Beleidsregels grote rivieren

Geldend van 01-07-2018 t/m heden

Besluit van 4 juli 2006, nr. HDJZ/I&O/2006-948, Hoofddirectie Juridische Zaken, tot vaststelling van de Beleidsregels grote rivieren (Beleidsregels grote rivieren)

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2 en 3 van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Definitiebepalingen

  • 1 In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a. toestemming: de toelaatbaarheid vanuit rivierkundig opzicht bezien, nodig voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 6.12 van het Waterbesluit;

    • b. rivierbed: de oppervlakte begrensd ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Waterwet;

    • c. bergend regime: het afwegingskader dat geldt op het gedeelte van het rivierbed aangegeven in bijlage 1 bij deze beleidsregels;

    • d. stroomvoerend regime: het afwegingskader dat geldt op het gedeelte van het rivierbed aangegeven in bijlage 1 bij deze beleidsregels.

  • 2 Maatregelen, ingrepen, bouwen en soortgelijke begrippen worden voor de toepassing van deze beleidsregels als activiteit aangemerkt.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Artikel 3

In het rivierbed wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste lid, toestemming gegeven voor:

Artikel 4. Activiteiten bergend regime

Voor activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het bergend regime van toepassing is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste en tweede lid, toestemming gegeven.

Artikel 5. Riviergebonden activiteiten stroomvoerend regime

Voor de navolgende riviergebonden activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het stroomvoerend regime van toepassing is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 7, eerste en tweede lid, toestemming gegeven:

  • a. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige kunstwerken;

  • b. de realisatie van voorzieningen voor een betere en veilige afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart;

  • c. de bouw of wijziging van waterkrachtcentrales;

  • d. de vestiging of uitbreiding van overslagbedrijven of het realiseren van overslagfaciliteiten, uitsluitend voor zover de activiteit gekoppeld is aan het vervoer over de rivier;

  • e. de aanleg of wijziging van scheepswerven en specifiek daaraan verbonden bedrijfsactiviteiten;

  • f. de realisatie of verbetering van natuur;

  • g. de verbetering van de waterkwaliteit;

  • h. de uitbreiding of wijziging van bestaande steenfabrieken;

  • i. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie of extensieve uiterwaardrecreatie zijn verbonden;

  • j. de winning van oppervlaktedelfstoffen;

  • k. de realisatie van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het agrarisch, landschappelijk of daarmee vergelijkbaar beheer van het rivierbed;

  • l. het behoud of herstel van cultuurhistorische landschapselementen; of

  • m. de realisatie van voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het behoud van bekende of te verwachten archeologische monumenten.

Artikel 6. Niet-riviergebonden activiteiten stroomvoerend regime

Voor niet-riviergebonden activiteiten in het gedeelte van het rivierbed waarop het stroomvoerend regime van toepassing is, wordt geen toestemming gegeven, tenzij, onverminderd het bepaalde in artikel 7, sprake is van:

  • a. een groot openbaar belang en de activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd;

  • b. een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven en de activiteit redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd;

  • c. verduurzaming van de energievoorziening van bestaande activiteiten in het rivierbed;

  • d. opwekking van zonne- of windenergie en de activiteit niet redelijkerwijs buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; of

  • e. activiteiten die per saldo meer ruimte voor de rivier opleveren op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie.

Artikel 7

  • 1 De toestemming, bedoeld in artikel 3, wordt alleen gegeven indien:

    • a. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk gewaarborgd blijft;

    • b. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit, en

    • c. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van de toestemming, bedoeld in de artikelen 4, 5 en 6, aanhef en de onderdelen a, b en c, met dien verstande dat de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn.

  • 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van de toestemming, bedoeld in artikel 6, aanhef en onderdeel d, met dien verstande dat de vergunning zal worden verleend voor een bepaalde termijn en dat de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen ten minste voor de duur van die termijn duurzaam worden gecompenseerd waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn.

  • 4 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor het geven van de toestemming, bedoeld in artikel 6, aanhef en onderdeel e, met dien verstande dat de gevraagde rivierverruimende maatregelen genomen worden, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen gezekerd zijn.

Artikel 9

Ten aanzien van een vergunning als bedoeld in artikel 6.12 van het Waterbesluit die vóór 1 juli 2018 in werking en onherroepelijk is en waaraan een toestemming als bedoeld in artikel 3, aanhef en onderdeel b, ten grondslag ligt, blijft artikel 3, onderdeel b, van deze beleidsregels zoals dat luidde vóór 1 juli 2018 van toepassing voor wijzigingen van die vergunning.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Verkeer en Waterstaat,

M.H. Schultz van Haegen

Bijlage behorend bij artikel 2 van de Beleidsregels grote rivieren

[Red: Ligt ter inzage bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, en is gepubliceerd op www.waterwet.nl.]

Bijlage 2. behorend bij artikel 2, tweede lid

De Beleidsregels grote rivieren zijn niet van toepassing op de navolgende activiteiten of locaties:

  • a. Polder Het Nieuwland (Alblasserdam);

  • b. Polder Nieuwland en Noordhoek (Papendrecht);

  • c. Projecten uitvoeringscontract Hollandsche IJssel (Ouderkerk aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel, Capelle aan den IJssel en Gouda);

  • d. Noordoevers Hendrik-Ido-Ambacht (Hendrik-Ido-Ambacht);

  • e. Uitwerkingsplan Antoniapolder (Hendrik-Ido-Ambacht);

  • f. Noordoevers Zwijndrecht (Zwijndrecht);

  • g. Project Groeskamp, Thorn (Maasgouw);

  • h. Afronding Porta Isola, Stevensweert (Maasgouw);

  • i. Afronding Op de Konie, Ohé (Maasgouw);

  • j. Units schietterrein St. Anfried, Thorn (Maasgouw).

Terug naar begin van de pagina