Afdeling 11.2. Onteigeningsbeschikking
Artikel 11.3. (aanwijzing van te onteigenen onroerende zaken)
Artikel 11.4. (bevoegd gezag)
Artikel 11.5. (criteria: onteigeningsbelang, noodzaak en urgentie)
Een onteigeningsbeschikking kan alleen worden gegeven:
-
a. in het belang van het ontwikkelen, gebruiken of beheren van de fysieke leefomgeving,
-
b. als onteigening noodzakelijk is, en
-
c. als onteigening urgent is.
Artikel 11.6. (grondslagen onteigeningsbelang)
Van een onteigeningsbelang is alleen sprake als de beoogde vorm van ontwikkeling,
gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving:
-
a. onder uitsluiting van de bestaande vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer, mogelijk
is gemaakt in een vastgesteld omgevingsplan,
-
b. mogelijk is gemaakt in een verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit,
-
c. mogelijk is gemaakt door een vastgesteld projectbesluit.
Artikel 11.7. (onderbouwing noodzaak)
Artikel 11.8. (onderbouwing noodzaak in verband met de openbare orde)
Als het onteigeningsbelang verband houdt met de handhaving van de openbare orde rond
een gebouw als bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van de Woningwet, die is verstoord door gedragingen in of in de onmiddellijke nabijheid van dat gebouw,
ontbreekt de noodzaak tot onteigening, tenzij de uitoefening van de bevoegdheden,
bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van die wet, geen uitzicht heeft geboden op een
duurzaam herstel van of duurzame voorkoming van ernstige verstoring van de openbare
orde rond dat gebouw.
Artikel 11.9. (onderbouwing noodzaak in verband met de Opiumwet)
Als het onteigeningsbelang verband houdt met de handhaving van de artikelen 2, 2a, 3, 10a, eerste lid, aanhef en onder 3°, 10c, eerste lid, aanhef en onder 3°, en 11a van de Opiumwet in een gebouw als bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van de Woningwet, ontbreekt de noodzaak tot onteigening, tenzij de uitoefening van de bevoegdheden,
bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van de Woningwet, geen uitzicht heeft geboden
op het duurzaam achterwege blijven van een overtreding van artikel 2, 2a, 3, 10a,
eerste lid, aanhef en onder 3°, 10c, eerste lid, aanhef en onder 3°, of 11a van de
Opiumwet in het gebouw.
Artikel 11.10. (onderbouwing noodzaak in verband met de leefbaarheid, gezondheid en
veiligheid)
Als het onteigeningsbelang verband houdt met het opheffen van een overtreding als
bedoeld in artikel 17 van de Woningwet in een gebouw of op een open erf of een terrein als bedoeld in dat artikel, ontbreekt
de noodzaak tot onteigening, tenzij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in
artikel 13b, tweede lid, van die wet, geen uitzicht heeft geboden op het duurzaam achterwege blijven van een zodanige
overtreding.
Artikel 11.11. (onderbouwing urgentie)
De urgentie ontbreekt in ieder geval als niet aannemelijk is dat binnen drie jaar
na het inschrijven van de onteigeningsakte een begin wordt gemaakt met de verwezenlijking
van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving
waarvoor onteigening nodig is.
Artikel 11.12. (vervallen onteigeningsbeschikking)
De onteigeningsbeschikking vervalt als de onteigenaar niet uiterlijk binnen twaalf
maanden na het onherroepelijk worden van die beschikking de rechtbank binnen het rechtsgebied
waarvan de te onteigenen onroerende zaak geheel of grotendeels ligt, verzoekt om de
schadeloosstelling vast te stellen volgens afdeling 15.3.
Afdeling 11.4. Onteigeningsakte
Artikel 11.15. (verzoek verlijden onteigeningsakte)
Uiterlijk binnen twee maanden nadat aan alle voorwaarden, bedoeld in artikel 11.16, eerste lid, is voldaan, verzoekt de onteigenaar een notaris de onteigeningsakte te verlijden.
Artikel 11.16. (vereisten verlijden onteigeningsakte)
Artikel 11.17. (ondertekening onteigeningsakte)
Een onteigeningsakte wordt ondertekend door de onteigenaar.
Artikel 11.18. (rechtsgevolgen inschrijven onteigeningsakte)
Artikel 11.19. (lasten en belastingen)
Waterschaps- en soortgelijke lasten en alle belastingen waarmee de onteigende zaak
is bezwaard of die daarover worden betaald, gaan met ingang van de dag waarop de onteigeningsakte
in de openbare registers is ingeschreven over op de onteigenaar.
Artikel 11.20. (inbezitstelling na inschrijving onteigeningsakte)