Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging ACM 2013

Geldend van 30-05-2019 t/m 31-12-2019

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 2 april 2013, ACM/DJZ/2013/200833, houdende regels inzake organisatie, mandaat, volmacht en machtiging van de Autoriteit Consument en Markt (Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging ACM 2013)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. de Minister: de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  • b. ACM: de Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

  • c. ACM-organisatie: de organisatie van het personeel als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;

  • d. verordening 1/2003: Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEG 2003, L 1);

  • e. verordening 139/2004: Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PbEU L 24/14);

  • f. verordening 713/2009: Verordening (EG) nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (PbEU L 211/1);

  • g. verordening 714/2009: Verordening (EG) nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003 (PbEU L 211/15);

  • h. verordening 715/2009: Verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005 (PbEU L 211/36);

  • i. verordening 544/2009: Verordening (EG) nr. 544/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 717/2007 betreffende roaming op openbare mobiele telefoonnetwerken binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten (PbEU L 167/12);

  • j. verordening 1211/2009: Verordening (EG) nr. 1211/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot oprichting van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (BEREC) en het Bureau (PbEU L 337/1);

  • k. verordening 1227/2011: Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PbEU L 326/1);

  • l. verordening 994/2010: Verordening (EU) nr. 994/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gaslevering en houdende intrekking van Richtlijn 2004/67/EG van de Raad (PbEU L 295/1);

  • m. verordening 2015/2120: Verordening (EU) nr. 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 tot vaststelling van maatregelen betreffende open-internettoegang en tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten en Verordening (EU) nr. 531/2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie (PbEU 2015, L 310);

  • n. verordening 2016/679: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PbEU 2016, L 119);

  • o. verordening 2018/302: Verordening (EU) 2018/302 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2018 inzake de aanpak van ongerechtvaardigde geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op grond van nationaliteit, verblijfplaats, of plaats van vestiging in de interne markt, en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2006/2004 en (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG (PbEU 2018/L 60);

  • p. verordening 2018/644: Verordening (EU) nr. 2018/644 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 betreffende grensoverschrijdende pakketbezorgdiensten (PbEU 2018, L 112/19);

  • q. Wet implementatie derde pakket: Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas), (Stb., 334);

  • r. Wet onafhankelijk netbeheer: Wet van 23 november 2006 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet in verband met nadere regels omtrent een onafhankelijk netbeheer (Stb., nr. 614);

  • s. BBRA: Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;

  • t. ARAR: het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Hoofdstuk 2. Organisatie

Artikel 2

  • 1 De ACM geeft leiding aan de ACM-organisatie.

  • 2 De ACM-organisatie is samengesteld uit:

    • a. de afdeling Bestuur, Beleid en Communicatie;

    • b. de directie Consumenten;

    • c. de directie Energie;

    • d. de directie Telecom, Vervoer en Post;

    • e. de directie Mededinging;

    • f. de directie Juridische Zaken;

    • g. de directie Bedrijfsvoering;

    • h. de directie Zorg;

    • i. het Economisch Bureau.

  • 3 De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid, onderdelen a tot en met h, staan onder leiding van een directeur.

  • 4 Het organisatieonderdeel genoemd in het tweede lid, onderdeel i, staat onder leiding van de Chief Economist.

  • 5 De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid, onderdelen b tot en met h, bestaan uit teams die onder leiding staan van een teammanager.

  • 6 De organisatieonderdelen genoemd in het tweede lid verrichten hun taken, met inachtneming van de daaraan bij of krachtens de wet gestelde grenzen, in onderlinge samenwerking en afstemming.

Hoofdstuk 3. Werkterrein

Artikel 3.1

Tot het werkterrein van de ACM behoren het algemeen mededingingstoezicht, sectorspecifieke markttoezicht en consumentenbescherming.

Artikel 3.2

Tot het werkterrein van de afdeling Bestuur, Beleid en Communicatie behoort het adviseren van de ACM bij de dagelijkse werkzaamheden en bij het initiëren en uitvoeren van de strategische koers van de ACM-organisatie. Hiervan maken internationale werkzaamheden en interne en externe communicatie deel uit.

Artikel 3.3

Tot het werkterrein van de directie Consumenten behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:

Artikel 3.4

Tot het werkterrein van de directie Energie behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:

Artikel 3.5

Tot het werkterrein van de directie Telecom, Vervoer en Post behoren, voor zover opgedragen aan de ACM:

Artikel 3.6

Tot het werkterrein van de directie Mededinging behoren, voor zover opgedragen aan de ACM, de uitvoering van en het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Aanbestedingswet 2012, de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied, verordening 1/2003, verordening 139/2004, de Mededingingswet, met uitzondering van taken die tot het werkterrein van de directie Zorg behoren alsmede met uitzondering van de behandeling inzake het misbruik van economische machtsposities in de energie-, water-, telecom, vervoer- en postsector, en de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 3.7

  • 1 Tot het werkterrein van de directie Juridische Zaken behoort in het kader van de uitvoering van en het toezicht op de bij of krachtens de wet aan de ACM opgedragen taken:

    • a. het voorbereiden van beslissingen tot het opleggen van bestuurlijke sancties, voor zover hier een rapport als bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan ten grondslag ligt;

    • b. de behandeling van beslissingen op bezwaarschriften, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, met uitzondering van bezwaarschriften tegen beslissingen die tot het werkterrein van de directie Telecom, Vervoer en Post behoren, genoemd in artikel 3.5, aanhef en onder 3.

    • c. het behandelen van (hoger)beroepschriften, waaronder begrepen het instellen van (hoger) beroep, waarbij de ACM partij is;

    • d. het optreden als amicus curiae.

  • 2 De directie Juridische Zaken treedt op als juridisch adviseur en verricht uit dien hoofde juridische werkzaamheden van algemene aard ten behoeve van de ACM en de ACM-organisatie.

Artikel 3.8

Tot het werkterrein van de directie Bedrijfsvoering behoren taken van respectievelijk personele en organisatorische, financiële en facilitaire aard ten behoeve van het goed functioneren van de ACM-organisatie, alsmede het nemen van besluiten bij of krachtens verordening 2016/679.

Artikel 3.9

Tot het werkterrein van het Economisch Bureau behoren taken op het gebied van de economische expertisefunctie, de onderzoeksfunctie en de strategische functie. Hiertoe behoren zaaksgebonden en algemeen economisch onderzoek en het adviseren van de ACM.

Artikel 3.9a

Tot het werkterrein van de directie Zorg behoren, voor zover opgedragen aan de ACM, de uitvoering en toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens verordening 1/2003, verordening 139/2004 en de Mededingingswet, voor zover het in overwegende mate de zorgsector betreft.

Artikel 3.10

Tot het werkterrein van elke directie behoort ook het behandelen van verzoeken om openbaarmaking van besluiten en andere documenten.

Hoofdstuk 4. Publiekrechtelijke rechtshandelingen

Artikel 4.1

Bij of krachtens dit besluit verleend mandaat, volmacht en machtiging heeft geen betrekking op:

Artikel 4.2

Aan de leden van de ACM wordt in afwijking van artikel 4.1, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het gehele werkterrein van de ACM-organisatie behoren, indien:

  • a. niet gewacht kan worden op een besluit van de ACM;

  • b. het de schriftelijke afdoening betreft en de ondertekening van stukken die voortvloeien uit door de ACM genomen besluiten.

Artikel 4.3

Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h, genoemde organisatieonderdelen en aan de Chief Economist wordt, ieder voor zich, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het werkterrein van hun organisatieonderdeel behoren.

Artikel 4.4

  • 1 Aan de teammanagers werkzaam binnen de in artikel 2, tweede lid, onderdeel b tot en met h, genoemde organisatieonderdelen wordt, ieder voor zich, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die tot het werkterrein van hun organisatieonderdeel behoren.

  • 2 Het mandaat, volmacht en de machtiging bedoeld in het eerste lid strekt zich niet uit tot het verrichten van marktonderzoeken, het opstellen van rapportages of tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften.

  • 3 Aan de medewerkers verwerken en behandelen en de medewerkers toezicht bij de directie Telecom, Vervoer en Post wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de toekenning, reservering of intrekking van nummers uit de reeks 0800, 090x, 088, 097, geografische nummers, 085, internationale signaleringspuntcodes (ISPC) en transitnetwerksignaleringspuntcodes (TSPC), als bedoeld in het Nummerplan telefoon- en ISDN-diensten.

Artikel 4.5

Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h, genoemde organisatieonderdelen, de daarbij werkzame teammanagers en de Chief Economist wordt, ieder voor zich, mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht en het openbaar maken van besluiten en andere documenten.

Artikel 4.6

Aan de voorzitter van de ACM wordt machtiging verleend tot het ondertekenen van de legitimatiebewijzen van respectievelijk de toezichthoudende ambtenaren, toezichthouders, personen en functionarissen als bedoeld in de artikelen 1 tot en met 4 van het Besluit aanwijzing toezichthouders ACM.

Artikel 4.8

Aan de directeur van de directie Juridische Zaken wordt machtiging verleend om beslissingen te nemen inzake het optreden als amicus curiae.

Artikel 4.9

Aan de directeur van de directie Juridische Zaken en de onder hem ressorterende medewerkers, met uitzondering van secretariële en ondersteunende medewerkers, wordt, ieder voor zich, machtiging verleend de ACM te vertegenwoordigen bij gerechtelijke procedures. Tevens zijn zij gemachtigd om voor de behandeling van een geschil één of meerdere medewerkers werkzaam bij de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h, genoemde organisatieonderdelen, met uitzondering van secretariële en ondersteunende medewerkers, als medegemachtigde te introduceren.

Artikel 4.10

Artikel 4.11

Artikel 4.12

  • 2 Aan de compliance officer wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van handelingen en het nemen van besluiten in het kader van meldingen van nevenwerkzaamheden als bedoeld in paragraaf 3 van de Regeling integriteitsbeleid EZ.

  • 3 Aan de compliance officer wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het verrichten van handelingen en het nemen van besluiten in het kader van meldingen van financiële belangen en effectenbezit als bedoeld in paragraaf 4 van de Regeling integriteitsbeleid EZ, met uitzondering van artikel 15 van die paragraaf.

Hoofdstuk 5. Privaatrechtelijke rechtshandelingen

Artikel 5.1

Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met e, g en h, genoemde organisatieonderdelen, de daarbij werkzame teammanagers en de Chief Economist wordt, ieder voor zich, op hun werkterrein en binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot beleidsonderzoek en de inhuur van specialisten, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.

Artikel 5.2

Aan de directeur van de directie Juridische Zaken en de onder hem ressorterende teammanagers wordt, ieder voor zich, op hun werkterrein en binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot juridisch advies en procesvertegenwoordiging, en de inhuur van specialisten, tolken en verslagleggers, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.

Artikel 5.3

Aan de directeur van de directie Bedrijfsvoering en de onder hem ressorterende teammanagers wordt, ieder voor zich, binnen het door de ACM vastgestelde werkplan en het daartoe door de ACM vastgestelde budget, volmacht en machtiging verleend voor het aangaan van financiële verplichtingen met betrekking tot hun werkterrein, waaronder begrepen informatiebeheer en automatisering en de vergoeding van lidmaatschappen en telefoonkosten, voor zover deze het bedrag van € 134.000 exclusief BTW per verplichting niet te boven gaan.

Hoofdstuk 6. P&O aangelegenheden

Artikel 6.1

  • 1 Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h, genoemde organisatieonderdelen en aan de Chief Economist wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:

    • a. het verlenen van verlof;

    • b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;

    • c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties.

  • 2 Aan de directeuren van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h, genoemde organisatieonderdelen en aan de Chief Economist wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 14 of lager van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies waarvoor die salarisschalen gelden, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:

    • a. het verlenen van verlof;

    • b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;

    • c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties;

    • d. het aanstellen in vaste dienst of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste en tijdelijke aanstellingen;

    • e. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 van het ARAR;

    • f. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;

    • g. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;

    • h. het toekennen van beloningen.

  • 3 De uit het eerste lid voor de directeuren en de Chief Economist voortvloeiende bevoegdheden voor het accorderen van buitenlandse dienstreizen gaan bij zijn afwezigheid over op een andere directeur of de Chief Economist.

Artikel 6.2

  • 1 Aan de teammanagers van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a tot en met h, genoemde organisatieonderdelen wordt, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers voor wie salarisschaal 14 of lager van bijlage B van het BBRA geldt, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten inhoudende:

    • a. het verlenen van verlof;

    • b. het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof;

    • c. het accorderen van binnen- en buitenlandse dienstreizen en reiskostendeclaraties.

  • 2 De uit het eerste lid voor de teammanagers voortvloeiende bevoegdheden voor het accorderen van buitenlandse dienstreizen gaan bij zijn afwezigheid over op een andere teammanager in dezelfde directie.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 2 april 2013

De Autoriteit Consument en Markt,

C.A. Fonteijn,

Bestuursvoorzitter.

F.J.H. Don,

Bestuurslid.

J.G. Vegter,

Bestuurslid.

Terug naar begin van de pagina