Regeling vaststelling bedragen landelijke gemiddelde personeelslast vo

[Regeling vervalt per 01-01-2020.]
Geldend van 22-09-2018 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 augustus 2017, nr. VO 1223373, houdende vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs voor de kalenderjaren 2017 en 2018 (Regeling vaststelling van de bedragen landelijke gemiddelde personeelslast voortgezet onderwijs, kalenderjaar 2017 en 2018)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 85, derde lid, 85a, eerste lid en 85b1, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. wet: Wet op het voortgezet onderwijs;

  • b. directie: rectoren, directeuren, conrectoren en adjunct-directeuren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder a, van de wet;

  • c. leraren: leraren als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder b, van de wet;

  • d. onderwijsondersteunend personeel: onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel 84, eerste lid, onder c, van de wet;

  • e. schoolsoortgroep 1: scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, scholen voor praktijkonderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit ten minste twee van deze schoolsoorten, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs;

  • f. schoolsoortgroep 2: scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit een combinatie van deze scholen;

  • g. schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs; en

  • h. schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor praktijkonderwijs of scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs.

§ 2. Kalenderjaar 2018

Artikel 2. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2018

  • 1 Voor de directie bedraagt per 1 januari 2018 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 87.938,40 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 104.955,18 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 103.834,88 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 100.861,64 voor schoolsoortgroep 4.

  • 2 Voor de leraren bedraagt per 1 januari 2018 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

    • a. € 81.107,00 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 91.986,37 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 87.492,50 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 83.265,09 voor schoolsoortgroep 4.

  • 3 Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2018 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 48.495,27, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 3. Aanvullende personele bekostiging vanaf 1 januari 2018

  • 1 Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2018, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

  • 4 Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt het in artikel 2, derde lid, genoemde bedrag.

§ 3. Kalenderjaar 2019

Artikel 4. Vaststelling landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2019

  • 1 Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats per 1 januari 2019:

    • a. € 87.938,40 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 104.955,18 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 103.834,88 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 100.861,64 voor schoolsoortgroep 4.

  • 2 Voor de leraren bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats per 1 januari 2019:

    • a. € 81.278,30 voor schoolsoortgroep 1;

    • b. € 92.180,64 voor schoolsoortgroep 2;

    • c. € 87.677,28 voor schoolsoortgroep 3; en

    • d. € 83.440,95 voor schoolsoortgroep 4.

  • 3 Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats per 1 januari 2019 € 48.495,27, ongeacht de schoolsoortgroep.

  • 4 Het ondersteuningsbedrag voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs, bedoeld in artikel 85b1, tweede, derde, zesde en zevende lid, van de wet bedraagt per 1 januari 2019 € 4.324,05 per leerling.

Artikel 5. Aanvullende bekostiging personeelskosten vanaf 1 januari 2019

  • 1 Indien een aanvullende bekostiging op grond van artikel 85a, eerste lid, van de wet wordt verstrekt vanaf 1 januari 2019, zijn op het vaststellen van die bekostiging het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.

  • 4 Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt het in artikel 4, derde lid, genoemde bedrag.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 6. Betaalritme personele bekostiging

De betaling van de personele bekostiging, bedoeld in de artikelen 2 en 4, geschiedt maandelijks conform de percentages in tabel 1.

Tabel 1. Betaalritme personele bekostiging

januari

9,98%

juli

7,49%

februari

9,41%

augustus

6,4%

maart

8,62%

september

6,4%

april

8,62%

oktober

6,4%

mei

12,98%

november

6,4%

juni

10,9%

december

6,4%

Artikel 7. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling bedragen landelijke gemiddelde personeelslast vo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker

Terug naar begin van de pagina