Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013

[Regeling vervalt per 01-01-2019.]
Geldend van 20-12-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 10 juni 2013, nr. 2013-0000329551, houdende regels voor de subsidiëring van de Oorlogsgravenstichting (Subsidieregeling Oorlogsgravenstichting 2013)

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b. stichting: Oorlogsgravenstichting.

Artikel 2

  • 1 De minister verstrekt aan de stichting een subsidie met het oog op:

    • a. het aanleggen en in stand houden van de in de statuten van de stichting bedoelde graven en erevelden;

    • b. het bezoeken van nabestaanden aan graven en erevelden die zich buiten Nederland bevinden;

    • c. het verstrekken van informatie en geven van voorlichting;

    • d. het doen van necrologisch onderzoek;

    • e. het verzorgen van bloemleggingen op Nederlandse oorlogsgraven en bij de door de stichting in stand gehouden gedenkstenen van Nederlandse oorlogsslachtoffers.

  • 2 De subsidie wordt per boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 3

De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt ten hoogste het bedrag dat uit de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties blijkt.

§ 3. Voorschotverlening

Artikel 5

  • 1 De minister verstrekt voorschotten per boekjaar.

  • 2 Het totaal van de voorschotten voor een boekjaar is gelijk aan de voor dat jaar verleende subsidie.

  • 3 De voorschotten worden als volgt verstrekt:

    • a. 80 procent van de voor een boekjaar verleende subsidie in januari van dat boekjaar;

    • b. 20 procent van de voor een boekjaar verleende subsidie in juni van dat boekjaar.

  • 4 De minister kan een voorschot een maand later verstrekken, nadat de stichting hiervan in kennis is gesteld.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 10 juni 2013

De

minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.H.A. Plasterk

Terug naar begin van de pagina