Regeling jaarverslaggeving onderwijs

Geldend van 21-12-2012 t/m 20-12-2013

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 17 december 2007, nr. WJZ/2007/50507, houdende nadere voorschriften voor de inrichting van de jaarverslaggeving van door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dan wel de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bekostigde onderwijsinstellingen (Regeling jaarverslaggeving onderwijs)

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Boek 2 BW

Op de jaarverslaggeving is Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de afdelingen 1, 11 en 12, een en ander voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

Artikel 3. Afwijkingen van en aanvullingen op Boek 2 Burgerlijk Wetboek

In afwijking van of in aanvulling op Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:

  • a. wordt de jaarverslaggeving ingericht overeenkomstig de richtlijnen, in het bijzonder de hoofdstukken 400, 640 en 660 behoudens het bepaalde in artikel 3a ten aanzien van het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschappen in het primair en het voortgezet onderwijs;

  • b. wordt de jaarverslaggeving gepubliceerd in de Nederlandse taal en in de in Nederland wettige valuta;

  • c. is het verslagjaar gelijk aan een kalenderjaar;

  • d. wordt de jaarverslaggeving opgesteld door het bevoegd gezag dat de onderwijsinstelling in stand houdt;

  • e. zijn de verplichtingen, bedoeld in artikel 383 c van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, uitsluitend van toepassing op de jaarverslaggeving van een onderwijsinstelling voor zover het een lid van het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling betreft dan wel een lid van het college van bestuur of de centrale directie als het gaat om een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • f. wordt aan het jaarverslag een verslag toegevoegd van de raad van toezicht of een vergelijkbare interne toezichthouder, waarin deze verantwoording aflegt over zijn handelen en van de resultaten die dat handelen heeft opgeleverd tenzij de onderwijsinstelling geen interne toezichthouder kent;

  • g. worden de balans en de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de toelichting opgesteld overeenkomstig de modellen in de bijlagen bij hoofdstuk 660 van de richtlijnen. Het Besluit modellen jaarrekening, samengesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving en opgenomen in hoofdstuk 910 van de richtlijnen is van overeenkomstige toepassing;

  • h. worden, ingeval sprake is van groepsverhoudingen leidende tot een geconsolideerde jaarverslaggeving van de bevoegde gezagen, in de toelichting van de geconsolideerde jaarverslaggeving, de balans en de staat van baten en lasten zodanig gesegmenteerd, dat inzicht ontstaat in de onderscheiden posten uit de geconsolideerde jaarrekening op het instandhoudingsniveau;

  • i. specificeren de onderwijsinstellingen, bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de door het Rijk verstrekte subsidies waarbij zulks in regelgeving of bij de subsidieverstrekking is aangegeven, eveneens in een tabel overeenkomstig het model dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd en dragen zij er zorg voor dat deze tabel is voorzien van een accountantsverklaring als bedoeld in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • j. wordt de jaarverslaggeving per instelling opgesteld als een bevoegd gezag meer dan één instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, een kenniscentrum als bedoeld in artikel 1.1.1, onder b1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of meer dan één instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in stand houdt;

  • k. blijven ten aanzien van onderwijsinstellingen voor openbaar onderwijs zonder afgescheiden vermogen die niet door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand worden gehouden of voor onderwijsinstellingen waarvoor anderszins geen toerekening mogelijk is van een of meer balansposten aan het belang van de instelling, de onder g bedoelde modellen wat betreft de inrichting van de balans beperkt tot die posten waar die toerekening wel mogelijk is;

  • l. wordt separaat aan het jaarverslag en de jaarrekening door het bevoegd gezag specifieke informatie toegevoegd in de vorm van een aanvullende set met nader te bepalen gegevens;

  • m. is het niet toegestaan de jaarrekening op te stellen volgens de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden.

Artikel 4. Afwijking een aanvulling richtlijn

  • 1 In aanvulling op hoofdstuk 271 Personeelsbeloningen van de richtlijnen worden de lasten op basis van de BAPO en de SOP, overeenkomstig paragraaf 2, alinea 204, van dat hoofdstuk, in de staat van baten en lasten verantwoord als periodelasten.

  • 2 Onderwijsinstellingen nemen in het jaarverslag op aan hoeveel studenten zij uit het profileringsfonds, bedoeld in artikel 7.51 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, financiële ondersteuning hebben verleend, uitgesplitst naar EER-studenten en niet EER-studenten. Tevens geven zij aan wat de hoogte is van de uitgaven samenhangend met het profileringsfonds.

Artikel 5. Aanleveren gegevens

  • 1 Het bevoegd gezag levert de jaarverslaggeving, bestaande uit het bestuursverslag en de jaarrekening, in schriftelijke vorm aan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs.

  • 2 De aanlevering van gegevens uit de jaarrekening en de gegevens, bedoeld in artikel 3, onder j, geschiedt met gebruikmaking van een daartoe ingericht instrument dan wel met gebruikmaking van instrumenten die op overeenkomstige wijze gegevens genereren.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst en bekendgemaakt op de internetsite van de Centrale Financiën Instellingen, agentschap van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

De

Minister

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk

Bijlage 1. , behorende bij artikel 3, onderdeel g, van de regeling

De FSR voor verslagjaar: ………

van de instelling: …………..

Subsidie-

verstrekker en eventueel uitvoerder

Omschrij-

ving

Subsidie ID

Project

Subsidie

Looptijd subsidie

Bestedingen project (OHW)

Voor-

schot

Status

(afkorting) naam organisatie(s)

Naam subsidie

Projectnummer subsidie-gever of kenmerk be-schikking met datum

Project-budget

(€)

(maximale) subsidie

(€)

begin

einde

stand

1-1-jaar

(€)

mutaties

(€)

stand

31-12-jaar

(€)

stand

31-12-jaar

(€)

lopend / vts (= vast te stellen)

                       
                       
                       

Totaal

                     

Bijlage 2. , behorende bij artikel 4, derde lid, van de regeling

 

Naam individuele bestuurder

Naam individuele bestuurder

Naam individuele bestuurder

Representatiekosten

     

Reiskosten binnenland

     

Reiskosten buitenland

     

Overige kosten

     
       

Totaal

     
Terug naar begin van de pagina