Regeling vrijstelling verplichtingen WW en Wet WIA

Geraadpleegd op 28-11-2022.
Geldend van 29-12-2005 t/m 08-04-2006

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/05/99376, houdende regels met betrekking tot de vrijstelling van verplichtingen genoemd in de Werkloosheidswet en de Wet werk en inkomen naar arbeid (Regeling vrijstelling verplichtingen WW en Wet WIA)

Artikel 1. Definities

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

CWI: Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

mantelzorg: noodzakelijke zorg voor een zieke of gehandicapte;

resterende verdiencapaciteit: de resterende verdiencapaciteit, bedoeld in paragraaf 7.2 van de Wet WIA;

UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

verzekerde: de verzekerde, bedoeld in de Wet WIA;

vrijwilligerswerk: onbetaalde en onverplichte activiteiten binnen een organisatie die een ideële doelstelling heeft of een maatschappelijk nut nastreeft, welke activiteiten doorgaans een aanvullend karakter hebben op bestaande maatschappelijke voorzieningen;

werknemer: de werknemer, bedoeld in hoofdstuk 1, paragraaf 2 van de Werkloosheidswet;

Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

WGA-uitkering: werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA;

WW: Werkloosheidswet.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2006, 70, datum inwerkingtreding 09-04-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 29-12-2005.

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

CWI: Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

mantelzorg: noodzakelijke zorg voor een zieke of gehandicapte;

resterende verdiencapaciteit: de resterende verdiencapaciteit, bedoeld in paragraaf 7.2 van de Wet WIA;

uitkeringsgerechtigde: de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit als bedoeld in paragraaf 7.2 van de Wet WIA niet volledig benut of de werknemer;

UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

verzekerde: de verzekerde, bedoeld in de Wet WIA, die recht heeft op een WGA-uitkering;

vrijwilligerswerk: onbetaalde en onverplichte activiteiten binnen een organisatie die een ideële doelstelling heeft of een maatschappelijk nut nastreeft, welke activiteiten doorgaans een aanvullend karakter hebben op bestaande maatschappelijke voorzieningen;

werknemer: de werknemer, bedoeld in hoofdstuk 1, paragraaf 2, van de WW, die recht heeft op een WW-uitkering;

Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;

WGA-uitkering: werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet WIA;

WW: Werkloosheidswet.

Artikel 3. Vrijstelling in verband met vorst en arbeidstijdverkorting

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 2 De omschreven vrijstellingen gelden voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onder b, wiens werktijd tot nul is verkort, voor de duur van de eerste afgegeven vergunning.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2006, 70, datum inwerkingtreding 09-04-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 29-12-2005.

Vrijstelling in verband met vorst en arbeidstijdverkorting

1 Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, is vrijgesteld de werknemer wiens werkloosheid uitsluitend een gevolg is van:

  • a. vorst, sneeuwval, hoog water of daarmee gelijk te stellen buitengewone natuurlijke omstandigheden; of

  • b. verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend.

2 De omschreven vrijstellingen gelden voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onder b, wiens werktijd tot nul is verkort, voor de duur van de eerste afgegeven vergunning.

Artikel 4. Vrijstelling in verband met vakantie

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 2 Van de verplichting gericht op arbeidsinpassing als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA is vrijgesteld de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut en die vakantie geniet tot een maximum van 20 werkdagen per jaar waarbij onder werkdagen wordt verstaan de dagen maandag tot en met vrijdag.

  • 3 De verzekerde, bedoeld in het tweede lid, geniet vakantie indien:

    • a. hij verklaard heeft vakantie te genieten; of

    • b. niet verklaard heeft vakantie te genieten, maar daar, gelet op de feitelijke omstandigheden, kennelijk sprake van is.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2006, 70, datum inwerkingtreding 09-04-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 29-12-2005.

Vrijstelling in verband met vakantie

1 Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, is vrijgesteld de werknemer die met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de WW vakantie geniet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Vakantieregeling WW.

2 Van de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut en die vakantie geniet tot een maximum van 20 werkdagen per jaar waarbij onder werkdagen wordt verstaan de dagen maandag tot en met vrijdag.

3 De verzekerde, bedoeld in het tweede lid, geniet vakantie indien:

  • a. hij verklaard heeft vakantie te genieten; of

  • b. niet verklaard heeft vakantie te genieten, maar daar, gelet op de feitelijke omstandigheden, kennelijk sprake van is.

Artikel 5. Vrijstelling in verband met vrijwilligerswerk en mantelzorg

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 1 Van de verplichting zich als werkzoekende te laten registreren bij de CWI, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel d, van de WW, en van de verplichtingen gericht op arbeidsinpassing, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en artikel 26, eerste lid, onderdeel f en g, van de WW, is vrijgesteld:

    • a. de werknemer die 57,5 jaar of ouder is op 31 december 2003, wiens eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2004 en die gedurende een periode van minimaal drie maanden gemiddeld ten minste 20 uur per week besteedt aan vrijwilligerswerk of mantelzorg, tenzij het UWV ten behoeve van die werknemer werkzaamheden laat verrichten met als doel de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces; en

    • b. de werknemer die 57,5 jaar of ouder is op 31 december 2003, wiens eerste werkloosheidsdag is gelegen op of na 1 januari 2004 en die gedurende een periode van minimaal drie maanden gemiddeld ten minste 20 uur per week besteedt aan vrijwilligerswerk of mantelzorg indien ten minste een jaar is verstreken gerekend vanaf de eerste werkloosheidsdag, tenzij het UWV ten behoeve van die werknemer werkzaamheden laat verrichten met als doel de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces.

  • 2 Van de verplichting gericht op arbeidsinpassing als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA is vrijgesteld de verzekerde die zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut en:

    • a. 57,5 jaar of ouder is op 31 december 2003;

    • b. gedurende een periode van minimaal drie maanden gemiddeld ten minste 20 uur per week besteedt aan vrijwilligerswerk of mantelzorg; en

    • c. indien ten minste een jaar is verstreken gerekend vanaf de eerste dag waarop hij recht heeft op een WGA-uitkering en hij zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut, tenzij het UWV ten behoeve van die verzekerde werkzaamheden laat verrichten met als doel de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces.

  • 3 De werknemer die op grond van het eerste lid en de verzekerde die op grond van het tweede lid is vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de aanhef van de genoemde leden in verband met het verrichten van mantelzorg, blijft vrijgesteld van die verplichtingen tot een maand na de dag, waarop hij die mantelzorg niet langer verricht.

  • 4 Het UWV stelt het recht op vrijstelling, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, op aanvraag vast.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2006, 70, datum inwerkingtreding 09-04-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 29-12-2005.

Vrijstelling in verband met vrijwilligerswerk of mantelzorg

1 Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, of 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld de uitkeringsgerechtigde die 57,5 jaar of ouder is op 31 december 2003, gedurende een periode van minimaal drie maanden gemiddeld ten minste 20 uur per week besteedt aan vrijwilligerswerk of mantelzorg en:

  • a. wiens eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2004;

  • b. wiens eerste werkloosheidsdag is gelegen op of na 1 januari 2004, indien ten minste een jaar is verstreken gerekend vanaf de eerste werkloosheidsdag; of

  • c. indien ten minste een jaar is verstreken gerekend vanaf de eerste dag waarop hij recht heeft op een WGA-uitkering en hij zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut, tenzij het UWV ten behoeve van die uitkeringsgerechtigde werkzaamheden laat verrichten met als doel de bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces.

2 De uitkeringsgerechtigde die op grond van het eerste lid is vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de aanhef van dat lid, in verband met het verrichten van mantelzorg, blijft vrijgesteld van die verplichtingen tot een maand na de dag, waarop hij die mantelzorg niet langer verricht.

3 Het UWV stelt het recht op vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, op aanvraag vast.

Artikel 6. Vrijstelling in verband met scholing en proefplaatsing

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 2 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling eindigt twee maanden voor het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde opleiding of scholing naar verwachting zal eindigen, tenzij de scholing, blijkens een intentieverklaring van de toekomstige werkgever, een reëel uitzicht geeft op een op de scholing aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang dan de scholing en met een duur van ten minste zes maanden.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2006, 70, datum inwerkingtreding 09-04-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 29-12-2005.

Vrijstelling in verband met scholing en proefplaatsing

1 Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, van de WW of 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld, de uitkeringsgerechtigde die een naar het oordeel van het UWV noodzakelijke opleiding of scholing volgt.

2 De in het eerste lid bedoelde vrijstelling eindigt twee maanden voor het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde opleiding of scholing naar verwachting zal eindigen, tenzij de scholing, blijkens een intentieverklaring van de toekomstige werkgever, een reëel uitzicht geeft op een op de scholing aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang dan de scholing en met een duur van ten minste zes maanden.

3 De uitkeringsgerechtigde die werkzaamheden verricht op een proefplaats als bedoeld in artikel 76a van de WW of artikel 37 van de Wet WIA, is vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in de artikel 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, van de WW, of 30, eerste lid, van de Wet WIA, voorzover het andere werkzaamheden betreft dan die op de proefplaats.

Artikel 7. Vrijstelling om andere redenen

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 2 Van de verplichting gericht op arbeidsinpassing als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA is vrijgesteld de verzekerde die op de eerste dag dat hij recht heeft op een WGA-uitkering, 64 jaar of ouder is en die niet zijn volledige resterende verdiencapaciteit benut.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2006, 70, datum inwerkingtreding 09-04-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 29-12-2005.

Vrijstelling om andere redenen

Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Wet WIA, is vrijgesteld de uitkeringsgerechtigde die 64 jaar of ouder is op de eerste dag van werkloosheid respectievelijk op de eerste dag dat hij recht heeft op een WGA-uitkering.

Artikel 8. Overgangsbepaling in verband met de Werkloosheidswet

Terugwerkende kracht

Voor dit artikel is een wijziging met terugwerkende kracht gepubliceerd. Zie opmerking onder de tekst voor nadere informatie.
  • 2 Artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel d, onder 3°, en vierde lid, van de Regeling vrijstelling verplichtingen WW, zoals dit luidde op de dag voorafgaande aan die waarop de regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 april 2005, nr. SV/F&W/2005/30639, houdende wijziging van de Regeling vrijstelling verplichtingen WW en van de Vakantieregeling WW in verband met vrijstelling van de sollicitatieplicht voor oudere werklozen die vrijwilligerswerk of mantelzorg verrichten (Stcrt. 2005, nr. 88) in werking treedt, blijft van toepassing op de werknemer die op die dag op grond van die artikelleden was vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld in het eerste lid, aanhef, met dien verstande dat met betrekking tot die werknemer niet het vereiste geldt dat hij woonachtig is in district Noord of Zuid-West als bedoeld in bijlage 2 van het Besluit werkgebieden CWI.

Terugwerkende kracht

Stcrt. 2006, 70, datum inwerkingtreding 09-04-2006, bevat een wijziging met terugwerkende kracht van dit artikel. Deze wijziging werkt terug tot en met 29-12-2005.

Overgangsbepaling in verband met de Werkloosheidswet

1 Van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°, en 26, eerste lid, onderdelen d, f en g, van de WW, is vrijgesteld de werknemer:

  • a. die 57,5 jaar of ouder is op 1 mei 1999 en wiens eerste werkloosheidsdag gelegen is voor 1 januari 2004;

  • b. die 57,5 jaar of ouder is op 31 december 2003 en wiens eerste werkloosheidsdag gelegen is op of voor 1 januari 2003;

  • c. voor wie op of na 1 januari 2004 recht op werkloosheidsuitkering ontstaat en die op de datum van het ontstaan van dat recht op grond van onderdeel a of b vrijgesteld is van de verplichtingen, bedoeld in de aanhef;

  • d. die 57,5 jaar of ouder is op 31 december 2003, wiens eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2004 en:

    • 1°. die onmiddellijk voorafgaande aan de eerste werkloosheidsdag een recht op uitkering had op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Liquidatiewet ongevallenwetten dan wel een uitkering had die naar aard en strekking daarmee overeenkomt; of

    • 2°. die onmiddellijk voorafgaande aan de eerste werkloosheidsdag een recht op ziekengeld had op grond van de Ziektewet dat is ontstaan op of voor 1 januari 2003;

  • e. die 57,5 jaar of ouder is op 31 december 2003, wiens eerste werkloosheidsdag is gelegen op of na 1 januari 2004 en die onmiddellijk voorafgaande aan de eerste werkloosheidsdag een recht op uitkering had op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen dan wel een uitkering die naar aard en strekking daarmee overeenkomt, dat is ontstaan op of voor 1 januari 2003.

2 Artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel d, onder 3°, en vierde lid, van de Regeling vrijstelling verplichtingen WW, zoals dit luidde op de dag voorafgaande aan die waarop de regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 april 2005, nr. SV/F&W/2005/30639, houdende wijziging van de Regeling vrijstelling verplichtingen WW en van de Vakantieregeling WW in verband met vrijstelling van de sollicitatieplicht voor oudere werklozen die vrijwilligerswerk of mantelzorg verrichten (Stcrt. 2005, nr. 88) in werking treedt, blijft van toepassing op de werknemer die op die dag op grond van die artikelleden was vrijgesteld van de verplichtingen bedoeld in het eerste lid, aanhef, met dien verstande dat met betrekking tot die werknemer niet het vereiste geldt dat hij woonachtig is in district Noord of Zuid-West als bedoeld in bijlage 2 van het Besluit werkgebieden CWI.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 16 december 2005

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A.J. de Geus

Naar boven