Regeling geurhinder en veehouderij

Geldend van 01-01-2007 t/m 19-07-2007

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 december 2006, nr. BWL/2006333382, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Bodem, Water en Landelijk Gebied, Afdeling Landbouw, houdende vaststelling van geuremissiefactoren, minimumafstanden voor pelsdieren, de wijze van omrekening naar geurbelasting en van de wijze van afstandsbepaling (Regeling geurhinder en veehouderij)

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op de artikelen 1, 4, tweede lid, en 10 van de Wet geurhinder en veehouderij;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

bijlage: bij deze regeling behorende bijlage;

wet: Wet geurhinder en veehouderij;

emissiepunt: punt waar een relevante hoeveelheid geur buiten:

  • a. het geheel overdekt dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht; of

  • b. het overdekte gedeelte van het gedeeltelijk overdekt dierenverblijf treedt, dan wel wordt gebracht.

Artikel 2

  • 1 De geurbelasting vanwege een veehouderij wordt berekend met inachtneming van het verspreidingsmodel ‘V-Stacks vergunning’.

  • 2 Het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten wordt aangemerkt als punt waar de geur uit het dierenverblijf treedt of wordt gebracht.

  • 3 De geurbelasting wordt bepaald op de dichtstbijzijnde buitenzijde van een geurgevoelig object, gerekend vanaf het geometrisch gemiddelde van de emissiepunten.

  • 4 Indien het dierenverblijf niet is overdekt, wordt de geurbelasting bepaald op de dichtstbijzijnde buitenzijde van een geurgevoelig object, gerekend vanaf het punt van de begrenzing dat het dichtst is gelegen bij het desbetreffende geurgevoelig object.

  • 5 De geuremissie vanuit een veehouderij is de som van de voor de verschillende diercategorieën, gehouden in de onderscheiden dierenverblijven, berekende aantallen odour units per seconde per dier.

  • 6 Het aantal odour units per seconde per dier van een diercategorie, is het aantal dieren van een diercategorie vermenigvuldigd met de voor de betreffende diercategorie in bijlage 1 opgenomen geuremissiefactor.

  • 7 Indien voor een diercategorie geen geuremissiefactor is vastgesteld, wordt de diercategorie in de berekening van de geurbelasting buiten beschouwing gelaten.

Artikel 4

  • 2 Indien het dierenverblijf niet is overdekt, wordt de afstand gemeten vanaf de buitenzijde van een geurgevoelig object tot het punt van de begrenzing van het dierenverblijf dat het dichtst is gelegen bij het desbetreffende geurgevoelig object.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 8 december 2006

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P.L.B.A. van Geel

Bijlage 1. , als bedoeld in artikel 2, zesde lid (geuremissiefactoren)

RAV-nr.

Diercategorie

Geuremissiefactor

Rundvee

A 1

Melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

niet vastgesteld

A 2

Zoogkoeien ouder dan 2 jaar

niet vastgesteld

A 3

Vrouwelijk jongvee tot 2 jaar

niet vastgesteld

A 4

Vleeskalveren tot 8 maanden

35,6

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

24,9

A 5

Vleesstierkalveren tot 6 maanden

35,6

A 6

Vleesstieren en overig vleesvee van 6 tot 24 maanden (roodvleesproductie)

35,6

A 7

Fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar

niet vastgesteld

     

Schapen

B 1

Schapen ouder dan één jaar, inclusief lammeren tot 45 kilo12

7,8

     

Geiten

C 1

Geiten ouder dan één jaar

18,8

C 2

Opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar

11,3

C 3

Opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

5,7

     

Varkens3

D 1

Fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kilo

 

D 1.1

Biggenopfok (gespeende biggen)

 
 

emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 0,3 kg/dierplaats)4

5,4

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

3,8

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

3,0

 

overige huisvesting

7,8

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

5,5

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

4,3

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14 (70% reductie)

2,3

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15 (80% reductie)

1,6

D 1.2

Kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen)

 
 

emissiearme en overige huisvesting

27,9

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

19,5

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

15,3

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14 (70% reductie)

8,4

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15 (80% reductie)

5,6

D 1.3

Guste en dragende zeugen

 
 

emissiearme en overige huisvesting

18,7

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

13,1

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

10,3

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14 (70% reductie)

5,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15 (80% reductie)

3,7

D 2

Dekberen, 7 maanden en ouder

 
 

emissiearme en overige huisvesting

18,7

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

16,1

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

12,7

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14 (70% reductie)

5,6

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15 (80% reductie)

3,7

D 3

Vleesvarkens, opfokberen van 25 kilo tot 7 maanden, opfokzeugen van 25 kilo tot eerste dekking5

 
 

emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 1,5 kg/dierplaats)

17,9

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

12,5

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

9,8

 

overige huisvesting

23,0

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

16,1

 

– biologische luchtwasser (45% reductie)

12,7

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.14 (70% reductie)

6,9

 

– gecombineerd luchtwassysteem BWL 2006.15 (80% reductie)

4,6

     

Kippen

E 1

Opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken

 
 

Batterijhuisvesting

 
 

emissiearme en overige huisvesting

0,18

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,13

 

Niet-batterijhuisvesting

 
 

emissiearme en overige huisvesting

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,18

0,13

E 2

Legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen

 
 

Batterijhuisvesting

 
 

Mestopslag onder de batterij

0,69

 

emissiearme en overige huisvesting

0,35

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,25

 

Niet-batterijhuisvesting

 
 

emissiearme en overige huisvesting

0,34

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,23

E 3

(Groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok, jonger dan 19 weken

 
 

emissiearme en overige huisvesting

0,18

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,13

E 4

(Groot-)ouderdieren van vleeskuikens

 
 

emissiearme en overige huisvesting

0,93

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,65

E 5

Vleeskuikens

 
 

emissiearme en overige huisvesting

0,24

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,17

     

Kalkoenen

F 1

Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok tot 6 weken

0,29

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,20

F 2, F 3

Ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok vanaf 6 weken

1,55

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

1,09

F 4

Vleeskalkoenen

1,55

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

1,09

     

Eenden

G 1

Ouderdieren van vleeseenden

0,49

G 2

Vleeseenden

0,49

     

Parelhoenders

J 1

Parelhoenders voor de vleesproductie

0,24

 

– chemische luchtwasser (30% reductie)

0,17

     

Overig

M 1

Landbouwhuisdieren die in veehouderijen worden gehouden

niet vastgesteld

Bijlage 2. , als bedoeld in artikel 3 (afstanden pelsdieren)

De afstanden voor pelsdieren (nertsen en vossen) worden als volgt bepaald.

RAV-nr.

Diercategorie

Aantal fokteven

Pelsdieren

H 1

Nertsen

1–1000

1001–1500

1501–3000

3001–6000

6001–9000

Binnen bebouwde kom

175 meter

200

225

250

275

Buiten bebouwde kom

100

125

150

175

200

In de berekening worden jongen en reuen buiten beschouwing gelaten.

Indien zowel nertsen als vossen, dan wel uitsluitend vossen worden gehouden, worden voor het bepalen van de afstand 10 vossen (fokmoeren) gelijkgesteld met 15 nertsen (fokteven). Indien (nadat de eventueel aanwezige vossen zijn omgerekend naar nertsen) meer dan 9000 fokteven worden gehouden, wordt de afstand voor elke extra 3000 fokteven met 25 meter extra vergroot.

Indien de pelsdieren in emissiearme huisvesting (a.e. ≤ 0,25 kg/dierplaats) worden gehouden, worden de afstanden uit de tweede rij van de tabel (‘buiten bebouwde kom’) met 25 meter verminderd.

  1. De geuremissie heeft betrekking op een stalperiode van maximaal drie maanden in de winter.

    ^ [1]
  2. De geuremissiefactor geldt inclusief opfok, zodat die opfok niet meetelt voor de berekening van de geuremissie.

    ^ [2]
  3. Een stalsysteem met spoelgoten wordt niet gewaardeerd als emissiearme huisvesting maar als overige huisvesting.

    ^ [3]
  4. a.e. is de afkorting van ammoniakemissie.

    ^ [4]
  5. Voor opfokzeugen na de eerste dekking wordt de geuremissiefactor voor fokzeugen gehanteerd.

    ^ [5]
Terug naar begin van de pagina