Regeling financiën hoger onderwijs

Geldend van 17-09-2020 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juni 2008, nr. HO&S/CBV/2008/5214, houdende vaststelling van nadere regels vanwege financiering in het hoger onderwijs (Regeling financiën hoger onderwijs)

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Onderwijs

Artikel 2. Factoren onderwijs

  • 1 De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor bacheloropleidingen en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs:

    • a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,

    • b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,5, en

    • c. voor een top bekostigingsniveau: 3.

  • 2 De factoren behorend bij het bekostigingsniveau, bedoeld in artikel 4.10, derde lid, van het besluit, zijn voor associate degree-opleidingen, bacheloropleidingen en masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs:

    • a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,

    • b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,28, en

    • c. voor een top bekostigingsniveau: 1,5.

Artikel 3. Onderwijsopslag

Artikel 3a. Historisch bestand hoger onderwijs

  • 1 Voor de toepassing van artikel 4.3, zesde lid, van het besluit zijn de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers vastgelegd in het historisch bestand hoger onderwijs onder het kenmerk 620668988284 aan de hand van de door instellingen aan het register onderwijsdeelnemers aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen en daarmee gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in het besluit.

  • 2 Onverminderd het gestelde in artikel 4.3 zevende lid van het besluit zijn de gegevens, die op grond van artikel 4.3 zesde lid van het besluit zijn opgenomen in het historisch bestand hoger onderwijs, bedoeld in het eerste lid, niet meer te wijzigen na 16 april 2010.

Artikel 3b. Inschrijvingen met terugwerkende kracht

Indien een inschrijving heeft plaatsgevonden in de maand oktober, heeft een instellingsbestuur niet de bevoegdheid die inschrijving met terugwerkende kracht te laten ingaan.

Paragraaf 2a. Beleidsregels kwaliteitsbekostiging

Artikel 3c. Reikwijdte

Paragraaf 2a bevat, met uitzondering van de artikelen 3h en 3i, beleidsregels met betrekking tot de wijze waarop de minister gebruik maakt van de bevoegdheid tot het toekennen van kwaliteitsbekostiging als bedoeld in artikel 2.6, vijfde lid, van de wet voor het tijdvak 2022 tot en met 2024.

Artikel 3d. Aanvraag- en beslistermijnen kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling

  • 1 Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit wordt uiterlijk zes weken voor het afgesproken tijdstip van het bezoek van de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 5.2, tweede lid, onderdeel b, van de wet, ingediend bij het accreditatieorgaan.

  • 2 Indien er geen sprake is van een commissie als bedoeld in het eerste lid wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit uiterlijk acht weken voor het afgesproken tijdstip van bezoek van de commissie van deskundigen, bedoeld in artikel 18a, onderdeel d, ingediend bij het accreditatieorgaan.

  • 3 De minister besluit binnen achtentwintig weken na de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in het eerste lid.

  • 4 De minister besluit binnen dertig weken na de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in het tweede lid.

  • 5 Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, van het besluit wordt uiterlijk een jaar na het besluit tot afwijzing van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, ingediend bij het accreditatieorgaan.

  • 6 De minister besluit binnen dertig weken na de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 3e. Besluit kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling

Een besluit tot toekenning van kwaliteitsbekostiging als bedoeld in artikel 3d, derde of zesde lid, betreft een gehele toekenning of een gehele weigering van de voor de desbetreffende universiteit of hogeschool op grond van artikel 3h berekende kwaliteitsbekostiging.

Artikel 3f. Aanvraag en beslistermijnen kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie

  • 1 De minister besluit voor 1 december 2022 de kwaliteitsbekostiging, bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, van het besluit toe te kennen of te weigeren.

  • 2 Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.32, derde lid, van het besluit wordt uiterlijk een jaar na een besluit van de minister de kwaliteitsbekostiging niet toe te kennen als bedoeld in artikel 4.32, derde lid, van het besluit, ingediend bij het accreditatieorgaan.

  • 3 De minister besluit binnen dertig weken na de uiterste aanvraagdatum, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3g. Besluit kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie

Een besluit tot toekenning van de kwaliteitsbekostiging als bedoeld in artikel 3f, eerste of derde lid, betreft een gehele toekenning of een gehele weigering van de voor de desbetreffende universiteit of hogeschool op grond van artikel 3h berekende kwaliteitsbekostiging.

Artikel 3h. Berekening, verdeling en betaling bedrag

  • 2 Bedragen voor kwaliteitsbekostiging die als gevolg van afwijzingen door de minister van een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, van het besluit niet worden toegekend, of die als gevolg van het niet doen van een aanvraag niet worden toegekend, worden volgens de uitgangspunten van het eerste lid verdeeld over de universiteiten respectievelijk de hogescholen, waaraan wel een bedrag is toegekend.

  • 3 De minister betaalt een voor enig jaar toegekend bedrag op dezelfde wijze als en gelijktijdig met de jaarlijkse rijksbijdrage, bedoeld in de artikelen 2.5 en 2.6 van de wet.

Artikel 3i. Bedragen kwaliteitsbekostiging

De bedragen van de kwaliteitsbekostiging, bedoeld in de artikelen 4.30, eerste lid en 4.32, eerste lid, van het besluit, voor universiteiten onderscheidenlijk hogescholen worden bekendgemaakt in de bijlagen 10 respectievelijk 11 van deze regeling.

Paragraaf 3. Onderzoek

Artikel 4. Bedragen onderzoek

Paragraaf 5. Collegegeld

Artikel 9. Bedragen wettelijk collegegeld

Voor de studiejaren 2019–2020 en 2020–2021 zijn de navolgende bedragen aan wettelijk collegegeld en collegegeld OU verschuldigd:

Vorm wettelijk collegegeld

Studiejaar 2019–2020

Studiejaar 2020–2021

Volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van het besluit

€ 2.083

€ 2.143

Gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4a, eerste lid, van het besluit

Minimumbedrag: € 1.240

Maximumbedrag: € 2.083

Minimumbedrag: € 1.276

Maximumbedrag: € 2.143

Collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, van de wet, per studiepunt

Minimumbedrag: € 34,71

Maximumbedrag: € 69,43

Minimumbedrag: € 35,71

Maximumbedrag: € 71,43

Hoger collegegeld, bedoeld in artikel 6.7, vierde lid, van de wet

Minimumbedrag: € 2.083

Maximumbedrag: € 10.414

Minimumbedrag: € 2.143

Maximumbedrag: € 10.714

Verlaagd wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4b, eerste lid, van het besluit

€ 1.041

€ 1.071

Verlaagd gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4b, eerste lid, van het besluit

Minimumbedrag: € 620

Maximumbedrag: € 1.041

Minimumbedrag: € 638

Maximumbedrag: € 1.071

Verlaagd collegegeld OU, bedoeld in artikel 2.4b, eerste lid, van het besluit, per studiepunt

Minimumbedrag: € 17,36

Maximumbedrag: € 34,71

Minimumbedrag: € 17,86

Maximumbedrag: € 35,71

Verlaagd hoger collegegeld, bedoeld in artikel 2.4b, eerste lid, van het besluit

Minimumbedrag: € 1.041

Maximumbedrag: € 5.207

Minimumbedrag: € 1.071

Maximumbedrag: € 9.643

Paragraaf 6. Financiële ondersteuning en toelagen

Artikel 10. Organisaties

  • 1 Studentenorganisaties als bedoeld in artikel 3.3, tweede lid van de wet, zijn voor de werking van deze regeling Interstedelijk Studenten Overleg en Landelijke Studenten Vakbond, beide te Utrecht.

  • 2 Organisaties kunnen tussen 1 april en 1 juni voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar een verzoek indienen bij de minister om te worden aangewezen als politieke jongerenorganisatie of een landelijke organisatie als bedoeld in artikel 7.51k, van de wet. Bij dat verzoek dienen te worden bijgevoegd:

    • a. de statuten of reglementen van de organisatie;

    • b. een verklaring van een accountant waaruit blijkt dat de organisatie ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvat, dan wel uit een samenwerkingsverband bestaat van instellingen, organisaties of rechtspersonen die samen ten minste tweehonderd vijftig betalende leden, contribuanten of donateurs omvatten;

    • c. in het geval van een politieke jongerenorganisatie: de schriftelijke verklaring van de politieke partij, vertegenwoordigd in de beide Kamers der Staten Generaal, waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie met die politieke partij is gelieerd;

    • d. een verklaring waaruit blijkt dat de desbetreffende organisatie voor het hoger onderwijs relevante activiteiten ontplooit.

  • 3 Een organisatie, genoemd in het tweede lid, die aansluitend op een eerdere toekenning een verzoek indient, informeert de minister slechts over wijzigingen in de desbetreffende bescheiden.

  • 4 De minister stelt de organisatie, bedoeld in het tweede lid uiterlijk op 15 juli voorafgaande aan het desbetreffende studiejaar in kennis van zijn beslissing.

Artikel 11. Vertegenwoordigers

  • 1 Het bestuur van een organisatie, bedoeld in artikel 10, wijst de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers aan die voor de financiële ondersteuning vanwege het daadwerkelijk vervullen van een bestuursfunctie tijdens een studiejaar in aanmerking komen, met inachtneming van artikel 7.51k van de wet en verstrekt aan de minister voor 1 november van het desbetreffende studiejaar de volgende gegevens over deze vertegenwoordiger of vertegenwoordigers:

    • a. de naam, het adres en de woonplaats, alsmede de geboortedatum;

    • b. een kopie van een identiteitsbewijs met daarop het burgerservice- of sofinummer;

    • c. een bankafschrift met daarop het relevante banknummer;

    • d. de gewenste subsidieperiode in maanden.

  • 2 Financiële ondersteuning wordt gegeven tot ten hoogste het bedrag voor het gehele studiejaar voor vijf vertegenwoordigers van een organisatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en voor een vertegenwoordiger van maximaal veertig organisaties bedoeld in artikel 10, tweede lid.

  • 3 Indien is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid en financiële ondersteuning wordt toegekend, maakt de minister deze beslissing aan de desbetreffende organisaties bekend en zendt van die bekendmaking een afschrift aan de vertegenwoordiger.

  • 4 Het bestuur van een organisatie kan, in afwijking van het eerste lid, tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking maakt het bestuur melding aan de minister.

  • 5 Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van de vertegenwoordiger van wie de aanwijzing is ingetrokken, een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.

Artikel 12. Aanspraak

  • 1 De vertegenwoordiger heeft, behoudens het tweede lid, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 11 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.

  • 2 Indien het bestuur van een organisatie na intrekking van de eerste aanwijzing een andere vertegenwoordiger aanwijst, heeft deze met ingang van de eerste volle maand na zijn aanwijzing aanspraak op financiële ondersteuning.

Artikel 13. Hoogte van de aanspraak

  • 1 De financiële ondersteuning is gelijk 115% van het brutominimumloon voor een werknemer van 23 jaar of ouder bij een volledig dienstverband per maand.

  • 2 De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per maand.

Paragraaf 8b. Aanvullende taken accreditatieorgaan in verband met kwaliteitsafspraken

Artikel 18a

  • 1 Het accreditatieorgaan heeft in aanvulling op artikel 5.2, vierde lid, van de wet tot taak:

    • a. de minister te adviseren de aanvragen, bedoeld in de artikelen 4.30, eerste en tweede lid, en 4.32, derde lid, van het besluit;

    • b. in 2022 de minister te adviseren of voldaan is aan de maatstaven, bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, van het besluit;

    • c. uiterlijk zes jaar na het besluit, bedoeld in artikel 3d, derde of zesde lid, de verwezenlijking te evalueren van de in de aanvraag in het vooruitzicht gestelde kwaliteit, bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit, van een universiteit of hogeschool en daarover de minister te adviseren;

    • d. een commissie van deskundigen in te stellen in het geval het:

      • 1°. de advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit betreft en de desbetreffende universiteit of hogeschool geen erkenning ITK als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel s, van de wet, heeft verkregen;

      • 2°. de advisering over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, van het besluit betreft en voor de desbetreffende instelling niet reeds een commissie van deskundigen is ingesteld in het kader van een instellingstoets kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 5.23, eerste lid, van de wet;

      • 3°. de advisering betreft over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, van het besluit;

      • 4°. de advisering betreft over een aanvraag als bedoeld in artikel 4.32, eerste en derde lid, van het besluit;

    • e. het in 2020 of 2022 of op verzoek van de minister opmaken van een landelijk beeld van de stand van zaken van de kwaliteitsafspraken.

  • 2 Het accreditatieorgaan stelt een toetsingsprotocol vast voor de advisering, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Het toetsingsprotocol wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de minister daarmee heeft ingestemd.

Paragraaf 9. Slotbepalingen

Artikel 19. Inwerkingtreding

  • 5 Bijlage 12, onderdelen g, voor zover het betreft de vermelding van de Duitse bondsstaat, q, r en w, treedt in werking met ingang van 1 oktober 2009.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk

Bijlage 1. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de regeling

Bedragen onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

Universiteit

Kwaliteit

Kwetsbare opleidingen

Bijzondere voorzieningen

Totaalbedrag

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

   

€ 315.356

€ 315.356

21PB

Universiteit Leiden

 

€ 2.629.518

€ 2.608.218

€ 5.237.736

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

 

€ 2.143.969

€ 1.179.588

€ 3.323.557

21PD

Universiteit Utrecht

 

€ 6.217.793

€ 3.081.855

€ 9.299.648

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

 

€ 498.739

€ 9.641.755

€ 10.140.494

21PF

Technische Universiteit Delft

 

€ 69.084

€ 16.633.310

€ 16.702.394

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

 

€ 27.633

€ 569.622

€ 597.255

21PH

Universiteit Twente

 

€ 23.028

€ 15.164.767

€ 15.187.795

21PI

Wageningen University

 

€ 32.239

€ 269.512

€ 301.751

21PJ

Universiteit Maastricht

 

€ 621.965

€ 3.287.004

€ 3.908.969

21PK

Universiteit van Amsterdam

 

€ 2.928.033

€ 5.128.767

€ 8.056.800

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

 

€ 1.026.656

€ 3.644.947

€ 4.671.603

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

 

€ 1.556.353

€ 1.361.104

€ 2.917.457

21PN

Tilburg University

 

€ 543.548

€ 344.445

€ 887.993

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

   

€ 1.188

€ 1.188

22NC

Open Universiteit

 

€ 308.298

€ 340.137

€ 648.435

23BF

Universiteit voor Humanistiek

   

€ 3.816

€ 3.816

25AV

Theologische Universiteit Kampen

   

€ 18.011

€ 18.011

 

Totaal

 

€ 18.626.856

€ 63.593.402

€ 82.220.258

Bijlage 2. bij artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de regeling

Percentages onderwijsopslag universiteiten, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

Universiteit

Percentage

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,55460%

21PB

Universiteit Leiden

8,90219%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

9,29374%

21PD

Universiteit Utrecht

11,71346%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

6,99842%

21PF

Technische Universiteit Delft

9,36100%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

5,36549%

21PH

Universiteit Twente

5,02853%

21PI

Wageningen University

4,44149%

21PJ

Universiteit Maastricht

5,78505%

21PK

Universiteit van Amsterdam

11,41236%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

7,52692%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

7,73544%

21PN

Tilburg University

3,59619%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,08109%

22NC

Open Universiteit

1,96866%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,16838%

25AV

Theologische Universiteit Kampen

0,06699%

 

Totaal

100,00000%

Bijlage 3. bij artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de regeling

Bedragen onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit

Hogeschool

Kwaliteit

Kwetsbare opleidingen

Bijzondere voorzieningen

Totaalbedrag

00IC

Katholieke PABO Zwolle

   

€ 149.224

€ 149.224

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

 

€ 403.227

€ 443.830

€ 847.057

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

   

€ 1.070.757

€ 1.070.757

02BY

Gerrit Rietveld Academie

 

€ 873.737

€ 105.099

€ 978.836

02NR

Hotelschool The Hague

   

€ 641.005

€ 641.005

02NT

Design Academy Eindhoven

 

€ 399.026

€ 36.103

€ 435.129

07GR

Avans Hogeschool

 

€ 364.847

€ 580.952

€ 945.799

08OK

Pedagogische Hogeschool De Kempel

   

€ 166.280

€ 166.280

09OT

Iselinge Hogeschool

   

€ 71.378

€ 71.378

10IZ

Marnix Academie

   

€ 220.962

€ 220.962

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

 

€ 693.435

€ 209.884

€ 903.319

15BK

Driestar educatief

   

€ 236.262

€ 236.262

21CW

HAS Hogeschool

   

€ 62.523

€ 62.523

21MI

HZ University of Applied Sciences

   

€ 1.610.371

€ 1.610.371

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

 

€ 681.317

€ 519.686

€ 1.201.003

21RI

Hogeschool Leiden

 

€ 129.822

€ 368.508

€ 498.330

21UG

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

   

€ 154.387

€ 154.387

21UI

Breda University of Applied Sciences

   

€ 286.323

€ 286.323

22HH

Viaa-Gereformeerde Hogeschool

   

€ 145.548

€ 145.548

22OJ

Hogeschool Rotterdam

 

€ 929.725

€ 1.302.681

€ 2.232.406

23AH

Saxion Hogeschool

 

€ 166.914

€ 870.645

€ 1.037.559

23KJ

Hogeschool der Kunsten Den Haag

 

€ 632.473

€ 170.272

€ 802.745

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

   

€ 656.279

€ 656.279

25BE

Hanzehogeschool Groningen

 

€ 1.675.152

€ 1.163.739

€ 2.838.891

25DW

Hogeschool Utrecht

 

€ 973.668

€ 1.553.331

€ 2.526.999

25JX

Zuyd Hogeschool

 

€ 1.121.494

€ 759.777

€ 1.881.271

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

 

€ 1.131.309

€ 1.714.442

€ 2.845.751

27NF

ArtEZ

 

€ 1.094.443

€ 395.327

€ 1.489.770

27PZ

Hogeschool INHolland

 

€ 417.286

€ 700.330

€ 1.117.616

27UM

De Haagse Hogeschool

   

€ 762.536

€ 762.536

28DN

Hogeschool van Amsterdam

   

€ 2.442.681

€ 2.442.681

30GB

Fontys Hogescholen

 

€ 1.123.690

€ 3.132.113

€ 4.255.803

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

   

€ 94.735

€ 94.735

30TX

Aeres Hogeschool

   

€ 132.049

€ 132.049

30VP

Hogeschool Thomas More

   

€ 127.315

€ 127.315

31FR

NHL Stenden Hogeschool

   

€ 1.096.568

€ 1.096.568

 

Totaal

 

€ 12.811.565

€ 24.153.902

€ 36.965.467

Bijlage 4. behorend bij artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de regeling

Percentages onderwijsopslag hogescholen, bedoeld in artikel 4.11, tweede lid, van het besluit

Hogeschool

Percentage

00IC

Katholieke PABO Zwolle

0,16192%

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

2,95721%

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

3,13760%

02BY

Gerrit Rietveld Academie

0,92937%

02NR

Hotelschool The Hague

0,41329%

02NT

Design Academy Eindhoven

0,43719%

07GR

Avans Hogeschool

4,52941%

08OK

Pedagogische Hogeschool De Kempel

0,21867%

09OT

Iselinge Hogeschool

0,13625%

10IZ

Marnix Academie

0,35713%

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

2,34323%

15BK

Driestar educatief

0,28706%

21CW

HAS Hogeschool

1,17854%

21MI

HZ University of Applied Sciences

0,96918%

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

6,03195%

21RI

Hogeschool Leiden

1,83771%

21UG

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

0,31466%

21UI

Breda University of Applied Sciences

0,94421%

22HH

Viaa-Gereformeerde Hogeschool

0,26970%

22OJ

Hogeschool Rotterdam

6,22923%

23AH

Saxion Hogeschool

4,10900%

23KJ

Hogeschool der Kunsten Den Haag

2,99548%

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

0,55466%

25BE

Hanzehogeschool Groningen

5,93758%

25DW

Hogeschool Utrecht

5,60889%

25JX

Zuyd Hogeschool

4,54666%

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

5,54212%

27NF

ArtEZ

4,30487%

27PZ

Hogeschool INHolland

6,45220%

27UM

De Haagse Hogeschool

3,97154%

28DN

Hogeschool van Amsterdam

6,14154%

30GB

Fontys Hogescholen

8,92975%

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

1,86391%

30TX

Aeres Hogeschool

1,06677%

30VP

Hogeschool Thomas More

0,11927%

31FR

NHL Stenden Hogeschool

4,17225%

 

Totaal

100,00000%

Bijlage 5. bij artikel 4, eerste lid, van de regeling

Bedragen onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, eerste lid, van het besluit

Universiteit

Bedrag

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

 

21PB

Universiteit Leiden

€ 27.406.900

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 18.529.619

21PD

Universiteit Utrecht

€ 25.339.578

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 14.874.959

21PF

Technische Universiteit Delft

€ 24.824.478

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

€ 14.684.912

21PH

Universiteit Twente

€ 17.695.534

21PI

Wageningen University

€ 7.408.463

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 5.529.712

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 18.066.030

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 13.652.591

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 21.257.470

21PN

Tilburg University

€ 1.694.575

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

€ 8.902

22NC

Open Universiteit

€ 367.761

23BF

Universiteit voor Humanistiek

€ 2.166

25AV

Theologische Universiteit Kampen

 
 

Totaal

€ 211.343.650

Bijlage 6. bij artikel 4, tweede lid, van de regeling

Percentages voorziening onderzoek universiteiten, bedoeld in artikel 4.23, tweede lid, van het besluit

Universiteit

Percentage

00DV

Protestantse Theologische Universiteit

0,25699%

21PB

Universiteit Leiden

7,77084%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

8,36572%

21PD

Universiteit Utrecht

11,21946%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

5,04184%

21PF

Technische Universiteit Delft

14,13916%

21PG

Technische Universiteit Eindhoven

7,15727%

21PH

Universiteit Twente

5,91604%

21PI

Wageningen University

7,56635%

21PJ

Universiteit Maastricht

4,89932%

21PK

Universiteit van Amsterdam

9,54785%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

7,44184%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

6,80888%

21PN

Tilburg University

2,61147%

21QO

Theologische Universiteit Apeldoorn

0,01101%

22NC

Open Universiteit

1,08233%

23BF

Universiteit voor Humanistiek

0,14495%

25AV

Theologische Universiteit Kampen

0,01868%

 

Totaal

100,00000%

Bijlage 7. bij artikel 6 van de regeling

Bedragen en percentages academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 4.27, derde lid onder c. respectievelijk artikel 4.27, vierde lid, van het besluit

Universiteit

Bedrag

Percentage

21PB

Universiteit Leiden

 

12,39730%

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

 

12,84522%

21PD

Universiteit Utrecht

 

13,69763%

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

 

13,35443%

21PJ

Universiteit Maastricht

 

9,11353%

21PK

Universiteit van Amsterdam

 

16,69170%

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

 

10,87244%

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

 

11,02775%

 

Totaal

 

100,00000%

Bijlage 8. bij artikel 6, van de regeling

Investeringsbedragen academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 4.27, eerste lid onder a, van het besluit, per investeringsjaar

universiteit

2000

2008

2009

2010

2011

21PB

Universiteit Leiden

€ 78.408.876

€ 4.741.483

€ 5.566.058

€ 5.713.494

€ 7.598.710

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 100.416.450

€ 6.434.870

€ 7.074.615

€ 7.271.719

€ 7.469.039

21PD

Universiteit Utrecht

€ 94.028.801

€ 9.144.289

€ 8.531.154

€ 8.778.004

€ 9.025.089

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 134.810.505

€ 13.911.824

€ 14.591.394

€ 15.010.906

€ 15.456.762

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 54.292.304

€ 3.074.148

€ 4.915.817

€ 5.064.233

€ 3.501.112

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 78.618.899

€ 9.144.289

€ 8.531.154

€ 8.778.004

€ 9.025.089

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 64.656.533

€ 5.835.671

€ 6.112.260

€ 6.284.843

€ 6.457.607

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 161.862.435

€ 11.827.655

€ 12.510.625

€ 12.855.360

€ 13.226.423

universiteit

2012

2013

2014

2015

2016

21PB

Universiteit Leiden

€ 6.060.720

€ 6.025.500

€ 8.129.295

€ 8.373.174

€ 8.624.369

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 7.692.453

€ 7.647.750

€ 19.185.583

€ 19.761.150

€ 20.353.985

21PD

Universiteit Utrecht

€ 9.272.384

€ 9.218.500

€ 12.221.926

€ 12.588.584

€ 12.966.241

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 15.902.916

€ 15.810.500

€ 3.946.142

€ 4.064.526

€ 4.186.462

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 5.361.407

€ 5.330.250

€ 9.554.978

€ 9.841.627

€ 10.136.876

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 9.272.384

€ 9.218.500

€ 8.112.969

€ 8.356.358

€ 8.607.048

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 6.630.532

€ 6.592.000

€ 10.712.669

€ 11.034.049

€ 11.365.070

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 13.597.770

€ 13.518.750

€ 3.699.042

€ 3.810.013

€ 3.924.314

universiteit

2017

2018

2019

2020

2021

21PB

Universiteit Leiden

€ 8.883.100

€ 9.149.593

€ 13.766.975

€ 14.179.984

€ 14.605.384

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 20.964.605

€ 21.593.543

€ 4.800.906

€ 4.944.933

€ 5.093.281

21PD

Universiteit Utrecht

€ 13.355.228

€ 13.755.885

€ 12.295.484

€ 12.664.348

€ 13.044.279

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 4.312.056

€ 4.441.417

€ 10.436.088

€ 10.749.171

€ 11.071.646

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 10.440.982

€ 10.754.212

€ 6.849.292

€ 7.054.771

€ 7.266.414

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 8.865.260

€ 9.131.218

€ 27.650.616

€ 28.480.135

€ 29.334.539

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 11.706.022

€ 12.057.203

€ 3.640.397

€ 3.749.609

€ 3.862.097

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 4.042.043

€ 4.163.304

€ 8.158.008

€ 8.402.748

€ 8.654.831

universiteit

2022

2023

21PB

Universiteit Leiden

€ 15.043.545

€ 15.494.851

21PC

Rijksuniversiteit Groningen

€ 5.246.080

€ 5.403.462

21PD

Universiteit Utrecht

€ 13.435.607

€ 13.838.675

21PE

Erasmus Universiteit Rotterdam

€ 11.403.795

€ 11.745.909

21PJ

Universiteit Maastricht

€ 7.484.406

€ 7.708.939

21PK

Universiteit van Amsterdam

€ 30.214.575

€ 31.121.012

21PL

Vrije Universiteit Amsterdam

€ 3.977.960

€ 4.097.298

21PM

Radboud Universiteit Nijmegen

€ 8.914.476

€ 9.181.910

Bijlage 9. bij artikel 4, derde lid, van de regeling

Bedragen ontwerp en ontwikkeling hogescholen, bedoeld in artikel 4.24, eerste lid, van het besluit

Hogeschool

Bedrag

00IC

Katholieke PABO Zwolle

€ 66.713

00MF

Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

€ 23.953

01VU

Christelijke Hogeschool Windesheim

€ 272.840

02BY

Gerrit Rietveld Academie

 

02NR

Hotelschool The Hague

 

02NT

Design Academy Eindhoven

 

07GR

Avans Hogeschool

€ 43.041

08OK

Pedagogische Hogeschool De Kempel

€ 64.187

09OT

Iselinge Hogeschool

€ 30.596

10IZ

Marnix Academie

€ 108.163

14NI

Codarts, Hogeschool voor de Kunsten

€ 12.070

15BK

Driestar educatief

€ 84.678

21CW

HAS Hogeschool

 

21MI

HZ University of Applied Sciences

€ 23.579

21QA

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

€ 31.625

21RI

Hogeschool Leiden

€ 114.619

21UG

Hogeschool IPABO Amsterdam Alkmaar

€ 75.040

21UI

Breda University of Applied Sciences

 

22HH

Viaa-Gereformeerde Hogeschool

€ 35.836

22OJ

Hogeschool Rotterdam

€ 255.998

23AH

Saxion Hogeschool

€ 80.841

23KJ

Hogeschool der Kunsten Den Haag

€ 4.491

25BA

Christelijke Hogeschool Ede

€ 45.660

25BE

Hanzehogeschool Groningen

€ 121.449

25DW

Hogeschool Utrecht

€ 323.366

25JX

Zuyd Hogeschool

€ 29.941

25KB

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

€ 353.214

27NF

ArtEZ

€ 58.198

27PZ

Hogeschool INHolland

€ 151.952

27UM

De Haagse Hogeschool

€ 85.800

28DN

Hogeschool van Amsterdam

€ 335.249

30GB

Fontys Hogescholen

€ 478.780

30HD

Hogeschool Van Hall Larenstein

 

30TX

Aeres Hogeschool

€ 36.117

30VP

Hogeschool Thomas More

€ 48.467

31FR

NHL Stenden Hogeschool

€ 285.846

 

Totaal

€ 3.682.309

Bijlage 13. bij artikel 2, derde lid, van de regeling

A. Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs

CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Opleiding

Niveau

Ad Facilitair Eventmanagement

Hoog

Ad Facility Management

Hoog

Ad Hotel Management

Hoog

B Communicatiesystemen

Hoog

B Creative Business

Hoog

B European Studies

Hoog

B Facility Management

Hoog

B Food and Business

Hoog

B Hotel management

Hoog

B Informatiedienstverlening en -management

Hoog

B Journalistiek

Hoog

B Media, Informatie en Communicatie

Hoog

B Oriëntaalse Talen en Communicatie

Hoog

CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Opleiding

Niveau

B Vaktherapie

Hoog

CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Opleiding

Niveau

Ad Management in de Zorg

Laag

Ad Zorg en technologie

Laag

B Management in de Zorg

Laag

B Oefentherapie Cesar

Laag

B Opleiding voor Ergotherapie

Laag

B Opleiding voor Logopedie

Laag

B Opleiding tot Fysiotherapeut

Laag

B Opleiding tot Oefentherapeut-Mensendieck

Laag

B Opleiding tot Verpleegkundige

Laag

B Sport, Gezondheid en Management

Laag

B Voeding en Diëtetiek

Laag

B Tandprothetiek

Top

B Verloskunde

Top

B Mondzorgkunde

Top

M Advanced Nursing Practice

Top

M Physician Assistant

Top

CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Opleiding

Niveau

B International Business

Laag

B International Business and Management Studies

Laag

CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Geen uitzonderingen.

CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Opleiding

Niveau

Ad Pedagogisch Professional Kind en Educatie

Laag

Ad Pedagogisch Educatief Professional

Laag

Ad Onderwijsondersteuner Omgangskunde

Laag

Ad Onderwijsondersteuner Gezondheidszorg en Welzijn

Laag

B Learning and Development in Organisations

Laag

B Opleiding tot leraar Basisonderwijs

Laag

B Opleiding tot leraar van de eerste graad in Lichamelijke Opvoeding

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Aardrijkskunde

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Algemene Economie

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Bedrijfseconomie

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Duits

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Engels

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Frans

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Fries

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Geschiedenis

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Godsdienst

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Gezondheidszorg en Welzijn

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Islamgodsdienst

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Maatschappijleer

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Nederlands

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in omgangskunde

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Pedagogiek

Laag

B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Spaans

Laag

M Educational Needs

Laag

M Leraar Aardrijkskunde

Laag

M Leraar Algemene Economie

Laag

M Leraar Bedrijfseconomie

Laag

M Leraar Duits

Laag

M Leraar Engels

Laag

M Leraar Frans

Laag

M Leraar Fries

Laag

M Leraar Geschiedenis

Laag

M Leraar Godsdienst

Laag

M Leraar Maatschappijleer

Laag

M Leraar Nederlands

Laag

CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Geen uitzonderingen.

CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Opleiding

Niveau

Subonderdeel: Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid

Hoog

CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Opleiding

Niveau

Subonderdeel: opleidingen op het gebied van de kunst

Hoog

B Cultureel Erfgoed

Hoog

B Vertaalacademie

Hoog

M Architectuur

Hoog

M Landschapsarchitectuur

Hoog

M Stedenbouw

Hoog

CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Geen uitzonderingen.

B. Indeling register en bekostigingsniveaus, bedoeld in artikel 1.1, van het besluit, voor opleidingen van het wetenschappelijk onderwijs

CROHO onderdeel Economie (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Geen uitzonderingen.

CROHO onderdeel Gedrag en maatschappij (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Opleiding

Niveau

B Milieu-maatschappijwetenschappen

Hoog

M Environment and Resource Management

Hoog

M Environment and Society Studies

Hoog

CROHO onderdeel Gezondheidszorg (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Opleiding

Niveau

B Diergeneeskunde

Top

B Geneeskunde

Top

B Klinische Technologie (inclusief joint degree)

Top

B Tandheelkunde

Top

M Diergeneeskunde

Top

M Geneeskunde

Top

M Geneeskunde en Klinisch Onderzoek (research)

Top

M Geneeskunde, klinisch onderzoeker

Top

M Tandheelkunde

Top

M Technical Medicine (inclusief joint degree)

Top

CROHO onderdeel Landbouw en natuurlijke omgeving (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Geen uitzonderingen.

CROHO onderdeel Natuur (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Opleiding

Niveau

B Farmacie

Top

M Farmacie

Top

CROHO onderdeel Onderwijs (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Opleiding

Niveau

M Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Aardrijkskunde

Laag

M Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Duitse Taal en Cultuur

Laag

M Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Engelse Taal en Cultuur

Laag

M Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Franse Taal en Cultuur

Laag

M Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Geschiedenis

Laag

M Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Maatschappijleer

Laag

M Opleiding tot leraar voorgezet onderwijs van de eerste graad in Nederlandse Taal en Cultuur

Laag

M Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Spaanse Taal en Cultuur

Laag

CROHO onderdeel Recht (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Geen uitzonderingen.

CROHO onderdeel Sectoroverstijgend (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Opleiding

Niveau

Subonderdeel: Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid

Hoog

CROHO onderdeel Taal en cultuur (standaard niveau bekostiging ‘Laag’)

Geen uitzonderingen.

CROHO onderdeel Techniek (standaard niveau bekostiging ‘Hoog’)

Geen uitzonderingen.

Terug naar begin van de pagina