Waterschapsbesluit

Geraadpleegd op 15-08-2022.
Geldend van 28-03-2019 t/m heden

Besluit van 29 november 2007, houdende regels met betrekking tot de waterschappen (Waterschapsbesluit)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 15 augustus 2007, nr. HDJZ/I&O/2007-904, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 18, vierde lid, 19, tweede en derde lid, 20, tweede en vierde lid, 21, eerste en vijfde lid, 24, tweede en derde lid, 25, 29, eerste lid, 32a, 44, eerste lid, 49, eerste en tweede lid, 98a, eerste en tweede lid, 109, zesde lid, 120, vierde lid, 122g, 122k, tweede lid, en 126a van de Waterschapswet;

De Raad van State gehoord (advies van 8 oktober 2007, nr. W09.07.0306/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 26 november 2007, nr. HDJZ/WAT/2007-1514, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 2. De verkiezing van leden van het algemeen bestuur

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 1. Het stembureau

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 3. De registratie van de aanduiding van een belangengroepering

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 4. De inlevering van de kandidatenlijsten

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 5. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 7. De nummering van de kandidatenlijsten

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 9. Algemene bepalingen omtrent de stemming

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 10. De oproeping voor de stemming

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 11. Stemmen per brief

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 12. Stemmen per internet

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 13. De stemopneming

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 14. De vaststelling van de verkiezingsuitslag

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 15. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 16. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 17. Het lidmaatschap

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 18. De opvolging

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 19. Einde van het lidmaatschap

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 20. Tijdelijk ontslag en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

[Vervallen per 01-01-2015]

§ 21. Overige bepalingen

[Vervallen per 01-01-2015]

Hoofdstuk 3. De rechtspositie van de leden van het waterschapsbestuur

[Vervallen per 28-03-2019]

§ 2. Vergoedingen en tegemoetkoming leden algemeen bestuur

[Vervallen per 28-03-2019]

§ 3. Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

[Vervallen per 28-03-2019]

§ 4. Rechtspositie voorzitters waterschappen

[Vervallen per 28-03-2019]

Hoofdstuk 4. De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 4.1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

begroting na wijziging: de begroting zoals deze luidt na verwerking van alle door het algemeen bestuur lopende het begrotingsjaar vastgestelde begrotingswijzigingen;

CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek;

deelneming: een participatie in een besloten of naamloze vennootschap, waarin het waterschap aandelen heeft;

EMU: de Economische en Monetaire Unie;

EMU-saldo: het vorderingensaldo op transactiebasis van de gehele sector overheid, met inbegrip van de centrale overheid, sociale fondsen en lokale overheden;

financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt;

kosten- en opbrengstsoorten: indeling waarmee de lasten en baten naar hun aard worden gerangschikt;

kostendragers: indeling waarmee de netto-kosten worden gerangschikt naar de taken die in het reglement aan het waterschap worden opgedragen of door het algemeen bestuur worden onderscheiden en waarvoor een aparte belasting wordt geheven;

netto-kosten: kosten die aan een bepaald programma, een bepaald product of een bepaalde kostendrager worden toegerekend en waarvan zijn afgetrokken de baten (met uitzondering van de belastingopbrengsten en andere algemene opbrengsten) die aan hetzelfde programma of product danwel dezelfde kostendrager worden toegerekend;

openbare lichamen: openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;

programma: een samenhangend geheel van activiteiten;

verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin het waterschap een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.

Artikel 4.2

  • 1 Voor de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving en de uitvoeringsinformatie wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd.

  • 2 De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving en de uitvoeringsinformatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid.

  • 3 Onder de baten en lasten worden ook begrepen de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente.

  • 4 De kostentoerekening die door het waterschap wordt toegepast vindt plaats op basis van objectieve, bedrijfseconomische criteria.

  • 5 Het is niet geoorloofd in de begroting en in de jaarrekening lasten en baten, activa en passiva alsmede balansmutaties tegen elkaar te laten wegvallen, indien zij krachtens dit besluit in afzonderlijke posten moeten worden opgenomen.

Artikel 4.3

  • 1 De meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving en de uitvoeringsinformatie geven volgens normen die voor waterschappen als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de ontwikkeling van de netto-kosten. In het bijzonder het algemeen bestuur moet in staat worden gesteld zich een zodanig oordeel te vormen.

  • 2 De meerjarenraming, de begroting, de uitvoeringsinformatie daarbij en de toelichtingen geven duidelijk en stelselmatig de omvang van de geraamde netto-kosten. De begroting geeft tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie.

  • 3 De jaarverslaggeving, de uitvoeringsinformatie en de toelichtingen geven getrouw, duidelijk en stelselmatig de netto-kosten, de balansmutaties en de omvang van de balansposten van het begrotingsjaar weer. De jaarrekening geeft tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 4.4

  • 1 De indeling van de begroting en de jaarverslaggeving is identiek.

  • 2 Indien de indeling van de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving en de uitvoeringsinformatie afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet.

  • 3 Onderdelen van de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving en de uitvoeringsinformatie die krachtens dit besluit worden onderscheiden, maar die voor een waterschap niet van toepassing zijn, kunnen worden weggelaten.

  • 4 Indien dit noodzakelijk is voor het in artikel 4.3 bedoelde inzicht, kan een waterschap afwijken van de krachtens de paragrafen 3 tot en met 6 van dit hoofdstuk gestelde eisen aan de inrichting. Deze afwijking wordt in de toelichting op het betreffende onderdeel van de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving en de uitvoeringsinformatie vermeld.

Artikel 4.5

  • 1 Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarverslaggeving.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op rechtspersonen die zijn opgericht ten behoeve van de in artikel 4.42, eerste lid, eerste volzin, bedoelde activa en waarin het waterschap het volledige financieel belang alsmede de feitelijke zeggenschap heeft.

§ 2. De meerjarenraming en de toelichting

Artikel 4.6

  • 1 De meerjarenraming bevat het naar programma’s onderscheiden beleid dat door het waterschap zal worden gevoerd en de financiële gevolgen daarvan, waaronder de netto-kosten van het bestaande en het nieuwe beleid, voor het komende begrotingsjaar alsmede voor tenminste de drie jaren volgend op het komende begrotingsjaar.

  • 2 De meerjarenraming bevat per programma ten minste de volgende informatie:

    • a. de doelstellingen, in het bijzonder de beoogde effecten;

    • b. de wijze waarop er naar gestreefd zal worden die effecten te bereiken;

    • c. de geraamde netto-kosten.

Artikel 4.7

In de toelichting op de meerjarenraming wordt ten minste afzonderlijke aandacht besteed aan:

  • a. de externe en interne ontwikkelingen die relevant zijn voor het beleid van het waterschap;

  • b. gehanteerde kwantitatieve uitgangspunten en normen voor lastenstijgingen, batenstijgingen dan wel lastendalingen of batendalingen die aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen;

  • c. de lopende en voorgenomen investeringen;

  • d. de financiering;

  • e. het weerstandsvermogen, waarbij wordt ingegaan op aard, stand en verloop van de algemene reserves en de voorzieningen;

  • f. de ontwikkeling van de waterschapsbelastingen in de komende jaren, mede in relatie tot de stand en het verloop van de bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie, als bedoeld in artikel 4.52, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 4.8

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:

  • a. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;

  • b. alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

§ 3. De begroting en de toelichting

Artikel 4.9

De begroting bestaat ten minste uit:

  • a. het programmaplan;

  • b. de paragrafen;

  • c. de begroting naar programma’s;

  • d. de begroting naar kostendragers met toelichting;

  • e. de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten.

Artikel 4.10

  • 1 Het programmaplan bevat het naar programma’s onderscheiden te realiseren beleid van het waterschap voor het begrotingsjaar.

  • 2 Het programmaplan bevat per programma ten minste de volgende informatie:

    • a. de doelstellingen, in het bijzonder de beoogde effecten;

    • b. de wijze waarop er naar gestreefd zal worden die effecten te bereiken;

    • c. geraamde netto-kosten.

  • 3 Het programmaplan omvat alle baten en lasten van het waterschap.

Artikel 4.11

  • 1 In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen vastgelegd de uitgangspunten, de hoofdlijnen van het beleid met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede de financiële gevolgen van dat beleid.

  • 2 De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij het waterschap niet aan de orde is:

    • a. ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar;

    • b. uitgangspunten en normen;

    • c. incidentele baten en lasten;

    • d. kostentoerekening;

    • e. onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen;

    • f. waterschapsbelastingen;

    • g. weerstandsvermogen;

    • h. financiering;

    • i. verbonden partijen;

    • j. bedrijfsvoering;

    • k. EMU-saldo.

Artikel 4.12

In de paragraaf betreffende de ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar wordt ten minste ingegaan op:

  • a. externe en interne ontwikkelingen die zich sinds het vaststellen van de vorige begroting en de behandeling van de meerjarenraming hebben voorgedaan;

  • b. afwijkingen van de uitgangspunten en grondslagen zoals deze voor de vorige begroting en de meerjarenraming zijn gehanteerd;

  • c. belangrijke afwijkingen in de cijfers van de meerjarenraming.

Artikel 4.13

In de paragraaf betreffende de uitgangspunten en normen wordt ten minste ingegaan op:

  • a. de autonome salarisontwikkeling die is verdisconteerd;

  • b. de overige autonome loonkosten waarmee rekening is gehouden;

  • c. de overige uitgangspunten en de normen die voor lastenstijgingen en lastendalingen dan wel batenstijgingen en batendalingen zijn gehanteerd en die deels aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen.

Artikel 4.14

De paragraaf betreffende de incidentele baten en lasten bevat een overzicht van de baten en lasten die als eenmalig ten opzichte van voorgaande en komende begrotingsjaren moeten worden beschouwd.

Artikel 4.15

In de paragraaf betreffende de kostentoerekening wordt ingegaan op de principes die zijn gehanteerd bij de toerekening van kosten aan de kostendragers. Deze paragraaf bevat in ieder geval:

  • a. de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de in artikel 4.2, vierde lid, bedoelde eis;

  • b. de kwantitatieve grondslagen die als onderdeel van de kostentoerekening zijn gehanteerd.

Artikel 4.16

In de paragraaf betreffende de onttrekkingen aan overige bestemmingsreserves en voorzieningen wordt ingegaan op de bedragen die rechtstreeks uit voorzieningen worden onttrokken alsmede op het beroep dat op de overige bestemmingsreserves, bedoeld in artikel 4.52, eerste lid, onderdeel c, wordt gedaan.

Artikel 4.17

De paragraaf betreffende de waterschapsbelastingen bevat ten minste:

  • a. een overzicht op hoofdlijnen van de diverse belastingen;

  • b. een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid;

  • c. de mate van kostendekkendheid van de diverse belastingen, waarbij wordt ingegaan op de stand aan het begin, de mutaties en de stand aan het eind van het begrotingsjaar van de bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie, bedoeld in artikel 4.52, eerste lid, onderdeel b;

  • d. de geraamde opbrengsten;

  • e. de tarieven;

  • f. een aanduiding van de lastendruk die het gevolg is van de waterschapsbelastingen.

Artikel 4.19

De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen bevat ten minste:

  • a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, met daarbij een beschouwing over de stand aan het begin, de mutaties en de stand aan het eind van het begrotingsjaar van de algemene reserves en de voorzieningen;

  • b. een inventarisatie van de risico’s;

  • c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s.

Artikel 4.20

De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste:

  • a. de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;

  • b. de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen.

Artikel 4.24

  • 1 De begroting naar kostendragers bevat de volgende kostendragers, tenzij de betreffende kostendrager bij het desbetreffende waterschap niet aan de orde is:

    • a. watersysteembeheer;

    • b. zuiveringsbeheer;

    • c. wegenbeheer.

  • 2 Een waterschap dat krachtens het provinciaal reglement is belast met een beheertaak die niet in het eerste lid wordt genoemd, kan deze taak als kostendrager in de begroting en de jaarverslaggeving opnemen.

  • 3 De begroting naar kostendragers geeft weer per kostendrager:

    • a. a.de netto-kosten die worden toegerekend;

    • b. het bedrag voor onvoorzien;

    • c. de gederfde opbrengst als gevolg van kwijtscheldingen en oninbaarverklaringen;

    • d. de dividenden en overige algemene opbrengsten;

    • e. de verwachte opbrengsten uit belastingheffing (saldo voorgaande onderdelen);

    • f. de geraamde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves;

    • g. de tarieven van de betreffende waterschapsbelastingen.

  • 4 Van de in het derde lid genoemde bedragen en tarieven worden zowel het geraamde bedrag van het begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging, als het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar weergegeven.

  • 5 Indien er een aanmerkelijk verschil is tussen de raming van het begrotingsjaar en die van het vorig begrotingsjaar na wijziging wordt in de toelichting op de begroting naar kostendragers ingegaan op de oorzaken van het verschil.

  • 6 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de kostendragers en de toelichting.

Artikel 4.25

  • 1 De begroting naar kosten- en opbrengstsoorten wordt ingedeeld volgens bij ministeriële regeling vast te stellen groepen van kosten- en opbrengstsoorten.

  • 2 Van de lasten en baten die in de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten worden opgenomen worden zowel het geraamde bedrag van het begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging als het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar weergegeven.

Artikel 4.26

In een besluit tot wijziging van de begroting wordt in ieder geval aandacht besteed aan de noodzaak voor de wijziging, aan de mutatie en aan het nieuwe geraamde bedrag, alsmede aan de wijze waarop de dekking van het benodigde bedrag danwel de bestemming van het bedrag dat niet zal worden besteed zal plaats vinden.

§ 4. De jaarverslaggeving en de toelichting

Artikel 4.27

  • 1 De jaarverslaggeving bestaat ten minste uit:

    • a. het jaarverslag;

    • b. de jaarrekening.

  • 2 Het jaarverslag bestaat uit:

    • a. de programmaverantwoording;

    • b. de paragrafen.

  • 3 De jaarrekening bestaat uit:

    • a. de exploitatierekening naar programma’s;

    • b. de exploitatierekening naar kostendragers en de toelichting;

    • c. de exploitatierekening naar kosten- en opbrengstsoorten;

    • d. de balans en de toelichting.

Artikel 4.28

De jaarverslaggeving wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de verslaggeving en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 4.3 bedoelde inzicht.

Artikel 4.29

  • 1 De programmaverantwoording bevat de verantwoording over de realisatie van het programmaplan uit de begroting.

  • 2 De programmaverantwoording biedt per programma inzicht in:

    • a. de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd;

    • b. de wijze waarop getracht is de beoogde effecten te bereiken;

    • c. de gerealiseerde netto-kosten in relatie tot de daarvoor in de begroting opgenomen bedragen;

    • d. belangrijke afwijkingen tussen de realisatie in de jaarverslaggeving en de plannen in de begroting, waarbij een analyse plaatsvindt.

  • 3 De programmaverantwoording omvat het totaal van baten en lasten van het waterschap.

Artikel 4.30

  • 1 Het jaarverslag bevat ten minste de paragrafen die ingevolge artikel 4.11, in de begroting zijn opgenomen, met dien verstande dat in plaats van onderdeel a van dat artikel een paragraaf betreffende de ontwikkelingen in het vorig begrotingsjaar wordt opgenomen, met uitzondering van de onderdelen b en d, van dat artikel, alsmede een paragraaf betreffende topinkomens. Ze bevatten de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen.

  • 2 In de paragraaf betreffende het EMU-saldo wordt de in artikel 4.22 bedoelde specificatie opgenomen voor het begrotingsjaar en volgens de realisatie van het vorige begrotingsjaar.

Artikel 4.31

De exploitatierekening naar programma’s bevat een overzicht van de gerealiseerde netto-kosten van de programma’s die zijn opgenomen in de programmaverantwoording.

Artikel 4.32

  • 1 De exploitatierekening naar kostendragers geeft per kostendrager weer:

    • a. de gerealiseerde netto-kosten die zijn toegerekend;

    • b. de werkelijk kwijtgescholden en oninbaarverklaarde bedragen;

    • c. de gerealiseerde dividenden en overige algemene opbrengsten;

    • d. de gerealiseerde belastingopbrengsten;

    • e. het gerealiseerde resultaat voor bestemming, volgend uit voorgaande onderdelen;

    • f. bestemming van het resultaat op basis van besluiten die zijn genomen tijdens het begrotingsjaar;

    • g. nog te bestemmen resultaat, waarbij in geval van een positief saldo een voorstel voor de bestemming hiervan en in geval van een negatief saldo een voorstel voor de wijze waarop dit tekort zal worden gedekt, wordt gedaan;

    • h. de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves.

  • 2 De exploitatierekening naar kostendragers bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting en de begroting na wijziging.