Dienstenwet

Geldend van 16-12-2009 t/m 27-12-2009

Wet van 12 november 2009 tot implementatie van Europese regelgeving betreffende het verkeer van diensten op de interne markt (Dienstenwet)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is om te voorzien in wettelijke regels om uitvoering te geven aan richtlijn nr. 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende de diensten op de interne markt (PbEU L 376);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

§ 1.1. Definities en reikwijdte

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • afnemer: natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of die rechten heeft die hem door communautaire besluiten zijn verleend, of een rechtspersoon in de zin van artikel 48 van het Verdrag die in een lidstaat is gevestigd en, al dan niet voor beroepsdoeleinden, van een dienst gebruik maakt of wil maken;

  • bevoegde instantie: bestuursorgaan, een ander orgaan of een autoriteit, dat of die een toezichthoudende, vergunningverlenende of regelgevende rol vervult ten aanzien van diensten;

  • centraal loket: het centraal loket, bedoeld in artikel 5, eerste lid;

  • consument: afnemer die een natuurlijke persoon is, niet handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf;

  • Consumentenautoriteit: de Consumentenautoriteit, bedoeld in artikel 2.1 van de Wet handhaving consumentenbescherming;

  • dienst: economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt, als bedoeld in artikel 50 van het Verdrag;

  • dienstverrichter: natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of een rechtspersoon in de zin van artikel 48 van het Verdrag, die in een lidstaat is gevestigd en die een dienst aanbiedt of verricht;

  • dwingende redenen van algemeen belang: redenen die als zodanig zijn erkend in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen;

  • eis: verplichting, verbodsbepaling, voorwaarde of beperking uit hoofde van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of voortvloeiend uit de rechtspraak, de administratieve praktijk, de regels van beroepsorden of de collectieve regels van beroepsverenigingen of andere beroepsorganisaties, die deze in het kader van de hun toegekende bevoegdheden hebben vastgesteld, met uitzondering van regels vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten waarover door de sociale partners is onderhandeld;

  • gereglementeerd beroep: beroepsactiviteit of een geheel van beroepsactiviteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255);

  • informatiepunt: het informatiepunt, bedoeld in artikel 6, eerste lid;

  • interne markt informatiesysteem: elektronisch informatiesysteem, bedoeld in artikel 34 van de richtlijn, voor de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde instanties van de lidstaten;

  • lidstaat: lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;

  • lidstaat van vestiging: lidstaat op het grondgebied waarvan de dienstverrichter is gevestigd;

  • Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

  • procedures en formaliteiten: activiteiten die naar hun aard door middel van uitwisseling van gegevens en bescheiden tussen een dienstverrichter en een of meer bevoegde instanties plaatsvinden en die op een eis of een vergunning betrekking hebben;

  • richtlijn: richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU L 376);

  • Verdrag: Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

  • vergunningstelsel: procedure die voor een dienstverrichter of afnemer de verplichting inhoudt bij een bevoegde instantie stappen te ondernemen ter verkrijging van een vergunning;

  • vergunning: beslissing, uitdrukkelijk of stilzwijgend, over de toegang tot of de uitoefening van een dienst;

  • vestiging: daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit als bedoeld in artikel 43 van het Verdrag, door een dienstverrichter voor onbepaalde tijd en vanuit een duurzame infrastructuur, van waaruit daadwerkelijk diensten worden verricht;

  • zakelijke afnemer: afnemer, niet zijnde een consument.

Artikel 2

  • 1 Het bij of krachtens deze wet bepaalde is van toepassing op de eisen en vergunningstelsels met betrekking tot de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van diensten die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen.

  • 2 Het eerste lid geldt in ieder geval voor de eisen en vergunningstelsels, bedoeld in dat lid, die zijn opgenomen in een regeling van Onze Minister.

  • 3 Deze wet is niet van toepassing op:

    • a.

      • 1°. onderwerpen en diensten die op grond van artikel 1, tweede tot en met zevende lid, artikel 2, derde lid en artikel 3, tweede lid, van de richtlijn, van het toepassingsgebied van de richtlijn zijn uitgezonderd,

      • 2°. diensten en sectoren die op grond van de artikel 2, tweede lid, van de richtlijn, van het toepassingsgebied van de richtlijn zijn uitgezonderd,

      • 3°. bepalingen van communautaire regelgeving, die ingeval zich een strijdigheid voordoet als omschreven in artikel 3, eerste lid, van de richtlijn, van het toepassingsgebied van de richtlijn zijn uitgezonderd;

    • b. procedures van bezwaar en beroep;

    • c. andere rechterlijke procedures of vormen van geschilbeslechting;

    • d. regels en procedures betreffende overheidsopdrachten.

  • 4 Een wijziging van de richtlijn met betrekking tot de eisen en vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de richtlijn vallen gaat voor de toepassing van het bij en krachtens deze wet bepaalde gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een eerder tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 3

Het bij of krachtens deze wet bepaalde is mede van toepassing in de Nederlandse exclusieve economische zone.

§ 1.2. Wederzijdse erkenning van gegevens en bescheiden

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Hoofdstuk 2. Centrale elektronische voorzieningen voor dienstverrichters en afnemers

§ 2.1. Het centraal loket

Artikel 5

  • 1 Onze Minister draagt zorg voor de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van een centraal loket met behulp waarvan:

    • a. ten behoeve van dienstverrichters:

      • 1°. informatie toegankelijk wordt gemaakt die van belang is voor het verkrijgen van toegang tot of de uitoefening van diensten;

      • 2°. berichtenverkeer dat betrekking heeft op procedures en formaliteiten wordt uitgewisseld tussen dienstverrichters en bevoegde instanties.

    • b. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden.]

  • 2 Het centraal loket is gemakkelijk langs elektronische weg bereikbaar.

  • 3 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van het centraal loket.

§ 2.2. Het informatiepunt

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Hoofdstuk 3. Informatie, bijstand en elektronische afwikkeling voor dienstverrichters

§ 3.1. Toegankelijkheid van informatie voor dienstverrichters

Artikel 7

Onze Minister maakt de volgende informatie voor dienstverrichters via het centraal loket toegankelijk:

  • a. de eisen en vergunningstelsels, bedoeld in artikel 2, en de namen en adresgegevens van de bij die eisen en vergunningstelsels betrokken bevoegde instanties;

  • b. de rechtsmiddelen die algemeen voorhanden zijn voor het beslechten van geschillen tussen bevoegde instanties en dienstverrichters, tussen dienstverrichters en afnemers of tussen dienstverrichters onderling;

  • c. de middelen en voorwaarden om toegang te krijgen tot openbare registers en openbare databanken met gegevens over dienstverrichters en diensten;

  • d. de namen en adresgegevens van verenigingen en organisaties zonder winstoogmerk, anders dan de bevoegde instanties, van welke dienstverrichters praktische bijstand kunnen krijgen.

Artikel 8

  • 1 Een bevoegde instantie die betrokken is bij één of meer eisen of vergunningstelsels als bedoeld in artikel 2, maakt de volgende informatie voor dienstverrichters langs elektronische weg toegankelijk:

    • a. de eisen of vergunningstelsels, waarbij die instantie is betrokken en haar naam en adresgegevens;

    • b. de rechtsmiddelen die algemeen voorhanden zijn voor het beslechten van geschillen tussen haar en een dienstverrichter over eisen en vergunningstelsels waarbij zij is betrokken.

  • 2 Een bevoegde instantie maakt tevens informatie voor dienstverrichters langs elektronische weg toegankelijk over de middelen en voorwaarden om toegang te krijgen tot een openbaar register of een openbare databank met gegevens over dienstverrichters en diensten, voor zover die instantie daarbij betrokken is.

Artikel 10

Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van artikel 7 regels worden gesteld over de wijze waarop bevoegde instanties informatie als bedoeld in artikel 8 ordenen en toegankelijk maken.

Artikel 11

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 3.2. Verlening van bijstand aan dienstverrichters

Artikel 12

  • 1 Een bevoegde instantie verstrekt een dienstverrichter op diens verzoek algemene informatie over de gebruikelijke uitleg en toepassing van eisen of vergunningstelsels, bedoeld in artikel 2, waarbij die bevoegde instantie is betrokken.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde informatie wordt zo spoedig mogelijk verstrekt, is actueel, duidelijk en ondubbelzinnig. Waar passend wordt informatie verstrekt in de vorm van een handleiding.

  • 3 Indien een bevoegde instantie de verzochte informatie niet kan verstrekken, deelt zij dat onverwijld mee.

  • 4 Een bevoegde instantie draagt er zorg voor dat zij langs elektronische weg voldoende bereikbaar is voor een verzoek van een dienstverrichter om informatie als bedoeld in het eerste lid.

  • 5 Een bevoegde instantie verzendt een bericht met de verzochte informatie als bedoeld in het eerste lid, of een mededeling als bedoeld in het derde lid, langs elektronische weg, voor zover een dienstverrichter waarvoor het bericht bestemd is aan de bevoegde instantie kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.

§ 3.3. Op procedures en formaliteiten betrekking hebbend berichtenverkeer

Artikel 13

  • 1 Onze Minister biedt een dienstverrichter respectievelijk een bevoegde instantie de mogelijkheid berichten die betrekking hebben op procedures en formaliteiten via het centraal loket te verzenden en te ontvangen.

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake vernietigingstermijnen van via het centraal loket verzonden berichten.

  • 3 Onze Minister draagt onverwijld zorg voor vernietiging van een bericht na verloop van de krachtens het tweede lid gestelde termijnen.

Artikel 14

  • 1 Een bevoegde instantie die betrokken is bij de afwikkeling van procedures en formaliteiten:

    • a. draagt zorg voor aansluiting op het centraal loket;

    • b. verzendt daarop betrekking hebbende berichten via het centraal loket, voor zover een dienstverrichter waarvoor een bericht bestemd is via het centraal loket aan de bevoegde instantie kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.

    • c. draagt er zorg voor dat zij via het centraal loket voldoende bereikbaar is voor daarop betrekking hebbende berichten van een dienstverrichter.

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot technische eisen waaraan door een bevoegde instantie als bedoeld in het eerste lid moet worden voldaan met het oog op aansluiting op het centraal loket.

Artikel 15

§ 3.4. Gegevensbescherming

Artikel 16

Hoofdstuk 4. Informatie en bijstand voor afnemers

§ 4.1. Toegankelijkheid van informatie voor afnemers

Artikel 17

Onze Minister maakt via het centraal loket voor zakelijke afnemers toegankelijk:

  • a. de informatie, bedoeld in artikel 7, onderdelen a en c;

  • b. algemene informatie over in andere lidstaten geldende eisen inzake toegang tot en uitoefening van diensten;

  • c. de rechtsmiddelen die algemeen voorhanden zijn voor het beslechten van geschillen tussen bevoegde instanties en zakelijke afnemers of tussen dienstverrichters en zakelijke afnemers;

  • d. algemene informatie over in andere lidstaten beschikbare rechtsmiddelen voor het beslechten van geschillen tussen dienstverrichters en zakelijke afnemers;

  • e. de namen en adresgegevens van verenigingen of organisaties zonder winstoogmerk, anders dan de bevoegde instanties, waarvan zakelijke afnemers praktische bijstand kunnen krijgen;

  • f. de namen en adresgegevens van verenigingen of organisaties zonder winstoogmerk, die geen bevoegde instantie in enige lidstaat zijn, en waar zakelijke afnemers praktische bijstand van kunnen krijgen in een andere lidstaat dan Nederland.

Artikel 18

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 19

Een bevoegde instantie die betrokken is bij één of meer eisen of vergunningstelsels als bedoeld in artikel 2, maakt voor afnemers langs elektronische weg toegankelijk:

  • a. de informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, en artikel 8, tweede lid;

  • b. de rechtsmiddelen die algemeen voorhanden zijn voor het beslechten van geschillen tussen haar en een afnemer of tussen een dienstverrichter en een afnemer.

Artikel 21

Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van een goede uitvoering van artikel 17, onderdelen a, c en e, regels worden gesteld over de wijze waarop bevoegde instanties informatie als bedoeld in artikel 19 ordenen en toegankelijk maken.

Artikel 22

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 4.2. Verlening van bijstand aan afnemers

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Hoofdstuk 5. Vergunningstelsels

§ 5.1. Vergunningen op aanvraag

Artikel 28

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 29

  • 1 Een bevoegde instantie bevestigt de ontvangst van een aanvraag om een vergunning zo snel mogelijk. De ontvangstbevestiging bevat de volgende informatie:

    • a. de bij wettelijk voorschrift met betrekking tot die vergunning bepaalde termijn waarbinnen de beschikking wordt gegeven of de termijn van acht weken, bedoeld in artikel 31, eerste lid;

    • b. beschikbare rechtsmiddelen om tegen de beschikking op te komen.

Artikel 30

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 31

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 32

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 33

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 34

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 5.2. Meldingen

Artikel 35

  • 1 Een bevoegde instantie bevestigt de ontvangst van een melding die een dienstverrichter krachtens wettelijk voorschrift bij een bevoegde instantie moet verrichten, indien:

    • a. het doen van die melding en het verloop van een bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn na die melding een voorwaarde is tot vestiging en

    • b. de bevoegde instantie bevoegd is binnen de termijn, bedoeld in onderdeel a, een vergunning te verlenen.

  • 2 [Red: Dit lid is nog niet in werking getreden.]

Artikel 36

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Hoofdstuk 6. Administratieve samenwerking

§ 6.1. Wederzijdse bijstand

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 6.2. Informatie over de betrouwbaarheid van dienstverrichters

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 6.3. Veiligheidsmaatregelen jegens dienstverrichters in individuele gevallen

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 6.4. Het waarschuwingsmechanisme

Artikel 51

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 52

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van de door de Europese Commissie krachtens artikel 32, derde lid, van de richtlijn vastgestelde regels.

§ 6.5. Toezicht en handhaving

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

§ 6.6. Het contactpunt

Artikel 55

  • 1 Onze Minister draagt zorg voor de inrichting en instandhouding van een contactpunt.

  • 2 Het contactpunt:

    • a. ondersteunt de uitwisseling van verzoeken om informatie over en tot het verrichten van verificaties, inspecties en onderzoeken naar dienstverrichters en hun dienstverrichtingen tussen de bevoegde instanties en de bevoegde instanties uit andere lidstaten;

    • b. is de bevoegde instanties al dan niet op verzoek behulpzaam bij

      • 1°. het oplossen van problemen bij verzoeken om informatie over en tot het verrichten van verificaties, inspecties en onderzoeken naar dienstverrichters en hun dienstverrichtingen aan of van bevoegde instanties uit andere lidstaten,

      • 2°. het gebruik van het waarschuwingsmechanisme;

    • c. verstrekt al dan niet op verzoek aan de bevoegde instanties de nodige informatie met betrekking tot gelijkwaardige, of gezien hun doel in wezen vergelijkbare eisen en onderzoeken waaraan een dienstverrichter in een andere lidstaat is onderworpen;

    • d. onderhoudt contacten met de contactpunten van andere lidstaten ten behoeve van een goede werking van de administratieve samenwerking.

§ 6.7. Het interne markt informatiesysteem

Artikel 56

Een bevoegde instantie die is betrokken bij een of meer eisen of vergunningstelsels als bedoeld in artikel 2, draagt zorg voor aansluiting op het interne markt informatiesysteem.

Artikel 57

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 58

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 59

  • 1 Onze Minister verwerkt persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens, bestaande uit de contactgegevens van de contactpersonen van de bevoegde instanties, met het doel de uitwisseling van berichten die betrekking hebben op de afwikkeling van verzoeken om informatie en verificaties, inspecties en onderzoeken en op waarschuwingsberichten, bedoeld in dit hoofdstuk, door bevoegde instanties via het interne markt informatiesysteem mogelijk te maken.

Artikel 60

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van door de Commissie krachtens artikel 36 van de richtlijn vastgestelde uitvoeringsmaatregelen en praktische regels voor de elektronische uitwisseling van informatie tussen de lidstaten.

Hoofdstuk 7. Wijziging van andere wetten

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 65

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 66

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 67

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 12 november 2009

Beatrix

De Minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Uitgegeven de vierde december 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina