking tot de internationale samenwerking.

  • 3 Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende portefeuilles en dienstonderdelen:

    • a. de portefeuille Middelen Politie;

    • b. de portefeuille Politieel Beleid en Taakuitvoering;

    • c. de projectdirectie Meldkamer, C2000 en 112;

    • d. de portefeuille Veiligheidsregio’s en Crisisbeheersing;

    • e. het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC);

    • f. het korps politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

    • g. het brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 29

  • 1 De portefeuille Middelen Politie is belast met:

    • a. het beleid inzake de bedrijfsvoering van de politie, ter waarborging van de continuïteit van de politieorganisatie;

    • b. het beheer van het stelsel van planning en verantwoording in relatie tot de politie en het beleid hieromtrent.

  • 2 De portefeuille Middelen Politie bestaat uit:

    • a. het programma Financiën;

    • b. het programma HRM en Onderwijs;

    • c. het programma Arbeidsvoorwaarden;

    • d. het programma Facilitair Management en Informatievoorziening.

Artikel 30

  • 1 De portefeuille Politieel Beleid en Taakuitvoering is belast met:

    • a. het beleid inzake de primaire processen, taakuitvoering en bevoegdheden van de politie;

    • b. het beheer en de interne bedrijfsvoering van het directoraat-generaal;

    • c. bestuurlijke, juridische, operationele aangelegenheden en management van incidenten;

    • d. de coördinatie van parlementaire aangelegenheden;

    • e. de coördinatie en afhandeling van burgerbrieven;

    • f. internationale politiesamenwerking;

    • g. het beheer van het korps politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • 2 De portefeuille Politieel Beleid en Taakuitvoering bestaat uit:

    • a. het programma Politiële Taken;

    • b. het programma Bestel en Bevoegdheden;

    • c. het programma Regie en Strategie;

    • d. het programma Internationale en Caribische aangelegenheden.

Artikel 31

  • 1 De projectdirectie Meldkamer, C2000 en 112 is belast met:

    • a. het beleid inzake de organisatie van de meldkamer;

    • b. het beleid inzake het communicatiesysteem van de hulpdiensten.

  • 2 De projectdirectie Meldkamer, C2000 en 112 bestaat uit het programma Meldkamer, C2000 en 112.

Artikel 31a

  • 1 De portefeuille Veiligheidsregio’s en Crisisbeheersing is belast met het in samenspraak met de NCTV:

    • a. onderhouden van het stelsel van decentrale crisisbeheersing (waaronder het stelsel van veiligheidsregio’s) en de aansluiting daarvan op het stelsel van nationale crisisbeheersing en op de afspraken met betrekking tot de internationale samenwerking;

    • b. ontwikkelen van beleid gericht op risico- en crisisbeheersing op decentraal niveau.

  • 2 De portefeuille Veiligheidsregio’s en Crisisbeheersing bestaat uit:

    • a. het programma Veiligheidsregio’s;

    • b. het programma Risico- en Crisisbeheersing.

Artikel 31b

  • 1 Het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) maakt deel uit van de nationale crisisbesluitvormingsstructuur en draagt hierbij zorg voor het aanleveren van het multidisciplinair Landelijk Operationeel Beeld en het operationeel advies bij nationale en internationale incidenten, crises, rampen en grootschalige evenementen.

  • 3 Het LOCC draagt tevens, als zijnde de National Training Coördinator, zorg voor de coördinatie, opleiding en inzet van de Nederlandse experts in het kader van EU Civil Protection Mechanism.

  • 4 Het LOCC ondersteunt op verzoek van betrokken crisispartners bij regionale en bovenregionale incidenten, crises, rampen en grootschalige evenementen.

Hoofdstuk 6. Directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving (DGRR)

Artikel 34

  • 1 Het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving (DGRR) is belast met het ontwikkelen, in opdracht geven dan wel uitvoeren en/of implementeren van het beleid voor:

    • a. het tegengaan van onveiligheid en criminaliteit;

    • b. het scheppen van voorwaarden voor een goed functionerend rechtsbestel en een slagvaardige rechtspleging;

    • c. het bewerkstelligen van een effectieve en professionele rechtshandhaving.

  • 2 Voorts is het directoraat-generaal belast met de behandeling van uitvoeringsvraagstukken in de strafrechtketen waar een specifieke verantwoordelijkheid van de bewindspersoon aan de orde is.

  • 3 Het directoraat-generaal bestaat uit een stafondersteuning en de volgende dienstonderdelen:

    • a. de directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding (DRC);

    • b. de directie Rechtsbestel (DRb);

    • c. de directie Financiën, Bedrijfsvoering en Control (FBC);

    • d. de directie Juridische en Operationele Aangelegenheden (DJOA);

    • e. de directie Veiligheid en Bestuur (DVB);

    • f. de directie Strafrechtketen (DSK).

Artikel 35

  • 1 De directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving is beheersverantwoordelijk voor het openbaar ministerie.

  • 2 De directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving wordt secretarieel, organisatorisch en administratief ondersteund door de stafondersteuning.

Artikel 36

  • 1 De directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding (DRC) is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de rechtshandhaving, de criminaliteitsbestrijding en het waarborgen van de veiligheid.

  • 2 de directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Georganiseerde misdaad;

    • b. de afdeling Fraude en Ordening;

    • c. de afdeling Criminaliteit en Veiligheid.

Artikel 37

  • 1 De directie Rechtsbestel (DRb) is belast met de instandhouding en ontwikkeling van het rechtsbestel, in het bijzonder met betrekking tot de toegang tot het recht, de organisatie en de kwaliteit van het rechtsbestel. Hieronder wordt in ieder geval begrepen het stelsel van de rechterlijke organisatie, alsmede de volgende beleidsterreinen: rechtsbijstand, juridische vrije beroepen, alternatieve geschillenbeslechting (ADR), schuldsanering natuurlijke personen en tolken en vertalers.

  • 2 De directie is voorts belast met het beheer van de Hoge Raad der Nederlanden, het bureau van het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen, de Autoriteit persoonsgegevens, het Bureau Financieel Toezicht en het College voor de Rechten van de Mens.

  • 3 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Strafrechtelijk Bestel & Arbeidsvoorwaarden;

    • b. de afdeling Rechtspraak & Geschiloplossing;

    • c. de afdeling Toegang Rechtsbestel.

Artikel 38

  • 1 De directie Financiën, Bedrijfsvoering en Control (FBC) is belast met financiële en juridische advisering aan en ondersteuning van de directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving en de overige directies. Het adviseren omvat in ieder geval de financiële advisering ten aanzien van de taakorganisaties, genoemd in artikel 18a, tweede lid, rechtspersonen met een wettelijke taak, zelfstandige bestuursorganen en, organisaties en instellingen op het terrein van het directoraat-generaal.

  • 2 De directie is tevens belast met het uitvoeren van impactanalyses en het voeren van de interne bedrijfsvoering.

  • 3 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Financiën en Control;

    • b. de afdeling Bedrijfsvoering.

Artikel 39

  • 1 De directie Juridische en Operationele Aangelegenheden (DJOA) is belast met de voorbereiding van beslissingen in individuele gevallen op het terrein van rechtspleging en rechtshandhaving met toepassing van bestaande regels en beleidskaders. De beslissingen hebben betrekking op bestuurlijk-juridische zaken, operationele zaken, rechtshulpverzoeken, benoemingen of incidenten. De directie levert op deze terreinen ook bijdragen aan beleidsvoorstellen.

  • 2 De directie voert de regie en coördineert de inzet van alle betrokken dienstonderdelen en taakorganisaties bij de afdoening van incidenten waaraan politiek-bestuurlijke aspecten zijn verbonden. De directie ontwikkelt en onderhoudt daartoe de benodigde expertise en incidentenstrategie en organiseert de voorbereiding van het ministerie van crisisbeheersing in het kader van het nationaal handboek crisisbeheersing.

  • 3 De directie fungeert als het juridisch expertisecentrum van het directoraat-generaal. De directie bewaakt de juridische kwaliteit van de diverse producten van het directoraat-generaal en beperkt de juridische risico’s en in voorkomende gevallen voor dienstonderdelen en organisaties, werkzaam op het terrein van het directoraat-generaal.

  • 5 De directie is voorts belast met de beantwoording van brieven van burgers alsmede de coördinatie van de beantwoording van Kamervragen en andere parlementaire zaken op het terrein van het directoraat-generaal.

  • 6 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Juridische, Bestuurlijke en Operationele Zaken;

    • b. de afdeling Internationale Aangelegenheden en Rechtshulp in Strafzaken;

    • c. de afdeling Administratieve en Juridische Ondersteuning.

Artikel 40

  • 1 De directie Veiligheid en Bestuur (DVB) is belast met:

    • a. het faciliteren van het lokale bestuur om ten aanzien van maatschappelijke veiligheidsvraagstukken zijn eigen taken uit te voeren, relevante partners bijeen te brengen en waar nodig regie te voeren;

    • b. het bijdragen aan een effectieve rechtspleging en rechtshandhaving door het realiseren van een goede informatievoorziening in de daarvoor relevante ketens.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Integrale veiligheid;

    • b. de afdeling Bestuurlijke aanpak;

    • c. de afdeling Keteninformatievoorziening (KIV);

    • d. het Landelijk Expertise Centrum (LIEC).

Artikel 41

  • 1 De directie Strafrechtketen (DSK) is belast met:

    • a. de bestuurlijke informatievoorziening over de strafrechtketen en het bevorderen van de ketensamenwerking binnen de strafrechtketen;

    • b. de administratieve en secretariële ondersteuning ten behoeve van het landelijk en bestuurlijk Strafrechtketenberaad.

  • 2 De directie Strafrechtketen is voorts belast met het uitvoeren van ontwikkelopgaven die moeten bijdragen aan een effectieve coördinatie op de keteninformatievoorziening, het optimaliseren van de bestuurlijke informatievoorziening en het verbeteren van de samenwerking binnen de strafrechtketen.

Hoofdstuk 7. Directoraat-generaal Migratie (DGM)

Artikel 44

  • 1 Het directoraat-generaal Migratie (DGM) is belast met het ontwikkelen, in opdracht geven dan wel uitvoeren en/of implementeren van het beleid voor:

    • a. het uitvoeren van de vreemdelingenwetgeving en van de Rijkswet op het Nederlanderschap;

    • b. een gereglementeerde en beheerste toelating van vreemdelingen tot Nederland, een gereglementeerd en beheerst verblijf in en vertrek uit Nederland en een gereglementeerde en beheerste terugkeer van vreemdelingen;

    • c. het voeren van de regie op de keten van toegang, toelating, toezicht en terugkeer van vreemdelingen;

    • d. het adviseren van de regering over het vreemdelingenrecht en het -beleid en over het naturalisatie- en nationaliteitsrecht.

  • 2 Het directoraat-generaal is voorts belast met:

    • a. het voeren van regie op de keten van toegang, toelating, toezicht en terugkeer van vreemdelingen;

    • b. het adviseren van de regering over het vreemdelingenrecht en het -beleid, en over het naturalisatie- en nationaliteitsrecht.

  • 3 Het directoraat-generaal Migratie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

    • a. de directie Migratiebeleid (DMB);

    • b. de directie Regie Migratieketen (DRM);

    • c. het secretariaat van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ).

Artikel 45

  • 1 De directie Migratiebeleid (DMB) is belast met het ontwikkelen en implementeren van het beleid voor de zorg voor een gereglementeerde en beheerste toelating tot verblijf in en vertrek uit Nederland of terugkeer van vreemdelingen op een in nationaal en internationaal opzicht maatschappelijk verantwoorde wijze.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Toezicht, Regulier en Nationaliteit;

    • b. de afdeling Asiel, Opvang en Terugkeer;

    • c. de afdeling Juridische en Algemene Zaken.

Artikel 46

  • 1 De directie Regie Migratieketen (DRM) heeft tot taak de migratieketen in staat te stellen de Vreemdelingenwet 2000 en het migratiebeleid snel en zorgvuldig uit te voeren en daarover verantwoording af te leggen door het als ketenregisseur ondersteunen van de bij de migratieketen aangesloten organisaties. De directie heeft binnen het cluster tevens een aantal ondersteunende taken, waaronder staf en bedrijfsvoering, en beheert als de Verantwoordelijke Autoriteit de Europese Migratie- en Veiligheidsfondsen van meerdere beleidsonderwerpen.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Ketensturing;

    • b. de afdeling Ketenvoorzieningen;

    • c. het bureau Bedrijfsvoering en Staf;

    • d. het bureau Verantwoordelijke Autoriteit.

Artikel 49

  • 1 Het secretariaat van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (secretariaat ACVZ) is belast met de ambtelijke ondersteuning van die commissie.

  • 2 Het secretariaat bestaat uit:

    • a. het procescluster Advisering;

    • b. het procescluster Informatie en Documentatie;

    • c. het procescluster Bedrijfsvoering.

Hoofdstuk 8. Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)

Artikel 50

  • 1 De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft tot taak het versterken van de nationale veiligheid en het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen voor de vitale belangen van de samenleving te identificeren en de weerbaarheid en bescherming van die vitale belangen te versterken. Hiertoe verricht de NCTV in het bijzonder activiteiten die zijn gericht op:

    • a. het bevorderen van de identificatie en de analyse van dreigingen en risico's op het gebied van terrorisme en nationale veiligheid;

    • b. het reduceren van kansen of effecten van de genoemde dreigingen en risico’s door:

      • i. het verhogen van weerbaarheid van vitale belangen;

      • ii. het zorgdragen voor een samenhangend crisisbeheersingsbeleid op nationaal niveau en voor een adequaat functioneren van het stelsel van nationale crisisbeheersing inclusief de aansluiting daarvan op het beleid en het stelsel van decentrale crisisbeheersing en op de afspraken met betrekking tot de internationale samenwerking;

    • c. het zorgdragen voor de coördinatie van de bescherming van de vitale infrastructuur en voor een integrale aanpak van dreigingen voor de nationale veiligheid;

    • d. het nemen van beschermingsmaatregelen ten aanzien van daartoe aangewezen bijzondere personen, objecten en diensten;

    • e. het adequaat functioneren van het stelsel van bewaken en beveiligen;

    • f. het zorgdragen voor de coördinatie van de nationale crisisbesluitvorming;

    • g. de strategieontwikkeling rond cyber security, het realiseren van risicomanagement op het gebied van cyber security en het bevorderen van de publiek-private samenwerking op het gebied van cyber security.

  • 2 De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

    • a. de directie Analyse en Strategie (DAS);

    • b. de directie Cyber Security (DCS);

    • c. de directie Bewaking, Beveiliging en Burgerluchtvaart (DB3);

    • d. de stafafdeling Bedrijfsvoering;

    • e. de directie Contraterrorisme (CT);

    • f. het Nationaal Crisis Centrum (NCC).

Artikel 51

  • 1 De NCTV legt inhoudelijk direct verantwoording af aan de bewindspersoon.

  • 2 De NCTV wordt hierbij secretarieel, organisatorisch en administratief ondersteund door de stafondersteuning.

Artikel 52

  • 1 De directie Analyse en Strategie heeft de volgende taken:

    • a. de coördinatie van algemene parlementaire aangelegenheden en de voorbereiding van interdepartementale en politiek-bestuurlijke besluitvorming;

    • b. de strategische advisering over alle aangelegenheden die het werkterrein van de NCTV betreffen, in samenspraak met de betrokken organisatieonderdelen;

    • c. de uitvoering van de decentrale juridische functie ten behoeve van de NCTV;

    • d. de voorbereiding van de internationale en Europese beleidsvorming op het gebied van de NCTV;

    • e. het in samenwerking en in overleg met andere partijen binnen en buiten de NCTV aanleveren van dreiging gerelateerde producten ten behoeve van de eigen werkzaamheden en de werkzaamheden van veiligheidspartners;

    • f. het opstellen van het actuele dreigings- en incidentenbeeld en de omgevingsanalyse ten behoeve van de nationale crisisbesluitvorming;

    • g. het ontwikkelen van crisisbeheersingsbeleid op nationaal niveau, waaronder het onderhouden van het stelsel van nationale crisisbeheersing en het, in samenspraak met het Directoraat Generaal Politie, zorgdragen voor de aansluiting daarvan op het beleid en het stelsel van decentrale crisisbeheersing en op de afspraken met betrekking tot de internationale samenwerking;

    • h. het zorgdragen voor de coördinatie van de bescherming van de vitale infrastructuur;

    • i. het zorgdragen voor een integrale aanpak van dreigingen voor de nationale veiligheid;

    • j. het invulling geven aan de strategie ter borging van de nationale veiligheid.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Strategie;

    • b. de afdeling Terrorisme en Extremisme;

    • c. de afdeling Natuurlijke, Technische en Maatschappelijke Dreiging;

    • d. de afdeling Generieke Veiligheid.

Artikel 53

  • 1 De directie Cyber Security heeft de volgende taken:

    • a. de coördinatie van de uitvoering van de Nationale Cyber Security Strategie;

    • b. het voeren van actief risicomanagement op het gebied van cyber security;

    • c. het vergroten van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving;

    • d. het verrichten van activiteiten in het kader van het Nationaal Detectie Netwerk;

    • e. het voeren van het secretariaat van de publiek-private samenwerking op het gebied van cyber security.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. het cluster Operationele Ondersteuning;

    • b. de afdeling Cyber Security Beleid;

    • c. de afdeling Monitoring en Respons;

    • d. de afdeling Expertise en Advies;

    • e. de afdeling Marktontwikkelingen en Partnerschappen;

    • f. de afdeling Nationaal Detectie Netwerk.

  • 3 De afdelingen genoemd onder het tweede lid onder c tot en met e vormen samen het Nationaal Cyber Security Centrum.

Artikel 54

  • 1 De directie Bewaking, Beveiliging en Burgerluchtvaart heeft de volgende taken:

    • a. het opstellen, onderhouden en uitvoeren van het nationaal stelsel van bewaken en beveiligen, het stelsel van speciale eenheden, het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding, de Regeling bijstand bestrijding luchtvaartterrorisme en het uitvoeren van risicoanalyses ten behoeve van de burgerluchtvaart op basis waarvan eventuele aanvullende beveiligingsmaatregelen worden genomen;

    • b. het in nationaal en internationaal verband opstellen van het beleid op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart;

    • c. het opstellen van regels en het geven van aanwijzingen aan de Koninklijke marechaussee en de luchtvaartsector op basis van de Luchtvaartwet en de Politiewet 2012;

    • d. het aansturen van de Koninklijke marechaussee, voor zover deze onder het gezag van de bewindspersoon is belast met het toezicht op de uitvoering van de beveiligingsmaatregelen door de luchtvaartsector;

    • e. het opstellen, onderhouden en uitvoeren van het Nationaal Beveiligingsplan voor de Burgerluchtvaart;

    • f. het deelnemen aan internationale beveiligingsinspecties op luchthavens.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Beveiliging Burgerluchtvaart en Alertering Terrorismebestrijding;

    • b. de afdeling Bewaking en Beveiliging.

Artikel 55

De stafafdeling Bedrijfsvoering is belast met de ondersteuning van de NCTV op het gebied van de bedrijfsvoering en facilitaire zaken, in het bijzonder betreffende personeelsaangelegenheden, ICT en informatiemanagement, huisvesting, beveiliging en financiële advisering.

Artikel 57

  • 1 De directie Contraterrorisme heeft tot taak het ontwikkelen, implementeren, uitvoeren, coördineren, evalueren van en communiceren over de contraterrorismemaatregelen en het contraterrorismebeleid.

  • 2 De directie bestaat uit:

    • a. de afdeling Versterking samenwerking;

    • b. de afdeling Politiek-bestuurlijke- en Internationale zaken;

    • c. de afdeling Tegengaan Radicalisering.

Artikel 58

  • 1 Het Nationaal Crisis Centrum heeft de volgende taken:

    • a. zorg dragen voor rijksbrede crisiscoördinatie;

    • b. het faciliteren, adviseren en het op verzoek coördineren bij grote evenementen met een potentieel risico op openbare orde- en veiligheidsproblematiek;

    • c. het ontwikkelen en uitvoeren van de risico- en crisiscommunicatie en corporate communicatie.

  • 2 Het centrum bestaat uit:

    • a. de eenheid Crisiscoördinatie;

    • b. de eenheid Communicatie.

Hoofdstuk 9. De Inspectie Justitie en Veiligheid

Artikel 60

  • 1 De Inspectie Justitie en Veiligheid is belast met:

    • a. toezichtstaken op het terrein van het ministerie en heeft daartoe de volgende hoofdtaken:

      • i. het houden van toezicht op de uitvoering en de naleving van de regelgeving op het terrein van het ministerie en van regelgeving op andere daartoe bij of krachtens de wet aangewezen beleidsterreinen;

      • ii. het gevraagd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen en adviezen aan de bewindspersoon over onderwerpen die tot zijn taken horen;

      • iii. het vervullen van andere door de bewindspersoon aan de Inspectie opgedragen toezichtstaken.

    • b. de handhavingstaken bedoeld in hoofdstuk 9 van de Jeugdwet met uitzondering van het geven en handhaven van een schriftelijke aanwijzing.

  • 2 De Inspectie Justitie en Veiligheid bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

    • a. de directie Toezicht (DT);

    • b. de directie Strategie en Innovatie (DSI);

    • c. het stafbureau Inspectie Justitie en Veiligheid.

Artikel 61

  • 1 De directie Toezicht is belast met de uitvoering van de toezichttaken conform het inspectiewerkplan.

  • 2 Binnen deze directie worden de inspectieonderzoeken uitgevoerd, geclusterd naar domein, waarbij domein gezien moet worden als een naar onderwerp inhoudelijk gerelateerde clustering van projecten.

Artikel 62

De directie Strategie en Innovatie is belast met:

  • a. de strategische en innovatieve functie en de ontwikkeling van nieuwe onderzoeksdomeinen en -taken.

  • b. onderzoeken voorbereiden vanuit de ontwikkeltaak van de directie.

Artikel 63

  • 1 Het Stafbureau Inspectie Justitie en Veiligheid is belast met de bedrijfsvoering, de uitvoering van de communicatie en de ondersteuning van de leiding van Inspectie Justitie en Veiligheid.

  • 2 Het bureau stelt de leiding in staat om de processen binnen de Inspectie Justitie en Veiligheid te beheersen en aan te sturen.

Hoofdstuk 9a. Beleidsuitvoerende diensten en baten-lastenagentschappen

Artikel 63a

  • 1 De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) is als taakorganisatie belast met de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving ten aanzien van vertrek en uitzetting.

  • 2 De dienst bestaat uit:

    • a. de directie Internationale aangelegenheden;

    • b. de directie Ondersteuning en Voorbereiden Terugkeer;

    • c. de directie Toezicht en Maatregelen;

    • d. de afdeling Strategisch advies;

    • e. de afdeling Bedrijfsvoering.

Artikel 63b

  • 1 De Justitiële Informatiedienst (JustID) is belast met de centrale voorziening ten behoeve van de registratie van justitiële en strafvorderlijke gegevens en de verstrekking daarvan aan daartoe bevoegde personen en instanties.

  • 2 Bij de JustID zijn onder meer het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) en het Platform Interceptie & Decriptie & Signaalanalyse (PIDS) ondergebracht.

Artikel 63c

  • 1 De raad voor de kinderbescherming (RvdK) is belast met de bij of krachtens wet opgedragen taken. Deze taken omvatten onder meer dat de raad onderzoek doet naar het belang en de positie van het kind in beschermingszaken, strafzaken en gezag- en omgangszaken.

  • 2 De raad adviseert in juridische procedures en kan om kinderbeschermingsmaatregelen verzoeken bij een rechtbank.

  • 3 De raad coördineert de uitvoering van taakstraffen, voert casusregie in strafzaken en doet onderzoeken ten behoeve van het verkrijgen van een beginseltoestemming voor interlandelijke adoptie.

Artikel 63d

  • 1 Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) is belast met namens de bewindspersoon het innen van administratieve sancties en administratiekosten op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, waaronder de incasso van de administratieve sancties en de daarop gevallen verhogingen.

  • 2 Het CJIB is tevens belast met de ondersteuning van het openbaar ministerie en de departementsleiding bij hun werkzaamheden ten behoeve van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen en administratieve sancties alsmede met betrekking tot het beheer en de verwerking van gegevens dienaangaande.

  • 4 Het CJIB is voorts belast met door de bewindspersoon aangewezen andere werkzaamheden ter ondersteuning van het Rijk bij de uitvoering zijn taken.

Artikel 63e

De Dienst JUSTIS is belast met het namens de bewindspersoon nemen van besluiten en verwerken van informatie ter bevordering van een betrouwbare, veilige en rechtvaardige samenleving in sectoren met kwetsbare belangen.

Artikel 63f

  • 1 De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is belast met het tenuitvoerleggen van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en met het voorbereiden van de aan de zorg van de bewindspersoon toevertrouwde personen op hun succesvolle terugkeer naar de maatschappij, binnen of buiten Nederland.

Artikel 63g

De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is belast met de uitvoering van de vreemdelingenwetgeving en van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Artikel 63h

  • 1 Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is met het oog op de waarheidsvinding in strafzaken belast met:

    • a. het verrichten van onafhankelijk forensisch zaakonderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk gebied en het ter zake daarvan uitbrengen van verslag;

    • b. het ontwikkelen en implementeren van nieuwe onderzoeksmethoden en technieken ter bevordering van kennis op het gebied van forensisch onderzoek;

    • c. het zijn van een nationaal en internationaal kennis- en expertisecentrum op het gebied van forensisch onderzoek.

  • 2 Bij de uitvoering van deze taken levert het NFI producten of diensten aan het openbaar ministerie, de politie, de bijzondere opsporingsdiensten, de zittende magistratuur en het ministerie.

  • 3 Het NFI is voorts belast met door de bewindspersoon aangewezen bijkomende taken.

Hoofdstuk 9b. Secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven

Artikel 63i

Het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (secretariaat SGM) is belast met de bedrijfsvoering en ondersteuning van het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 64

Bij de hoofden van de in artikel 2 genoemde dienstonderdelen en daaronder ressorterende dienstonderdelen liggen voor het daarbij werkzame personeel ter inzage:

  • a. een exemplaar van dit besluit;

  • b. het organisatie- en formatierapport van het betreffende dienstonderdeel.

Artikel 65

  • 1 Een voornemen tot aanpassing van de organisatie zoals deze is weergegeven in dit besluit, wordt genomen door de secretaris-generaal, gehoord de bestuursraad.

  • 2 De directeur Personeel en Organisatie adviseert de secretaris-generaal alvorens een beslissing omtrent instemming wordt genomen.

Artikel 66

  • 1 Elk onderdeel dat ressorteert onder de in artikel 2 genoemde dienstonderdelen ontwerpt en onderhoudt een organisatierapport en een formatierapport en, voor zover van toepassing, een taakbesluit en een baten-lastenagentschapsregeling.

  • 2 Voor zover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a, b, g of h, of derde lid, of het secretariaat van het Schadefonds Geweldsmisdrijven, is de secretaris-generaal bevoegd het document namens de bewindspersoon vast te stellen.

  • 3 Voor zover een document als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een dienstonderdeel, genoemd in artikel 2, onder c, d, e en f, is de directeur-generaal onder wie het onderdeel ressorteert, bevoegd het document namens de bewindspersoon vast te stellen.

  • 4 De secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal kan de in het tweede respectievelijk derde lid bedoelde bevoegdheid mandateren aan een onder hem ressorterende ambtenaar.

  • 5 Alvorens een document als bedoeld in het eerste lid, kan worden vastgesteld, behoeft dit de instemming van de bestuursraad, indien er sprake is van financiële meeruitgaven of een uitbreiding van de personele formatie. De directeur Financieel Economische Zaken en de directeur Personeel en Organisatie adviseren de bestuursraad alvorens een beslissing omtrent instemming wordt genomen.

Artikel 67

  • 1 De directeur Personeel en Organisatie is belast met het beheer van dit besluit.

  • 2 De hoofden van de clusters zijn verantwoordelijk voor een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de directeur Personeel en Organisatie van de gegevens die een goed beheer van dit besluit mogelijk maken.

Artikel 68

  • 2 Besluiten of handelingen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit namens de bewindspersoon zijn genomen of verricht door een functionaris van een dienstonderdeel zoals dat dienstonderdeel vóór 26 oktober 2017 werd aangeduid, behouden hun rechtskracht.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina