Beleidsregels bestuurlijke boeten S&O-afdrachtvermindering

Geldend van 01-01-2014 t/m 31-12-2015

Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken, van 5 oktober 2007, nr. WJZ 7105478, houdende vaststelling van de beleidsregels bestuurlijke boeten S&O-afdrachtvermindering

Artikel 3. (Verwijtbaarheid)

Bij het vaststellen van een bestuurlijke boete op grond van artikel 26, eerste of tweede lid, van de wet, wordt betrokken in hoeverre de overtreding licht verwijtbaar, verwijtbaar of ernstig verwijtbaar is.

Artikel 5. (Boeten nihil)

De bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 24, eerste lid, 24, tweede lid, tweede volzin en van artikel 25, tweede lid, onder a, van de wet, wordt op € 0,– vastgesteld indien:

  • a. er sprake is van lichte verwijtbaarheid, en

  • b. de minister de S&O-inhoudingsplichtige in de periode vijf jaar voorafgaande aan de vaststelling van de bestuurlijke boete niet eerder een bestuurlijke boete heeft opgelegd.

Artikel 6. (Mededeling art. 24, tweede en derde lid)

  • 1 Na het verlopen van de termijn, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de wet volgt een rappel waarin wordt aangegeven dat indien de mededeling niet wordt gedaan binnen de gestelde termijn, aannemelijk wordt bevonden dat het aantal bestede S&O-uren 0 is.

  • 2 Na het verlopen van de gestelde termijn, bedoeld in het eerste lid, is aannemelijk dat het aantal bestede S&O-uren 0 is. Er volgt een correctie-S&O-verklaring van 100% en een boete op grond van artikel 26, tweede lid, van de wet. Indien van toepassing volgt ook een nihil-stelling van de RDA-beschikking.

  • 3 Bij het vaststellen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, wordt bij de beoordeling of sprake is van ‘geringe ernst’ in ieder geval in aanmerking genomen of de S&O-inhoudingsplichtige S&O-afdrachtvermindering heeft toegepast op basis van de S&O-verklaring waarvoor geen mededeling is gedaan.

  • 4 Bij het vaststellen van een bestuurlijke boete voor een mededeling die niet tijdig maar binnen de gestelde termijn, bedoeld in het eerste lid, is gedaan, of voor het onjuist doorgeven van de mededeling, wordt bij de beoordeling of sprake is van ‘geringe ernst’ in ieder geval in aanmerking genomen of de S&O-inhoudingsplichtige S&O-afdrachtvermindering heeft toegepast op basis van de S&O-verklaring waartoe hij de mededeling te laat danwel onjuist heeft gedaan.

Artikel 7. (Onjuiste opgave art. 25, tweede lid, onderdeel a)

Indien bij het vaststellen van een bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 25, tweede lid, onder a, van de wet, blijkt dat de S&O-inhoudingsplichtige ten tijde van die aanvraag niet voornemens was S&O-werk uit te voeren wordt deze overtreding verondersteld ernstig verwijtbaarheid te zijn.

Artikel 8. (Inwerkingtreding)

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Artikel 9. (Citeertitel)

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bestuurlijke boeten S&O-afdrachtvermindering.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 5 oktober 2007

De

Minister

van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven

Terug naar begin van de pagina