Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2002

[Regeling vervallen per 25-11-2007.]
Geldend van 10-08-2002 t/m 22-02-2006

Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2002

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op artikel 12 van verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337);

Gelet op artikel 2 en artikel 4 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Gezien de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen bij beschikking SG(2002)D/230354 van 24 juni 2002;

Besluit:

Artikel 1

[Vervallen per 25-11-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

  • b. directeur: directeur Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

  • c. vissersvaartuig: vaartuig dat gebruikt wordt voor de uitoefening van de bedrijfsmatige visserij en dat overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 als Nederlands geldt en dat overeenkomstig het bij of krachtens het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998 staat geregistreerd;

  • d. sanering: definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie in de zin van de Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij;

  • e. visser: natuurlijke persoon die zijn hoofdberoep uitoefent aan boord van een in bedrijf zijnd vissersvaartuig;

  • f. LASER: Dienst Landelijke Service bij Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Artikel 2

[Vervallen per 25-11-2007]

  • 1 De minister kan op aanvraag een eenmalige bijdrage verstrekken aan een visser voor de beëindiging van zijn beroepsactiviteit ten gevolge van:

    • a. de sanering van het vissersvaartuig waarop hij werkzaam is geweest, of

    • b. zijn vervroegde uittreding uit de zeevisserij.

  • 2 De minister kan op aanvraag een eenmalige subsidie verstrekken aan een visser voor deelname aan een omscholingscursus in geval van beëindiging van zijn beroepsactiviteit.

Artikel 3

[Vervallen per 25-11-2007]

  • 1 Een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt slechts verstrekt aan de aanvrager:

    • a. van wie de arbeids- of maatschapsovereenkomst is beëindigd als rechtstreeks gevolg van de sanering van het vissersvaartuig waarop hij werkzaam is geweest;

    • b. die ten minste 12 maanden zijn beroepsactiviteit als visser op dit vissersvaartuig heeft uitgeoefend;

    • c. die met de in onderdeel b bedoelde activiteit in de betrokken periode ten minste de helft van zijn in artikel 3.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedoelde inkomen uit werk en woning heeft verdiend;

    • d. die op de datum van beëindiging van zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt;

    • e. in voorkomend geval,

      • ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt of

      • ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.

  • 2 Van beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst als rechtstreeks gevolg van de sanering van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is geweest, is slechts sprake indien:

    • a. de werkgever, onderscheidenlijk de maat-eigenaar, voor deze sanering naar aanleiding van een aanvraag, ingediend in de periode van 19 september tot en met 15 november 1999 respectievelijk 1 januari tot 1 maart 2001, een recht op subsidie heeft verkregen en heeft voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 7 van de Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij,

    • b. de arbeids- of maatschapsovereenkomst is beëindigd in het tijdvak beginnende op de dag van ontvangst van de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, en eindigende op de dag vijf maanden na het ontstaan voor de werkgever, onderscheidenlijk de maat-eigenaar, van het vissersvaartuig van het recht op subsidie en

    • c. de ontslagvergunning van de Regionaal directeur voor de Arbeidsvoorziening of de schriftelijke opzegging van de maatschapsovereenkomst als reden voor de beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst deze sanering vermeldt.

Artikel 4

[Vervallen per 25-11-2007]

Een bijdrage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt slechts verstrekt aan de aanvrager:

  • a. die zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst beëindigt met het oog op zijn vervroegde uittreding uit de zeevisserij;

  • b. die op de datum van beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst de leeftijd van ten minste 55 jaar maar nog niet van 65 jaar heeft bereikt;

  • c. die ten minste tien jaar zijn beroepsactiviteit als visser heeft uitgeoefend;

  • d. die zonder onderbreking ten minste 12 maanden voorafgaand aan de datum waarop de aanvraag, bedoeld in artikel 9, is ingediend, werkzaam is geweest op een vissersvaartuig dat wordt gebruikt voor de zeevisserij;

  • e. die met de in onderdeel d bedoelde werkzaamheden in de betrokken periode de helft van zijn in artikel 3.1 van de Wet inkomstenbelasting(2001 bedoelde inkomen uit werk en woning heeft verdiend;

  • f. in voorkomend geval,

    • 1e ten aanzien van wie de maatschapsovereenkomst bepaalt dat de eigenaar van het vissersvaartuig niet gehouden is een bijdrage aan de visser te verstrekken wanneer hij het vissersvaartuig uit de maatschap terugtrekt of

    • 2e ten aanzien van wie uit de maatschapsovereenkomst voortvloeit dat de visser geen invloed heeft op de beslissing van de eigenaar van het vissersvaartuig dit uit de maatschap terug te trekken.

Artikel 5

[Vervallen per 25-11-2007]

Een subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt slechts verstrekt aan de aanvrager die:

  • a. geen bijdrage als bedoeld in artikel 2, onderdeel a of onderdeel b, heeft verkregen;

  • b. die ten minste vijf jaar zijn beroepsactiviteit als visser heeft uitgeoefend;

  • c. op de datum van beëindiging van zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst niet ouder is dan 55 jaar;

  • d. een omscholingscursus volgt of heeft gevolgd die gericht is op tewerkstelling in andere economische sectoren dan de aanvoersector;

  • e. de cursus heeft aangevangen binnen zes maanden na de datum van beëindiging van zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst, en

  • f. een certificaat of diploma voor de betrokken cursus heeft behaald.

Artikel 7

[Vervallen per 25-11-2007]

  • 1 De minister maakt in de Staatscourant de periode bekend waarin een aanvraag voor een bijdrage of subsidie als bedoeld in artikel 2 kunnen worden ingediend.

  • 2 De minister stelt voor de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, een subsidieplafond vast voor de op grond van de regeling te verstrekken bijdragen en subsidies. Het besluit tot vaststelling van het subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

  • 3 De minister verdeelt de beschikbare bedragen in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is, als datum van ontvangst geldt.

  • 4 Indien door toewijzing van aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt toewijzing aan de hand van een rangschikking van de aanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking vindt plaats volgens loting die geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris.

  • 5 Voor de toepassing van het vierde lid komen uitsluitend aanvragen in aanmerking ten aanzien waarvan als datum van ontvangst geldt de dag waarop het subsidieplafond zou worden overschreden.

Artikel 8

[Vervallen per 25-11-2007]

  • 1 De bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt voor de aanvrager die op de datum van beëindiging van zijn arbeids- of maatschapsovereenkomst:

    • a. niet ouder was dan 35 jaar: € 5.000,-;

    • b. ouder was dan 35 jaar maar niet ouder dan 55 jaar: € 7.350,-;

    • c. ouder was dan 55 jaar maar jonger dan 65 jaar, € 185,- voor iedere kalendermaand gedurende de periode die aanvangt op de eerste dag van de maand waarin de arbeids- of maatschapsoverkomst wordt beëindigd en die eindigt op de eerste dag van de maand waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt met dien verstande dat de totale bijdrage per aanvrager niet meer dan € 10.000,- bedraagt.

  • 2 De bijdrage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 500,- voor iedere kalendermaand gedurende de periode die aanvangt op de eerste dag van de maand waarin de arbeids- of maatschapsovereenkomst wordt beëindigd en die eindigt op de eerste dag van de maand waarin de 65-jarige leeftijd wordt bereikt.

  • 3 De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is gelijk aan de werkelijke kosten van deelname aan de omscholingscursus, tot een maximum van € 2.500,-.

Artikel 9

[Vervallen per 25-11-2007]

  • 2 De aanvraag tot verstrekking van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedoelde bijdrage gaat vergezeld van:

    • a. een kopie van de arbeids- of maatschapsovereenkomst, waaruit in elk geval blijkt de naam van de werkgever onderscheidenlijk de maat-eigenaar en het letterteken en nummer van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam was;

    • b. een ontslagvergunning van de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening, waaruit in elk geval de periode waarin de ontslagaanzegging kan plaats vinden blijkt, of een schriftelijke opzegging van de maatschapsovereenkomst waaruit in elk geval de datum van de beëindiging van de arbeids- of maatschapsovereenkomst blijkt, en

    • c. bescheiden waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b, c en d.

  • 2 De aanvraag tot verstrekking van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde subsidie gaat vergezeld van:

    • a. bewijzen dat de kosten van de omscholingscursus zijn voldaan en

    • b. een afschrift van het certificaat of diploma.

  • 3 De minister beslist op de aanvraag en geeft binnen acht weken na ontvangst van alle ingevolge het tweede of derde lid vereiste gegevens een beschikking omtrent verstrekking van de in het eerste lid bedoelde bijdrage of subsidie.

  • 4 In afwijking van het derde lid, aanhef en onderdeel b, wordt, indien de cursus nog niet is afgerond, het afschrift van het diploma of certificaat aan LASER gezonden zodra dit is verkregen.

Artikel 10

[Vervallen per 25-11-2007]

  • 2 De in het eerste lid bedoelde aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een kopie van de arbeids- of maatschapsovereenkomst, waaruit in elk geval blijkt de naam van de werkgever onderscheidenlijk de maat-eigenaar en het letterteken en nummer van het vissersvaartuig waarop de aanvrager werkzaam is;

    • b. bescheiden waaruit blijkt dat de aanvrager heeft voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 4, onderdelen b, c, d en e.

  • 2 De minister beslist op de aanvraag en geeft binnen acht weken na ontvangst van alle ingevolge het vorig lid vereiste gegevens een beschikking omtrent verstrekking van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.

  • 3 De ontvanger van de in het eerste lid bedoelde bijdrage toont binnen een termijn van drie maanden na de beschikking tot verstrekking van de bijdrage ten genoegen van de minister aan dat hij zijn werkzaamheden als visser definitief heeft beëindigd.

  • 4 De ontvanger van de in het eerste lid bedoelde bijdrage is verplicht desgevraagd aanvullende gegevens terstond te verschaffen.

  • 5 Binnen acht weken na ontvangst van alle gegevens geeft de minister een beschikking omtrent vaststelling van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.

Artikel 11

[Vervallen per 25-11-2007]

  • 1 Het is de ontvanger van een bijdrage of subsidie verboden zijn beroepsactiviteit als visser te hervatten:

  • 2 De ontvanger van een bijdrage of subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is verplicht ten genoege van de minister aan te tonen dat hij zijn werkzaamheden als visser niet heeft hervat. Daartoe verstrekt hij aan LASER jaarlijks vóór 31 maart op een daartoe bestemd formulier een overzicht van zijn inkomsten uit werk en woning of socialezekerheidsuitkeringen.

Artikel 12

[Vervallen per 25-11-2007]

Een aanvraag tot verstrekking van een bijdrage of subsidie op grond van deze regeling wordt afgewezen indien de aanvrager reeds eerder een bijdrage of subsidie op grond van deze regeling is verstrekt.

Artikel 13

[Vervallen per 25-11-2007]

De minister bepaalt bij een in de Staatscourant bekend te maken besluit per aanvraagperiode in hoeveel gedeelten het bedrag van de bijdrage of subsidie wordt betaald. Indien het bedrag van de bijdrage of subsidie in gedeelten wordt betaald, stelt de minister vast op welke wijze de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.

Artikel 14

[Vervallen per 25-11-2007]

Indien toepassing wordt gegeven artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of aan artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies kunnen terug te vorderen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de terugvordering tot aan het moment van algehele voldoening.

Artikel 15

[Vervallen per 25-11-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Vergoedingsregeling voor uittreding van vissers uit de visserij 2002.

Artikel 16

[Vervallen per 25-11-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

B.J. Odink

Terug naar begin van de pagina