Regeling lente- en zomerscholen vo

[Regeling vervalt per 01-01-2020.]
Geldend van 25-08-2018 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 december 2016, nr. VO/1045757, betreffende subsidie voor lente- en zomerscholen in het voortgezet onderwijs in 2017 (Regeling lente- en zomerscholen vo 2017)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 74 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 125 van de Wet voortgezet onderwijs BES en artikel 2.2.3, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • deelnemende school: elke school die deelneemt aan een lente- of zomerschool, waaronder de uitvoerende school;

  • DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

  • lente- of zomerschool: door een school voor voortgezet onderwijs geboden voorziening om leerlingen, die anders zouden blijven zitten, in de voor de subsidieontvanger geldende mei- of zomervakantie in de gelegenheid te stellen om extra onderwijs te volgen, met uitsluitend als doel alsnog over te gaan naar het volgende leerjaar;

  • mei- of zomervakantie: in de Regeling vaststelling schoolvakanties 2016–2019 centraal vastgestelde mei- of zomervakantie in 2018, met inbegrip van de week die direct aan de centraal vastgestelde meivakantie voorafgaat en de week die direct op de centraal vastgestelde meivakantie aansluit;

  • Minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

  • school: uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs BES dan wel een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, onder 3°, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • subsidieontvanger: uitvoerende school;

  • uitvoerende school: school die eindverantwoordelijk is voor het verzorgen of doen verzorgen van een lente- of zomerschool en die de subsidie aanvraagt en verantwoordt.

Artikel 2

  • 1 De Minister verstrekt voor het kalenderjaar 2018 subsidie aan uitvoerende scholen voor het door de uitvoerende school begrote aantal leerlingen dat in de mei- of zomervakantie deelneemt aan een lente- of zomerschool, met als doel het aantal zittenblijvers te verminderen.

  • 2 De activiteiten worden aangemerkt als zijnde volledig verricht indien ten minste 85% van het door de school begrote aantal leerlingen aan de lente- of zomerschool heeft deelgenomen. Indien de activiteiten niet volledig zijn verricht, kan de Minister de subsidie lager vaststellen.

Artikel 4. Subsidieplafond en verdeling

  • 1 Voor de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in 2018 een bedrag van maximaal € 8.750.000 beschikbaar.

  • 2 Bij de beoordeling van de subsidie wordt voorrang verleend aan subsidieaanvragen van scholen die in 2017 subsidie hebben ontvangen op grond van de Regeling lente- en zomerscholen vo 2017, zoals die luidde op 31 december 2017. Indien het subsidieplafond wordt overschreden door deze subsidieaanvragen met voorrang, vindt loting plaats binnen deze groep van subsidieaanvragen. Indien het subsidieplafond niet wordt overschreden door de subsidieaanvragen met voorrang, worden ook de subsidieaanvragen zonder voorrang in behandeling genomen. Indien het subsidieplafond vervolgens wordt overschreden door de subsidieaanvragen zonder voorrang, vindt loting plaats binnen deze groep van subsidieaanvragen.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1 De uitvoerende school dient uiterlijk op 9 maart 2018 een door alle deelnemende scholen ondertekende subsidieaanvraag in bij DUS-I met gebruikmaking van het daarvoor bestemde formulier, dat een prognosetool bevat en beschikbaar is via de website van DUS-I.

  • 2 De uitvoerende school dient met behulp van de in het vorige lid genoemde prognosetool de aanvraag in op basis van een reële begroting van het aantal leerlingen dat zal deelnemen aan de lente- of zomerschool.

Artikel 6. Subsidiebedrag

  • 1 Het subsidiebedrag wordt per subsidieontvanger berekend door het begrote aantal leerlingen dat in 2018 aan de lente- en zomerschool deelneemt, met € 450 te vermenigvuldigen.

  • 2 Het subsidiebedrag per subsidieontvanger op Bonaire, Sint-Eustatius of Saba wordt berekend door het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, om te rekenen in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 7. Subsidieverstrekking en betaling

  • 1 De subsidie wordt uiterlijk op 13 april 2018 direct vastgesteld. De minister betaalt het subsidiebedrag uiterlijk in juli 2018 in één keer.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, wordt de subsidie, indien de aanvraag mede betrekking heeft op een lenteschool en uiterlijk op 1 maart 2018 is ingediend, uiterlijk op 3 april 2018 vastgesteld en verstrekt.

  • 3 Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

  • 4 Voor zover het subsidie tot € 25.000 betreft, geschiedt de verantwoording overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs of Regeling jaarverslaglegging onderwijs BES in de jaarverslaggeving, en toont de subsidieontvanger op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden.

  • 6 De uitvoerende school maakt er bij de minister melding van, indien het aantal daadwerkelijk aan een lente- of zomerschool deelnemende leerlingen minder is dan 85 procent van het geprognosticeerde aantal leerlingen. In dat geval stelt de minister de subsidie lager vast.

Artikel 8. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2018.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker

Terug naar begin van de pagina