Besluit beheer verpakkingen en papier en karton

[Regeling vervallen per 01-01-2015.]
Geraadpleegd op 01-07-2022.
Geldend van 01-01-2006 t/m 30-06-2006

Besluit van 24 maart 2005, houdende regels voor verpakkingen, verpakkingsafval, papier en karton (Besluit beheer verpakkingen en papier en karton)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 juli 2003, nr. MJZ2003067536, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op richtlijn nr. 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PbEG L 365), zoals laatstelijk gewijzigd bij richtlijn nr. 2004/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 (PbEU L 47) en de artikelen 10.15 tot en met 10.18, 10.64, tweede lid, en 15.32 van de Wet milieubeheer;

De Raad van State gehoord (advies van 10 december 2003, nr. W08.03.0325/V);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 maart 2005, nr. MJZ2005030407, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. verpakkingen: alle producten, van grondstoffen tot afgewerkte producten over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument, waaronder begrepen wegwerpartikelen, vervaardigd van materiaal van welke aard ook, die als verpakking kunnen worden gebruikt met het oog op het insluiten, beschermen, verladen, afleveren of aanbieden van stoffen, preparaten of andere producten;

  • b. papier en karton: papier en karton, niet zijnde een verpakking;

  • c. producent of importeur: degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf in Nederland:

    • 1°. als eerste stoffen, preparaten of andere producten in een verpakking aan een ander ter beschikking stelt,

    • 2°. als eerste stoffen, preparaten of andere producten in een verpakking invoert en zich van de verpakking ontdoet,

    • 3°. een ander opdracht geeft de verpakking van stoffen, preparaten of andere producten te voorzien van zijn naam en deze daartoe aan die ander ter beschikking stelt,

    • 4°. als eerste een verpakking aan een ander ter beschikking stelt die is bestemd om bij het aan de gebruiker ter beschikking stellen van stoffen, preparaten of andere producten daaraan te worden toegevoegd,

    • 5°. als eerste papier of karton aan een ander ter beschikking stelt, dat niet gebruikt wordt voor de vervaardiging van verpakkingen;

  • d. hergebruiken als materiaal: na een be- of verwerking opnieuw gebruiken van materialen van verpakkingen of papier en karton voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel dan waarvoor zij oorspronkelijk waren bestemd, met inbegrip van organisch hergebruik, daaronder niet begrepen terugwinning van energie;

  • e. drank: vloeistof bestemd voor menselijke consumptie en primair bedoeld om te worden gedronken;

  • f. medicinale drank: drank zijnde een geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening;

  • g. wijn: wijn als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet, alsmede drank die door alcoholische gisting is verkregen uit het sap van vruchten anders dan van druiven en uitsluitend of ten dele bestanddelen bevat afkomstig van die vruchten;

  • h. sterke drank: sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet;

  • i. matig-alcoholhoudende drank: alcoholhoudende drank die bij een temperatuur van twintig graden Celsius voor meer dan twaalf en minder dan vijftien volumeprocenten uit alcohol bestaat;

  • j. richtlijn verpakkingen: richtlijn nr. 94/62/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PbEG L 365).

§ 2. Inname, preventie, hergebruik en overig afvalbeheer

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Artikel 2

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De producent of importeur draagt zorg voor de gescheiden inname of de inname en nascheiding van door hem in Nederland:

    • a. aan een ander ter beschikking gestelde verpakkingen en papier en karton, en

    • b. ingevoerde verpakkingen waarvan hij zich heeft ontdaan.

  • 2 De kosten van de gescheiden inname of de inname en nascheiding van verpakkingen en papier en karton komen voor rekening van de producent of importeur.

  • 3 In afwijking van het tweede lid komen de kosten van de gescheiden inname of de inname en nascheiding van als bedrijfsafval vrijkomende verpakkingen en papier en karton voor rekening van degene die zich van de desbetreffende afvalstoffen ontdoet.

Artikel 3

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

De producent of importeur neemt maatregelen ter bevordering van het verminderen van de gewichtshoeveelheid en de schadelijkheid voor het milieu van verpakkingen of papier en karton, die er in ieder geval op gericht zijn dat:

  • a. zo weinig mogelijk verpakkingsmateriaal of papier en karton wordt gebruikt;

  • b. een verpakking of papier en karton zodanig wordt ontworpen dat nuttige toepassing wordt vergemakkelijkt;

  • c. zoveel mogelijk hergebruikt materiaal in nieuwe verpakkingen of papier en karton wordt toegepast;

  • d. het ontstaan van zwerfafval zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Artikel 4

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De producent of importeur draagt er zorg voor dat per kalenderjaar, van het totaal van de door hem in Nederland in het voorafgaande kalenderjaar aan een ander ter beschikking gestelde hoeveelheid verpakkingen en van de door hem ingevoerde verpakkingen waarvan hij zich in dat kalenderjaar heeft ontdaan, ten minste 70 gewichtsprocent nuttig wordt toegepast en 65 gewichtsprocent als materiaal wordt hergebruikt.

  • 2 De producent of importeur draagt er zorg voor dat per kalenderjaar, van het totaal van de door hem in Nederland in het voorafgaande kalenderjaar aan een ander ter beschikking gestelde hoeveelheid verpakkingen en van de door hem ingevoerde verpakkingen waarvan hij zich in dat kalenderjaar heeft ontdaan:

    • a. van de kunststof drankenverpakkingen met een inhoud van meer dan 5 deciliter, ten minste 95% gescheiden wordt ingenomen en als materiaal wordt hergebruikt;

    • b. van de kunststof drankenverpakkingen van 5 deciliter of minder, ten minste 55% gescheiden wordt ingenomen en als materiaal wordt hergebruikt;

    • c. van de overige kunststofverpakkingen, ten minste 45% nuttig wordt toegepast en ten minste 27 gewichtsprocent als materiaal wordt hergebruikt;

    • d. van de overige materiaalsoorten, ten minste de volgende gewichtspercentages nuttig worden toegepast door deze als materiaal te hergebruiken:

      • 1°. 90 gewichtsprocent van glazen verpakkingen,

      • 2°. 75 gewichtsprocent van papieren en kartonnen verpakkingen,

      • 3°. 85 gewichtsprocent van metalen verpakkingen,

      • 4°. 25 gewichtsprocent van houten verpakkingen.

  • 3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op verpakkingen die door de producent of importeur op het moment dat deze aan een ander ter beschikking worden gesteld, aan een stof, preparaat of ander product worden toegevoegd.

§ 3. Mededeling en verslaglegging

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Artikel 6

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De producent of importeur doet binnen dertien weken nadat dit besluit op hem van toepassing is geworden, aan Onze Minister door middel van een daartoe door deze vast te stellen formulier mededeling over de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan de artikelen 2 tot en met 5, voorzover die artikelen op hem van toepassing zijn.

  • 2 De mededeling behoeft de instemming van Onze Minister.

  • 3 De instemming, bedoeld in het tweede lid, geldt voor een daarbij vast te stellen tijdvak van ten hoogste vijf jaar.

  • 4 Onze Minister kan voorschriften of beperkingen verbinden aan de instemming met de mededeling.

  • 5 Onze Minister kan de voorschriften of beperkingen, bedoeld in het vierde lid, ambtshalve of op een daartoe strekkend verzoek wijzigen of intrekken.

  • 6 De producent of importeur doet uiterlijk dertien weken voor het verstrijken van het tijdvak waarvoor de instemming geldt, opnieuw een mededeling als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

De producent of importeur zendt voor 1 augustus van het jaar volgend op het jaar waarop het betreffende onderdeel van dit besluit in werking is getreden en vervolgens elk jaar voor 1 augustus aan Onze Minister op een daartoe door deze vast te stellen formulier een verslag over de uitvoering in het voorafgaande kalenderjaar van de artikelen 2 tot en met 5, 8 en 11.

§ 5. Eisen aan verpakkingen

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Artikel 12

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Indien de producent of importeur op de verpakking, dan wel op het etiket van de verpakking, de aard van het verpakkingsmateriaal vermeldt en hierbij afkortingen en cijfercodes gebruikt, is beschikking nr. 97/129/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1997 tot vaststelling van het identificatiesysteem voor verpakkingsmaterialen overeenkomstig Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende verpakking en verpakkingsafval (PbEG L 50) van toepassing.

  • 2 De afkortingen en cijfercodes, bedoeld in het eerste lid, zijn duidelijk zichtbaar, goed leesbaar en blijvend herkenbaar, ook wanneer de verpakking is geopend.

Artikel 13

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Een verpakking voldoet aan de eisen die zijn gesteld in bijlage II bij de richtlijn verpakkingen.

Artikel 14

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De totale concentratie van lood, cadmium, kwik, zeswaardig chroom of verbindingen daarvan in een verpakking of in een verpakkingscomponent bedraagt maximaal 100 ppm-gewicht.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op verpakkingen die zijn vervaardigd uit kristalglas als bedoeld in richtlijn nr. 69/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 december 1969 voor de onderlinge aanpassing der wetgeving van de Lid-Staten inzake kristalglas (PbEG L 326).

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot kunststof- kratten en -pallets die voldoen aan de voorschriften gesteld in beschikking nr. 1999/177/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 8 februari 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor een afwijking ten aanzien van de bij Richtlijn nr. 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval vastgestelde concentraties van zware metalen in kunststofkratten en -palletten (PbEG L 56).

  • 4 Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot glazen verpakkingen die voldoen aan de voorschriften gesteld bij beschikking nr. 2001/171/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 19 februari 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor een afwijking voor glazen verpakkingen van de bij richtlijn nr. 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval vastgestelde grenswaarden voor de concentratie van zware metalen (PbEG L 62).

Artikel 15

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Een wijziging van de beschikking, genoemd in artikel 12, eerste lid, of van bijlage II bij de richtlijn verpakkingen of van de beschikking, genoemd in artikel 14, derde of vierde lid, gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de desbetreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

§ 7. Overgangs- en slotbepalingen

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Artikel 21

[Regeling vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat de artikelen 8 tot en met 11 niet eerder in werking treden dan een jaar na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het koninklijk besluit, waarbij het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen wordt bepaald, is geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 24 maart 2005

Beatrix

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ,

P. L. B. A. van Geel

Uitgegeven de zevende april 2005

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner

Naar boven