Regeling gebruik burgerservicenummer in de zorg

Geldend van 01-01-2015 t/m 21-03-2017

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 mei 2008, nr. MEVA/ICT-2838255, houdende regels omtrent het gebruik van het burgerservicenummer in de zorg (Regeling gebruik burgerservicenummer in de zorg)

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 3

  • 1 Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van het besluit verstrekt een zorgverzekeraar de gegevens en bescheiden bedoeld in het CPS-ZOVAR.

  • 2 Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van het besluit verstrekt een zorgaanbieder de gegevens en bescheiden bedoeld in het CPS-UZI-register.

  • 3 Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van het besluit verstrekt een indicatieorgaan de gegevens en bescheiden bedoeld in het CPS-UZI-register.

Artikel 4

  • 1 De aanvraag, de toekenning, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de intrekking van een toegangsmiddel ten behoeve van een zorgverzekeraar geschiedt overeenkomstig de wijze zoals beschreven in het CPS-ZOVAR.

  • 2 De aanvraag, de toekenning, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de intrekking van een toegangsmiddel ten behoeve van een zorgaanbieder geschiedt overeenkomstig de wijze zoals beschreven in het CPS-UZI-register.

  • 3 De aanvraag, de toekenning, het beheer, de beveiliging, het gebruik en de intrekking van een toegangsmiddel ten behoeve van een indicatieorgaan geschiedt overeenkomstig de wijze zoals beschreven in het CPS-UZI-register.

Artikel 6

  • 1 Voor een toegangsmiddel wordt een vergoeding voor drie jaar in rekening gebracht van:

    • a. 255 euro voor een pas.

    • b. 522 euro voor een certificaat.

  • 2 De vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen periodiek worden geïndexeerd.

  • 3 Restitutie van betaalde vergoedingen, bedoeld in het eerste lid, is niet mogelijk, tenzij naar het oordeel van Onze Minister sprake is van een omstandigheid die niet kan worden toegerekend aan degene ten behoeve van wie de pas of het certificaat is geproduceerd.

Artikel 7

De geldigheid van het toegangsmiddel is drie jaar gerekend vanaf de datum van uitgifte van het toegangsmiddel.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink

Terug naar begin van de pagina