Regeling verslaggeving WTZi

Geldend van 01-07-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 december 2005, nr. MC/I&K-2641783, houdende voorschriften met betrekking tot de verslaggeving door zorginstellingen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op de artikelen 15 en 16 van de Wet toelating zorginstellingen en hoofdstuk VII van het Uitvoeringsbesluit WTZi;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Op de jaarverslaggeving van een zorginstelling is Titel 9 Boek 2 BW van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de afdelingen 1, 11 en 12, een en ander voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

Artikel 2a

  • 2 In afwijking van het bepaalde in deze regeling dient een Regionale Ambulancevoorziening met publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid de jaarstukken, die deze Regionale Ambulancevoorziening ingevolge het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten moet opstellen, in elektronische vorm ter openbaarmaking in bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg vóór 1 juni van het jaar volgend op het verslagjaar. Artikel 9, tweede lid, is hierbij van overeenkomstige toepassing. In afwijking van de eerste volzin worden de jaarstukken over 2017 vóór 1 augustus 2018 ingediend.

Artikel 3

In afwijking van of in aanvulling op Titel 9 Boek 2 BW:

Artikel 4

Het bestuur van een academisch ziekenhuis voegt aan de jaarverslaggeving financiële gegevens toe aangaande de besteding van de bijdrage van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ten behoeve van onderwijs en onderzoek en kwantitatieve gegevens voor het verdeelmodel van die bijdrage.

Artikel 6

De balans vermeldt het financieringstekort of -overschot. Dit is het aan het einde van het verslagjaar bestaande verschil tussen het wettelijk budget voor aanvaardbare kosten en de ontvangen voorschotten en de in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten en verrichtingen ter dekking van het wettelijk budget.

Artikel 7

  • 1 Het bestuur van een zorginstelling die aan het hoofd staat van een groep, dan wel de besturen van de groepsmaatschappijen die gezamenlijk aan het hoofd staan van een groep, stelt onderscheidenlijk stellen gezamenlijk een geconsolideerde jaarrekening op, waarin de eigen financiële gegevens zijn opgenomen met die van de dochtermaatschappijen in de groep, de andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarover de zorginstelling een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft.

  • 2 Indien een groepshoofd ontbreekt, wijst de centrale leiding een bestuur aan dat de geconsolideerde jaarrekening opstelt.

  • 3 Een zorginstelling die deel uitmaakt van een groep maar niet, alleen of in gezamenlijkheid met een andere groepsmaatschappij, aan het hoofd staat van die groep, stelt een geconsolideerde jaarrekening op waarin de eigen financiële gegevens zijn opgenomen met die van dochtermaatschappijen in de groep, de andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarover een groepslid een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft.

  • 4 De in het eerste en derde lid genoemde verplichting geldt niet, indien de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen in de jaarrekening van een andere rechtspersoon van de groep, die jaarrekening voldoet aan de eisen van deze regeling of aan de eisen van het BW en de richtlijnen en overeenkomstig artikel 9 wordt ingediend, en het bestuur van de zorginstelling in de toelichting bij de jaarrekening naar de geconsolideerde jaarrekening verwijst.

  • 6 In de geconsolideerde jaarrekening van een groep hoeft de jaarrekening van een binnen die groep vallende steunstichting, zijnde een rechtspersoon die geen zorginstelling is, die haar middelen verkrijgt uit niet-zorggebonden gelden en die volgens haar statuten algemeen nut beoogt of specifieke activiteiten van een zorginstelling ondersteunt, niet te worden opgenomen. In de geconsolideerde jaarrekening wordt wel opgenomen de jaarrekening van een binnen de groep vallende steunstichting die een zeggenschapsrelatie heeft met of een kapitaaldeelname heeft in een andere rechtspersoon.

Artikel 8a

  • 1 De jaarverslaggeving en het jaardocument worden opgesteld met gebruikmaking van het model-jaardocument, te verkrijgen via de website www.jaarverantwoordingzorg.nl.

  • 2 De Minister stelt jaarlijks vóór 1 oktober na overleg met betrokken partijen het model voor het eerstvolgende verslagjaar vast.

  • 3 De Minister kan, indien beleidsmatige of wetgevingstechnische overwegingen daartoe nopen, het model tussentijds wijzigen, zo mogelijk na overleg met betrokken partijen.

Artikel 9

  • 1 Bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg worden vóór 1 juni van het jaar volgend op het verslagjaar ingediend:

    • a. de jaarverslaggeving in elektronische vorm;

    • b. het jaardocument in elektronische vorm.

  • 2 De minister kan het bestuur van een zorginstelling uitstel van indiening verlenen op een gemotiveerd verzoek, dat uiterlijk acht weken vóór het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn moet zijn ingediend.

Artikel 10

De kosten van het opstellen en indienen van de jaarverslaggeving komen ten laste van de desbetreffende zorginstelling.

Artikel 13

  • 1 Deze regeling treedt, met uitzondering van artikel 12, in werking op het tijdstip waarop de Wet toelating zorginstellingen in werking treedt, met dien verstande dat zij voor het eerst wordt toegepast over het verslagjaar 2006.

  • 2 Artikel 12 treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

H. Hoogervorst

Bijlage 2. (bij artikel 8, eerste lid)

[Vervallen per 01-01-2013]

Voorschriften voor de inrichting van het Jaarverslag van Zorginstellingen
Terug naar begin van de pagina