Regeling geurhinder en veehouderij

Geldend van 30-06-2010 t/m 18-10-2011

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 december 2006, nr. BWL/2006333382, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Bodem, Water en Landelijk Gebied, Afdeling Landbouw, houdende vaststelling van geuremissiefactoren, minimumafstanden voor pelsdieren, de wijze van omrekening naar geurbelasting en van de wijze van afstandsbepaling (Regeling geurhinder en veehouderij)

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 1, 4, tweede lid, en 10 van de Wet geurhinder en veehouderij;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

wet: Wet geurhinder en veehouderij;

emissiepunt: punt waar een relevante hoeveelheid geur buiten:

  • a. het geheel overdekt dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht; of

  • b. het overdekte gedeelte van het gedeeltelijk overdekt dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht.

Artikel 2

  • 1 De geurbelasting vanwege een veehouderij wordt berekend met inachtneming van het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning 2010.

  • 2 Het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten wordt aangemerkt als punt waar de geur uit het dierenverblijf treedt of wordt gebracht.

  • 3 De geurbelasting wordt bepaald op de dichtstbijzijnde buitenzijde van een geurgevoelig object, gerekend vanaf het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten.

  • 4 Indien het dierenverblijf niet is overdekt, wordt de geurbelasting bepaald op de dichtstbijzijnde buitenzijde van een geurgevoelig object, gerekend vanaf het punt van de begrenzing dat het dichtst is gelegen bij het desbetreffende geurgevoelig object.

  • 5 De geuremissie vanuit een veehouderij is de som van de voor de verschillende diercategorieën, gehouden in de onderscheiden dierenverblijven, berekende aantallen odour units per seconde per dier.

  • 6 Het aantal odour units per seconde per dier van een diercategorie, is het aantal dieren van een diercategorie vermenigvuldigd met de voor de betreffende diercategorie in bijlage 1 opgenomen geuremissiefactor.

  • 7 Indien voor een diercategorie geen geuremissiefactor is vastgesteld, wordt de diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing gelaten.

Artikel 4

  • 2 Indien het dierenverblijf niet is overdekt, wordt de afstand gemeten vanaf de buitenzijde van een geurgevoelig object tot het punt van de begrenzing van het dierenverblijf dat het dichtst is gelegen bij het desbetreffende geurgevoelig object.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 december 2006

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P.L.B.A. van Geel

Bijlage 1. , als bedoeld in artikel 2, zesde lid (geuremissiefactoren)

Rav-nr.

Diercategorie/soort huisvesting

geuremissiefactor

Rundvee

A 1

Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

niet vastgesteld

A 2

Zoogkoeien ouder dan 2 jaar

niet vastgesteld

A 3

Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar

niet vastgesteld

A 4

Vleeskalveren tot 8 maanden

35,6

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

24,9

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

19,6

A 5

Vleesstierkalveren tot 6 maanden

35,6

A 6

Vleesstieren en overig vleesvee van 6 tot 24 maanden (roodvleesproductie)

35,6

A 7

Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar

niet vastgesteld

     

Schapen

B 1

Schapen ouder dan één jaar, inclusief lammeren tot 45 kilo1,2

7,8

 

Geiten

C 1

Geiten ouder dan één jaar

18,8

C 2

Opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar

11,3

C 3

Opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

5,7

     

Varkens 3

D 1

Fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kilo

 

D 1.1

Biggenopfok (gespeende biggen)

 

 

emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 0,3 kg per dierplaats per jaar)4

5,4

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

3,8

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

3,0

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14.V2 (70% reductie)

1,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2007.01.V1; BWL 2007.02.V1; BWL 2010.02 (75% reductie)

1,4

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15.V2 (80% reductie)

1,1

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2009.12 (85% reductie)

0,8

 

overige huisvesting

7,8

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

5,5

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

4,3

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14.V2 (70% reductie)

2,3

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2007.01.V1; BWL 2007.02.V1; BWL 2010.02 (75% reductie)

2,0

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15.V2 (80% reductie)

1,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2009.12 (85% reductie)

1,2

D 1.2

Kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen)

 

 

emissiearme en overige huisvesting

27,9

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

19,5

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

15,3

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14.V2 (70% reductie)

8,4

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2007.01.V1; BWL 2007.02.V1; BWL 2010.02 (75% reductie)

7,0

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15.V2 (80% reductie)

5,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2009.12 (85% reductie)

4,2

D 1.3

Guste en dragende zeugen

 

 

emissiearme en overige huisvesting

18,7

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

13,1

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

10,3

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14.V2 (70% reductie)

5,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2007.01.V1; BWL 2007.02.V1; BWL 2010.02 (75% reductie)

4,7

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15.V2 (80% reductie)

3,7

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2009.12 (85% reductie)

2,8

D 2

Dekberen, 7 maanden en ouder

 

 

emissiearme en overige huisvesting

18,7

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

16,1

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

12,7

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14.V2 (70% reductie)

5,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2007.01.V1; BWL 2007.02.V1; BWL 2010.02 (75% reductie)

4,7

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15.V2 (80% reductie)

3,7

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2009.12 (85% reductie)

2,8

D 3

Vleesvarkens, opfokberen van 25 kilo tot 7 maanden, opfokzeugen van 25 kilo tot eerste dekking5

 

 

emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 1,5 kg per dierplaats per jaar)

17,9

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

12,5

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

9,8

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14.V2 (70% reductie)

5,4

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2007.01.V1; BWL 2007.02.V1; BWL 2010.02 (75% reductie)

4,5

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15.V2 (80% reductie)

3,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2009.12 (85% reductie)

2,7

 

overige huisvesting

23,0

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

16,1

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

12,7

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14.V2 (70% reductie)

6,9

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2007.01.V1; BWL 2007.02.V1; BWL 2010.02 (75% reductie)

5,8

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15.V2 (80% reductie)

4,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2009.12 (85% reductie)

3,5

     

Kippen

E 1

Opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken

 

 

Batterijhuisvesting

 

 

emissiearme en overige huisvesting

0,18

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,13

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,11

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,10

 

Niet-batterijhuisvesting

 

 

emissiearme en overige huisvesting

0,18

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,13

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,11

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,10

E 2

Legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen

 

 

Batterijhuisvesting

 

 

mestopslag onder de batterij

0,69

 

emissiearme en overige huisvesting

0,35

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,25

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,21

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,19

 

Niet-batterijhuisvesting

 

 

emissiearme en overige huisvesting

0,34

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,24

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,20

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,19

E 3

(Groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok, jonger dan 19 weken

 

 

emissiearme en overige huisvesting

0,18

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,13

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,11

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,10

E 4

(Groot-)ouderdieren van vleeskuikens

 

 

emissiearme en overige huisvesting

0,93

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,65

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,56

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,51

E 5

Vleeskuikens

 

 

emissiearme en overige huisvesting

0,24

 

– uitbroeden en opfokken tot 13 dagen en vervolghuisvesting

0,22

 

– uitbroeden en opfokken tot 19 dagen en vervolghuisvesting

0,19

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,17

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,14

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,13

     

Kalkoenen

F 1

Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok tot 6 weken

0,29

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,20

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,17

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,16

F 2, F 3

Ouderdieren van vleeskalkoenen vanaf 6 weken

1,55

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

1,09

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,93

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,85

F 4

Vleeskalkoenen

1,55

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

1,09

 

– chemische luchtwasser BWL 2007.08.V2 (40% reductie)

0,93

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

0,85

     

Eenden

G 1

Ouderdieren van vleeseenden

0,49

G 2

Vleeseenden

0,49

     

Parelhoenders

J 1

Parelhoenders voor de vleesproductie

0,24

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,17

     

Overig

   

M 1

Landbouwhuisdieren die in veehouderijen worden gehouden

niet vastgesteld

1De geuremissie heeft betrekking op een stalperiode van maximaal drie maanden in de winter.

2De geuremissiefactor geldt inclusief opfok, zodat die opfok niet meetelt voor de berekening van de geuremissie.

3Een stalsysteem met spoelgoten wordt niet gewaardeerd als emissiearme huisvesting maar als overige huisvesting.

4a.e. is de afkorting van ammoniakemissie.

5Voor opfokzeugen na de eerste dekking wordt de geuremissiefactor voor fokzeugen gehanteerd.

Bijlage 2. , als bedoeld in artikel 3 (afstanden pelsdieren)

De afstanden, uitgedrukt in meters, voor nertsen worden als volgt bepaald.

Pelsdieren

Rav-nr.

Diercategorie

Aantal fokteven

H 1

Nertsen

1–1000

1001–1500

1501–3000

3001–6000

6001–9000

Geurgevoelig object binnen bebouwde kom

175

200

225

250

275

Geurgevoelig object buiten bebouwde kom

100

125

150

175

200

  • 1. In de berekening worden jongen en reuen buiten beschouwing gelaten.

  • 2. Indien meer dan 9000 fokteven worden gehouden, wordt de afstand voor elke extra 3000 fokteven met 25 meter vergroot.

  • 3. Indien de pelsdieren in emissiearme huisvesting worden gehouden, waarbij de ammoniakemissie kleiner dan of gelijk is aan 0,25 kg per dierplaats per jaar, worden de afstanden uit de tweede rij van de tabel (‘buiten bebouwde kom’) met 25 meter verkleind.

  • 4. Indien het geurgevoelig object onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, bedraagt de afstand tot dat geurgevoelig object:

    • a. ten minste 100 meter indien het geurgevoelig object binnen de bebouwde kom is gelegen, en

    • b. ten minste 50 meter indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Terug naar begin van de pagina