Verordening op de praktijkopleidingen

Geldend van 12-07-2018 t/m heden

Verordening op de praktijkopleidingen

De ledenvergadering van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants,

Gelet op de artikelen 5, eerste lid, 19, tweede lid, aanhef en onderdeel j, 47, 48 en 49 van de Wet op het accountantsberoep;

Stelt de volgende verordening vast:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • aantekening: de aantekening, bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de wet;

  • accountant: een accountant als bedoeld in artikel 1 van de wet;

  • accountantsregister: het accountantsregister, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet;

  • beroepsorganisatie: de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de wet;

  • bestuur: het bestuur van de beroepsorganisatie;

  • fraude: het opzettelijk handelen of nalaten van een trainee, waardoor het vormen van een juist oordeel over zijn kennis, inzicht en vaardigheden geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt gemaakt;

  • kernvakgebieden: de kernvakgebieden, genoemd in paragraaf 3.3 van de Eindtermen accountantsopleiding 2016 (Staatscourant 2015, 48003);

  • praktijkopleiding AA: de praktijkopleiding passend bij een inschrijving in het accountantsregister met vermelding van de titel Accountant-Administratieconsulent;

  • praktijkopleiding RA: de praktijkopleiding passend bij een inschrijving in het accountantsregister met vermelding van de titel Registeraccountant;

  • trainee: een natuurlijk persoon welke de praktijkopleiding AA of de praktijkopleiding RA volgt;

  • wet: de Wet op het accountantsberoep.

Hoofdstuk 2. De Raad voor de Praktijkopleidingen

Artikel 2

  • 1 Er is een Raad voor de Praktijkopleidingen.

  • 2 De Raad voor de Praktijkopleidingen bestaat uit ten hoogste acht leden, waaronder de voorzitter.

  • 3 De Raad voor de Praktijkopleidingen heeft tot taak het bij wege van mandaat of uit hoofde van volmacht namens het bestuur uitvoeren van deze verordening.

  • 4 De Raad voor de Praktijkopleidingen bepaalt, met inachtneming van deze verordening en de grenzen van het mandaat en de volmacht welke aan hem door het bestuur worden verleend, de invulling van de taak, bedoeld in het tweede lid en de daarbij te hanteren werkwijze.

  • 5 Ter ondersteuning in de uitvoering van zijn taken, kan de Raad voor de Praktijkopleidingen externe deskundigen inschakelen en commissies instellen.

  • 6 Het bestuur bevordert dat in de Raad voor de Praktijkopleidingen de verschillende professionele omgevingen waarin de praktijkopleiding AA of de praktijkopleiding RA wordt gevolgd, evenwichtig zijn vertegenwoordigd.

Artikel 4

  • 1 Het bestuur benoemt de voorzitter en de overige leden van de Raad voor de Praktijkopleidingen voor een periode van vier jaren.

  • 2 Een lid van de Raad voor de Praktijkopleidingen kan eenmaal worden herbenoemd.

  • 3 De leden treden af volgens een door het bestuur vast te stellen rooster.

  • 4 Degene die is benoemd ter vervulling van een opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats de benoeming is geschied, had moeten aftreden.

  • 5 Degene die benoemd is ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, kan eenmaal worden herbenoemd.

Hoofdstuk 3. Stagebureaus

Artikel 5

  • 1 Een stagebureau is binnen een onderneming, een instelling of de Rijksoverheid en een daarmee gelijk te stellen dienst verantwoordelijk voor de interne organisatie en de uitvoering van de praktijkopleiding van de aan de onderneming, de instelling of de overheid en een daarmee gelijk te stellen dienst verbonden trainees.

  • 2 Het bestuur wijst binnen de beroepsorganisatie een stagebureau aan.

  • 3 Een stagebureau heeft een stagebestuur.

Artikel 6

  • 1 Het bestuur wijst op schriftelijk verzoek een stagebureau aan indien:

    • a. voldoende organisatorische waarborgen, waaronder menskracht, middelen en deskundigheid aanwezig zijn voor de uitvoering van de taken van het stagebureau;

    • b. het stagebureau een betrouwbare, volledige en controleerbare documentatie heeft met betrekking tot de praktijkopleiding; en

    • c. het stagebureau zich houdt aan de bij of krachtens de wet gestelde regels.

  • 2 Het schriftelijk verzoek omvat een plan van aanpak waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het eerste lid genoemde criteria.

  • 3 Het bestuur kan de aanwijzing van een stagebureau intrekken indien door een stagebureau niet langer wordt voldaan aan de eisen, genoemd in het eerste lid.

Artikel 7

  • 1 Een stagebureau verleent op verzoek van het bestuur medewerking aan een onderzoek en verschaft inlichtingen over de uitvoering van zijn taken, bedoeld in artikel 5.

  • 2 Een accountant die is benoemd tot lid van een stagebestuur als bedoeld in artikel 5, derde lid, draagt er zorg voor dat het stagebureau waarvan hij (mede) het bestuur vormt, de aanwijzingen opvolgt die het bestuur geeft ten aanzien van de naleving van de eisen als bedoeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel 8

  • 1 Het bestuur stelt binnen een stagebureau beoordelaars en praktijkbegeleiders aan.

  • 2 Het bestuur stelt referaatbegeleiders aan.

  • 3 Het bestuur stelt intervisiecoaches aan.

Hoofdstuk 4. Toelating tot de praktijkopleiding

Artikel 9

Het bestuur laat tot de praktijkopleiding AA toe, degene die:

  • a. beschikt over een getuigschrift van een opleiding tot Accountant-Administratieconsulent, die voldoet aan de eindtermen, bedoeld in artikel 49, tweede lid, aanhef en onderdeel a van de wet;

  • b. de voltooiing van de opleiding, bedoeld in onderdeel a voldoende is genaderd, ten minste de examens in de grondslagen van de kernvakgebieden heeft behaald, of daarvan is vrijgesteld, en beschikt over een getuigschrift van de hieraan voorafgaande bacheloropleiding; of

  • c. beschikt over een in een ander land verkregen diploma of soortgelijk bewijsstuk van een opleiding die naar aard, inhoud en niveau overeenkomt met de opleiding, bedoeld in onderdeel a.

Artikel 10

Het bestuur laat tot de praktijkopleiding RA toe, degene die:

  • a. toelaatbaar is tot een postinitiële opleiding tot registeraccountant, die voldoet aan de eindtermen, bedoeld in artikel 49, tweede lid, aanhef en onderdeel a van de wet; of

  • b. toelaatbaar is tot een universitair masterprogramma, dat toegang geeft tot een opleiding als bedoeld in onderdeel a, dan wel tot een universitair masterprogramma op het gebied van accountancy, mits hij of zij ten minste de examens in de grondslagen van de kernvakgebieden heeft behaald of daarvan is vrijgesteld.

Artikel 10a

Aan de toelating tot de praktijkopleiding van degene die beschikt over een getuigschrift, bedoeld in de artikel 9, aanhef en onderdeel a, of artikel 10, aanhef en onderdeel a, dat bij het verzoek tot toelating ouder is dan zes jaar, kan het bestuur nadere voorwaarden verbinden, waaronder:

  • a. het met goed gevolg afronden van één of meer aanvullende cursussen of vakken; of

  • b. het met goed gevolg afleggen van één of meer aanvullende toetsen.

Hoofdstuk 5. De praktijkopleidingen

Artikel 11

Aan de voortzetting van de praktijkopleiding na een onderbreking, kan het bestuur voorwaarden verbinden, waaronder het met goed gevolg afronden van een of meer cursussen of een aanvullende toets.

Artikel 12

  • 1 De trainee stelt gedurende de praktijkopleiding een portfolio samen.

  • 2 Het portfolio bevat in ieder geval periodieke rapportages over de werkzaamheden die gedurende de praktijkopleiding zijn verricht.

  • 3 Anders dan gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening en de daarop berustende bepalingen, bevatten documenten in het portfolio geen gegevens betreffende geïdentificeerde natuurlijke personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden.

  • 4 Een trainee is verplicht tot geheimhouding van informatie die hem bekend wordt vanwege deelname aan plenaire bijeenkomsten, waarvan hij weet of behoort te weten dat deze vertrouwelijk is.

Hoofdstuk 7. Toelating tot het examen ter afsluiting van de praktijkopleiding

Artikel 19

De trainee wordt tot het mondeling examen toegelaten indien:

  • a. het portfolio door het bestuur als voldoende is beoordeeld; en

  • b. het getuigschrift voor de opleiding tot accountant, niet zijnde de praktijkopleiding, is overgelegd.

Artikel 20

Onder nader te stellen voorwaarden kan het bestuur personen die niet voldoen aan de eis, bedoeld in artikel 19, onderdeel a, toelaten tot het examen, mits deze personen beroepswerkzaamheden hebben verricht waardoor zij voldoende ervaring hebben op het gebied van de vakgebieden, bedoeld in artikel 46 van de wet.

Hoofdstuk 8. Vrijstellingen

Artikel 23

  • 1 Het bestuur kan op een daartoe strekkend verzoek een vrijstelling verlenen van de toetsing van het vermogen om de theoretische kennis in de praktijk toe te passen indien daarvoor relevante praktische werkervaring is opgedaan in het kader van een praktijkopleiding die is afgerond met een door de staat erkend examen of diploma.

  • 2 Het bestuur kan aan de toekenning van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid voorwaarden verbinden welke voor trainees die de praktijkopleiding volgen die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister met aantekening en trainees die de praktijkopleiding volgen die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister zonder aantekening, verschillend kunnen worden vastgesteld.

  • 3 Aan de toekenning van een vrijstelling aan een trainee die de praktijkopleiding volgt die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister met aantekening, stelt het bestuur in elk geval als voorwaarde dat de praktische werkervaring is opgedaan met betrekking tot de vakgebieden genoemd in artikel 8 lid 1 en 2 van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006.

  • 4 Het bestuur kan een nader onderzoek instellen ter beoordeling van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 23a

  • 1 Het bestuur kan een vrijstelling verlenen aan een trainee die:

    • is begonnen aan een praktijkopleiding die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister zonder aantekening en voor afronding daarvan overstapt naar de praktijkopleiding die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister met aantekening;

    • is begonnen aan de praktijkopleiding die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister met aantekening en voor afronding daarvan overstapt naar een praktijkopleiding die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister zonder aantekening; en

    • is begonnen aan een praktijkopleiding die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister zonder aantekening en overstapt naar enige andere aangeboden variant van een praktijkopleiding die kan leiden tot inschrijving in het accountantsregister zonder aantekening.

  • 2 Het bestuur kan aan de toekenning van een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid voorwaarden verbinden.

Hoofdstuk 9. Examengelden

Artikel 24

Degene die aan een praktijkopleiding, het mondeling examen of onderdelen daarvan wenst deel te nemen, wordt daartoe niet toegelaten dan na betaling van bij verordening vast te stellen bedragen.

Hoofdstuk 10. Overige bepalingen

Artikel 24a

  • 1 Indien een trainee fraudeert, kan het bestuur:

    • de onderdelen van de praktijkopleiding waarop de fraude betrekking heeft, ongeldig verklaren;

    • de trainee tijdelijk uitsluiten van de toelating tot het examen, doch ten hoogste voor een periode van twaalf maanden;

    • de trainee opdragen een aanvullend verslag van werkzaamheden op te stellen.

  • 2 Bij ernstige fraude kan het bestuur de trainee uitsluiten van toelating tot het examen.

Artikel 25

Het bestuur kan nadere voorschriften vaststellen over de in deze verordening geregelde onderwerpen.

Artikel 26

Een trainee kan om een herbeoordeling vragen van:

  • a. de beoordeling van (onderdelen van) een portfolio; en

  • b. de beoordeling van het mondeling examen.

Artikel 27

  • 1 Een trainee kan bij het bestuur schriftelijk een met redenen omkleed verzoek doen tot toewijzing van een andere praktijkbegeleider dan wel een andere beoordelaar.

  • 2 Het bestuur beslist op dit verzoek binnen twee weken na ontvangst van dit verzoek.

Artikel 30

  • 1 Op praktijkopleidingen welke zijn aangevangen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de Verordening op de praktijkstage (Stcrt. 2006, 252) en de daarop berustende bepalingen van toepassing, met uitzondering van de bepalingen houdende regels over de hoogte van de examengelden.

  • 2 Op praktijkopleidingen welke zijn aangevangen voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de Verordening op de praktijkstage (Stcrt. 2007, 12) en de daarop berustende bepalingen van toepassing, met uitzondering van de bepalingen houdende regels over de hoogte van de examengelden.

Artikel 32

  • 1 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.

  • 2 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de praktijkopleidingen.

De ledenvergadering van de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants

Goedgekeurd bij besluit van de minister van Financiën d.d. 19 augustus 2013, nr. FM/2013/1294 M.

Terug naar begin van de pagina