Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

Geraadpleegd op 25-06-2022.
Geldend van 01-01-2012 t/m 28-02-2013

Besluit van 8 december 2011, houdende vaststelling Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 21 september 2011, nr. KO/2011/16167, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën en in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op artikel 1.5, derde lid, 1.45, vierde lid, 1.47a, tweede lid, 1.50, tweede lid, , 2.2, derde lid, 2.4a, tweede lid, en 2.6, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 2011, No. W12.11.0388/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 december 2011, nr, KO/2011/19253, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 2 Waar in dit besluit wordt gesproken van burgerservicenummer kan, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer dan wel een ander uniek vanwege een overheid verstrekt persoonsidentificerend nummer daarvoor in de plaats worden gesteld.

  • 3 Waar in dit besluit wordt gesproken van college betreft dat steeds het college van de gemeente waar een kinderopvangvoorziening of een peuterspeelzaal is gevestigd of zal worden gevestigd.

  • 4 Een geregistreerd kindercentrum, een geregistreerd gastouderbureau of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de wet heeft de status «geregistreerd» in het register kinderopvang.

Artikel 2. Vorm en doel van de registers

  • 1 Het register kinderopvang en het register peuterspeelzaalwerk hebben de vorm van een elektronische databank.

  • 2 In de registers worden gegevens verwerkt over kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen en over de inschrijving in en de verwijdering uit de registers van die voorzieningen en peuterspeelzalen.

  • 3 In de registers worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de kinderopvangvoorzieningen en de peuterspeelzalen redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die de wet aan exploitatie stelt, om inzage te geven in het onderzoek naar deze kwaliteitseisen en in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet.

  • 4 In de registers worden gegevens verwerkt met het oog op het toezicht op de naleving en de handhaving van de naleving van de kwaliteitseisen, die de wet aan exploitatie van kinderopvangvoorzieningen of peuterspeelzalen stelt.

  • 5 In het register kinderopvang worden gegevens verwerkt over inschrijving in en de verwijdering uit het register met het oog op besluiten over de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst/Toeslagen.

Artikel 4. Beheer van de registers

  • 2 Bij de bewerker berust in ieder geval het beheer van de registers, waarbij zorg gedragen wordt voor een goede beschikbaarheid, betrouwbaarheid, werking en beveiliging van de registers.

  • 3 De bewerker richt de toegang tot en de inzagemogelijkheden van de registers in overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vijfde lid.

  • 4 Het college treft maatregelen die er toe strekken dat de inhoud van de registers juist, actueel en volledig is.

  • 5 Bij ministeriële regeling, wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de aanwijzing van de bewerker nader geregeld, wordt een systeembeschrijving vastgesteld en worden nadere regels gesteld voor de taak van de bewerker. De systeembeschrijving geeft de inrichting, werking en autorisatie van de registers aan.

Hoofdstuk 2. Register kinderopvang

Artikel 5. De aanvraag

  • 1 Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, verstrekt de houder die voornemens is een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang te gaan exploiteren aan het college:

    • a. De gegevens, die over de houder, de onderneming of activiteit en de vestiging conform de Handelsregisterwet 2007 zijn opgenomen in het handelsregister:

      • Het KvK-nummer van de onderneming of activiteit;

      • indien de onderneming toebehoort aan een natuurlijke persoon: het burgerservicenummer;

      • het unieke vestigingsnummer van de vestiging;

      • andere gegevens, zoals naam, post- en bezoekadresgegevens en rechtsvorm,, die over de onderneming of activiteit en over de persoon aan wie de onderneming toebehoort of de persoon die de activiteit uitvoert in het handelsregister zijn opgenomen;

    • b. het adres en het telefoonnummer van de vestiging;

    • c. het aantal kindplaatsen waarvoor de aanvraag wordt gedaan, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;

    • d. het soort kinderopvang dat wordt geboden: dagopvang dan wel buitenschoolse opvang, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;

    • e. het gegeven of gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft.

  • 2 Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de wet verstrekt het gastouderbureau aan het college:

    • a. het unieke registratienummer en andere contactgegevens van het gastouderbureau;

    • b. het burgerservicenummer, de naam, het telefoonnummer en het woonadres van de gastouder;

    • c. het aantal kindplaatsen van de voorziening voor gastouderopvang;

    • d. adresgegevens van de voorziening voor gastouderopvang.

  • 3 Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.62 van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college:

    • a. voor zover het om een voorziening voor gastouderopvang gaat, die op het woonadres van de gastouder is gevestigd, het aantal huisgenoten van de gastouder van 18 jaar en ouder;

    • b. een kopie van verklaringen omtrent het gedrag van de houder en, voor zover de opvang op het woonadres van de gastouder plaatsvindt, van de huisgenoten van de gastouder van 18 jaar en ouder en, voor zover het om een gastouderbureau gaat, van de bemiddelingsmedewerkers;

    • c. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de gastouder en van de houder of degene die namens de houder de aanvraag indient;

    • d. kopieën van documenten, waaruit blijkt dat aan de deskundigheidseisen, bedoeld in artikel 1.56b, van de wet wordt voldaan;

    • e. een document waarin het pedagogisch beleid, bedoeld in artikel 1.50, is beschreven;

    • f. een risico-inventarisatie als bedoeld in artikel 1.51.

  • 4 De gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt dan wel op grond van artikel 7 worden gemeld, worden aan het college verstrekt door opname in het door Onze Minister vast te stellen formulier.

Artikel 6. In het register kinderopvang op te nemen gegevens

In het register kinderopvang neemt het college onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:

  • a. het KvK-nummer, het burgerservicenummer, het vestigingsnummer en de andere gegevens, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel a;

  • b. het adres en telefoonnummer van de vestiging, of het adres waar de opvang door de gastouder plaatsvindt en het woonadres en telefoonnummer van de gastouder;

  • c. in geval van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang: de soort kinderopvang die wordt geboden, te weten: dagopvang dan wel buitenschoolse opvang in een kindercentrum of gastouderopvang;

  • d. in geval van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang: het aantal kindplaatsen;

  • e. per gastouderbureau: de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang die gebruikmaken van de diensten van dat bureau, met het aan hen toegekende unieke registratienummer;

  • f. de datum met ingang waarvan de exploitatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 1.46, tweede lid, van de wet;

  • g. de datum van de wijziging van gegevens, bedoeld in artikel 7, vijfde lid;

  • h. in geval van verwijdering uit het register kinderopvang: vermelding van deze verwijdering, alsmede de datum van deze verwijdering;

  • i. een verwijzing naar de vindplaatsen van elektronische documenten van de in artikel 1.63 van de wet bedoelde inspectierapporten;

  • j. indien gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden: een aanduiding dat deze wordt aangeboden.

Artikel 7. Wijziging verstrekte gegevens

  • 1 Indien de gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, wijzigen doet de houder van het kindercentrum of het gastouderbureau hiervan onverwijld mededeling aan het college met het verzoek deze aan te passen.

  • 2 Het college beoordeelt na een verzoek tot aanpassing als bedoeld in het eerste lid in hoeverre een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62 van de wet of ander onderzoek noodzakelijk is voordat besloten wordt over aanpassing van de gegevens met betrekking tot de kinderopvangvoorziening.

  • 3 De houder van een gastouderbureau meldt het college de beëindiging of totstandkoming van een bemiddelingsrelatie met een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang.

  • 4 De houder van een gastouderbureau dat een geregistreerde bemiddelingsrelatie heeft met een voorziening voor gastouderopvang waarvan de gegevens wijzigen, meldt de wijzigingen in de gegevens van die voorziening voor gastouderopvang aan het college onverwijld nadat deze wijzigingen aan het gastouderbureau bekend zijn geworden.

  • 5 Indien het college besluit tot aanpassing naar aanleiding van een verzoek tot aanpassing, stelt het college in de beschikking de datum van ingang van de wijzigingen vast. Artikel 1.46, tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

  • 6 Indien uit onderzoek als bedoeld in artikel 1.62 van de wet of uit ander onderzoek is gebleken dat wijziging van gegevens of verwijdering als bedoeld in dit artikel noodzakelijk is, kan het college daartoe ambtshalve besluiten.

  • 7 Indien de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van dat kindercentrum of gastouderbureau in het register kinderopvang aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit verzoek om aanpassing als een aanvraag tot exploitatie van de kinderopvangvoorziening door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 5, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de kinderopvangvoorziening met de status geregistreerd en met ongewijzigd uniek registratienummer in het register ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt de kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de voorziening al exploiteert of met ingang van de datum van wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.

  • 8 Indien het adres van een vestiging van een kindercentrum wijzigt, en daarmee de opvanglocatie, verzoekt de houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging aan het college de vestiging uit het register kinderopvang te verwijderen met ingang van de datum van de wijziging en dient de houder voor de nieuwe opvanglocatie een nieuwe aanvraag tot exploitatie in.

  • 9 Indien het adres van de voorziening voor gastouderopvang en daarmee de opvanglocatie wijzigt, verzoekt de houder van een gastouderbureau dat een geregistreerde bemiddelingsrelatie met deze voorziening voor gastouderopvang heeft, direct na het bekend worden van deze wijziging bij dat gastouderbureau en voorafgaand aan de datum van deze wijziging, aan het college deze voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang te verwijderen met ingang van de datum van de wijziging en dient de houder van het gastouderbureau een nieuwe aanvraag in tot exploitatie op de nieuwe opvanglocatie;

Artikel 8. Verwijdering uit het register kinderopvang

  • 1 Het college kan besluiten tot verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang:

  • 2 Het college verwijdert de aanduiding aanbod voorschoolse educatie, indien aan de kinderopvangvoorziening daarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt.

  • 3 De bewerker stelt de gastouders die volgens het register gebruik maken van de diensten van een gastouderbureau in kennis van de verwijdering van dat gastouderbureau.

  • 4 Het college maakt de verwijdering van een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.

  • 5 De verwijdering uit het register kinderopvang, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de bekendmaking, bedoeld in het derde en vierde lid, vinden onverwijld plaats.

  • 6 Het college kan een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang verwijderen indien drie maanden na de inschrijving de opvang- of bemiddelingsactiviteiten van de kinderopvangvoorziening niet daadwerkelijk zijn begonnen.

  • 7 Bij verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang blijft deze voorziening onder het unieke registratienummer in het register zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van die status, die op of na de datum ligt waarop de verwijdering door het college in het register is verwerkt.

  • 8 De uitlooptermijn waarbinnen een voorziening voor gastouderopvang in het register kinderopvang blijft ingeschreven, bedoeld in artikel 1.5, derde lid, van de wet, bedraagt vier maanden na de datum waarop het gastouderbureau waarbij de gastouder is aangesloten, is verwijderd.

Artikel 9. Verstrekking gegevens uit register kinderopvang

  • 1 De gegevens, genoemd in artikel 6, die in het register kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd, met uitzondering van burgerservicenummers, het woonadres van gastouders, voor zover op dat adres geen voorziening voor gastouderopvang gevestigd is, en het woonadres van de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau, wanneer die houder een natuurlijke persoon is.

  • 2 Na verwijdering van een kinderopvangvoorziening kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 8, zevende lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam en het adres van de vestiging en het unieke registratienummer van de kinderopvangvoorziening, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status alsmede de daaraan voorafgaande datum van inschrijving.

  • 3 De gegevens die verwerkt worden in het register kinderopvang worden verstrekt aan de Belastingdienst/Toeslagen, voor zover de kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en aan de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting.

Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk

Artikel 11. De aanvraag

  • 1 Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 2.2 van de wet verstrekt de houder, bedoeld in artikel 2.1 van de wet, die voornemens is een peuterspeelzaal te gaan exploiteren aan het college:

    • a. de gegevens die over de houder, de onderneming of activiteit en de vestiging, conform de Handelsregisterwet 2007 zijn opgenomen in het handelsregister:

      • het KvK-nummer van de onderneming of activiteit;

      • indien de onderneming toebehoort aan een natuurlijke persoon: het burgerservicenummer;

      • het unieke vestigingsnummer van de vestiging;

      • andere gegevens , zoals naam, post- en bezoekadresgegevens en rechtsvorm, die over de onderneming of activiteit en over de persoon aan wie de onderneming toebehoort of de persoon die de activiteit uitvoert, in het handelsregister zijn opgenomen;

    • b. het adres en telefoonnummer van de peuterspeelzaal;

    • c. het aantal kindplaatsen;

    • d. het gegeven of gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden;

    • e. een document waarin het pedagogisch beleid, bedoeld in artikel 2.6, is beschreven;

    • f. een risico-inventarisatie als bedoeld in artikel 2.9.

  • 2 Ten behoeve van het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college een kopie van de verklaring omtrent het gedrag van de houder alsmede een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de houder of van degene die namens de houder de aanvraag indient.

  • 3 De gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt dan wel op grond van artikel 13 worden gemeld, worden aan het college verstrekt door opname in het door Onze Minister vast te stellen formulier.

Artikel 12. In het register peuterspeelzaalwerk op te nemen gegevens

In het register peuterspeelzaalwerk neemt het college ten aanzien van elke peuterspeelzaal de volgende gegevens op:

  • a. het KvK-nummer, het burgerservicenummer, het vestigingsnummer en de andere gegevens, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel a;

  • b. het adres en telefoonnummer van de peuterspeelzaal;

  • c. het aantal kindplaatsen;

  • d. de datum met ingang waarvan de exploitatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet;

  • e. de datum van de wijziging van gegevens, bedoeld in artikel 13, tweede lid;

  • f. in geval van verwijdering van de peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk: vermelding van deze verwijdering, alsmede de datum van deze verwijdering;

  • g. een verwijzing naar de vindplaatsen van elektronische documenten van de in artikel 2.21 van de wet bedoelde inspectierapporten;

  • h. indien gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden: een aanduiding dat deze wordt aangeboden.

Artikel 13. Wijziging verstrekte gegevens

  • 1 Indien de gegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, wijzigen doet de houder hiervan onverwijld mededeling aan het college met het verzoek deze aan te passen.

  • 2 Indien het college besluit tot aanpassing naar aanleiding van een verzoek tot aanpassing, stelt het college in de beschikking de datum van ingang van de wijzigingen vast. Artikel 2.3, tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Indien uit onderzoek als bedoeld in artikel 2.20 van de wet of uit ander onderzoek is gebleken dat wijziging van gegevens of verwijdering van de peuterspeelzaal als bedoeld in dit artikel noodzakelijk is, kan het college daartoe ambtshalve besluiten.

  • 4 Indien de houder van een peuterspeelzaal wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van de peuterspeelzaal in het register peuterspeelzaalwerk aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit verzoek tot aanpassing als een aanvraag tot exploitatie van de peuterspeelzaal door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 11, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de peuterspeelzaal met de status geregistreerd in het register peuterspeelzaalwerk ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt deze peuterspeelzaal uit het register verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de peuterspeelzaal al exploiteert of met ingang van de datum van de wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.

  • 5 Indien het adres van een peuterspeelzaal wijzigt, en daarmee de locatie waarop het peuterspeelzaalwerk plaatsvindt, verzoekt de houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging aan het college de peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk te verwijderen met ingang van de datum van de wijziging en dient de houder voor de nieuwe locatie een nieuwe aanvraag tot exploitatie in.

  • 6 Het college beoordeelt na een verzoek tot aanpassing in hoeverre een onderzoek als bedoeld in artikel 2.20 van de wet of ander onderzoek noodzakelijk is voordat besloten wordt over aanpassing van de gegevens met betrekking tot de peuterspeelzaal.

Artikel 14. Verwijdering uit het register peuterspeelzaalwerk

  • 1 Het college kan besluiten tot verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk:

  • 2 Het college verwijdert de aanduiding aanbod voorschoolse educatie, indien aan de houder van de peuterspeelzaal daarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt.

  • 3 Het college maakt de verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.

  • 4 De verwijdering uit het register peuterspeelzaalwerk, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de bekendmaking, bedoeld in het derde lid, vinden onverwijld plaats.

  • 5 Het college kan een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk verwijderen indien drie maanden na de inschrijving in het register de verzorging, opvoeding en het bijdragen tot de ontwikkeling van kinderen in de peuterspeelzaal niet daadwerkelijk is begonnen.

  • 6 Bij verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk blijft deze voorziening in het register zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van die status, die op of na de datum ligt waarop de verwijdering door het college in het register is verwerkt.

Artikel 15. Verstrekking gegevens uit register peuterspeelzaalwerk

  • 1 De gegevens, genoemd in artikel 12, die in het register peuterspeelzaalwerk zijn opgenomen, kunnen door een ieder worden geraadpleegd, met uitzondering van het burgerservicenummer en woonadres van de houder van een peuterspeelzaal, wanneer die houder een natuurlijke persoon is.

  • 2 Na verwijdering van een peuterspeelzaal kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van deze verwijdering uitsluitend worden geraadpleegd: de naam en het adres van de peuterspeelzaal, de status «niet meer geregistreerd», de datum van ingang van deze status en de daaraan voorafgaande datum van inschrijving.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 18. Overgangsbepaling

Een kinderopvangvoorziening die met de status «geregistreerd» is opgenomen in het register kinderopvang met toepassing van het Besluit registratie kinderopvang wordt na de datum van inwerkingtreding van dit besluit aangemerkt als «geregistreerd» in het register kinderopvang met toepassing van dit besluit.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 december 2011

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. G. J. Kamp

De Staatssecretaris van Financiën,

F. H. H. Weekers

Uitgegeven de eenentwintigste december 2011

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

Naar boven