Asbestverwijderingsbesluit 2005

Geldend van 01-07-2019 t/m heden

Besluit van 16 december 2005, houdende vaststelling van regels voor het inventariseren van asbest en het verwijderen van asbest in het algemeen en uit een bouwwerk in het bijzonder en in verband hiermee een wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Asbestverwijderingsbesluit 2005)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 6 april 2005, nr. MJZ2005029056, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 7 van richtlijn nr. 87/217/EEG van de Raad van 19 maart 1987 inzake voorkoming en vermindering van verontreiniging van het milieu door asbest (PbEG L 85), artikel 1, onderdelen 11, 13 en 14, voor zover het betreft artikel 12 ter, van richtlijn nr. 2003/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 maart 2003 (PbEU L 97) tot wijziging van richtlijn nr. 83/477/EEG van de Raad betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling van asbest op het werk, de artikelen 24, 35, vierde lid, en 39, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, de artikelen 8, achtste lid, juncto 8, tweede lid, onderdelen d en h, en 120 van de Woningwet voorzover het betreft artikel 10, alsmede de artikelen 16, 20, 21, 22, 23 en 33, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 voorzover het betreft artikel 12 en artikel 8.44, eerste lid, van de Wet milieubeheer voorzover het betreft artikel 13;

De Raad van State gehoord (advies van 14 juli 2005, nr. W08.05.0120/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 december 2005, nr. DJZ2005215654, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsomschrijvingen en toepassingsbereik

Artikel 1

  • 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95.46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016 L 119);

    • asbestinventarisatie: inventarisatie als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

    • asbestinventarisatierapport: rapport als bedoeld in artikel 4.54a, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

    • asbestsanering: keten van handelingen die tot doel hebben een gebouw, object of terrein, waar asbest of een asbesthoudend product aanwezig is, geheel of gedeeltelijk te saneren en die achtereenvolgens de inventarisatie en verwijdering van het asbest of asbesthoudend product, de eindbeoordeling van het resultaat van de verwijdering en de afvoer en verwerking van het asbestafval omvat;

    • bouwwerk: bouwwerk in de zin van de Woningwet;

    • LAVS: landelijk asbestvolgsysteem, bedoeld in artikel 9.5.7, eerste lid, van de Wet milieubeheer;

    • LAVS-beheerder: Rijkswaterstaat, optredend namens Onze Minister ter uitvoering van artikel 9.5.7, tweede lid, van de Wet milieubeheer;

    • object: constructie, installatie, apparaat of transportmiddel, niet zijnde een bouwwerk en niet bedoeld ter ondersteuning van de functie van een bouwwerk;

    • sloopmelding: melding als bedoeld in artikel 1.26, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012.

  • 2 In dit besluit wordt onder woning verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in de Woningwet.

Artikel 2

Dit besluit is niet van toepassing op:

§ 2. Asbestinventarisatie

Artikel 3

  • 1 Degene die:

    • a. anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf een bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk afbreekt of uit elkaar neemt, of

    • b. een bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk doet afbreken of uit elkaar doet nemen,

    draagt er zorg voor dat voor het bouwwerk of object, dan wel het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de handeling wordt verricht, eerst een asbestinventarisatie wordt verricht en een asbestinventarisatierapport wordt opgesteld indien in het bouwwerk of object naar redelijke verwachting asbest of een asbesthoudend product is toegepast.

  • 2 Degene die:

    • a. anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of object verwijdert, of

    • b. asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of object doet verwijderen,

    draagt er zorg voor dat voor het bouwwerk of object eerst een asbestinventarisatie wordt verricht en een asbestinventarisatierapport wordt opgesteld.

  • 3 Degene die materialen of producten doet opruimen die ten gevolge van een incident zijn vrijgekomen, draagt er zorg voor dat voor de materialen of producten eerst een asbestinventarisatie wordt verricht en een asbestinventarisatierapport wordt opgesteld indien in de materialen of producten naar redelijke verwachting asbest of een asbesthoudend product is toegepast.

  • 4 De personen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, beschikken met betrekking tot het bouwwerk of object waar handelingen worden verricht als in die leden bedoeld, over het asbestinventarisatierapport dat ten behoeve van die handelingen is opgesteld.

Artikel 4

  • 2 Artikel 3 is voorts niet van toepassing op het in de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk:

    • a. verwijderen van waterleidingbuizen, gasleidingbuizen, rioolleidingbuizen en mantelbuizen, voorzover zij deel uitmaken van het ondergrondse openbare gas-, water- en rioolleidingnet;

    • b. verwijderen van geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen;

    • c. verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen;

    • d. verwijderen van pakkingen uit verbrandingsmotoren;

    • e. verwijderen van pakkingen uit procesinstallaties onderscheidelijk verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan 2250 kilowatt.

  • 3 Artikel 3 is voorts niet van toepassing op het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel:

    • a. verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een woning of uit een op het erf van die woning staand bijgebouw, voorzover de woning of het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt;

    • b. verwijderen van asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking uit een woning of uit een op het erf van die woning staand bijgebouw, voorzover de woning of het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende vloerbedekking of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt;

    • c. verwijderen van geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, of asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking uit een vaartuig, voorzover het vaartuig niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt of bedoeld is voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen maximaal vijfendertig vierkante meter bedraagt.

Artikel 5

Degene die een handeling doet verrichten waarop artikel 3 van toepassing is, verstrekt, voordat de handeling wordt verricht, een afschrift van het asbestinventarisatierapport aan degene die de handeling verricht.

§ 3. Asbestverwijdering

Artikel 6

  • 1 De volgende handelingen, indien de concentratie van asbestvezels is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48 onderscheidenlijk artikel 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, mogen slechts worden verricht door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit:

    • a. het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van bouwwerken of objecten indien in die bouwwerken of objecten asbest of een asbesthoudend product is verwerkt;

    • b. het verwijderen van asbest of asbesthoudende producten uit bouwwerken of objecten;

    • c. het opruimen van asbest dat of asbesthoudende producten die ten gevolge van een incident is of zijn vrijgekomen.

  • 2 Artikel 4 is, met uitzondering van het eerste lid onder a, van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Het is verboden een handeling als bedoeld in het eerste lid te doen verrichten in strijd met het bepaalde in het eerste lid in verbinding met het tweede lid.

Artikel 7

Degene die anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf asbest of een asbesthoudend product verwijdert, draagt er zorg voor dat:

  • a. de verwijderingshandeling, indien technisch mogelijk, wordt verricht alvorens het bouwwerk of object waarin het asbest of asbesthoudende product zich bevindt, geheel of gedeeltelijk wordt afgebroken of uit elkaar genomen;

  • b. verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product onmiddellijk van niet-asbesthoudende producten wordt gescheiden en verzameld;

  • c. het verzamelde asbest of de verzamelde asbesthoudende producten, tenzij dit door vorm of formaat niet mogelijk is, onmiddellijk wordt respectievelijk worden verpakt in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van zodanige dikte en sterkte dat deze niet scheurt;

  • d. niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal waarin verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product is verpakt onmiddellijk wordt afgesloten en opgeslagen in een afgesloten opslagplaats;

  • e. ingeval verzameld asbest of verzamelde asbesthoudende producten niet in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal kan respectievelijk kunnen worden verpakt, dat asbest of die asbesthoudende producten onmiddellijk in een afgesloten container wordt respectievelijk worden opgeslagen;

  • f. niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal waarin verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product is verpakt op duidelijke wijze wordt voorzien van aanduidingen overeenkomstig artikel 7 van het Productenbesluit asbest;

  • g. opgeslagen verwijderd asbest of een opgeslagen verwijderd asbesthoudend product binnen twee weken na het vrijkomen hiervan wordt afgevoerd naar een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 8

  • 1 Degene die anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf een handeling als bedoeld in artikel 7 verricht, doet dat op een zodanige wijze dat gevaren voor mens en milieu die door zodanige handelingen kunnen ontstaan, worden voorkomen.

  • 2 Bij regeling van Onze Minister kunnen met het oog op het voorkomen van gevaren voor mens en milieu regels worden gegeven die ten minste bij het verrichten van zodanige handelingen in acht worden genomen.

Artikel 9

  • 3 Het bedrijf dat de eindbeoordeling dan wel de visuele inspectie als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid, heeft uitgevoerd, voert het eindresultaat binnen twee weken nadat de eindbeoordeling is verricht, in het LAVS in.

  • 4 Het is verboden andere werkzaamheden in een binnenruimte te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een bouwwerk of object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is verricht, zolang niet een eindbeoordeling als bedoeld in het eerste lid is uitgevoerd of indien uit de eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat er op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar asbest aanwezig is of de concentratie asbestvezels in de lucht, bedoeld in de artikelen 4.51a, tweede lid, en 4.53c van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt overschreden.

  • 5 Het is verboden andere werkzaamheden in de buitenlucht te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een bouwwerk of object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, is verricht of op de plaats waar een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, is verricht, zolang niet een visuele inspectie als bedoeld in het tweede lid is uitgevoerd of indien uit de visuele inspectie, bedoeld in het tweede lid, volgt dat er op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar asbest aanwezig is.

§ 4. Het LAVS

Artikel 10

  • 1 De LAVS-beheerder draagt er zorg voor dat de gegevens en bescheiden over asbestsaneringsprojecten die in het LAVS zijn ingevoerd, onverwijld ter beschikking worden gesteld van de instanties waarvoor de gegevens en bescheiden op grond van artikel 13, eerste lid, onder a en b, toegankelijk zijn.

  • 2 De LAVS-beheerder draagt er zorg voor dat degene die verplicht is gegevens en bescheiden over een asbestsaneringsproject te verstrekken of in het LAVS in te voeren, ter voldoening aan die verplichting gebruik kan maken van gegevens en bescheiden die al in het LAVS zijn ingevoerd zonder deze opnieuw te hoeven invoeren.

Artikel 11

  • 1 De LAVS-beheerder draagt er zorg voor dat aan elk asbestsaneringsproject waarover in het LAVS gegevens en bescheiden worden opgenomen, een uniek kenmerk wordt toegekend, waarmee het project kan worden geïdentificeerd.

  • 2 De LAVS-beheerder draagt er zorg voor dat de gegevens en bescheiden die met betrekking tot een asbestsaneringsproject in het LAVS of de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 7.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zijn ingevoerd, in het LAVS worden opgenomen onder het unieke kenmerk van het asbestsaneringsproject waarop ze betrekking hebben.

  • 3 De LAVS-beheerder is niet gehouden de juistheid, volledigheid en waarheidsgetrouwheid van de gegevens en bescheiden die in het LAVS worden opgenomen, te onderzoeken.

  • 4 De LAVS-beheerder draagt er zorg voor dat de gegevens en bescheiden die in het LAVS zijn ingevoerd, na de invoering niet worden gewijzigd, tenzij hij daartoe verplicht is op grond van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder d, of artikel 16 van de algemene verordening gegevensbescherming of indien een verzoek is gedaan voor een wijziging die gelet op de doelstellingen van het desbetreffende voorschrift van ondergeschikt belang is. In aanvulling op eerder ingevoerde onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden kunnen, mede ter uitvoering van genoemde bepalingen, alsnog de juiste of volledige gegevens en bescheiden in het LAVS worden ingevoerd.

  • 5 De LAVS-beheerder kan de mogelijkheid bieden dat de instanties en bedrijven die op grond van artikel 13, eerste en tweede lid, toegang tot het LAVS hebben, andere gegevens en bescheiden met betrekking tot het asbestsaneringsproject in het LAVS invoeren, voor zover die gegevens en bescheiden de persoonlijke levenssfeer van een persoon op wie zij betrekking hebben, niet kunnen schaden.

Artikel 12

  • 1 De LAVS-beheerder draagt er zorg voor dat het LAVS zeven dagen per week gedurende 24 uur per dag beschikbaar is, behoudens korte perioden waarin dat onverenigbaar is met aangekondigde werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de goede werking van het systeem.

  • 2 De LAVS-beheerder draagt er zorg voor dat storingen in de goede werking van het LAVS zoveel mogelijk worden voorkomen en dat eventuele storingen zo snel mogelijk worden verholpen.

  • 3 De LAVS-beheerder draagt zorg voor de instandhouding van een helpdesk, die fungeert als centraal aanspreekpunt voor de gebruikers. De helpdesk is in elk geval per e-mail bereikbaar.

Artikel 13

  • 1 De gegevens en bescheiden die in het LAVS zijn opgenomen, zijn toegankelijk voor:

    • a. de instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving van de voor asbestsaneringen geldende regels en de handhaving van die regels, voor zover het asbestsaneringsprojecten betreft die behoren tot het werkgebied van de betrokken instantie;

    • b. certificerende instellingen die op grond van de Arbeidsomstandighedenwet zijn aangewezen door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het verstrekken van certificaten aan bedrijven die werkzaamheden verrichten met betrekking tot asbestsaneringen;

    • c. de Stichting Raad voor Accreditatie;

    • d. de instanties die op grond van de Wet veiligheidsrisico’s zijn belast met de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening;

    • e. de politie;

    • f. de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland of andere instanties die zijn belast met de verstrekking van overheidswege van subsidies voor asbestsaneringsprojecten;

    • g. de Belastingdienst, voor zover het asbestsaneringsprojecten betreft waarvoor op grond van artikel 29b, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag een vrijstelling van de afvalstoffenbelasting geldt.

  • 2 De gegevens en bescheiden die in het LAVS zijn opgenomen, zijn toegankelijk voor:

    • a. bedrijven die in het bezit zijn van een certificaat als bedoeld in artikel 4.54a, vierde lid, of 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voor zover het bedrijf of zijn rechtsvoorgangers ten behoeve van het asbestsaneringsproject waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben, werkzaamheden verrichten of hebben verricht, alsmede de rechtsopvolgers van die bedrijven;

    • b. bedrijven of instellingen die door middel van eHerkenning kunnen worden geauthentiseerd, of hun rechtsvoorgangers of rechtsopvolgers, die asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of object hebben doen verwijderen of doen verwijderen, voor zover het de gegevens en bescheiden betreft die op hun asbestsaneringsproject betrekking hebben;

    • c. laboratoria als bedoeld in artikel 4.51a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en bedrijven als bedoeld in artikel 4.51a, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

  • 3 Voor de toegang tot het LAVS wordt gebruikgemaakt van eHerkenning of een ander door de LAVS-beheerder aangewezen elektronisch authenticatiemiddel.

  • 4 De toegang tot het LAVS is beperkt tot medewerkers van de in het eerste en tweede lid bedoelde instanties en bedrijven die rechtstreeks zijn betrokken bij de uitvoering van de wettelijke taak van de betrokken instantie dan wel de werkzaamheden die het betrokken bedrijf ten behoeve van een asbestsaneringsproject verricht en die door de instantie of bedrijf zijn geautoriseerd.

  • 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van invoering en raadpleging van gegevens en bescheiden in het LAVS door degenen die toegang tot dat systeem hebben. Daarin kan ook het vereiste betrouwbaarheidsniveau van de eHerkenning worden vastgesteld.

Artikel 14

  • 1 De gegevens en bescheiden die in het LAVS zijn opgenomen, worden bewaard totdat het LAVS is opgeheven.

  • 2 De LAVS-beheerder kan ten behoeve van de goede werking van het LAVS gegevens en bescheiden die in het LAVS zijn opgenomen, verwijderen overeenkomstig bij ministeriële regeling gestelde regels indien de gegevens en bescheiden voor degenen die op grond van artikel 13, eerste en tweede lid, toegang tot het LAVS hebben, redelijkerwijs niet meer van belang zijn om te kunnen raadplegen.

Artikel 15

  • 1 De LAVS-beheerder draagt ter uitvoering van artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming zorg voor het nemen van technische en organisatorische maatregelen voor de beveiliging van het LAVS tegen verlies of aantasting van gegevens en bescheiden die in het LAVS zijn opgenomen, en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking ervan.

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beveiliging van het LAVS.

§ 5. Bestuursrechtelijke handhaving

Artikel 16

  • 1 Voor zover het handelingen als bedoeld in de paragrafen 2 en 3 met betrekking tot bouwwerken betreft, zijn burgemeester en wethouders in plaats van Onze Minister belast met de bestuursrechtelijke handhaving van dit besluit.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 december 2005

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,

P. L. B. A. van Geel

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,

H. A. L. van Hoof

Uitgegeven de zevenentwintigste december 2005

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner

Terug naar begin van de pagina