Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten

Geldend van 01-05-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/05/99376, houdende regels met betrekking tot de vrijstelling van verplichtingen genoemd in de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeid (Regeling vrijstelling verplichtingen WW en Wet WIA)

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Vrijstelling in verband benutten resterende verdiencapaciteit

Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA is vrijgesteld de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit volledig benut.

Artikel 2a. Vrijstelling in verband met pensioen, prepensioen of verlof

Artikel 3. Vrijstelling in verband met vorst en arbeidstijdverkorting

Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW en 14, tweede lid, onderdeel b, en 15, onderdelen a tot en met e, van de IOW, is vrijgesteld de werknemer wiens werkloosheid uitsluitend een gevolg is van:

Artikel 4. Vrijstelling in verband met vakantie

  • 2 Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut en die vakantie geniet tot een maximum van 20 werkdagen per jaar waarbij onder werkdagen wordt verstaan de dagen maandag tot en met vrijdag.

  • 3 Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de ZW, is vrijgesteld de persoon die ziekengeld ontvangt op grond van de ZW en die vakantie geniet tot een maximum van 20 werkdagen per jaar waarbij onder werkdagen wordt verstaan de dagen maandag tot en met vrijdag.

  • 4 De verzekerde, bedoeld in het tweede lid, of de persoon, bedoeld in het derde lid, geniet vakantie indien:

    • a. hij verklaard heeft vakantie te genieten; of

    • b. niet verklaard heeft vakantie te genieten, maar daar, gelet op de feitelijke omstandigheden, kennelijk sprake van is.

Artikel 6. Vrijstelling in verband met scholing en proefplaatsing

  • 2 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling eindigt twee maanden voor het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde opleiding of scholing naar verwachting zal eindigen, tenzij de scholing, blijkens een intentieverklaring van de toekomstige werkgever, een reëel uitzicht geeft op een op de scholing aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang dan de scholing en met een duur van ten minste zes maanden.

Artikel 6a. Vrijstelling Wajongers tijdens studie of scholing

De artikelen 2:31, eerste lid, tweede lid, onderdelen b en c, en derde lid, 2:32 en 2:39, tweede, derde en vierde lid, van de Wajong zijn niet van toepassing op de jonggehandicapte, bedoeld in artikel 2:43, eerste lid, van de Wajong, tot twee maanden voor het beëindigen van de studie of scholing in verband waarmee hij inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 2:37 ontvangt.

Artikel 6b. Vrijstelling in verband met een werkweek met evenveel uren als het gemiddeld aantal arbeidsuren

  • 2 De vrijstelling wordt slechts eenmaal verleend gedurende een WW-recht.

Artikel 8. Overgangsbepaling in verband met de Werkloosheidswet

Artikel 10. Wijziging van andere regelingen

  • 1 [Red: Wijzigt de Vakantieregeling WW.]

  • 2 [Red: Wijzigt de Regeling herlevingstermijn WW.]

Artikel 12. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 16 december 2005

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A.J. de Geus

Terug naar begin van de pagina