Subsidieregeling Stichting VSO 2013

[Regeling vervalt per 01-01-2019.]
Geldend van 20-12-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 juni 2013, nr. 2013-0000329635, houdende regels voor de subsidiëring van de Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid (Subsidieregeling Stichting VSO 2013)

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b. stichting: Stichting Verbond Sectorwerkgevers Overheid.

Artikel 2

  • 1 De minister verstrekt aan de stichting een subsidie voor kosten die direct samenhangen met de volgende activiteiten:

    • a. het faciliteren van een platform voor onderlinge uitwisseling van ideeën, kennis en ervaring;

    • b. het leveren van kennis en expertise of het ontsluiten van kennis en expertise ten behoeve van de sectorwerkgevers;

    • c. het coördineren van de gezamenlijke belangen van de sectorwerkgevers en deze eenduidig formuleren en communiceren;

    • d. het verlenen van aanvullende diensten aan de sectorwerkgevers als verbond, of in het belang van het verbond of de individuele leden.

  • 2 De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt, maar nooit meer dan het totaalbedrag dat de overheidssectoren in het desbetreffende boekjaar als bijdrage aan de stichting hebben geleverd.

§ 3. Voorschotverlening

Artikel 5

  • 1 De minister verstrekt op de subsidie een voorschot dat gelijk is aan de verleende subsidie.

  • 2 Het voorschot wordt binnen zes weken na de beschikking tot subsidieverlening uitbetaald.

§ 4. De verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel 6

  • 2 De egalisatiereserve wordt uitsluitend aangewend voor kosten die direct samenhangen met de uitvoering van het activiteitenprogramma, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

  • 3 Op 31 december 2018 bedraagt de egalisatiereserve ten hoogste € 250.000. De helft van het bedrag waarmee de egalisatiereserve op 31 december 2018 het bedrag van € 250.000 overschrijdt, wordt voor 1 maart 2019 teruggestort op de bankrekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 juni 2013

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.H.A. Plasterk

Terug naar begin van de pagina