Subsidieregeling Tel mee met Taal

[Regeling vervalt per 01-01-2022.]
Geldend van 01-06-2019 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 30 augustus 2016, nr. MBO/999166, houdende subsidieverstrekking voor de verbetering van taalvaardigheid van werknemers, de aanpak van laaggeletterdheid bij volwassenen en de leesbevordering bij kinderen (Subsidieregeling Tel mee met Taal)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 1.2 en 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • contacturen: aantal uren feitelijk contact tussen een deelnemer of een groep van deelnemers en één of meer opleiders;

  • deelnemer:

  • dienstbetrekking:

  • digitale vaardigheden: binnen de alledaagse leef-, werk- en leeromgeving herkenbare digitale toepassingen gebruiken en de meest voorkomende handelingen verrichten op de domeinen:

    • ICT-systemen gebruiken,

    • beveiliging, privacy en ergonomie,

    • informatie zoeken,

    • informatie verwerken en presenteren,

    • communicatie;

  • groep van verbonden rechtspersonen: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • inburgeringscursus: geheel van activiteiten dat wordt uitgevoerd ter voorbereiding op het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, of het staatsexamen Nederlands als tweede taal;

  • kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • NT1 volwassene: volwassene wiens moedertaal het Nederlands is;

  • opleider: opleider, bedoeld in artikel 3a;

  • opleidingstraject: traject gericht op het vergroten van één of meer taalvaardigheden, de rekenvaardigheid dan wel het vergroten van de digitale vaardigheden die een deelnemer beheerst met minimaal 30 contacturen dat door een opleider in maximaal 12 maanden wordt verzorgd en dat niet opleidt tot een door de minister erkend diploma en waarbij het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal;

  • ouder

  • penvoerder: partij met rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een gemeente, een waterschap, een provincie of de Staat, die:

    • a. voor de subsidie, bedoeld in artikel 4, partij is in een samenwerkingsverband, namens dit samenwerkingsverband een aanvraag indient en die door ten minste zeven andere partijen uit dit samenwerkingsverband wordt ondersteund;

    • b. voor de subsidie, bedoeld in artikel 4a, een aanvraag indient die namens ten minste twee partijen wordt gedaan en die ten minste door die partijen wordt ondersteund, waaronder in ieder geval:

      • 1°. een gemeente; en

      • 2°. een lokale bibliotheek, een instelling die de jeugdgezondheidszorg uitvoert, een school of een voorschoolse voorziening;

  • personeelskosten: bruto loonkosten voor het personeel van de aanvrager dat werkzaamheden verricht ten behoeve van subsidiabele activiteiten;

  • project: opleidingstraject, taaltraject, rekentraject, traject digitale vaardigheden of andere activiteit welke:

    • a. gericht is op het verhogen van de taalvaardigheid, rekenvaardigheid of de digitale vaardigheden van een deelnemer en voor zover van toepassing leesbevordering bij diens kind dan wel kinderen; en

    • b. bijdraagt aan de regionale of lokale aanpak van laaggeletterdheid, lage rekenvaardigheden of digitale laaggeletterdheid;

  • rekentraject: traject gericht op de verhoging van de rekenvaardigheden van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject of een cursus verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider. Het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal;

  • rekenvaardigheid: getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, of verbanden;

  • samenwerkingsverband: samenwerkingsverband ten behoeve van de bestrijding van taalachterstanden en laaggeletterdheid in de Nederlandse taal, met of zonder rechtspersoonlijkheid, en bestaande uit ten minste acht partijen die tezamen een regionaal of lokaal taalakkoord hebben gesloten;

  • taaltraject: traject gericht op de verhoging van de taalvaardigheid in de Nederlandse taal van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject, of een cursus verzorgd door of onder de verantwoordelijkheid van een opleider;

  • taalvaardigheid: schrijfvaardigheid, leesvaardigheid, luistervaardigheid of spreekvaardigheid in de Nederlandse taal;

  • traject digitale vaardigheden: traject gericht op de verhoging van de digitale vaardigheden van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject of een cursus verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider en die niet opleidt tot een door de minister erkend diploma. Het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal;

  • werkgever: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waarbij werknemers in dienstbetrekking werkzaam zijn, niet zijnde de Staat, een provincie, een waterschap of een gemeente;

  • werknemer: natuurlijke persoon die een dienstbetrekking heeft bij een werkgever.

Artikel 3. Opleidingstrajecten werkgevers

  • 1 De minister kan aan een werkgever ten behoeve van het verbeteren van taalvaardigheid, rekenvaardigheid of digitale vaardigheden van een deelnemer een subsidie verstrekken voor een opleidingstraject.

  • 3 De minister verstrekt in de kalenderjaren 2017 en 2018 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject dat aanvangt in het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 4 In afwijking van het derde lid vangt het opleidingstraject waarvoor de subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018 aan vóór 15 april 2019.

  • 5 De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en dat aanvangt vóór 1 mei 2020.

Artikel 3a. Opleider opleidingstrajecten voor werkgevers

Een opleider die een opleidingstraject verzorgt, is werkzaam voor een bedrijf of instelling of beschikt als zelfstandige over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, is aantoonbaar geschikt voor het geven van taalonderwijs in de Nederlandse taal, wat blijkt uit:

Artikel 4. Projecten samenwerkingsverbanden

  • 1 De Minister kan aan de penvoerder van een samenwerkingsverband op zijn aanvraag een subsidie verstrekken voor een project dat bedoeld is voor deelnemers en waarbij het bereiken en het samenwerken ten behoeve van de doelgroep voldoende geborgd wordt.

  • 2 De minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een project dat:

  • 3 De minister verstrekt in de kalenderjaren 2017 en 2018 uitsluitend subsidie voor een project dat uiterlijk 30 juni 2019 is afgerond.

  • 4 In afwijking van het derde lid wordt subsidie verstrekt voor een project waarvoor een aanvraag wordt ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018 indien dat uiterlijk 15 oktober 2019 is afgerond.

  • 5 De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor een project waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en dat uiterlijk 31 december 2020 is afgerond.

Artikel 4a. Activiteiten laagtaalvaardige ouders

  • 1 De minister kan aan een penvoerder op aanvraag een subsidie verstrekken ten behoeve van:

    • a. een taaltraject, een rekentraject dan wel een traject digitale vaardigheden voor een deelnemer; of

    • b. overige activiteiten gericht op een deelnemer.

  • 2 Het traject, bedoeld in het eerste lid, onder a, vergroot de rekenvaardigheid, digitale vaardigheid of taalvaardigheid van de deelnemer en wat laatstgenoemde betreft de toepassing daarvan in de communicatie met en over zijn kind of kinderen. Dit draagt bij aan het ontwikkelen van een educatief partnerschap tussen deelnemer, school, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en stimuleert een educatief thuismilieu.

  • 3 De overige activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, zijn gericht op:

    • a. het verhogen van de taalvaardigheid, de rekenvaardigheid of de digitale vaardigheid van een deelnemer;

    • b. het stimuleren van educatief partnerschap tussen deelnemer, school, kinderopvanginstellingen, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden; of

    • c. het bevorderen van een educatief thuismilieu en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden.

  • 4 De minister verstrekt in het kalenderjaar 2018 uitsluitend subsidie voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 30 juni 2019 zijn afgerond.

  • 5 In afwijking van het vierde lid wordt subsidie verstrekt voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een aanvraag wordt ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018, uiterlijk 15 oktober 2019 zijn afgerond.

  • 6 De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en die uiterlijk 31 december 2020 zijn afgerond.

Artikel 5. Te subsidiëren kosten

  • 1 Bij een subsidie als bedoeld in artikel 3 komt een tarief van ten hoogste € 150,– per contactuur per opleidingstraject in aanmerking voor subsidie.

  • 2 Bij een subsidie als bedoeld in artikel 4 zijn de directe kosten voor de uitvoering van het project subsidiabel, waarbij de personeelskosten van de aanvrager, zijnde een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid of een penvoerder, ten hoogste 40% van de totale subsidiabele kosten bedragen.

  • 3 Bij een subsidie, bedoeld in artikel 4a, zijn de directe kosten voor de uitvoering van het project subsidiabel.

Artikel 6. Omvang subsidie

  • 2 Een subsidie bedraagt ten hoogste het volgende percentage van de subsidiabele kosten:

    • a. 67 procent in geval van een subsidie als bedoeld in artikel 3 of 4;

    • b. 80 procent in geval van een subsidie als bedoeld in artikel 4a.

  • 3 Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid bedraagt:

    • a. een subsidie als bedoeld in artikel 3 ten hoogste € 1.500,– per opleidingstraject per deelnemer; en

    • b. een subsidie als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, ten hoogste € 600,– per deelnemer.

Artikel 7. Subsidieplafonds

  • 1 Voor subsidieverstrekking op grond van de artikelen 3 of 4 is in totaal een bedrag beschikbaar van:

    • a. voor het kalenderjaar 2017: ten hoogste € 2.600.000,–;

    • b. voor het kalenderjaar 2018: ten hoogste € 5.000.000,–, met dien verstande dat van dit bedrag ten hoogste € 2.500.000,– beschikbaar is voor subsidieverstrekking ten behoeve van aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018;

    • c. voor het kalenderjaar 2019: ten hoogste € 3.750.000,–.

  • 2 Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 3.000.000,–.

  • 3 Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder b, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 1.000.000,–.

  • 4 Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a en b, is voor de aanvragen die zijn ingediend in totaal een bedrag beschikbaar van:

    • a. voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018: ten hoogste € 2.300.000,–.

    • b. voor kalenderjaar 2019: ten hoogste € 3.000.000,–;

  • 5 Indien het plafond, bedoeld in het tweede en het derde lid, niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het bedrag, bedoeld in het vierde lid, onder a.

  • 6 Indien één van de bedragen als bedoeld in het eerste lid of het vierde lid, in enig jaar niet wordt uitgeput, kan het resterende bedrag worden toegevoegd aan het andere bedoelde bedrag in datzelfde jaar indien dat bedrag zonder toevoeging zou worden uitgeput.

Artikel 7a. Subsidieplafonds voor subsidie in verband met laagtaalvaardige ouders

[Vervallen per 01-08-2018]

Artikel 8. Wijze van verdeling beschikbare middelen

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 9. De subsidieaanvraag

  • 1 Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ingediend via de website https://www.dus-i.nl/subsidies/tel-mee-met-taal.

  • 2 De werkgever of penvoerder dient voor een subsidie op grond van artikel 3 of artikel 4 een aanvraag in:

    • a. voor kalenderjaar 2017: in de periode 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017;

    • b. voor kalenderjaar 2018:

      • i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of

      • ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;

    • c. kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019.

  • 3 De penvoerder dient voor een subsidie op grond van artikel 4a een aanvraag in:

    • a. voor kalenderjaar 2018:

      • i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of

      • ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;

    • b. voor kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019.

  • 4 Een aanvrager kan voor een subsidie op grond van artikel 3 of artikel 4a, eerste lid, onder a één aanvraag indienen voor meerdere opleidingstrajecten of voor een taaltraject, een rekentraject en traject digitale vaardigheden.

  • 5 De minister wijst aanvragen die zijn ingediend buiten de perioden, genoemd in het tweede en derde lid, af.

  • 6 Per periode, genoemd in het tweede en derde lid, wordt per aanvrager ten hoogste één aanvraag toegekend, met dien verstande dat:

    • a. met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in artikel 4 per samenwerkingsverband per periode één subsidie op aanvraag wordt verstrekt;

    • b. met betrekking tot een aanvraag als bedoeld in artikel 4a per groep van verbonden organisaties per periode maximaal één subsidie op aanvraag wordt verstrekt.

Artikel 10. Bij de aanvraag tot subsidieverlening aan werkgevers te overleggen informatie

  • 1 Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3 de volgende documenten in:

    • a. een activiteitenplan dat tenminste bevat:

      • i. een beschrijving van het opleidingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen blijkt, de periode waarin de opleiding wordt aangeboden, het aantal deelnemers, de groepsgrootte, de gebruikte (les)methode, de opleider en de te gebruiken toetsinstrumenten.

      • ii. een beschrijving van de doelen van de opleiding en de wijze waarop de opleiding aansluit bij de huidige of toekomstige werkzaamheden van de deelnemers.

    • b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de kaderregeling en waaruit in elk geval duidelijk worden de totale kosten van de opleiding, de kosten per deelnemer, het aantal contacturen, de kosten per contactuur en het cofinancieringspercentage.

  • 2 De aanvrager verklaart dat:

    • a. uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau indicatie, die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het opleidingstraject is of wordt afgenomen, blijkt dat de deelnemers de Nederlandse taal, of één of meer taalvaardigheden, beheersen op een niveau lager dan referentieniveau 2F;

    • b. de deelnemers gedurende het gehele opleidingstraject een dienstbetrekking hebben met de aanvrager;

    • c. de opleider voldoet aan de in artikel 3a gestelde eisen;

    • d. hij zal voldoen aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 13 en artikel 16.

  • 3 De aanvrager verstrekt zijn kvk-nummer en, indien de opleider niet werkzaam is bij de aanvrager, het kvk-nummer van de opleider.

Artikel 11. Bij de aanvraag tot subsidieverlening aan samenwerkingsverbanden te overleggen informatie

  • 1 De aanvrager dient bij een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 4 de volgende documenten in:

    • a. een activiteitenplan waarin ten minste de volgende onderwerpen aan de orde komen:

      • i. een beschrijving van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van het project, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van taken tussen partijen van het samenwerkingsverband;

      • ii. een beschrijving van de behoefte(n) waarin het project voorziet, de doelstellingen, resultaten of producten die met het project worden nagestreefd en de wijze waarop deze worden gemonitord of geëvalueerd;

      • iii. een beschrijving van de verwachte opbrengst van het project voor het bereiken van de doelstellingen van het regionale of lokale taalakkoord van het samenwerkingsverband;

    • b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de kaderregeling en waarin in elk geval een onderscheid is gemaakt tussen materiële kosten, personeelskosten en kosten inhuur;

    • c. het regionale of lokale taalakkoord dat voldoet aan de eisen zoals neergelegd in bijlage 1, dat is ondertekend door alle partijen van het samenwerkingsverband;

    • d. indien de aanvraag door een penvoerder wordt ingediend: een ondertekende verklaring van alle partijen (met een minimum van zeven) die de aanvraag van de penvoerder ondersteunen.

  • 2 De aanvrager verstrekt zijn kvk-nummer en verklaart:

    • a. dat het project gericht is op NT1 volwassenen; en

    • b. dat voldaan wordt aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 13 en artikel 16.

11a. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor activiteiten ten behoeve van laagtaalvaardige ouders te overleggen informatie

  • 1 Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a, de volgende documenten in:

    • a. een activiteitenplan waarin ten minste de volgende onderwerpen aan de orde komen:

      • een beschrijving van het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen blijkt, de periode waarin de activiteiten worden aangeboden, het aantal deelnemers, de groepsgrootte, de gebruikte lesmethode en de opleider; en

      • een beschrijving van de doelen van het taaltraject, rekentraject of het traject digitale vaardigheden en de wijze waarop dit traject bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie; en

    • b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de kaderregeling en waarin in elk geval duidelijk wordt de totale kosten van het traject, de kosten per deelnemer en het cofinancieringspercentage.

  • 2 Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie op grond van artikel 4a, eerste lid, onder b, de volgende documenten in:

    • a. een activiteitenplan waarin ten minste de volgende onderwerpen aan de orde komen:

      • een beschrijving van de overige activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van deze activiteiten, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van de taken tussen de betrokken organisaties;

      • een beschrijving van de behoeften waarin de overige activiteiten voorzien, de doelstellingen, resultaten of producten die met de activiteiten worden nagestreefd en de wijze waarop deze worden gemonitord of geëvalueerd; en

      • een beschrijving van de verwachte opbrengst van de overige activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan de doelstelling van de subsidie;

    • b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de kaderregeling en waarin in elk geval het cofinancieringspercentage duidelijk wordt.

  • 3 De aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, verklaart dat:

    • a. uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het traject of de overige activiteiten is of wordt afgenomen, blijkt dat de deelnemers de Nederlandse taal of één of meer taalvaardigheden beheersen op een lager niveau dan referentieniveau 2F;

    • b. hij zal voldoen aan de verplichtingen zoals genoemd in de artikelen 13 en 16; en

    • c. het traject wordt verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider die voldoet aan de in artikel 3a gestelde eisen;

  • 5 De aanvrager verstrekt zijn Kamer van Koophandel-nummer.

Artikel 11b. Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor overige activiteiten te overleggen informatie

[Vervallen per 01-06-2019]

Artikel 12. Melding andere aanvragen

In aanvulling op artikel 3.6 van de kaderregeling doet de subsidieaanvrager, voor zover hij na indiening van de subsidieaanvraag voor dezelfde begrote kosten een subsidie of een andere financiële bijdrage aanvraagt bij een of meer andere bestuursorganen, daarvan terstond mededeling aan de minister.

Artikel 13. Verplichtingen

Onverminderd de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 5 van de kaderregeling, worden aan de ontvanger van een subsidie de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a. de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3 zorgt ervoor dat alle deelnemers bij het begin van het opleidingstraject en bij beëindiging van het opleidingstraject de vragenlijst, die via www.telmeemettaal.nl beschikbaar wordt gesteld, invullen;

  • b. de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a:

    • 1°. maakt de leeropbrengst van het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden inzichtelijk door aan het begin van het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden en na afloop van het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden bij elke deelnemer de vragenlijst af te nemen die via www.telmeemettaal.nl beschikbaar wordt gesteld;

    • 2°. registreert hoeveel laagtaalvaardige ouders en hoeveel van elk geslacht aan het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden hebben deelgenomen; en

    • 3°. registreert hoeveel deelnemers Nederlands als moedertaal of Nederlands als tweede taal hebben;

  • c. de ontvanger van een subsidie voert een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde de informatie, bedoeld in onderdelen a en b, het aantal aanwezige deelnemers en de door hen gevolgde contacturen kunnen worden nagegaan;

  • d. de ontvanger van een subsidie verleent gedurende de looptijd van het project op verzoek van de minister medewerking aan ten minste één van de landelijke Tel mee met Taal congressen om de projectuitvoering of resultaten van het project toe te lichten.

Artikel 13a. Penvoerderschap

  • 1 Indien de subsidie wordt aangevraagd door een penvoerder, wordt deze verleend aan en verantwoord door de penvoerder.

  • 2 Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.

  • 3 De aanvraag bevat een door alle bij de aanvraag betrokken partijen getekende verklaring, waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.

Artikel 14. Andere financiële bijdragen

De minister brengt subsidies of andere financiële bijdragen, verstrekt door een of meer andere bestuursorganen, voor dezelfde activiteiten in mindering bij vaststelling van een subsidie.

Artikel 15. Vaststelling en verantwoording

  • 4 Indien de subsidieontvanger een bekostigde onderwijsinstelling is, wordt paragraaf 9.1 van de kaderregeling op die wijze toegepast dat:

    • a. voor een subsidie tot € 125.000 het niet aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt; en

    • b. voor een subsidie van € 125.000 of meer de subsidie uitsluitend wordt besteed aan de activiteiten waarvoor zij is verstrekt.

  • 5 De ontvanger van de subsidie toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de verleende subsidie zijn verbonden. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 16. Evaluatie

De ontvanger van subsidie bedingt bij de opleiders en de partijen van het samenwerkingsverband dat zij meewerken aan de evaluatie, bedoeld in artikel 5.4 van de kaderregeling.

Artikel 17. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op besluiten die voor de vervaldatum zijn genomen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Bussemaker

Bijlage 1. behorende bij de artikelen 4 en 11 van de Subsidieregeling Tel mee me Taal. Voorwaarden regionaal of lokaal taalakkoord

  • 1. Het taalakkoord wordt getekend door minimaal acht deelnemers, waarvan minimaal:

    • ° één centrumgemeente van een arbeidsmarktregio of minimaal drie niet-centrumgemeenten

    • ° één bibliotheek

    • ° één onderwijsinstelling (school, mbo-instelling, ho-instelling of private aanbieder van opleidingen met NRTO-keurmerk)

    en twee of meer van de organisaties uit de lijst hieronder:

    Een organisatie die zowel zorgaanbieder als werkgever is, telt slechts mee voor één van deze categorieën. Het is toegestaan om méér dan één partij uit dezelfde categorie te laten tekenen.

  • 2. Het taalakkoord sluit aan bij het landelijke doel van het actieprogramma Tel mee met Taal door in te zetten op leesbevordering en op het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid en taalachterstanden bij kinderen en volwassenen. Het taalakkoord vertaalt deze landelijke doelstellingen naar concrete, meetbare doelstellingen op lokaal en/of regionaal niveau en beschrijft hoe deze doelstellingen worden gehaald en hoe de voortgang wordt gemeten en geëvalueerd.

  • 3. Het taalakkoord beschrijft hoe op lokaal of regionaal niveau voor de aanpak van laaggeletterdheid en leesbevordering een beleidsmatige verbinding tussen taal en de domeinen werk, gezin, onderwijs en gezondheid wordt gemaakt en welke instrumenten hierbij worden ingezet.

  • 4. Elke ondertekenaar beschrijft in een individueel prestatiedocument welke acties of activiteiten worden ondernomen om de gezamenlijke doelstellingen te helpen realiseren.

  • 5. Het taalakkoord beschrijft een afgebakende tijdsperiode van minimaal 12 maanden.

  • 6. Het taalakkoord geeft inzicht in de inzet van middelen en menskracht van alle ondertekenaars ten behoeve van het behalen van de gezamenlijke doelstellingen en de borging in beleid, zodat de effectieve samenwerking ook ná de tijdsperiode van het taalakkoord in stand blijft.

  • 7. Bij de uitvoering van het taalakkoord wordt aantoonbaar gebruik gemaakt van:

    • ° Een Taalhuis of Taalpunt als centraal punt voor de herkenning, doorverwijzing en/of scholing van cursisten en/of vrijwilligers dat werkt aan de negen bouwstenen van de Koninklijke Bibliotheek, PSO’s en Stichting Lezen & Schrijven (www.taalhuis.nl)

    en/of

    • ° Een programma of methode om leesplezier bij kinderen te vergroten of de taalontwikkeling van kinderen en hun ouders te stimuleren, zoals de methode Taal voor Thuis, of

    • ° Het programma De Bibliotheek op School in zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs, of

    • ° Het programma Boekstart in de Kinderopvang

Bijlage 2. behorende bij artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Subsidieregeling Tel mee met Taal. Vragenlijst effectmeting taalscholing werknemers

[Vervallen per 01-06-2019]

  1. Hier is een zorgaanbieder gedefinieerd als een instelling dan wel een solistisch werkende zorgverlener, zijnde een natuurlijke persoon die beroepsmatig zorg verleent.

    http://wetten.overheid.nl/BWBR0037173/2016-01-01

    ^ [1]
Terug naar begin van de pagina