Wet geldstelsel BES

Geldend van 10-10-2010 t/m 31-12-2010

Wet van 30 september 2010, houdende regels met betrekking tot het geldstelsel van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, alsmede enige voorzieningen van overgangsrechtelijke aard (Wet geldstelsel BES)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat met de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba is overeengekomen dat zij als openbare lichamen een staatsrechtelijke positie binnen het Nederlandse staatsbestel krijgen en dat het in verband hiermee wenselijk is regels te stellen met betrekking tot de munteenheid en de wettige betaalmiddelen van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en dat het met het oog op de transitie voorts wenselijk is om enige voorzieningen van overgangsrechtelijke aard te treffen, waaronder de tijdelijke voortzetting van het Nederlands-Antilliaanse fiscale stelsel;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

§ 1. Het geldstelsel van de openbare lichamen

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 2. Overgangsbepalingen in verband met invoering van de dollar

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 2a. Tijdelijke voorzetting van het Nederlands-Antilliaanse fiscale stelsel

Artikel 13a

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 13b

  • 1 Voor zover een belastingplichtige of inhoudingsplichtige op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van transitie rechten en verplichtingen heeft, ingevolge:

    • a. de Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943;

    • b. de Landsverordening op de loonbelasting 1976;

    • c. de Landsverordening op de winstbelasting 1940;

    • d. de Landsverordening omzetbelasting 1999;

    • e. de Landsverordening belasting op bedrijfsomzetten 1997;

    • f. de Overdrachtsbelastingverordening;

    • g. de Successiebelastingverordening 1908;

    • h. de Landsverordening spaarvermogensheffing;

    • i. de Zegelverordening 1908;

    • j. de Gedistilleerdverordening 1908;

    • k. de Landsverordening accijns op bier 1970;

    • l. de Landsverordening Accijns van Sigaretten 1970;

    • m. de Landsverordening van de eerste november 1932 tot heffing van een bijzonder invoerrecht op benzine;

    • n. de Regeling bijzonder invoerrecht op benzine Bovenwindse Eilanden;

    • o. de Landsverordening ter bevordering bedrijfsvestiging en hotelbouw;

    • p. de Landsverordening belastingfaciliteiten industriële ondernemingen;

    • q. de Landsverordening renovatie hotels;

    • r. de Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling;

    • s. de Landsverordening economische zones 2000;

    • t. de Landsverordening tarief van invoerrechten;

    • u. de Landsverordening In- en Uitvoer;

    • v. de Landsverordening uitvoerrecht op delfstoffen;

    • w. de op de eilandgebieden Bonaire, Sint Eustatius en Saba geldende eilandsverordeningen regelende de heffing van opcenten op de aanslagen in de inkomstenbelasting en de winstbelasting;

    • x. de Registratieverordening 1908;

    • y. de Landsverordening op de scheepsregistratiebelasting 1987, of

    • z. de op de in de onderdelen a tot en met y bedoelde verordeningen gebaseerde regelingen,

    blijven deze rechten en verplichtingen daarna doorlopen en blijven de onder a tot en met z genoemde verordeningen en regelingen daarna daarop ongewijzigd van toepassing.

  • 2 Op de rechten en verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, blijven de Algemene Landsverordening Landsbelastingen, de Invorderingsverordening 1961, de Invorderingsverordening 1970, de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen, de Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943, de Landsverordening houdende regeling van de invordering van belastingen, bijdragen en vergoedingen door middel van dwangschriften alsmede van de rechtspleging inzake van belastingen, bijdragen en vergoedingen en de Algemene Verordening I. U. en D. 1908 en de daarop gebaseerde regelingen van toepassing.

  • 3 Het eerste lid en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op, op het tijdstip dat onmiddellijk voorafgaat aan het tijdstip van transitie, bestaande rechtsverhoudingen.

  • 4 In de overgangsperiode zijn de in het eerste lid, onderdelen a tot en met y, en het tweede lid bedoelde verordeningen als wet van toepassing. De op deze verordeningen gebaseerde regelingen bedoeld in onderdeel z zijn in de overgangsperiode als ministeriële regelingen van toepassing.

  • 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het vierde lid.

Artikel 13c

  • 1 Op het tijdstip van transitie gaan de taken en bevoegdheden van de Inspecteur der Belastingen en de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen over op de inspecteur van de rijksbelastingdienst, bedoeld in het derde lid.

  • 2 Op het tijdstip van transitie gaan de taken en bevoegdheden van de Ontvanger over op de ontvanger van de rijksbelastingdienst, bedoeld in het derde lid.

  • 3 De inspecteur of ontvanger van de rijksbelastingdienst is de functionaris die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen.

  • 4 De bevoegdheid van een inspecteur of ontvanger is niet bepaald naar de geografische indeling van het Rijk. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de hoofdlijnen van de inrichting van de rijksbelastingdienst en omtrent de functionaris, bedoeld in de vorige volzin, onder wie de belastingplichtige en de belastingschuldige ressorteren.

  • 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • 1°. Rijk: het land Nederland, zijnde Nederland en de openbare lichamen;

    • 2°. Nederland: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 13d

De bepalingen van de verordeningen, bedoeld in artikel 13b, eerste en tweede lid, blijven van toepassing op de in die verordeningen strafbaar gestelde feiten die zich hebben voorgedaan vóór het tijdstip van transitie.

Artikel 13e

Op het tijdstip van transitie treedt de Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in paragraaf 2b, in de plaats van de Raad van Beroep voor belastingzaken, bedoeld in de Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940.

Artikel 13f

  • 2 De in het eerste lid bedoelde wijze van voorkoming van dubbele belasting, wordt gedurende de overgangsperiode aangemerkt als de Belastingregeling voor het land Nederland.

§ 2b. Raad van Beroep voor belastingzaken

Artikel 13g

  • 1 De Raad van Beroep voor belastingzaken is gevestigd in de zittingsplaats van het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De Raad kan ook elders zitting houden.

  • 2 De Raad van Beroep voor belastingzaken doet uitspraak op beroepschriften inzake belastingen.

Artikel 13h

  • 1 De Raad van Beroep voor belastingzaken bestaat uit een voorzitter en twee leden.

  • 2 Voorzitter is de President van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of zijn aangewezen plaatsvervanger.

  • 3 De leden worden door de voorzitter gekozen uit de bezoldigde met rechtspraak belaste leden, waaruit het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is samengesteld, hetzij voor een bepaalde termijn, hetzij voor een bepaalde zaak.

Artikel 13i

Als secretaris van de Raad van Beroep voor belastingzaken treedt op de griffier van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, die zo nodig wordt vervangen door de substituut-griffier van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 13j

  • 1 De Raad van Beroep voor belastingzaken vergadert op plaats en tijd door de voorzitter te bepalen.

  • 2 De vergaderingen zijn niet openbaar.

  • 3 De Raad van Beroep voor belastingzaken beslist bij meerderheid van stemmen.

  • 4 Zijn meer dan twee verschillende gevoelens uitgebracht, dan wordt besloten in de zin, die het meest overeenkomt met het gevoelen van de meerderheid.

§ 2c. Aanpassingen van Nederlandse fiscale wetgeving

Artikel 13s

[Red: Wijzigt de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.]

§ 3. Slotbepalingen

Artikel 14

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 15

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 16

  • 3 Verwijzingen naar de dollar, opgenomen in een wettelijk voorschrift, gelden gedurende de in het eerste lid bedoelde periode als verwijzingen naar Nederlands-Antilliaanse guldens, volgens de omrekenkoers USD 1,00 = NAf. 1,790. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 18

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 30 september 2010

Beatrix

De Minister van Financiën ,

J. C. de Jager

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

Uitgegeven de eerste oktober 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina