Besluit overgangsrecht transitievergoeding

Geldend van 01-07-2015 t/m 30-06-2016

Besluit van 23 april 2015, houdende voorwaarden waaronder de transitievergoeding niet verschuldigd is (Besluit overgangsrecht transitievergoeding)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 februari 2015, nr. 2015-0000017201;

Gelet op artikel XXII, zevende lid, van de Wet werk en zekerheid;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 12 maart 2015, No.12.15.0019/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 april 2015, nr. 2015-0000102230;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Begripsbepaling

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Geen transitievergoeding bij lopende collectieve afspraken met verenigingen van werknemers

  • 1 Indien de werknemer op grond van tussen de werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers gemaakte afspraken recht heeft op vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in artikel XXII, zevende lid, van de Wet werk en zekerheid, is de transitievergoeding niet verschuldigd, tenzij overeengekomen is dat de werknemer recht heeft op die vergoeding of voorziening, in aanvulling op de transitievergoeding.

  • 2 Dit artikel is niet van toepassing op de werknemer wiens arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt of niet wordt voorgezet, indien de werknemer op grond van de afspraken, bedoeld in het eerste lid, recht zou hebben op een hogere vergoeding of voorziening, indien het een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou betreffen.

  • 3 Dit artikel is niet van toepassing op de werknemer die op grond van de afspraken, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend recht heeft op vergoedingen of voorzieningen nadat de voor hem op grond van de Werkloosheidswet geldende uitkeringsduur is verstreken, omdat de periode waarin de werknemer recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is verkort als gevolg van de inwerkingtreding van artikel XXVI, onderdeel N, van de Wet werk en zekerheid.

  • 4 Dit artikel is niet van toepassing, indien de afspraken, bedoeld in het eerste lid, of onderdelen daarvan, na de inwerkingtreding van dit besluit zijn verlengd, gewijzigd of vervallen.

  • 5 Indien de werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers dat overeenkomen, blijft dit artikel, in afwijking van het vierde lid, van toepassing op de onderdelen van de afspraken, bedoeld in het eerste lid, die na de inwerkingtreding van dit besluit niet zijn verlengd, gewijzigd of vervallen.

  • 6 Dit artikel vervalt met ingang van 1 juli 2016.

Artikel 3. Keuze voor transitievergoeding of overige lopende afspraken

  • 1 Indien de werknemer, anders dan op grond van tussen de werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers gemaakte afspraken, recht heeft op vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in artikel XXII, zevende lid, van de Wet werk en zekerheid, is de transitievergoeding uitsluitend verschuldigd, indien de werknemer schriftelijk afstand doet van zijn recht op die vergoedingen en voorzieningen.

  • 2 De werkgever informeert de werknemer, die recht heeft op vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, schriftelijk over de voorwaarden, bedoeld in het eerste en derde lid, waaronder de transitievergoeding is verschuldigd, over de hoogte van de transitievergoeding en over de vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in artikel XXII, zevende lid, van de Wet werk en zekerheid, waar de werknemer recht op heeft.

  • 3 Indien de afstand, bedoeld in het eerste lid, niet wordt gedaan uiterlijk vier weken na het tijdstip waarop de werkgever voldaan heeft aan de informatieplicht, bedoeld in het tweede lid, vervalt het recht van de werknemer op de transitievergoeding.

  • 4 Dit artikel is niet van toepassing, indien de afspraken, bedoeld in het eerste lid, of onderdelen daarvan, zijn verlengd, gewijzigd of vervallen.

Artikel 4. Overgangsbepaling in verband met het vervallen van artikel 2

Artikel 2, zoals dat luidde op 30 juni 2016, blijft van toepassing, indien de arbeidsovereenkomst eindigt na die dag, en het verzoek om toestemming, bedoeld in artikel 671a, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, of het verzoek om ontbinding, bedoeld in artikel 671b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, is gedaan voor 1 mei 2016.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 23 april 2015

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Uitgegeven de elfde mei 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie,

G.A. van der Steur

Terug naar begin van de pagina