Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Geldend van 21-05-2020 t/m heden

Regeling van de Minister van Financiën en de Minister van Justitie van 23 juli 2008, nr. FM 2008-1792 M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Integriteit, tot vaststelling van regels ter uitvoering van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)

Artikel 2

Van de bij of krachtens de wet gestelde regels zijn vrijgesteld instellingen als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel j, van de wet, voor zover zij beroeps- of bedrijfsmatig gelegenheid geven als bedoeld in de artikelen 3, 8, 14a, 15, 23 en 27a van de Wet op de kansspelen of activiteiten verrichten als bedoeld in de artikelen 7a, 30b en 30h van die wet.

Artikel 2a

  • 2 De toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, dragen bij aan de totstandkoming van procedurele afspraken met betrekking tot de handhaving tussen hen en de betrokken ministeries en andere overheidsinstellingen.

  • 3 De toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, maken afspraken met andere autoriteiten die belast zijn met de uitvoering en handhaving van de wet over de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitoefening van hun taken.

Artikel 3

  • 1 De gegevens, bedoeld in artikel 23c, eerste lid, van de wet zijn:

    • a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer en het emailadres van de aanbieder en, indien van toepassing, van zijn bijkantoren;

    • b. een opgave van de rechtsvorm van de aanbieder;

    • c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;

    • d. een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister of, indien van toepassing, een opgave van de LEI code;

    • e. indien van toepassing een gewaarmerkt afschrift van de statuten;

    • f. een opgave van de activiteiten die de aanbieder voornemens is te gaan verrichten;

    • g. de identiteit van degenen die het beleid van de aanbieder bepalen of mede bepalen;

    • h. de identiteit van degenen die een gekwalificeerde deelneming bezitten in de aanbieder;

    • i. gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank N.V. kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 23h, eerste lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen;

    • j. gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank N.V. kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 23h, tweede lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen of onderdeel zijn van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken;

    • k. gegevens op basis waarvan De Nederlandsche Bank N.V. kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 23h, vierde lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die een gekwalificeerde deelneming houden;

    • l. een beschrijving van de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur van de aanbieder;

    • m. een beschrijving van de organisatiestructuur van de aanbieder;

    • n. de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de integere en beheerste bedrijfsuitoefening bedoeld in artikel 23j van de wet;

    • o. overige gegevens en bescheiden die de toezichthouder nodig acht in het belang van de registratie.

  • 2 De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen i, j en k zijn:

    • a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, de nationaliteit, het privéadres, het telefoon- en faxnummer, het emailadres en de functie;

    • b. een curriculum vitae;

    • c. een opgave van de relevante diploma’s;

    • d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en

    • e. een opgave van referenten;

    • f. de antecedenten van degenen, genoemd in het eerste lid, onderdelen g en h.

  • 3 In afwijking van het eerste lid wordt voor de antecedenten van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, indien deze eerder zijn beoordeeld voor de toepassing van de Wet op het financieel toezicht of de Wet toezicht trustkantoren 2018, bij de aanvraag volstaan met vermelding hiervan en een verwijzing naar de datum van beoordeling van deze antecedenten.

Artikel 4

  • 1 Als documenten op basis waarvan kan worden voldaan aan artikel 11, eerste lid, eerste volzin, van de wet worden aangewezen:

    • a. een geldig paspoort;

    • b. een geldige Nederlandse identiteitskaart;

    • c. een geldige identiteitskaart die is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat en is voorzien van een pasfoto en de naam van de houder;

    • d. een geldig Nederlands rijbewijs;

    • e. een geldig rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat en is voorzien van een pasfoto en de naam van de houder;

    • f. reisdocumenten voor vluchtelingen en vreemdelingen;

    • g. vreemdelingendocumenten, afgegeven op grond van de Vreemdelingenwet 2000;

    • h. een voldoende betrouwbaar identificatiemiddel.

  • 2 Als documenten op basis waarvan kan worden voldaan aan artikel 11, tweede lid, eerste volzin, van de wet, worden aangewezen:

    • a. een uittreksel uit het handelsregister;

    • b. een akte of verklaring, opgemaakt onderscheidenlijk afgegeven door een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigde advocaat, notaris, kandidaat-notaris of een hiermee vergelijkbare, onafhankelijke beoefenaar van een juridisch beroep;

    • c. een document waaruit blijkt dat een kerkgenootschap of lichaam waarin zij is verenigd, is aangesloten bij het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken dan wel dat het kerkgenootschap of lichaam is aangemerkt als een instelling als bedoeld in artikel 6.33, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

    • d. een document waaruit blijkt dat een zelfstandig onderdeel van een kerkgenootschap als bedoeld in onderdeel c deel uitmaakt van dat kerkgenootschap en het kerkgenootschap voldoet aan het bepaalde in onderdeel c.

  • 3 De identiteit van een cliënt als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de wet kan worden geverifieerd aan de hand van documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron.

Artikel 5

  • 1 De Commissie inzake de meldingsplicht van ongebruikelijke transacties, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, bestaat uit vertegenwoordigers van:

    • a. de Minister van Financiën;

    • b. de Minister van Justitie en Veiligheid;

    • c. de instellingen;

    • d. De Nederlandsche Bank N.V.;

    • e. de Stichting Autoriteit Financiële Markten;

    • f. het Bureau Financieel Toezicht;

    • g. de Belastingdienst/Grote ondernemingen;

    • h. de Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst – Economische Controledienst;

    • i. het openbaar ministerie;

    • j. de politie;

    • k. de kansspelautoriteit.

  • 2 De leden van de commissie worden door de Minister van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid gezamenlijk aangewezen. Bij de samenstelling van de commissie streven de Minister van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de instellingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

  • 3 De Minister van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid wijzen gezamenlijk de voorzitter van de commissie aan.

  • 4 De commissie bepaalt haar eigen werkwijze.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Financiën a.i.,

A. Rouvoet

De

Minister

van Justitie,

E.M.H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina