Regeling studiefinanciering BES

Geldend van 12-05-2018 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 20 juni 2011, nr. 303947 (4903), houdende regelen omtrent de studiefinanciering BES (Regeling studiefinanciering BES)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 1.1, 2.3, derde lid, 4.7, derde lid, 4.9, vierde lid, 5.2, derde lid, en 7.2 van de Wet studiefinanciering BES;

Besluit:

Hoofdstuk 2. Criteria opleidingen anders dan opleidingen als bedoeld in de WHW en de WEB BES

Artikel 2. Criteria

  • 1 Voor opleidingen vergelijkbaar met opleidingen als bedoeld in de WHW en de WEB BES gelden de volgende criteria:

    • a. de opleiding wordt verzorgd in of op de Amerikaanse Maagdeneilanden, Anguilla, Antigua en Barbuda, Aruba, Bahama’s, Barbados, Belize, Bermuda, de Britse Maagdeneilanden, Colombia, Costa Rica, Cuba, Curaçao, Dominica, Dominicaanse Republiek, Grenada, Guadeloupe, Haïti, Jamaica, de Kaaimaneilanden, Montserrat, Navassa, Puerto Rico, Sint Bartholomeus, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Sint Maarten, Trinidad en Tobago, de Turks- en Caicoseilanden, Venezuela of de Verenigde Staten van Amerika;

    • b. de studielast van de opleiding levert een dagtaak op;

    • c. het niveau en de kwaliteit van de opleiding zijn vergelijkbaar met overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW en de WEB BES;

    • d. het niveau van het afsluitend examen is vergelijkbaar met een afsluitend examen van een opleiding in de zin van de WHW en de WEB BES.

  • 2 De Minister stelt vast of een opleiding voldoet aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, en of de opleiding wordt aangemerkt als een opleiding niveau 1 of 2, een opleiding niveau 3 of 4 of een opleiding in het hoger onderwijs.

Hoofdstuk 3. De aanvraag

Artikel 3.1. Formulieren en verzending

Gegevens die nodig zijn voor de toekenning van studiefinanciering BES of een opstarttoelage, worden door de studerende verstrekt door invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde door de Minister te verstrekken formulieren.

Artikel 3.2. Aanvraagprocedure

  • 1 In de aanvraag om toekenning van studiefinanciering BES of een opstarttoelage worden een prestatiebeurs, een lening of beide aangevraagd.

  • 2 Een aanvraag om toekenning van studiefinanciering BES of een opstarttoelage wordt door de aanvrager ondertekend.

Hoofdstuk 3a. Uitbetaling

Artikel 3a.1. Uitbetaling studiefinanciering BES voor studerenden aan een opleiding in Barbados, Colombia, Puerto Rico, en de Verenigde Staten

  • 1 Uitbetaling van de studiefinanciering BES vindt plaats in twee termijnen, indien het een opleiding in een van de volgende landen betreft:

    • a. Barbados;

    • b. Colombia;

    • c. Puerto Rico;

    • d. de Verenigde Staten van Amerika.

  • 2 De uitbetaling, bedoeld in het eerste lid, aan een deelnemer vindt plaats in de maanden augustus en december.

  • 3 De uitbetaling, bedoeld in het eerste lid, aan een student vindt plaats in de maanden september en december.

  • 4 In afwijking van het eerste lid, vindt de uitbetaling van de studiefinanciering BES op aanvraag van de studerende plaats per kalendermaand.

Hoofdstuk 3b. Verwerking en beveiliging gegevens voor de toepassing van artikel 2.10a van de wet

Artikel 3b.1. Wijze van en waarborgen voor verwerking van een melding van de diensten over een uitreiziger

  • 1 Indien de Minister heeft besloten dat een studerende een uitreiziger is als bedoeld in artikel 2.10a, tweede lid, van de wet, krijgt de betreffende persoon in het studiefinancieringssysteem een markering.

  • 2 Bij een aanvraag of wijziging in de studiefinanciering van een uitreiziger, controleert de Minister aan de hand van de gegevens uit de melding, bedoeld in artikel 2.10a, tweede lid, van de wet, of de markering, bedoeld in het eerste lid, van toepassing is.

  • 4 De Minister bewaart gegevens met betrekking tot de melding, bedoeld in artikel 2.10a, tweede lid, van de wet, en de markering, bedoeld in het eerste lid, niet langer dan noodzakelijk voor de toepassing van artikel 2.10a van de wet.

Artikel 3b.2. Gegevensuitwisseling met Inspectie SZW

  • 2 In het verzoek, bedoeld in het eerste lid, duidt de Inspectie SZW de persoon waarop het verzoek betrekking heeft aan met een tot een persoon herleidbaar nummer.

  • 3 De Minister verstrekt de benodigde gegevens via een beveiligde verbinding.

  • 4 De Minister bewaart het informatieverzoek van de Inspectie SZW niet.

Artikel 3b.3. Technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van beveiliging

  • 1 De gegevensuitwisseling, benodigd voor de toepassing van artikel 2.10a van de wet, vindt plaats via een beveiligde verbinding tussen de Minister en de Inspectie SZW. Tot deze verbinding hebben uitsluitend die medewerkers van de Dienst Uitvoering Onderwijs toegang die het juiste veiligheidsonderzoek hebben ondergaan.

Hoofdstuk 4. Terugbetaling studieschuld

Artikel 4.1. Aflosvrije periode

  • 2 Een aflosvrije periode beslaat minimaal drie kalendermaanden.

  • 3 De debiteur dient een aanvraag om opschorting in uiterlijk 1 maand voor de datum waarop de aflosvrije periode in moet gaan.

  • 4 Voor elke aflosvrije periode wordt een nieuwe aanvraag ingediend bij de Minister.

Hoofdstuk 5. Herziening

Artikel 5.1. Verrekening en terugbetaling

  • 1 Indien uit een beschikking tot herziening als bedoeld in artikel 5.1, van de wet blijkt dat te veel studiefinanciering is uitbetaald, wordt dit op de voet van het tweede en derde lid verrekend met nog te verrichten betalingen op grond van de wet.

  • 2 Eerst wordt zoveel mogelijk verrekend met de nabetalingen die van het tijdstip van afgifte van de in het eerste lid bedoelde beschikking af aan de studerende zouden moeten worden gedaan.

  • 3 Vervolgens wordt zolang het te veel uitbetaalde bedrag nog niet volledig is verrekend met de in het tweede lid bedoelde nabetalingen, verrekend met de maandbetalingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit studiefinanciering BES. Wanneer die maandbetalingen met ingang van 1 januari 2018 hoger zijn dan USD 247,20, geschiedt de verrekening met dat bedrag.

  • 4 Onder nabetalingen, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan de betaling van bedragen die op grond van enige herzieningsbeschikking over reeds op het tijdstip van afgifte van die beschikking verstreken maanden zonder de verrekening, bedoeld in het tweede lid, aan de studerende betaalbaar zouden worden gesteld.

  • 5 Indien er niet langer betalingen op grond van de wet zijn, wordt het bedrag aan studiefinanciering dat te veel is uitbetaald voor zover dat bedrag nog niet is verrekend, op eerste vordering binnen 30 dagen geheel terugbetaald.

  • 6 Indien het bedrag, bedoeld in het vijfde lid, niet op de vervaldatum is ontvangen, wordt dit bedrag omgezet in een rentedragende lening als bedoeld in artikel 4.13 van de wet.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

H. Zijlstra

Terug naar begin van de pagina