Bestuursreglement Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

Geraadpleegd op 28-01-2023.
Geldend van 18-01-2012 t/m 31-12-2015

Bestuursreglement Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

Vastgesteld op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg op 6 december 2011, goedgekeurd door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op grond van artikel 11, eerste lid, Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, bij brief van 22 december 2011, kenmerk MC-U-3097538.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit bestuursreglement wordt verstaan onder:

  • a. Wmg:

    de Wet marktordening gezondheidszorg;

  • b. NZa:

    de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Wmg;

  • c. Raad (van Bestuur):

    de voorzitter en het andere lid van de NZa, zoals benoemd door de Minister;

  • d. Minister:

    de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • e. reglement:

    het onderhavige bestuursreglement dat is vastgesteld door de NZa en goedgekeurd door de Minister;

  • f. voorzitter:

    degene die als voorzitter van de NZa is benoemd door de Minister;

  • g. bestuurslid:

    diegene die als lid van de NZa is benoemd door de Minister, waaronder ook de voorzitter.

Artikel 2. De Raad van Bestuur

  • 1 De Raad bestuurt de organisatie van de NZa.

  • 2 De Raad maakt een evenredige verdeling van werkzaamheden door de aangelegenheden waarover de Raad besluiten moet nemen te verdelen in portefeuilles voor elk bestuurslid, waarbij de twee bestuursleden elkaar kunnen vervangen.

  • 3 Een bestuurslid is binnen de Raad voor de tot zijn portefeuille behorende aangelegenheden het eerste aanspreekpunt voor de medewerkers van de NZa. Een portefeuillehouder geeft aan de medewerkers van de NZa instructies over de voorbereiding van besluiten en over andere handelingen die aangelegenheden betreffen die tot zijn portefeuille behoren.

Artikel 3. De voorzitter

  • 1 De voorzitter:

    • a. roept de Raad in vergadering bijeen;

    • b. bepaalt tijd en plaats van de vergadering in overleg met het andere bestuurslid;

    • c. leidt de vergaderingen van de Raad;

    • d. bepaalt welke medewerkers van de NZa, dan wel andere genodigden bij de vergaderingen aanwezig zijn;

    • e. geeft instructies aan medewerkers van de NZa over aangelegenheden die zijn portefeuille betreffen, alsmede over aangelegenheden die niet behoren tot de in artikel 2 lid 2 van dit reglement bedoelde portefeuille van het andere bestuurslid.

  • 2 De voorzitter benoemt het andere bestuurslid als plaatsvervangend voorzitter. Deze benoeming wordt vastgelegd in een benoemingsbesluit.

  • 3 De voorzitter wordt bij zijn afwezigheid of ontstentenis vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Hetgeen in dit reglement omtrent de voorzitter is bepaald, is mede van toepassing op de plaatsvervangend voorzitter wanneer deze de voorzitter vervangt.

Artikel 4. De vergaderingen van de Raad van Bestuur

  • 1 De Raad vergadert in beginsel een keer per week en verder zo vaak als de voorzitter dat nodig acht, dan wel het andere bestuurslid dat onder opgaaf van redenen verlangt.

  • 2 Het andere bestuurslid kan de voorzitter verzoeken te bepalen dat bepaalde medewerkers van de NZa dan wel andere genodigden één of meer vergaderingen van de Raad geheel of gedeeltelijk bijwonen.

  • 3 De vergaderingen van de Raad zijn niet openbaar.

  • 4 Van het verhandelde in de vergaderingen van de Raad wordt een verslag gemaakt door een door de voorzitter daarvoor aangewezen medewerker van de NZa.

  • 5 In spoedeisende gevallen kan de Raad hetzij schriftelijk, hetzij op andere geschikte wijze vergaderen. Dit ter beoordeling van de voorzitter. De wijze van besluitvorming wordt alsdan met de besluiten in het verslag vastgelegd.

  • 6 Over voorstellen omtrent de orde van de vergadering wordt bij voorrang beslist.

Artikel 5. Het verslag

  • 1 Het verslag bevat ten minste:

    • a. wie ter vergadering aanwezig zijn;

    • b. een vermelding van de behandelde aangelegenheden;

    • c. zonodig een voor goed begrip van hetgeen is besloten noodzakelijke, korte weergave van de gevoerde discussie;

    • d. een deugdelijke motivering voor genomen besluiten;

    • e. een lijst van genomen besluiten en actiepunten.

  • 2 Indien het andere bestuurslid zich niet kan verenigen met een genomen besluit, kan hij daarvan een met redenen omklede aantekening in het verslag doen opnemen.

  • 3 De actie- en besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering vastgesteld door de voorzitter.

  • 4 Het verslag wordt zo mogelijk binnen een dag, maar uiterlijk binnen drie dagen na de vergadering aan de bestuursleden gezonden. Het wordt de eerstvolgende vergadering na verzending, al dan niet gewijzigd vastgesteld en ondertekend door de voorzitter.

Artikel 6. Besluitvorming

  • 1 De voorzitter legt conceptbesluiten aan de Raad ter besluitvorming voor.

  • 2 De bestuursleden besluiten in onderling overleg.

  • 3 Indien de bestuursleden geen overeenstemming bereiken over een te nemen besluit, geeft de stem van de voorzitter de doorslag, met uitzondering van de situaties als bedoeld in artikel 7.

  • 4 De bestuursleden stemmen zonder last of ruggespraak.

Artikel 6a. Besluiten van beheersmatige aard

De Raad draagt er zorg voor dat de NZa zich als publiekrechtelijk orgaan bij haar bedrijfsvoering in het algemeen richt op datgene wat gebruikelijk is bij de rijksoverheid, onverlet de eigen verantwoordelijkheid van de NZa.

Artikel 7. Verschoning

  • 1 Een bestuurslid heeft het recht van verschoning indien hij van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn. Indien hij van het recht van verschoning gebruik maakt, doet hij hiervan mededeling aan het andere bestuurslid.

  • 2 Indien een van beide bestuursleden van mening is dat de onpartijdigheid van het andere bestuurslid bij een bepaalde aangelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van de Raad met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan dit bestuurslid het andere bestuurslid daarop aanspreken en hem verzoeken gebruik te maken van zijn recht van verschoning.

  • 3 Indien een bestuurslid gebruik maakt van zijn recht van verschoning, neemt dit bestuurslid geen deel aan de behandeling van en de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid.

Artikel 8. Overleg met de ondernemingsraad

De Raad wijst uit zijn midden de bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden aan. Deze bestuurder voert overleg met de ondernemingsraad.

Artikel 9. Vertrouwelijkheid

  • 1 De bestuursleden nemen omtrent alle informatie en documentatie die zij in het kader van hun functie verkrijgen en die als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel waarvan de vertrouwelijkheid uit de aard der informatie voortvloeit, strikte geheimhouding in acht, ook na hun aftreden.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op diegenen die belast zijn met de administratieve en secretariële ondersteuning van de Raad en op diegenen die vergaderingen geheel of gedeeltelijk hebben bijgewoond.

Artikel 10. Integriteitsbeleid

De Raad legt het beleid inzake de integriteit vast in een Integriteitscode.

Artikel 11. Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging

  • 1 De Raad stelt een Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging vast. Hierin worden de organisatieonderdelen beschreven waaruit de NZa bestaat en hierin wordt vastgelegd welk organisatieonderdeel en welke functionarissen waarvoor verantwoordelijk zijn.

  • 3 Van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde bepaling wordt mededeling gedaan door plaatsing ervan in de Staatscourant.

Artikel 12. Klachtenregeling

  • 1 De Raad stelt, met in achtneming van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, een klachtenregeling vast, op grond waarvan een ieder het recht heeft om over de wijze waarop de NZa zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen, een klacht in te dienen bij de NZa.

  • 2 Voor de behandeling van klachten benoemt de Raad een externe klachtenfunctionaris. De externe klachtenfunctionaris krijgt een nader overeen te komen uurvergoeding voor zijn werkzaamheden. De wijze van behandeling van klachten is geregeld in de Klachtenregeling.

Artikel 13. Verplichtingen ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

  • 1 De wijze waarop de NZa invulling zal geven aan haar verplichtingen ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht om bij de voorbereiding van besluiten de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen te vergaren, zal door de NZa worden vastgelegd in een afzonderlijk document.

  • 2 De Raad kan adviescommissies instellen. De Raad stelt daartoe een Regeling Adviescommissies vast, waarin het werkterrein, de organisatie en de werkwijze van deze Adviescommissies zijn vastgelegd.

Artikel 14. Raad van Advies

De Raad kan een Raad van Advies instellen voor advisering van de Raad over alle onderwerpen die de Raad van belang vindt voor zijn werk. De Raad nodigt externe leden uit om aan de vergadering van de Raad van Advies deel te nemen zonder last of ruggespraak. De Raad van Advies bepaalt in overleg met de Raad zijn werkwijze.

Artikel 15. Samenwerkingsprotocollen

  • 1 De Raad maakt, behalve met de in artikel 17 Wmg genoemde organisaties, ook afspraken met andere organisaties die aangelegenheden van wederzijds belang behartigen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde afspraken worden vastgelegd in samenwerkingsprotocollen.

Artikel 16. Algemeen consumentenbelang

De Raad stelt bij de taakuitoefening door de NZa het algemeen consumentenbelang voorop.

Artikel 17. Wijziging reglement

  • 1 Wijziging van dit reglement geschiedt in overeenstemming met de besluitvormingsprocedure zoals bepaald in artikel 6 van dit reglement.

  • 2 Een wijziging als bedoeld in het eerste lid van dit artikel behoeft de goedkeuring van de Minister, waarna deze wijziging in werking treedt.

  • 3 Een wijziging in dit reglement wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 18. Slotbepaling

  • 1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, en in alle geschillen over de uitleg van dit reglement, beslist de voorzitter.

  • 2 Dit reglement wordt na goedkeuring door de Minister, gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 3 Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant.

De Nederlandse Zorgautoriteit,

T.W. Langejan,

voorzitter Raad van Bestuur.

Naar boven