Regeling energieprestatie gebouwen

Geldend van 17-07-2020 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 december 2006, nr. DJZ 2006339319, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, tot vaststelling van nadere voorschriften voor de energieprestatie van gebouwen (Regeling energieprestatie gebouwen)

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 3.1 van het Besluit energieprestatie gebouwen;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • BRL: door de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland bindend verklaarde Nationale Beoordelingsrichtlijn;

  • besluit: Besluit energieprestatie gebouwen;

  • bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw: diploma dat wordt afgegeven aan degene die blijkens een examen voldoet aan de in bijlage I opgenomen eisen;

  • deelnemer: deelnemer aan het examen om een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of een diploma EPBD B-airconditioningsystemen te behalen;

  • deskundige: persoon die in het bezit is van een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of een diploma EPBD B-airconditioningsystemen;

  • diploma EPBD A-airconditioningsystemen: diploma dat wordt afgegeven aan degene die blijkens een examen voldoet aan de in bijlage VII opgenomen eisen;

  • diploma EPBD B-airconditioningsystemen: diploma dat wordt afgegeven aan degene die blijkens een examen voldoet aan de in bijlage VIII opgenomen eisen;

  • energie-index: cijfer dat het energiegebruik aangeeft op basis van de hoeveelheid energie die nodig wordt geacht voor de verschillende behoeften die verband houden met een gestandaardiseerd gebruik van een gebouw;

  • energielabelplichtige: degene die op grond van artikel 2.1, eerste tot en met vijfde lid, van het besluit de plicht heeft een energielabel voor een woning beschikbaar te stellen of aanwezig te hebben;

  • energieprestatie-indicator: numerieke energieprestatie-indicator van het primair fossiel energiegebruik in kWh/m2.jr;

  • EPC: energieprestatiecoëfficiënt als bedoeld in artikel 5.2 van het Bouwbesluit 2012;

  • erkende energielabeldeskundige: persoon die in het bezit is van een geldig bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw;

  • examen: examen om een diploma EPBD A-airconditioningsystemen of diploma EPBD B-airconditioningsystemen te behalen;

  • examen energielabeldeskundige: examen om een bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw te behalen;

  • exameninstelling: instelling, bedoeld in artikel 7d, eerste lid;

  • exameninstelling voor energielabeldeskundigen: instelling, bedoeld in artikel 5, eerste lid;

  • Minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • utiliteitsgebouw: een gebouw of gedeelte daarvan met een gebruiksfunctie als bedoeld in artikel 1.1, tweede en derde lid, van het Bouwbesluit 2012, niet zijnde een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1, tweede en derde lid van dat besluit met uitzondering van de woonfunctie voor zorg;

  • woning: een gebouw of gedeelte daarvan met een woonfunctie als bedoeld in artikel 1.1, tweede en derde lid, van het Bouwbesluit 2012 met uitzondering van de woonfunctie voor zorg.

§ 2. energielabel

Artikel 2

  • 1 De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verstrekt aan een energielabelplichtige op diens verzoek een energielabel voor een woning.

  • 2 Een energielabel voor een woning wordt vastgesteld op basis van de volgende gegevens:

    • a. woningtype

    • b. woningsubtype

    • c. bouwjaar(klasse) van de woning

    • d. woonoppervlak in m²

    • e. beglazing leefruimte

    • f. beglazing slaapruimte

    • g. isolatie van de gevel

    • h. isolatie van het dak

    • i. isolatie van de vloer

    • j. verwarmingstoestel

    • k. tapwatertoestel

    • l. ventilatiesysteem

    • m. zonneboiler

    • n. zonnepaneel

  • 3 Indien in opdracht van de eigenaar van een woning een energie-index voor die woning is vastgesteld en afgegeven door een bedrijf met een geldig NL-EPBD procescertificaat en volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, deel 00 van 31 augustus 2011, inclusief het wijzigingsblad van 1 augustus 2015, en BRL 9500, deel 01 van 21 oktober 2016, en is geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, geeft de Minister na de registratie van die energie-index een energielabel voor die woning af.

  • 4 De energie-index, bedoeld in het derde lid, wordt met behulp van de als bijlage IIIb bij deze regeling opgenomen tabel omgezet in een energieprestatie-indicator.

Artikel 2a

  • 1 Een energielabel voor een utiliteitsgebouw wordt vastgesteld en afgegeven door een bedrijf met een geldig NL-EPBD procescertificaat en volgens de voorschriften, bedoeld in BRL 9500, delen 00 en 03 van 31 augustus 2011, inclusief het wijzigingsblad van 1 augustus 2015, alsmede deel 06 van 1 augustus 2015.

  • 2 Een energielabel voor een utiliteitsgebouw wordt opgesteld volgens het in bijlage II bij deze regeling opgenomen model ‘energielabel gebouw’.

  • 3 Een energielabel voor een utiliteitsgebouw wordt afgegeven nadat degene die het energielabel heeft vastgesteld dat energielabel heeft geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Artikel 2b

  • 1 Een energielabel voor een utiliteitsgebouw wordt bepaald volgens het opnameprotocol, bedoeld in de hoofdstukken 6 en 7 van de ISSO 75.1 publicatie, zoals vastgesteld op 12 september 2013, en de methode, bedoeld in de ISSO 75.3 publicatie, versie 2011.

  • 2 De bij de bepaling van de energie-index gebruikte rekenmethodieksoftware voor een energielabel voor een utiliteitsgebouw voldoet aan BRL 9501 van 6 december 2006, inclusief het wijzigingsblad van 1 januari 2015.

  • 3 De energie-index bij een energielabel voor een utiliteitsgebouw wordt met behulp van de als bijlage III bij deze regeling opgenomen tabel omgezet in een als onderdeel van het energielabel opgenomen energieklasse.

Artikel 2c

  • 1 Voor een nieuw utiliteitsgebouw of een utiliteitsgebouw dat op basis van de bepalingsmethode, bedoeld in artikel 2b, eerste lid, een energielabel met energielabelklasse A heeft, kan in afwijking van artikel 2b, eerste lid, een energielabel worden bepaald volgens:

  • 2 Voor een utiliteitsgebouw waarvoor de berekening Qpres;tot/Qpres;toel ten hoogste 1,35 is en die berekening heeft plaatsgevonden ten behoeve van een bouwaanvraag van voor 1 juli 2012, kan in afwijking van artikel 2b, eerste lid, een energielabel worden bepaald volgens het opnameprotocol, bedoeld in het eerste lid, onder a.

  • 3 De bij de bepaling van de EPC gebruikte rekenmethodieksoftware voor een energielabel voor een utiliteitsgebouw dat wordt bepaald volgens de methodiek, bedoeld in het eerste en tweede lid, voldoet aan BRL 9501 van 6 december 2006, inclusief het wijzigingsblad van 1 januari 2015.

  • 4 De EPC bij een energielabel voor een utiliteitsgebouw die wordt bepaald volgens de methodiek, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt met behulp van de als bijlage IIIa bij deze regeling opgenomen tabel omgezet in een energielabelklasse.

Artikel 3

  • 1 De energielabelplichtige stuurt de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan een erkende energielabeldeskundige.

  • 2 De deskundige, bedoeld in het eerste lid, kan ten aanzien van de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bij de energielabelplichtige bewijsstukken opvragen indien deze noodzakelijk zijn voor de beoordeling van die gegevens.

  • 3 De deskundige controleert de gegevens en de bewijsstukken, bedoeld in het tweede lid, op juistheid en certificeert de gegevens volgens de in bijlage Ia opgenomen werkwijze.

  • 4 De energielabelplichtige dient het verzoek om een energielabel voor een woning in samen met de gecertificeerde gegevens.

Artikel 3a

  • 1 De Minister registreert:

    • a. voor welke gebouwen een geldig energielabel is afgegeven;

    • b. de datum van afgifte van het energielabel;

    • c. de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid;

    • d. de bewijsstukken, bedoeld in artikel 3, tweede lid;

    • e. de motivering van de erkende energielabeldeskundige die ten grondslag ligt aan de certificering, bedoeld in artikel 3, derde lid;

    • f. de gegevens op basis waarvan een energielabel als bedoeld in artikel 2a wordt vastgesteld;

    • g. de gegevens op basis waarvan de energie-index, bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt vastgesteld;

  • 2 De Minister beheert de registratie, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 De Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie.

  • 4 De gegevens in de registratie worden ten hoogste twintig jaar bewaard, gerekend vanaf de datum van afgifte van een energielabel.

Artikel 4. Zichtbaar ophangen energielabel

Bij toepassing van artikel 2.4 van het besluit wordt ten minste de energieprestatie-indicator van het energielabel opgehangen op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats in het gebouw.

§ 2a. Bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw

Artikel 5

  • 1 De Minister wijst de instellingen aan die zijn belast met:

    • a. het afnemen van het examen energielabeldeskundige;

    • b. het afnemen van het herexamen voor een bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw.

  • 2 Een exameninstelling voor energielabeldeskundigen:

    • a. bezit rechtspersoonlijkheid;

    • b. heeft een vestiging in Nederland;

    • c. beschikt over voldoende deskundigheid om examens op te stellen en af te nemen;

    • d. beschikt over een kwaliteitssysteem dat op schrift is gesteld.

  • 3 De Minister kan aan de aanwijzing van een exameninstelling voor energielabeldeskundigen voorschriften verbinden.

  • 4 De Minister kan de aanwijzing intrekken indien een exameninstelling voor energielabeldeskundigen niet langer voldoet aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden of de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft.

  • 5 Een exameninstelling voor energielabeldeskundigen verstrekt desgevraagd aan de Minister alle inlichtingen die hij voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Artikel 5a

  • 1 De exameninstelling voor energielabeldeskundigen stelt een examenreglement en een huishoudelijk reglement vast.

  • 2 De exameninstelling voor energielabeldeskundigen neemt doeltreffende maatregelen om fraude bij het examen energielabeldeskundige te voorkomen.

Artikel 5b

De Minister stelt de inhoud van het examen energielabeldeskundige vast op basis van een voorstel van de exameninstelling voor energielabeldeskundigen.

Artikel 5c

  • 1 De exameninstelling voor energielabeldeskundigen registreert de uitslagen van de afgelegde examens.

  • 2 De exameninstelling voor energielabeldeskundigen bericht de Minister welke deelnemers het examen energielabeldeskundige met goed gevolg hebben afgelegd en daarmee voldoen aan de eisen, bedoeld in bijlage I, binnen drie weken na afloop van dat examen.

  • 3 Na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, geeft de Minister het bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw af aan de deelnemers, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 5d

  • 1 Indien een deelnemer aan het examen energielabeldeskundige bij een of meer onderdelen van het examen in onvoldoende mate voldoet aan de in bijlage I opgenomen eisen, wordt die deelnemer een keer in de gelegenheid gesteld een herexamen te doen voor het betreffende onderdeel of de betreffende onderdelen.

  • 2 Het herexamen vindt plaats binnen zes maanden nadat een deelnemer als bedoeld in het eerste lid van de uitslag van het afgelegde examen op de hoogte is gesteld.

Artikel 5e

  • 1 Een bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw vermeldt ten minste:

    • a. de volledige naam, geboortedatum en geboorteplaats van de houder van het bewijs van vakbekwaamheid en

    • b. de datum van afgifte.

  • 2 Een bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw is vijf jaar geldig.

Artikel 6

  • 1 De Minister registreert welke personen erkende energielabeldeskundigen zijn.

  • 2 De Minister beheert de registratie, bedoeld in het eerste lid.

  • 3 De Minister is verwerkingsverantwoordelijke voor de registratie.

  • 4 De gegevens uit de registratie worden kosteloos aan eenieder verstrekt voor zover dit noodzakelijk is voor het laten uitvoeren van de certificering, bedoeld in artikel 3, derde lid.

  • 5 De gegevens in de registratie worden 5 jaar bewaard.

  • 6 Teneinde voor de eerste keer te worden opgenomen in de registratie, bedoeld in het eerste lid, neemt een erkende energielabeldeskundige deel aan een door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland aangeboden instructie over de werkwijze voor de erkende energielabeldeskundige.

Artikel 6a

  • 1 In afwijking van artikel 5e, tweede lid, is een bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw, dat verloopt na 1 november 2019, geldig tot het Besluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2012 en van enkele andere besluiten inzake bijna energie-neutrale nieuwbouw in werking treedt.

  • 2 In afwijking van artikel 6, vijfde lid, worden de gegevens over de registratie van het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in het eerste lid, bewaard gedurende de geldigheid ervan.

Artikel 7. Adviseurs uit andere lidstaten

Met een energielabel als bedoeld in deze regeling wordt gelijkgesteld een energielabel dat is afgegeven of gecertificeerd door een persoon of een bedrijf die voldoet aan beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eis wordt nagestreefd.

§ 3. Keuring airconditioningsystemen

[Vervallen per 10-03-2020]

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8

  • 1 Een geldig bewijs van vakbekwaamheid EPA-adviseur Energielabel Woningbouw conform BRL 9500-01, een geldig bewijs van vakbekwaamheid EPA-opnemer Energielabel Woningbouw conform BRL9500-01, een geldig bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in paragraaf 4.1 van BRL 9500-W van 28 november 2019, inclusief wijzigingsblad 1 juli 2020 en een geldig bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in paragraaf 4.1 van BRL 9500-U van 28 november 2019, inclusief wijzigingsblad 1 juli 2020, gelden als een bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw als bedoeld in artikel 5c, derde lid, tot uiterlijk vijf jaar na de datum van afgifte van dat bewijs van vakbekwaamheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 21 december 2006

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P.L.B.A. van Geel

Bijlage I. bij de artikelen 1, 5c en 5d van de Regeling energieprestatie gebouwen

Exameneisen bewijs van vakbekwaamheid erkende energielabeldeskundige woningbouw

 

Omschrijving

Aandachtspunten

Kennisniveau

weten

begrijpen

toepassen

1

De erkende energielabeldeskundige heeft kennis van en inzicht in de methodiek voor het energielabel woningen en kan dit uitleggen aan woningeigenaren.

• Achtergrond energielabel

X

X

 

• Voorlopig energielabel versus definitief energielabel

X

X

 

• Meest voorkomende kenmerkwaarden en oorspronkelijke kenmerkwaarden

X

X

 

• Invloedsfactoren van de kenmerkwaarden

X

X

 

• Wettelijke verplichting/sancties

X

X

 

• Energieklasse en lay-out energielabel

X

X

 

• Instructie op de internetapplicatie voor de woningeigenaar

X

X

X

• Registratie energielabel

X

X

X

• Klantvriendelijkheid

X

X

X

2

Communicatie. Het op een weloverwogen en efficiënte manier kunnen communiceren met een woningeigenaar

• Gebruik maken van diverse moderne technische hulpmiddelen zoals scans, pdf’s, digitale foto’s

• Beslissingen op begrijpelijke wijze vastleggen

X

X

X

3

De erkende energielabeldeskundige heeft inzicht in de toepassing van de verschillende technieken bij de verschillende bouwjaren en woningtypen.

• Matrix met aannemelijkheidspercentages kenmerkwaarden

• Matrix met oorspronkelijke kenmerkwaarden (bouwjaarwaarde)

X

X

X

4

Bewijsstukken. De erkende energielabel-deskundige moet kenmerkwaarden kunnen herkennen op basis van visuele of indirecte bewijsstukken of op basis van andere aanwijzingen en het kunnen beoordelen of deze kenmerkwaarden aannemelijk zijn en daadwerkelijk betrekking hebben op de beschouwde woning.

• Foto’s en de beoordeling van deze foto’s

• Facturen en de beoordeling van deze facturen

• Beoordeling verkoopbrochures

• Bewijsvoering aan de hand van gesprekken met woningeigenaar

X

X

X

5

Woningtype. De erkende energielabeldeskundige is in staat om verschillende woningtypen en woningsubtypen te onderscheiden.

• Eengezinswoning

- Vrijstaand

- 2^1 kap woning

• Rijwoning

- Tussenwoning

- Hoekwoning

• Meergezinswoning(woning met 1 of 2 lagen)

- Hoekwoning onder dak

- Tussenwoning onder dak

- Hoekwoning op tussenverdieping

- Tussenwoning op tussenverdieping

- Hoekwoning onderste bouwlaag

- Tussenwoning onderste bouwlaag

- Tussenwoning onder dak en op onderste bouwlaag

• Hoekwoning onder dak en op onderste bouwlaag

X

X

X

6

Bouwjaar/renovatiejaar. De erkende energie-labeldeskundige moet bouwjaar/renovatiejaar kunnen achterhalen

• Kadaster

X

X

X

7

Extreem goede (na)-isolatie. De erkende energielabeldeskundige moet kunnen aangeven wanneer er sprake is van extreem goede (na)-isolatie en wat de consequenties zijn.

• Extreem goede (na)-isolatie

• Gebalanceerd ventilatiesysteem

X

X

X

8

Beglazing. De erkende energielabeldeskundige moet de verschillende type beglazing kunnen onderscheiden.

• Enkel glas

• Dubbel glas

• HR-glas

• Drievoudig HR-glas

X

X

X

9

Isolatie. De erkende energielabeldeskundige moet aan kunnen geven wanneer er sprake is van na-isolatie.

• Na-isolatie gevel

• Na-isolatie dak

• Na-isolatie vloer

• Extreem goede (na) isolatie gevel

• Extreem goede (na) isolatie dak

• Extreem goede (na) isolatie vloer

X

X

X

10

Verwarmingstoestel. De erkende energielabeldeskundige moet de verschillende soorten opwekkers voor ruimteverwarming kunnen onderscheiden.

• Individueel of collectief (gemeenschappelijk)

• Installatiejaar Gasketel

• Lokale gaskachel

• Warmtepomp

• Stadsverwarming

X

X

X

11

Warmtapwatertoestel. De erkende energie-labeldeskundige moet de verschillende soorten opwekkers voor tapwater kunnen onderscheiden.

• Combiketel

• Geiser

• Elektrische boiler

X

X

X

12

Ventilatiesysteem. De erkende energielabel-deskundige moet kunnen onderscheiden of er sprake is van een gebalanceerd ventilatiesysteem of een ander ventilatiesysteem.

• Ventilatie unit voor afzuiging

• Ventilatie unit voor afzuiging en toevoer

X

X

X

13

Zonne-energiesysteem. De erkende energie-labeldeskundige moet kunnen onderscheiden of er sprake is van een zonneboiler en/of PV-panelen

• Zonneboiler

• PV-panelen

• Oppervlakte

X

X

X

Bijlage Ia. bij artikel 3 van de Regeling energieprestatie gebouwen

Werkwijze voor de erkende energielabeldeskundige

INHOUDSOPGAVE

1

Algemene beschrijving

2

Werkzaamheden erkende energielabeldeskundige

3

Controle van bewijsstukken

4

Rapportage

1. Algemene beschrijving

Degene die een verzoek wil indienen voor een energielabel voor een woning (hierna: energielabelplichtige) logt in op de internet applicatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Hij of zij krijgt hier zijn/haar woning te zien met vooraf ingevulde gegevens en het daarbij horende voorlopige energielabel. Deze zijn ingevuld op basis van gegevens van het Kadaster en het Woononderzoek Nederland (WoOn) van de Rijksoverheid. In het geval de gegevens onbekend zijn, is er een onderbouwde aanname gedaan.

De energielabelplichtige heeft de mogelijkheid om de gegevens te wijzigen. Via de internet applicatie krijgt hij of zij te zien welke woningkenmerken hij/zij moet onderbouwen. Dit zijn in principe de kenmerken die afwijken van bouwjaarwaarde. De erkende energielabeldeskundige ontvangt van de energielabelplichtige het verzoek om de aangeleverde bewijsstukken te controleren en te certificeren.

De erkende energielabeldeskundige certificeert, na controle en goedkeuring, de kenmerken waarvoor bewijsstukken zijn aangeleverd. Hij legt zijn beoordeling en daarop betrekking hebbende correspondentie vast in de internetapplicatie van RVO.nl. Indien de bewijsstukken voldoen aan de gestelde eisen geeft de erkende deskundige dit aan in de internetapplicatie. Na certificering wordt een definitief energielabel gegenereerd en door RVO.nl afgegeven.

1.1. Woningkenmerken

De volgende woningkenmerken worden onderscheiden in de internetapplicatie.

Algemene woningkenmerken

 

Nr

Woningkenmerk

Woningkenmerkwaarde

A1

Woningtype

Eengezinswoning (EG):

– Vrijstaand;

– 2 onder 1 kap woning;

– Rijwoning.

Meergezinswoningen (MG):

– Appartement, met 1 woonlaag

– Appartement, met 2 of meer woonlagen

A2

Woningsubtype

Subwoningtypen rijwoning:

– Tussenwoning;

– Hoekwoning.

Subwoningtypen MG:

– Hoekwoning onder dak;

– Tussenwoning onder dak;

– Hoekwoning op tussenverdieping;

– Tussenwoning op tussenverdieping;

– Hoekwoning onderste bouwlaag;

– Tussenwoning onderste bouwlaag;

– Tussenwoning onder dak en op onderste bouwlaag;

– Hoekwoning onder dak en op onderste bouwlaag.

B1

Bouwjaar

Bouwjaarklasse:

– t/m 1945;

– 1946 t/m 1964;

– 1965 t/m 1974;

– 1975 t/m 1982;

– 1983 t/m 1987;

– 1988 t/m 1991;

– 1992 t/m 1999;

– 2000 t/m 2005;

– 2006 t/m 2013;

– 2014 t/m heden.

B2

Renovatie

Is woning uitzonderlijk goed (na) geïsoleerd? ja/nee

 

Woonoppervlakte

Per woningtype ranges met m² woonoppervlakte

Energetische woningkenmerken

 

Nr

Woningkenmerk

Woningkenmerkwaarde

1

Beglazing leefruimte

Glastype:

– Enkelglas;

– Dubbelglas;

HR glas;

– Drievoudig HR-glas*

2

Beglazing slaapruimte

Glastype:

– Enkelglas;

– Dubbelglas;

– HR glas;

– Drievoudig HR-glas*

3

Isolatie gevel

Woningen t/m 1991:

– Is er sprake van naisolatie gevel? [ja/nee]

Woningen 1992 t/m heden: geen invoer benodigd

Uitzonderlijk goede (na) isolatie* (alle bouwjaren)

4

Isolatie dak

Woningen t/m 1991:

– Is er sprake van naisolatie dak? [ja/nee]

Woningen 1992 t/m heden: geen invoer benodigd

Uitzonderlijk goede (na) isolatie* (alle bouwjaren)

5

Isolatie vloer

Woningen t/m 1991:

– Is er sprake van naisolatie vloer? [ja/nee]

Woningen 1992 t/m heden: geen invoer benodigd

Uitzonderlijk goede (na) isolatie* (alle bouwjaren)

6

Verwarmingstoestel

– Individuele CV-ketel, installatiejaar voor 1998

– Individuele CV-ketel, installatiejaar in of na 1998

– Gaskachels

– Warmtepomp

– Stadsverwarming

– Gemeenschappelijke CV-ketel, installatiejaar voor 1998 (bij appartementen)

– Gemeenschappelijke CV-ketel, installatiejaar in of na 1998 (bij appartementen)

7

Tapwatertoestel

Aparte warmtapwatervoorziening?

– Nee;

– Ja, een geiser;

– Ja, een elektrische boiler.

8

Ventilatiesysteem

Woningen t/m bouwjaar 1999:

– Is er sprake van een mechanisch ventilatiesysteem? [ja/nee]

Woningen vanaf bouwjaar 2000:

– Is er sprake van een gebalanceerd ventilatiesysteem? [ja/nee]

Als een woning uitzonderlijk goed na-geïsoleerd is:

– is er een gebalanceerd ventilatiesysteem aanwezig? [ja/nee]

9

Zonne-energiesysteem

Zonneboilers:

– Is er sprake van een zonneboiler systeem? [ja/nee]

Zonnepanelen (PV systeem):

– Is er sprake van een PV systeem? [ja/nee], zo ja:

° Aantal m2.

* de opties met een * verschijnen alleen als er bij B2 aangegeven is dat er sprake is van een uitzonderlijk goed (na)geïsoleerde woning.

1.2. Kwaliteitsniveau en bewijsstukken

Het minimale kwaliteitsniveau voor het definitieve energielabel is gebaseerd op het volgende principe:

De energielabelplichtige dient bewijsmateriaal te overleggen voor alle kenmerken van de woning die afwijken van de oorspronkelijke bouwjaarkenmerkwaarden. Om te voorkomen dat de administratieve lasten voor een energielabelplichtige te hoog worden, is het soms toegestaan om één of meerdere bewijzen achterwege te laten. De internet applicatie geeft aan welke en hoeveel bewijsstukken aangeleverd dienen te worden.

Als de energielabelplichtige heeft aangegeven dat er sprake is van een ‘uitzonderlijk’ goed geïsoleerde woning dient hij of zij hiervoor altijd bewijsmateriaal aan te leveren.

De erkende energielabeldeskundige ontvangt van de energielabelplichtige het verzoek om de aangeleverde bewijsstukken te controleren en te certificeren.

2. Werkzaamheden erkende energielabeldeskundige

De werkzaamheden voor de erkende energielabeldeskundige zijn:

  • 1. Een erkende energielabeldeskundige beoordeelt of de bewijsstukken ter onderbouwing van de door de energielabelplichtige ingevoerde woninggegevens voldoende zijn. Als dit niet het geval is, koppelt hij dit terug naar de energielabelplichtige via de internetapplicatie en vraagt om andere (betere) bewijsstukken.

  • 2. Zodra de bewijsstukken voldoende zijn bevonden, certificeert de erkende energielabeldeskundige de gegevens.

  • 3. Het definitieve energielabel wordt op basis van de gecertificeerde gegevens van de erkende energielabeldeskundige automatisch in de applicatie gegenereerd en geregistreerd.

2.1. Controle door erkende energielabeldeskundige

De erkende energielabeldeskundige ontvangt de woninggegevens ter controle van de energielabelplichtige. De erkend energielabeldeskundige controleert de aangeleverde bewijsstukken en na zijn goedkeuring certificeert hij deze bewijsstukken. Als de erkend deskundige constateert dat een of meerdere bewijstukken ontbreken en/of hij is niet akkoord met een of meerdere aangeleverde bewijsstukken, vraagt hij de energielabelplichtige voor het betreffende kenmerk een (beter) bewijsstuk aan te leveren. Als er geen (betere) bewijsstukken door de energielabelplichtige (kunnen) worden aangeleverd, wijst de erkend deskundige hem of haar er op te kiezen voor een woningkenmerkwaarde die hoort bij de bouwjaarklasse voor dat specifieke kenmerk.

2.1.1. Algemene werkwijze

De erkende energielabeldeskundige gaat bij een aanvraag als volgt te werk.

Bijlage 256514.png
Figuur 1 Processchema controle en certificatie gegevens door erkende energielabeldeskundige

De erkende energielabeldeskundige moet op alle kenmerkwaarden waarvoor bewijslast geldt akkoord geven. Indien de aangeleverde bewijsstukken akkoord zijn, kunnen deze gecertificeerd worden. Vragen om aanvullende bewijsstukken gaan in principe via de internetapplicatie, maar contact tussen energielabelplichtige en erkende energielabeldeskundige kan ook per telefoon en mail plaatsvinden. Indien geen (goed) bewijsstuk geleverd kan worden, wordt voor dit kenmerk de bouwjaarwaarde aangehouden.

2.2. Bewijsstukken

Het indienen van bewijsstukken is noodzakelijk om de kwaliteit van het definitieve energielabel te kunnen borgen. Onder bewijsstukken worden bijvoorbeeld verstaan foto’s van een installatie of een factuur. Het is voor een erkende energielabeldeskundige niet nodig de woning ter plaatse te bezoeken en kan dus altijd op afstand handelen. Hij dient de betreffende bewijsstukken (en daarmee de kenmerkwaarde) op afstand te controleren via de internet applicatie. Uitsluitend de volgende vier soorten documenten en stukken kunnen als bewijsstuk dienen: foto’s, facturen, bouwdocumenten en rapporten of aankoopdocumenten.

2.2.1. Foto

Een foto dient van voldoende kwaliteit te zijn om het betreffende onderdeel of kenmerk duidelijk te kunnen herkennen.

In hoofdstuk 3 wordt aangegeven wat de minimale eisen zijn om foto’s als bewijsstuk te kunnen gebruiken.

2.2.2. Facturen

Op een factuur dient duidelijk omschreven te zijn wat de maatregel is. Daarnaast dient het adres van de betreffende woning vermeld te zijn.

In hoofdstuk 3 wordt aangegeven wat de minimale eisen zijn om facturen als bewijsstukken te kunnen gebruiken.

2.2.3. Bouwdocumenten

Onder bouwdocumenten worden verstaan alle relevante tekeningen, revisiestukken of EPC-berekeningen. Het moet aannemelijk zijn dat de geschetste situatie ook echt gerealiseerd is. Dit kan, naar beoordeling van de erkende energielabeldeskundige, betekenen dat aanvullende foto’s nodig zijn ter onderbouwing van de bewijsstukken. In hoofdstuk 3 wordt aangegeven wat de minimale eisen zijn om bouwdocumenten als bewijsstukken te kunnen gebruiken.

2.2.4. Rapporten of aankoopdocumenten

Rapporten zijn bijvoorbeeld bouwkundige inspectie- of taxatierapporten. Een aankoopdocument kan zijn de verkoopbrochure of woninginformatiemap bij de aankoop van de woning.

De kenmerken van de woning die in deze stukken beschreven zijn – en waarvoor ze als bewijsstukken ingediend worden – moeten helder omschreven zijn en er mag geen discussie zijn of bepaalde woningkenmerken wel of niet aanwezig zijn. Bij twijfel of onduidelijkheid kan aanvullende onderbouwing nodig zijn met behulp van foto’s.

Over de geldigheidsduur en inhoud van de verkoopbrochure zijn met een aantal branche-organisaties afspraken gemaakt.

In hoofdstuk 3 wordt aangegeven wat de minimale eisen zijn om rapporten en aankoopdocumenten (hierna: rapporten) als bewijsstukken te kunnen gebruiken.

2.2.5. Wat te doen bij tegenstrijdige bewijsstukken?

De erkende energielabeldeskundige dient bij het aanleveren van tegenstrijdige bewijsstukken dit terug te koppelen aan de energielabelplichtige. Hij vraagt hem of haar de juiste gegevens te verstrekken en/of toe te lichten waarom de situatie wel juist is. Het wordt aan de kennis en kunde (en ervaring) van de erkende energielabeldeskundige overgelaten om hier een zo objectief mogelijk oordeel over te vellen.

Alle gegevenswisseling in de internet applicatie ten behoeve van het goedkeuren van de bewijsstukken zal worden bewaard in de applicatie, dus ook afgekeurde bewijsstukken of (abusievelijk) verkeerd verstrekte informatie. Dit wordt gedaan omdat de gegevenswisseling leidt tot het wel of niet goedkeuren van het aangeleverde bewijs. Echter, indien een energielabelplichtige per ongeluk een verkeerde foto upload kan hij deze wel verwijderen.

2.2.6. Verantwoordelijkheid aangeleverde bewijsstukken

Het is geen taak van de erkende energielabeldeskundige om fraude met het aanleveren van bewijsstukken aan te tonen. Het is de verantwoordelijkheid van de energielabelplichtige dat hij/zij naar waarheid bewijsstukken aanlevert (vergelijkbaar met de belastingaangifte).

2.3. Onderbouwing van bevindingen

De erkende energielabeldeskundige heeft bij elk woningkenmerk waarvoor bewijslast aangeleverd moet worden, de mogelijkheid om opmerkingen te maken. Dit kan hij gebruiken ter onderbouwing of motivatie van zijn keuze om bepaalde bewijsstukken goed- of juist af te keuren. Daarnaast moet de erkende energielabeldeskundige, wanneer hij een kenmerkwaarde goedkeurt, een toelichting toevoegen waarom hij deze goedkeurt. Indien de erkende energielabeldeskundige bewijsstukken afkeurt, geeft hij de energielabelplichtige de mogelijkheid om nieuwe bewijsstukken aan te leveren of, als dat niet lukt, te kiezen voor een woningkenmerkwaarde die hoort bij de bouwjaarklasse voor dat specifieke kenmerk.

Nadat de erkende energielabeldeskundige zijn opmerkingen en toelichting gemaakt heeft, geeft hij een opdracht in de internetapplicatie van RVO.nl om zijn bevindingen vast te leggen en het woningkenmerk te certificeren.

3. Controle van bewijsstukken

De erkende energielabeldeskundige volgt onderstaande aanwijzingen waar het gaat om controle en certificatie van de bewijsstukken. De energielabelplichtige hoeft niet voor een woningkenmerk alle type bewijsstukken aan te leveren. Dus indien foto’s voldoende bewijs vormen voor het aanwezig zijn van het betreffende woningkenmerk, dan is geen aanvullende factuur of bouwbrochure benodigd.

De erkende labeldeskundige controleert de algemene woningkenmerken (bouwjaar en woning(sub)type) alleen als deze gewijzigd zijn ten opzichte van het voorlopige label (bijvoorbeeld via Google Streetview).

3.1. Uitzonderlijk goed (na-)geïsoleerde woning

Er is sprake van ‘uitzonderlijk’ goede (na-)isolatie bij een woning als:

  • de gevels en/of daken en/of vloeren een Rc-waarde hebben gelijk aan of groter 3.0 m2K/W;

    of

  • leefruimte en/of slaapruimte is (zijn) voorzien van 3 voudig HR-glas.

In onderstaande tabel wordt de minimale dikte voor de Rc-waarden ≥ 3,0 m2K/W aangegeven bij de toepassing van de verschillende isolatiematerialen.

Tabel 3.1 Minimale dikte isolatiemateriaal voor Rc ≥ 3.0 m2K/W

Isolatiemateriaal

Richtwaarde benodigde dikte isolatiemateriaal voor Rc ≥ 3.0 m2K/W.

Glaswol/Steenwol/EPS plaat/PIR- en PUR gespoten

> 12 cm

PIR- en PUR platen

> 8 cm

‘Uitzonderlijk’ goede (na) isolatie van gevels, vloeren en daken moet altijd via facturen, documenten en/of rapporten worden aangetoond. In geval van drievoudig HR-glas kan ook worden volstaan met foto’s.

3.2. Beglazing

De invoermogelijkheden voor beglazing zijn:

  • Enkelglas;

  • Dubbelglas;

  • HR glas;

  • Drievoudig HR-glas

Tevens wordt onderscheid gemaakt tussen de beglazing van de leefruimten en de beglazing van de slaapruimten. De energielabelplichtige moet dit duidelijk aangeven bij de geleverde bewijsstukken.

  • Leefruimte: vertrekken van de woning ingericht voor een langdurig verblijf tijdens de dag, met uitsluiting van de sanitaire voorzieningen, bergingen, wasruimten, etc. Voorbeelden zijn de woonkamer, studieruimte, eetkeuken, eethoek.

  • Slaapruimte: vertrekken van de woning ingericht als slaapkamer, met uitzondering van de vertrekken die eveneens als leefruimte zijn bedoeld (b.v. bij kamers en studio's).

Foto’s

Indien als bewijsstukken foto’s worden aangereikt, dient hierop minimaal te zien te zijn dat het enkel glas of dubbel glas betreft. In het geval van HR-glas moet op de foto de vermelding dat het HR-glas is en bij drievoudig HR-glas de vermelding dat het HR+++ is, op de afstandhouder in het glas te zien zijn (Afb.1) of moet duidelijk te zien zijn dat de coating in het glas aanwezig is (Afb.2).

Bijlage 256515.png
Afb. 1 Aanduiding HR++ glas op afstandshouder
  • Het aantal glaslagen is visueel (op foto) te herkennen en het best waarneembaar door er bij het maken van de foto een vlammetje (aansteker) voor te houden. 2 reflecties betekent één glaslaag, 4 reflecties betekent twee glaslagen en 6 reflecties betekent drie glaslagen.

  • De coating kan herkend worden door een brandende zaklamp of (aansteker)vlammetje voor de ruit te houden. In geval van dubbelglas zijn er 4 reflecties waar te nemen. Hierbij moet er schuin op het raam worden gekeken. Indien mogelijk wordt dit zowel aan de binnenzijde en buitenzijde gedaan, omdat de coating niet altijd goed zichtbaar is. HR coating wordt in de spouw aangebracht. Indien het aanstekervlammetje of de brandende zaklamp voor de ruit wordt gehouden, heeft de tweede of de derde reflectie een andere kleur dan de overige reflecties. Dit is de spouwzijde van de binnenruit of van de buitenruit.

Het aantal reflecties en de afwijkende kleur van de tweede of derde reflectie moet duidelijk waarneembaar zijn op de foto. Is dit niet zichtbaar, dan is het dubbel glas.

Bijlage 256516.png
Afb. 2 Aantonen HR coating door verkleuring van de reflectie (links de derde reflectie, rechts de tweede)

Drievoudig HR-glas bestaat uit 3 lagen glas, met twee HR-coatings, veelal op positie 2 en 5. Positie 5 is de spouwzijde van de binnenruit. Positie 2 is de spouwzijde van de buitenruit. In de afstandshouder staat vaak de codering HR+++ vermeld.

Facturen, documenten en rapporten

Op facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk aangegeven zijn dat het HR-glas betreft. Als een U-waarde genoteerd staat, kan onderstaande tabel aangehouden worden.

De tabel gaat ervan uit dat enkel glas altijd eenvoudig aangetoond kan worden door foto’s. Er wordt dus onderscheid gemaakt tussen dubbel glas, HR-glas en 3-voudig HR glas.

Tabel 3.2 Onderscheid glastypen bij 2 glaslagen

Beglazing

 

U-waarde glas

Glastype

> 2.3 W/m2K

Dubbel glas

≤ 2.3 W/m2K

HR-glas (2 glasvlakken)

≤ 0,7 W/m2K

3 voudig HR-glas (3 glasvlakken)

3.3. Isolatie

De invoermogelijkheden voor isolatie bij woningen vóór 1992 zijn:

  • Geen na-isolatie;

  • Wel na-isolatie.

  • ‘Uitzonderlijk’ goede na-isolatie1

De invoermogelijkheid voor isolatie zijn bij woningen na 1992 t/m 2013 zijn:

  • ‘Uitzonderlijk’ goede (na)-isolatie1

1 Zie paragraaf 3.1 voor de definitie van ‘uitzonderlijk’ goede (na-)isolatie

3.3.1. Gevel

Gevels kunnen op drie plaatsen nageïsoleerd zijn: aan de binnenkant, aan de buitenkant en/of in de spouw.

De aanwezigheid van na-isolatie is als volgt te achterhalen:

  • Na-isolatie in de spouw is te herkennen aan boorgaten in de gevel, met name op de kruisingen van lint- en stootvoegen. Soms ook aan uitgehakte stenen in een regelmatig patroon. Wanneer het voegwerk integraal is vervangen, is niet meer te zien of er nageïsoleerd is. In dat geval dient ander bewijsmateriaal aangeleverd te worden (facturen, rapporten, etc.). Bij na-isolatie van alleen de spouw kan er geen sprake zijn van ‘uitzonderlijk’ goede isolatie.

  • Na-isolatie aan de buitenzijde is te herkennen aan een verdikking van de gevel dichtbij de kozijnen. De isolatie is dan vaak afgewerkt met een pleisterlaag of steenstrips. Indien er twijfel is, dient ander bewijsmateriaal aangeleverd te worden (facturen, rapporten, etc.).

  • Na-isolatie aan de binnenzijde is te herkennen aan een verdikking van de gevel dichtbij de kozijnen (aan de binnenkant). De isolatie kan aangetoond worden door de dikte van de constructie op te meten nabij kozijnen en/of deuropeningen en door te herleiden wat de muurdikte was zonder isolatie. Van de gemeten totale dikte moet de dikte van binnen- en buitenblad en de spouw afgetrokken worden. Indien er twijfel is bij de erkend deskundige, dient hij aanvullend ander bewijsmateriaal te vragen aan de energielabelplichtige (facturen, rapporten, etc.).

Als de gevel niet uit metselwerk bestaat, zullen bewijsstukken van de energielabelplichtige van het definitieve energielabel uitsluitsel moeten geven.

Foto’s

Op de foto moeten de boorgaten (patroon) in de gevel, het patroon van uitgehakte stenen of andere aanwijzingen die duiden op na-isolatie duidelijk zichtbaar zijn. Als met behulp van de muurdikte de aanwezigheid aangetoond moet worden, dienen op de foto de verdikking bij kozijnen, de dikte van de constructie en het metselwerk zichtbaar te zijn.

Bijlage 256517.png
Afb. 3 Boorgat in de gevel
Bijlage 256518.png
Afb. 4 Totale constructiedikte (in 3 stappen)

Facturen, documenten en rapporten

Op facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk en herkenbaar aangegeven staan dat de gevel nageïsoleerd is. Ook moet duidelijk blijken dat het geplaatst is bij het betreffende adres.

3.3.2. Dak

Daken kunnen op 3 manieren nageïsoleerd zijn: onder de dakconstructie (al dan niet met luchtspouw), op de dakconstructie of (bij platte daken) bovenop de dakbedekking. In veel gevallen is de isolatie niet meer zichtbaar en zal, naast een foto, aanvullend of ander bewijsmateriaal aangeleverd moeten worden (facturen, rapporten, etc.).

Bijlage 256519.png
Afb. 5 Schuindakisolatie op de dakconstructie (A) en onder de dakconstructie met (C) en zonder (B) spouw

Mogelijke plaatsen of manieren om dakisolatie aan te tonen:

  • Een foto van isolatie zichtbaar bij onafgewerkte delen (achter schotten, bij doorvoeringen of op een vliering);

  • Een foto van isolatie bij de gevelaansluitingen;

  • De dikte van de constructie, gemeten bij dakramen (let op opstaande randen);

  • De dikte van de isolatie tegen het dakbeschot, gemeten bij de gordingen (zie Afb.6), het nog zichtbare deel van de gording opmeten en elders de gehele gordingdikte.

Bijlage 256520.png
Afb. 6 Isolatie op vliering tussen de gordingen

Foto’s

Op de foto moet aannemelijk gemaakt zijn dat isolatie aanwezig is.

Facturen, documenten en rapporten

Op facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk en herkenbaar aangegeven staan dat het dak nageïsoleerd is. Ook moet duidelijk blijken dat het geplaatst is bij het betreffende adres.

3.3.3. Vloer of kruipruimte

Vloeren kunnen op 3 manieren (na)geïsoleerd zijn: op de vloer,onder de vloer tegen het dek of op de bodem van de kruipruimte. Vloerisolatie is vaak zichtbaar in de kruipruimte, in de kelder of bij de vloerdoorvoeringen in een (meter)kast.

De volgende situaties kunnen aangetroffen worden:

  • Isolatie in of op de vloer;

  • Isolatie in de kruipruimte, bijvoorbeeld met luchtkussens, parels, schelpen, PUR, etc.

Bijlage 256521.png
Afb. 7 Isolatie in de kruipruimte, met respectievelijk isolatiedekens, parels en schelpen

Foto’s

Op de foto moet de isolatie duidelijk zichtbaar zijn.

Facturen, documenten en rapporten

Op facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk en herkenbaar aangegeven staan dat het gaat om vloer- of kruipruimte-isolatie. Ook moet duidelijk blijken dat het is aangebracht bij het betreffende adres.

3.4. Verwarmingstoestel

De invoermogelijkheden voor het verwarmingstoestel zijn:

  • Individuele CV-ketel, installatiejaar vóór 1998;

  • Individuele CV-ketel, installatiejaar in of na 1998;

  • Gaskachels;

  • Warmtepomp;

  • Stadsverwarming;

  • Gemeenschappelijke CV-ketel, installatiejaar vóór 1998 (alleen bij appartementen);

  • Gemeenschappelijke CV-ketel, installatiejaar in of na 1998 (alleen bij appartementen).

Foto’s

Indien als bewijsstukken foto’s worden aangereikt, dient hierop duidelijk vermeld te zijn om wat voor toestel het gaat. Als het een individuele of collectieve CV-ketel betreft moet achterhaald kunnen worden wat het installatiejaar is. De achtergrond hierbij is dat er vanuit gegaan wordt dat in de periode voor 1998 vooral VR-ketels geplaatst werden en vanaf 1998 vooral HR-ketels. Als het installatiejaar niet bekend is, kan de erkende energielabeldeskundige dus uitsluitsel over het toegepaste toestel krijgen door middel van een foto van het type ketel of keurmerksticker.

Tabel 3.3 Onderscheid type CV-ketel

CV-ketels individueel en collectief

 

Type

Invoer opwekkingstoestel

CR- of VR-ketel

installatiejaar vóór 1998

HR100, HR104 of HR107-ketel

installatiejaar in of na 1998

Bijlage 256522.png
Afb. 8 CV-ketel met HR keur (HR107)
Bijlage 256523.png
Afb. 9 Typeplaatje CV-ketel met bouwjaar 2007 (YoP = Year of Production)
Bijlage 256524.png
Afb. 10 a. Stadsverwarmingsunit (tevens tapwater) b. Secundaire stadsverwarmingsaansluiting (alleen CV)

Toelichting bij afleverset stadsverwarming (Afb.10a)

 

De unit heeft in totaal zes aansluitingen, wat duidt op een unit voor zowel verwarming als voor warmtapwater. De rode en blauwe aansluiting (rechts) zijn voor het verwarmingssysteem. De middelste twee koperen leidingen zijn de koudwateraanvoer- en warmwaterleiding. En de linker twee leidingen zijn de aansluitingen op het stadsverwarmingssysteem. In de afleverset zit een warmtemeter en een warmtewisselaar voor de warmtapwaterbereiding.

Facturen, documenten en rapporten

Op facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk aangegeven staan welk type toestel geplaatst is en op welke datum. Er dient zonder twijfel uit opgemaakt te kunnen worden wat voor opwekkingstoestel het betreft. Dat betekent dat in het geval van een CV-ketel vaak ook de typeaanduiding nodig is. Bij stadsverwarming kan een foto van een energierekening (levering warmte) als bewijs worden gezien.

3.4.1. Niet in de keuze voorkomende toestellen

In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van toestellen die niet in de keuzelijst voorkomen. De tweede kolom geeft aan hoe het toestel aangemerkt moet worden.

Tabel 3.4 Niet in de keuze voorkomende CV-toestellen

Niet genoemde CV-toestellen

 

Toestel

Invoeren als

Individuele micro-WKK (HRe-ketel)

‘Individuele CV-ketel, installatiejaar in of na 1998’

Collectieve WKK

‘Gemeenschappelijke CV-ketel, installatiejaar in of na 1998’

Moederhaard

‘CV-ketel, installatiejaar voor 1998 ’

Individuele biomassa CV-ketel (houtpellet, bio-ethanol, houtvergassers, etc.)

‘Individuele CV-ketel, installatiejaar in of na 1998 ’

Collectieve biomassa CV-ketel (houtpellet, bio-ethanol, houtvergassers, etc.)

‘Gemeenschappelijke CV-ketel, installatiejaar in of na 1998’

Luchtverwarming, met ketel van voor 1998

‘CV-ketel, installatiejaar voor 1998 ’

Luchtverwarming, met ketel in of na 1998

‘CV-ketel, installatiejaar in of na 1998 ’

Elektrische verwarming (ook Infrarood)

‘Gaskachels’

Alle typen individuele warmtepompen en WKO installaties (warmte koude opslag)

‘Warmtepomp’

Alle typen collectieve warmtepompen en collectieve WKO-installaties (warmte koude opslag)

‘Warmtepomp’

Geothermie (aardwarmte)

‘Warmtepomp’

3.5. Tapwatertoestel

De invoermogelijkheden voor het tapwatertoestel zijn:

  • Geen aparte warmtapwater voorziening;

  • Geiser;

  • Elektrische boiler.

Het betreft altijd het hoofdtoestel voor tapwater. Close-in boilers of quookers in de keuken tellen dus niet mee.

Foto’s

Als het warmwatertoestel geen geiser en ook geen elektrische boiler is, komt men altijd uit op ‘geen aparte warmtapwatervoorziening’. De geiser en de elektrische boiler kunnen herkend worden met behulp van onderstaande foto’s. In het geval dat de foto van de energielabelplichtige afwijkt van deze onderstaande foto’s, dan kan de optie ‘geen aparte warmtapwatervoorziening’ worden gekozen.

Bijlage 256525.png
Afb. 11 Elektrische boiler (links) en geiser (rechts)

Facturen, documenten en rapporten

Op facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk aangegeven staan welk type toestel geplaatst is en op welke datum. Er dient zonder twijfel uit opgemaakt te kunnen worden dat het een geiser, een elektrische boiler of een ander toestel voor warmtapwater betreft.

3.5.1. Niet in de keuze voorkomende toestellen

Alle niet in de keuze voorkomende toestellen worden aangemerkt als ‘Geen aparte warmtapwater voorziening’.

3.6. Ventilatiesysteem

De invoermogelijkheden voor ventilatie (voor woningen tot en met bouwjaar 1999) zijn:

  • Wel mechanische afzuiging;

  • Geen mechanische afzuiging;

  • Gebalanceerde ventilatie (alleen indien woning ‘uitzonderlijk’ goed (na) geisoleerd is).

De invoermogelijkheden voor ventilatie voor woningen vanaf bouwjaar 2000 zijn:

  • Wel gebalanceerde ventilatie;

  • Geen gebalanceerde ventilatie.

Bij woningen vanaf bouwjaar 2000 duidt de aanwezigheid van gevelroosters in of boven de kozijnen op mechanische afzuiging zonder balansventilatie en wordt dus gekenmerkt als ‘geen gebalanceerde ventilatie’. Het maakt dan niet uit of deze roosters CO2, tijd en/of drukgestuurd zijn.

Foto’s

Op de foto moet duidelijk de ventilatieunit staan met, bij balansventilatie, herkenbaar de vier kanaalaansluitingen voor toevoerlucht, retourlucht, aanzuig- en afblaaslucht. Een ventilatieunit voor mechanische afzuiging (Afb.13) heeft vaak 2, maar soms ook 3 of 4 kanaalaansluitingen.

Bijlage 256526.png
Afb. 12 Ventilatieunit voor enkel mechanische afzuiging
Bijlage 256527.png
Afb. 13 Ventilatieunit voor mechanische toe- en afvoer van lucht (gebalanceerd ventilatiesysteem)

Facturen, documenten en rapporten

Op facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk aangegeven staan welk type ventilatiesysteem geplaatst is. Indien nodig (bij twijfel), dient de typeaanduiding van de ventilatieunit vermeld te zijn.

3.7. Zonne-energiesysteem

De invoermogelijkheden voor zonne-energiesysteem zijn:

  • Wel of geen zonneboiler aanwezig;

  • Wel of geen PV-panelen aanwezig (m2 opgeven).

3.7.1. Zonneboiler

Voor een zonneboiler wordt enkel aangegeven of deze wel of niet aanwezig is. Een foto van de collector op dak van de betreffende woning is voldoende. Is dat niet mogelijk dan dient op andere wijze aangetoond te worden dat er een zonneboiler aanwezig is, bijvoorbeeld door middel van facturen.

Foto’s

Uit de foto moet blijken dat het een zonneboiler betreft. Bij vacuümbuizen is dat duidelijk. Bij plaatcollectoren dient de foto van voldoende kwaliteit te zijn om onderscheid te kunnen maken tussen (zwarte) zonnepanelen en zonnecollectoren.

Bijlage 256528.png
Afb. 14 Zonneboiler met vacuümbuizen (links) en vlakke plaat collectoren (rechts)

Facturen, documenten en rapporten

Op facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk aangegeven staan dat het een zonneboiler betreft. Ook moet duidelijk blijken dat het geplaatst is bij het betreffende adres.

3.7.2. PV-panelen

Bij PV-panelen wordt, indien aanwezig, ook aangegeven hoeveel m2 het betreft. Omdat zonnepanelen verschillende afmetingen hebben, kan dit niet makkelijk bepaald worden aan de hand van foto’s en zal in de meeste gevallen aanvullende bewijsstukken nodig zijn.

Foto’s

Uit de foto moet blijken hoeveel panelen er geplaatst zijn en hoe groot de panelen zijn. Dat kan bij benadering, bijvoorbeeld door dakpannen te tellen. Deze zijn standaard ongeveer 20-25 cm breed en 30-35 cm hoog. Let wel op dat de schuine plaatsing van de panelen een vertekend beeld kan geven.

Voor panelen op platte daken of daken zonder (zichtbare) dakpannen kan enkel worden volstaan met foto’s waarbij door middel van een meetlint de afmetingen duidelijk gemaakt zijn.

Facturen, documenten en rapporten

Bij facturen, in documenten en in rapporten moet duidelijk aangegeven staan dat het zonnepanelen (PV) betreft en daarbij aangegeven het aantal panelen en de afmetingen per paneel (bijvoorbeeld door bijgeleverde documentatie, met herleidbare typeaanduiding). Ook moet duidelijk blijken dat het geplaatst is bij het betreffende adres.

Bijlage 256529.png
Afb. 15 PV-panelen met afmeting van ongeveer 1,55 x 0,80 meter (4,5 pan hoog, 4 pannen breed)

Facturen, documenten en rapporten

Indien het aantal vierkante meter niet duidelijk van de foto opgemaakt kan worden – of omdat bijvoorbeeld geen foto’s gemaakt kunnen worden – dient de energielabelplichtige facturen of andere documenten aan te leveren om de oppervlakte van de PV-panelen te onderbouwen. Dit moet duidelijk uit de stukken op te maken zijn, bijvoorbeeld door vermelding van het aantal panelen en de afmeting per paneel.

4. Rapportage

De erkende energielabeldeskundige legt zijn bevindingen vast in de rapportage van de internetapplicatie. Deze bevat de volgende gegevens:

  • Gegevens van de erkende energielabeldeskundige:

    • Naam en adres van het bedrijf, alsmede de naam van de erkende energielabeldeskundige.

    • Datum van de registratie.

    • (Digitale) handtekening van de erkende energielabeldeskundige.

  • Gegevens van de gecontroleerde woning:

    • Adres van de woning.

    • Door de energielabelplichtige aangeleverde woningkenmerken.

    • Door de energielabelplichtige aangeleverde bewijsstukken of onderbouwende toelichting.

  • Resultaat van de certificatie:

    • Het akkoord van de erkende energielabeldeskundige voor elk gecertificeerd woningkenmerk dat met bewijs onderbouwd is.

    • De motivatie van de erkende energielabeldeskundige voor goed- of afkeuring van de gecontroleerde bewijsstukken.

  • Alle correspondentie over de bewijsstukken (via de internetapplicatie) tussen de erkende energielabeldeskundige en de energielabelplichtige.

  • Overige informatie:

    • Algemene opmerkingen van de energielabelplichtige.

    • Algemene opmerkingen van de erkende energielabeldeskundige.

Bijlage III. bij artikel 2b van de Regeling energieprestatie gebouwen

Inijkingstabel voor de energieprestatie-indicatoren

Tabel voor energieklassen voor utiliteitsgebouwen

Energieprestatie-indicator

Grenswaarden Energie-Index (EI)

Energieprestatie utiliteitsgebouwen

A

Kleiner of gelijk aan 1,05

B

1,06–1,15

C

1,16–1,30

D

1,31–1,45

E

1,46–1,60

F

1,61–1,75

G

Groter dan 1,75

Bijlage IIIa. bij artikel 2c van de Regeling energieprestatie gebouwen

Inijkingstabel voor de energieklassen

Tabel voor energieklassen voor utiliteitsgebouwen

Energieklasse

Grenswaarden EP;tot / EP;adm;tot;nb (E/E)

Energieprestatie utiliteitsgebouwen

A++++

Kleiner of gelijk aan 0,30

A+++

0,31-0,65

A++

0,66-1,00

A+

1,01-1,15

A

1,16-1,35

B

Groter dan 1,35

Bijlage IIIb. bij artikel 2 van de Regeling energieprestatie gebouwen

Inijkingstabel voor de energieprestatie-indicatoren

Energieprestatie-indicator

Grenswaarden Energie-Index (EI) Energieprestatie woningen

A

Kleiner of gelijk aan 1,20

B

1,21–1,40

C

1,41–1,80

D

1,81–2,10

E

2,11–2,40

F

2,41–2,70

G

Groter dan 2,70

Terug naar begin van de pagina