Operationele sturing:
Organisatorische coördinatie
Het organiseren en aansturen van de uitvoering van vastgestelde plannen van aanpak,
zodat de uitvoering van interventieactiviteiten efficiënt en effectief verloopt.
Dit houdt mede in:
-
• het − in afstemming met de leidinggevende − vertalen van de in het vastgestelde plan
van aanpak benoemde collectieve activiteiten en resultaten naar individuele werkafspraken
(concretisering in individuele activiteiten en resultaten);
-
• het bewaken van de voortgang van de (individuele) werkafspraken, het in dat kader
voeren van voortgangsgesprekken en functioneringsgesprekken met betrekking tot de
kwalitatief en kwantitatief geleverde prestaties in relatie tot de gemaakte uitvoerings-/randvoorwaardelijke
afspraken met de hem toegewezen mensen;
-
• het informeren van de leidinggevende ten behoeve van het maken van ontwikkelafspraken
en beoordeling.
Plannen van aanpak
Het opstellen van plannen van aanpak (ook zonder bestaande formats) − waarin mede
de belangen zijn betrokken van netwerkpartners − voor de uitvoering van interventieacties
waarbij meerdere teams worden ingezet of waarvoor een latent aanwezig hoog dreigingrisico
geldt, zodat besluitvorming kan plaatsvinden op verantwoordelijkheidsverdeling, op
werkwijze en de daarbij behorende kwantitatieve en kwalitatieve inzet van mensen en
middelen.
Netwerk
Het initiëren, opbouwen, onderhouden en op de inhoudelijke samenwerking regisseren
van netwerken − ook wanneer daar bestuurlijke, maatschappelijke, politieke, multinationale
en multiculturele aspecten aan verbonden zijn en mogelijk tegenstrijdige belangen
spelen − om veiligheidsrisico’s in kaart te brengen, om gezamenlijk te komen tot beperking
van veiligheidsrisico’s en/of om activiteiten en veiligheidsmaatregelen af te stemmen,
en het maken van uitvoeringsafspraken, het sturen op het maken van randvoorwaardelijke
afspraken en het sturen op nakoming ervan, zodat veiligheidsrisico’s tot een minimum
worden beperkt en veiligheidsmaatregelen een maximaal effect sorteren.
Verbetering Interventie
Het vanuit analyse van de praktijk formuleren van voorstellen tot verbeteringen in
de aanpak van veiligheidsmaatregelen en in de uitvoering van interventieacties, het
initiëren van verbeteringen en het implementeren van vastgestelde verbeteringen, het
monitoren en evalueren van de implementatie en het eventueel bijsturen ervan, zodat
de handhaving van de rechtsorde in de samenleving (criminaliteitsbestrijding) efficiënter
en effectiever verlopen.
Deskundigheidsbevordering
Het coachen en overdragen van kennis en vaardigheden als mentor; het toetsen van de
vakvolwassenheid, het trekken van conclusies en het vanuit de praktijk formuleren
van aanbevelingen voor en over de vakvolwassenheid, zodat de professionaliteit wordt
bevorderd en de leidinggevende geïnformeerd is omtrent resultaat- en ontwikkelafspraken.
Advies
-
• Het − op grond van analyse van:
-
• resultaten en effecten van de uitvoering van veiligheidsmaatregelen en interventieacties
(werkmethoden, procedures, professionaliteit en technieken),
en van:
-
• gegevens en signalen vanuit de uitvoeringspraktijk van interventieacties,
en het daarbij betrekken van:
-
• trends en ontwikkelingen in de samenleving in relatie tot, de handhaving van de rechtsorde
in de samenleving (criminaliteitsbestrijding);
en:
-
• de mogelijkheden om via afspraken met netwerkpartners te komen tot optimale randvoorwaarden,
ook waar mogelijk tegenstrijdige belangen spelen −,
-
– adviseren van leiding en/of netwerkpartners over de mogelijkheden tot rendementsverhoging
in de (gezamenlijke) aanpak van interventieacties, zodat de uitvoering van interventieacties
optimaal bijdraagt aan de handhaving van de rechtsorde in de samenleving (criminaliteitsbestrijding).
Individuele voorbereiding
Het voorbereiden van eigen interventieacties met een bijzonder gevaarrisico, zodat
tijdens de interventieactie bij acute, onvoorspelbare gevaarsituaties zonder (uitgebreide)
afwegingsmogelijkheden zelfstandig beslissingen kunnen worden genomen (actie-intelligentie).
Voorverkenning
Het − onder meer door observeren − lokaliseren van verdachten, verkennen van locaties
c.q. routes en het signaleren van bijzonderheden en aandachtspunten voor de uitvoering
van interventieopdrachten, zodat een basis ontstaat voor het opstellen dan wel bijstellen
van een plan van aanpak.
Aanhouden
Het op basis van het plan van aanpak, op stipt bevel en in teamverband, ter uitvoering
van een aanhoudingsopdracht, aanhouden en − in geval van inzet ter bestrijding van
alle voorkomende vormen van grof geweld c.q. terrorisme over het gehele geweldsspectrum,
tevens tegenhouden en in het uiterste geval uitschakelen − van (vuur)wapengevaarlijke
verdachten conform protocollen en procedures, zodat effectief en efficiënt de dreiging
die van deze verdachten uitgaat wordt weggenomen.
Bevrijden van slachtoffers
Het op basis van het plan van aanpak in teamverband, ter uitvoering van een bevrijdingsopdracht,
interveniëren bij aanslagen, gijzelingen en kapingen, zodat slachtoffers kunnen worden
bevrijd.
Beveiligen politie-infiltranten
Het op basis van het plan van aanpak in teamverband, ter uitvoering van een beveiligingsopdracht,
beveiligen van politie-infiltranten waarbij sprake kan zijn van aanslaggevoeligheid,
zodat de veiligheid van politie-infiltranten wordt gewaarborgd.
Afscherming
Het op basis van het plan van aanpak in teamverband afschermen van het optreden van
andere specialistische eenheden bij risicovolle activiteiten, zodat de veiligheidsrisico’s
worden teruggedrongen, ontmaskering wordt voorkomen en de uitvoering van activiteiten
kan plaatsvinden.
Assisteren bij begeleiden transport
Het op basis van het plan van aanpak in teamverband, ter uitvoering van een beveiligingsopdracht,
assisteren in de zorg voor de veiligheid tijdens het vervoer van getuigen, verdachten
of gedetineerden waarbij sprake kan zijn van aanslaggevoeligheid dan wel vluchtgevaar,
zodat de te beveiligen persoon veilig en zeker op zijn plaats van bestemming aankomt.
Assisteren bij beveiliging objecten
Het op basis van het plan van aanpak in teamverband, ter uitvoering van een beveiligingsopdracht,
assisteren in de zorg voor de veiligheid van objecten waarbij sprake kan zijn van
aanslaggevoeligheid, zodat vitale infrastructuur wordt beschermd in geval de rechtsorde
en/of openbare orde in het geding zijn.
Rapportages
Het verzamelen − onder meer vanuit de-briefing − het vastleggen en in samenhang brengen
van feiten, omstandigheden en bevindingen vanuit organisatorische coördinatie en het
toelichten van bijzonderheden, bij aanhoudingen, bij bevrijding van slachtoffers,
bij de afscherming van het optreden van andere specialistische eenheden bij risicovolle
activiteiten en het beveiligen van personen en objecten, zodat inzicht ontstaat in
het verloop van aanhoudingen en beveiligingsoperaties en een basis ontstaat voor opvolging
en/of vervolging en voor verbetering van de uitvoering van interventies.
Geregistreerde gegevens (IGP)
Het documenteren van (overige) eigen waarnemingen in feiten en omstandigheden, zodat
actuele informatie beschikbaar is en een basis ontstaat voor opvolging en/of vervolging.
Aanwenden dwangmiddelen
Het aanwenden van strafvorderlijke dwangmiddelen waaronder het staande houden, aanhouden
op en buiten heterdaad, voorgeleiden etc. van verdachten van misdrijven alsmede inbeslagneming,
onderzoek aan en in kleding en aan het lichaam, binnentreden etc., zodat schenders
van de rechtsorde strafrechtelijk kunnen worden vervolgd.
Specifieke functionaliteit
Kan mits daarvoor gecertificeerd optreden in teamverband op een toegewezen specifieke
functionaliteit.
Rolaanduiding:
Kan, mits daarvoor gecertificeerd en aangewezen, optreden als:
Hoge Omschakelfrequentie
Aan de functie kleeft de Hoge Omschakelfrequentie met externe exposure.
LFNP niveau-indicatoren
|
Verantwoordelijkheid
|
|
Belang
|
Effecten
|
Het gewenste effect (outcome) dat met het instellen van deze functie wordt beoogd
is:
• handhaving van de rechtsorde in de samenleving (criminaliteitsbestrijding).
|
| |
Resultaten
|
De resultaten (output) die in deze functie (zelfstandig op de volle breedte van het
vakgebied) moeten kunnen worden behaald, zijn:
• plannen van aanpak waarvoor geen formats beschikbaar zijn;
• organisatorische coördinatie;
• initiëring van nieuwe netwerken, regiepositie in netwerken ook met mogelijk tegenstrijdige
belangen, maken van uitvoeringsafspraken, sturen op het maken van randvoorwaardelijke
afspraken, sturen op het nakomen van afspraken, gericht op het realiseren van vastgestelde
resultaten;
• voorstellen vanuit analyse van de praktijk ten behoeve van verbetering van de uitvoering;
• initiëren van verbeteringen;
• implementatie van vastgestelde verbeteringen;
• analyse op de uitvoeringspraktijk van het eigen vakgebied en op aangereikte gegevens,
gericht op verbetering van het rendement van inzet van het vakgebied;
• advies betreffende rendement van inzet van het eigen vakgebied;
• het begeleiden van medewerkers, het formuleren van aanbevelingen over alsmede het
toetsen van vakvolwassenheid;
• weggenomen terreur/geweldsdreiging;
• aangehouden, tegengehouden en in het uiterste geval uitgeschakelde verdachten;
• bevrijde, ongeschonden slachtoffers van gijzeling en kaping;
• beveiligde objecten en politie-infiltranten;
• afgeschermd optreden van andere specialistische eenheden bij risicovolle activiteiten;
• beveiligde transporten van vluchtgevaarlijke c.q. aanslaggevoelige getuigen, verdachten
en gedetineerden;
• rapport voorverkenning;
• inzetdossier;
• verslag de-briefing;
• processen-verbaal.
|
|
Beïnvloeding
|
Inspanningsverplichting
|
De functionaris neemt, binnen het kader van het behalen van resultaten, aantoonbaar
initiatieven die ook de gewenste (deel)effecten naderbij brengen, zoals:
• stelt − proactief en reactief − besluitwaardige adviezen vanuit analyse op aan leiding en/of netwerkpartners met gefundeerde voorstellen voor rendementsverhoging van inzet en inbreng vakgebied;
• faciliteert de besluitvorming met inzichtelijk overzicht van benodigde kwaliteit en kwantiteit van mensen en middelen, de verantwoordelijkheidsverdeling,
de werkwijze in een helder plan van aanpak (ook zonder bestaande formats);
• geeft nauwgezet uitvoering aan vastgesteld plan van aanpak;
• organiseert en stuurt consequent de uitvoering aan volgens vastgesteld plan van aanpak (organisatorische coördinatie);
• initieert, bouwt, onderhoudt en regisseert actief netwerken met gedeelde en/of tegenstrijdige belangen van netwerkpartner;
• maakt heldere uitvoeringsafspraken met netwerkpartners, stuurt vasthoudend op het maken van randvoorwaardelijke afspraken en stuurt op nakoming;
• initieert en implementeert vasthoudend vastgestelde verbeteringen;
• monitoort en evalueert stelselmatig de voortgang van implementatie van vastgestelde verbeteringen en stuurt eventueel
tijdig bij;
• informeert actief de leidinggevende (domein Leiding) ten behoeve van het maken van ontwikkelafspraken
en het voeren van beoordelingsgesprekken over de door hem in het kader van organisatorische
coördinatie en regie aangestuurde functionarissen;
• voert constructieve gesprekken ten behoeve van het maken van resultaatafspraken;
• voert functioneringsgesprekken met de door hem in het kader van organisatorische
coördinatie en regie aangestuurde functionarissen;
• bevordert actief de vakvolwassenheid van medewerkers door coaching, overdracht van kennis en vaardigheden
en het op maat formuleren van aanbevelingen;
• formuleert passende voorstellen tot verbeteringen in de uitvoering;
• informeert actief relevante collega’s in aangrenzende vakgebieden;
• neemt de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit in acht bij de toepassing van dwangmiddelen;
• bereidt de interventie voor door een grondige voorverkenning van locaties c.q. routes;
• signaleert en anticipeert alert op omstandigheden of gedragingen van personen die de interventieactie kunnen verstoren,
schat veiligheidsrisico’s accuraat in en roept tijdig eventueel hulp in;
• volgt nauwgezet bij het toepassen van geweldsmiddelen de protocollen en procedures;
• houdt verdachten aan, houdt verdachten tegen en, schakelt in het uiterste geval
verdachten uit, op stipt bevel van de leidinggevende;
• bevrijdt slachtoffers van gijzeling en kaping zodanig effectief dat ze ongeschonden in veiligheid zijn gebracht;
• beveiligt politie-infiltranten dusdanig dat aanslagen worden voorkomen, afgeweerd
of doorstaan en de ware identiteit van de infiltrant geheim blijft;
• schermt het optreden van andere specialistische eenheden bij risicovolle activiteiten
zodanig effectief af dat de (heimelijke) activiteiten veilig kunnen worden verricht;
• beveiligt het vervoer van vluchtgevaarlijke c.q. aanslaggevoelige getuigen, verdachten
en gedetineerden door tijdig te anticiperen op gevaarsituaties en door − eventueel met toepassing van geweldsmiddelen
− in te grijpen bij aanslagen of bij vluchtpogingen;
• beveiligt het object door preventief en alert te reageren op signalen die een verandering in de veiligheidssituatie rondom een
object kunnen inluiden;
De functionaris past ‘Bevoegdheden’ zodanig toe dat deze de resultaten dienen maar
zal (na overleg) ook afzien hiervan in situaties waar dit averechts kan uitpakken
en verantwoordt zich voor deze beslissingen (het belang van ‘effect’ gaat boven het
belang van ‘resultaat’).
|
| |
Bevoegdheden
|
Voor het behalen van de resultaten mag de functionaris zelfstandig:
• plannen van aanpak opstellen waarvoor geen formats beschikbaar zijn;
• organisatorische coördinatie voeren;
• initiëren van nieuwe netwerken, regiepositie in netwerken ook met mogelijk tegenstrijdige
belangen, maken van uitvoeringsafspraken, sturen op het maken van randvoorwaardelijke
afspraken, sturen op het nakomen van afspraken, gericht op het realiseren van vastgestelde
resultaten;
• voorstellen formuleren vanuit analyse van de praktijk ten behoeve van verbetering
van de uitvoering;
• implementeren vastgestelde verbeteringen;
• initiëren van verbeteringen;
• analyseren op de uitvoeringspraktijk van het eigen vakgebied en op aangereikte gegevens,
gericht op verbetering van het rendement van inzet van het vakgebied;
• adviseren betreffende rendement van inzet van het eigen vakgebied;
• het begeleiden van medewerkers, het formuleren van aanbevelingen over alsmede het
toetsen van vakvolwassenheid;
• dwangmiddelen toepassen;
• voorverkenning verrichten;
• (vuur)wapengevaarlijke verdachten aanhouden, tegenhouden of in het uiterste geval
uitschakelen;
• slachtoffers met toepassing van geweld bevrijden;
• politie-infiltranten beveiligen;
• afschermen van het optreden van andere specialistische eenheden bij risicovolle
activiteiten;
• assisteren bij begeleiden transport van vluchtgevaarlijke c.q. aanslaggevoelige
getuigen, verdachten en gedetineerden;
• objectbeveiliging uitvoeren;
• geweldsmiddelen toepassen;
• rapportages opstellen;
• processen-verbaal;
• de-briefing organiseren.
|
|
Dynamiek
|
|
Complexiteit
|
Context
|
De problematiek die met het instellen van deze functie wordt beoogd tot oplossing
te brengen, speelt zich af binnen de context van:
• de door criminelen en terreur in haar rechtsordelijke en democratische werking bedreigde
samenleving.
|
| |
Speelveld
|
De problematiek die met het instellen van deze functie wordt beoogd tot oplossing
te brengen, speelt zich af binnen het kader van:
• het gehele vakgebied, die zelfstandig binnen het kader van wetgeving, richtlijnen
en (gewelds)instructies kan worden aangepakt;
• plannen van aanpak waarvoor geen formats beschikbaar zijn (niet eerder verkende
problematiek);
• initiatie en regie op nieuwe netwerken met mogelijk tegenstrijdige belangen;
• organisatorische coördinatie;
• situaties waarin levensbedreigende omstandigheden tegen de politie of anderen dreigen;
• de bestrijding van alle voorkomende vormen van grof geweld c.q. terrorisme over
het gehele geweldsspectrum;
• (vuur)wapengevaarlijke verdachten;
• slachtoffers van gijzeling en kaping;
• de georganiseerde zware criminaliteit;
• geradicaliseerde en/of terreurverdachte groepen;
• aangewezen te beveiligen objecten;
• aangewezen te beveiligen politie-infiltranten;
• aangewezen, af te schermen optredens van andere specialistische eenheden bij risicovolle
activiteiten;
• vluchtgevaarlijke c.q. aanslaggevoelige getuigen, verdachten en gedetineerden;
• (wisselend) teamverband;
• netwerken waaraan bestuurlijke, maatschappelijke, politieke, multinationale en multiculturele
aspecten verbonden kunnen zijn.
|
|
Oplossingsgerichtheid
|
Inspanningsverplichting
|
De functionaris neemt, binnen het kader van het oplossen van problemen in het speelveld,
aantoonbare initiatieven die ook de problematiek in de context efficiënter en effectiever
aanpakken. De functionaris lost problemen op door deze vanuit een breed perspectief
te benaderen; investeert in interne en externe oriëntatie. Context en speelveld zoals
vermeld onder niveau-indicator Dynamiek/Complexiteit.
In dit kader:
kiest de functionaris oplossingen die zelfstandig worden gegenereerd binnen het kader
van wetgeving, richtlijnen en (gewelds)instructies de meest effectieve en efficiënte
aanpak bij:
• plannen van aanpak voor problematiek waarvoor geen formats beschikbaar zijn;
• het bouwen aan, en het onderhouden en op inhoudelijke samenwerking regisseren van
netwerken;
° de organisatie en aansturing van het vastgestelde plannen van aanpak; (organisatorische
coördinatie);
• het initiëren van de implementatie van vastgestelde verbeteringen, het monitoren,
het evalueren en het bijsturen ervan;
Neemt de functionaris het initiatief tot daadwerkelijke aanpak van problematiek bij:
• de realisatie van het vastgestelde plan van aanpak, de daarvoor benodigde activiteiten
vertalen en toewijzen aan de hem toegewezen functionarissen en afstemmen met de leidinggevende(n);
• het voeren van voortgangsgesprekken en functioneringsgesprekken;
• het informeren van de leidinggevende ten behoeve van het maken van ontwikkelafspraken
en beoordeling over de door hem in het kader van organisatorische coördinatie en regie
aangestuurde functionarissen;
• het organiseren en ten uitvoer brengen van het vastgestelde plan van aanpak;
• het initiëren van verbeteringen en implementeren van vastgestelde verbeteringen,
en het monitoren, evalueren en bijsturen ervan;
• het maken van uitvoeringsafspraken met netwerkpartners met gedeelde en/of tegenstrijdige
belangen;
• het sturen op het maken van randvoorwaardelijke afspraken en het sturen op nakoming
ervan;
• het informeren van relevante collega’s over trends en ontwikkelingen van het vakgebied;
• het bevorderen van deskundigheid door coaching, kennisoverdracht en het formuleren
van aanbevelingen voor en over vakvolwassenheid;
• het uitvoeren van analyses op de uitvoering, resultaten en effecten van de uitvoering
(werkmethoden, procedures, professionaliteit) alsmede op gegevens en signalen uit
de praktijk;
• het opstellen van adviezen aan leiding en/of netwerkpartners over rendementsverhoging
van het vakgebied;
• het in acht nemen van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit bij
de toepassing van dwangmiddelen;
• de uitvoering van interventieactiviteiten,
waarbij de aanpak is gebaseerd op handelen vanuit eigen inzicht binnen gestelde kaders
(wetgeving, richtlijnen, (gewelds)instructies).
|
| |
Handelingsbekwaamheid
|
Voor het oplossen van problemen binnen het speelveld van de functie kan de functionaris
de meest vergaande oplossingen toepassen in relatie tot de zwaarste problemen.
De functionaris kan:
de problemen zelfstandig aanpakken binnen wetgeving, richtlijnen en (gewelds)instructies
met organisatorische coördinatie op (niet eerder verkende) problematiek (plannen van
aanpak waarvoor geen formats beschikbaar zijn) die zich voordoen bij:
• de uitvoering van interventieacties;
• het uitvoeren van analyses op de uitvoering;
• het adviseren aan leiding en/of netwerkpartners;
• het aansturen van de hem op basis van vastgestelde plannen van aanpak toegewezen
functionarissen (organisatorische coördinatie en regie);
• het op basis van analyse formuleren van voorstellen tot verbeteringen;
• het initiëren en monitoren van en eventueel bijsturen op de implementatie van vastgestelde
verbeteringen;
• het initiëren, bouwen, onderhouden en op inhoudelijke samenwerking regisseren van
(nieuwe) netwerken, ook wanneer daar tegenstrijdige belangen van netwerkpartners aan
verbonden zijn;
• het maken van uitvoeringsafspraken, het sturen op het maken van randvoorwaardelijke
afspraken en het sturen op nakoming ervan met netwerkpartners met gedeelde en/of tegenstrijdige
belangen;
op juiste wijze:
• interventieacties uitvoeren;
• geweldsmiddelen toepassen met gebruik van bijzondere technieken en tactieken en
bijzondere bewapening;
• risico’s signaleren die de interventieactie, de eigen veiligheid en /of die van
de collega’s bedreigen;
• het verrichten van analyses op de uitvoering;
• het initiëren van verbeteringen en implementeren van vastgestelde verbeteringen
en het monitoren, evalueren en bijsturen ervan;
• adviezen opstellen en verstrekken;
• de belangen van netwerkpartners betrekken bij het opstellen van een plan van aanpak;
• vanuit het vakgebied informatie geven over vakinhoudelijke trends en ontwikkelingen;
• voortgangsgesprekken, functioneringsgesprekken voeren;
• informeren van de leidinggevende ten behoeve van het maken van ontwikkelafspraken
en beoordeling;
• optreden als mentor;
• het zelfstandig afhandelen van alle voorkomende situaties binnen het kader van wetgeving,
richtlijnen en (gewelds)instructies;
• directe aansturing geven aan de aanpak van (niet eerder verkende) problematiek (organisatorische
coördinatie, plannen van aanpak);
• dwangmiddelen aanwenden en verdachten, getuigen, slachtoffers en aangevers horen.
Aan de functie kleeft de Hoge Omschakelfrequentie met externe exposure.
|
|
Deskundigheid
|
|
Ontwikkelingen in kennis en vaardigheden
|
Kennisontwikkeling
|
Nieuwe (toekomstige) inzichten die het vakgebied van deze functie raken komen voor
een belangrijk deel voort uit ontwikkelingen in:
• wet- en regelgeving en beleid met betrekking tot interventie;
• Europese en internationale ontwikkelingen in veiligheid en terreurdreiging;
• techniek: methoden, technieken en procedures, met name ook hetgeen in het buitenland
wordt ontwikkeld;
• wetenschap: zowel alfa, bèta als gammawetenschappen;
Nieuwe inzichten binnen en buiten het vakgebied die het vakgebied raken in relatie
tot praktijkinzet.
|
| |
Kennisterrein
|
De kennis en vaardigheden die tot het vakgebied behoren en voor deze functie relevant
zijn, zijn:
• wet- en regelgeving, richtlijnen, (OM-)aanwijzingen, protocollen, normen en richtlijnen
met betrekking tot interventie;
• interventiemethoden en -technieken;
• camouflagemethoden en -technieken;
• observatiemethoden, -technieken en -instrumenten;
• (bijzondere) geweldstechnieken en tactieken;
• (bijzondere) bewapening en gevechtstechnieken;
• beveiligingstechniek;
• rapporteren;
• communicatie(-middelen);
• mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden;
• coaching.
• analysetechnieken;
• advisering;
• regisseren van netwerken;
• inzicht in gedrag;
• organisatorische coördinatie;
• mentor;
• toetsing vakvolwassenheid.
|
|
Kennisgerichtheid
|
Inspanningsverplichting
|
De functionaris houdt aantoonbaar zijn kennis en vaardigheden van het kennisterrein
op peil op een wijze dat hij daar ook nieuwe kennis en vaardigheden in meeneemt.
De functionaris:
• raadpleegt zelfstandig actief kennisbronnen voor uitbreiding van het vakgebied en
voor aanpak van (niet eerder verkende) problematiek, waarbij sprake is van operationele
sturing in de vorm van organisatorische coördinatie;
• volgt zelfstandig opfriscursussen op het vakgebied;
• volgt op de voet de technische ontwikkelingen op het gebied van observatie, bewapening,
persoonlijke beschermingsmiddelen, explosieven, beveiliging;
• volgt (nieuwe) oefenmethoden op de voet;
|
| |
Basis(vak)kennis
|
De functionaris:
• heeft mbo (niveau 4) werk- en denkniveau;
• heeft een op de volle breedte van werkzaamheden binnen het vakgebied toegespitste
opleiding gevolgd en/of werkervaring waarbij ook organisatorische coördinatie aan
de orde is, danwel EVC gelijkwaardig daaraan;
• voldoet aan functie- en/of specifieke functionaliteitgerelateerde geschiktheids-
en vaardigheidseisen, zoals opgenomen in het opleidingsprofiel;
• heeft een aan de inzet gerelateerde opsporingsbevoegdheid.
|
|
Onvermijdelijke verzwarende werkomstandigheden
|
|
Fysiek risico
|
Kans op overbelasting van het gestel is in deze functie aanwezig door langdurig een
beperkte bewegingsvrijheid te hebben bij voorverkenning, en door extreem fysiek belastende
bewegingen bij interventieacties. De ernst hiervan als zich dit zich voordoet is op
een schaal gering/aanmerkelijk ingeschat op aanmerkelijk.
|
|
Psychisch risico
|
Kans op trauma bij Interventie is in deze functie aanwezig bij/na een interventieactie.
De ernst hiervan als dit zich voordoet is op een schaal gering/aanmerkelijk ingeschat
op aanmerkelijk.
|
|
Risico op slachtofferschap
|
Kans op tegen de persoon gericht verbaal en/of fysiek geweld is in deze functie aanwezig,
evenals de kans op dreiging met fysiek geweld (criminele druk). De ernst hiervan als
dit zich voordoet is op een schaal gering/aanmerkelijk ingeschat op aanmerkelijk.
|
|
Afbreukrisico
|
Kans op afbreukrisico is aanwezig indien bij uitvoering onvoorspelde veiligheidsrisico’s
ontstaan door externe factoren die effect hebben op het resultaat van de interventieactie,
of indien ondanks alle veiligheidsmaatregelen een aanslag op bijvoorbeeld een getuige
dan wel een ontsnapping van bijvoorbeeld een vluchtgevaarlijke verdachte toch effect
heeft, en dit zich terugvertaalt in de inzetbaarheid bij interventieacties dan wel
anderszins schade toebrengt aan het loopbaantraject. De ernst hiervan als dit zich
voordoet is op een schaal gering/aanmerkelijk ingeschat op aanmerkelijk.
|