Besluit voorwaardelijke toegang

Geldend van 24-09-2004 t/m 28-07-2005

Besluit van 7 mei 2004, houdende vaststelling van regels met betrekking tot systemen voor voorwaardelijke toegang (Besluit voorwaardelijke toegang)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 10 juli 2003, nr. WJZ 3025244;

Gelet op richtlijn nr. 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 inzake toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (Toegangsrichtlijn) (PbEG L 108) en de artikelen 8.5 en 18.2 van de Telecommunicatiewet;

De Raad van State gehoord (advies van 14 augustus 2003, nr. W10.03.0308/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 3 mei 2004, nr. WJZ 4028534;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf 1. Systemen voor voorwaardelijke toegang

Artikel 1

Een aanbieder van een systeem voor voorwaardelijke toegang dat geschikt en bestemd is voor de uitzending van diensten die kunnen worden ontvangen met behulp van digitale televisie- of radiosystemen stelt, in overeenstemming met de beginselen van het algemene Europese mededingingsrecht, aan de aanbieders van die diensten op billijke, redelijke en niet discriminerende voorwaarden zodanige technische faciliteiten beschikbaar dat de desbetreffende diensten door degene die met de aanbieder van het systeem voor voorwaardelijke toegang een daartoe strekkende overeenkomst heeft gesloten, kunnen worden ontvangen.

Artikel 2

Een aanbieder van een systeem voor voorwaardelijke toegang voert, indien hij tevens andere activiteiten verricht, een gescheiden boekhouding voor deze onderscheiden activiteiten.

Artikel 3

Een aanbieder van een systeem voor voorwaardelijke toegang biedt slechts een systeem aan dat is voorzien van de nodige technische mogelijkheden voor een kosteneffectieve controle-overdracht. Deze mogelijkheden zijn zodanig ingericht dat de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk dat is bestemd voor het verspreiden van programma's aan het publiek, de volledige controle kan hebben over de diensten die met behulp van het systeem voor voorwaardelijke toegang worden uitgezonden.

Artikel 4

  • 1 Houders van industriële eigendomsrechten op producten en systemen voor voorwaardelijke toegang die aan fabrikanten van consumentenapparatuur licenties verlenen voor het gebruik van deze eigendomsrechten in consumentenapparaten doen dat op billijke, redelijke en niet discriminerende voorwaarden.

  • 2 Houders, bedoeld in het eerste lid, die aan fabrikanten van consumentenapparatuur licenties verlenen voor het gebruik van industriële eigendomsrechten op producten en systemen voor voorwaardelijke toegang, verbinden aan die verlening, rekening houdend met technische en commerciële factoren, geen beperkende voorwaarden die er toe leiden dat het de licentiehouder niet is toegestaan of anderszins hem er van weerhoudt in hetzelfde product te verwerken:

    • a. een gemeenschappelijke interface die een verbinding met verschillende andere toegangsystemen mogelijk maakt, of

    • b. voor een ander toegangsysteem kenmerkende functies,

    onder de voorwaarde dat de verwerking in hetzelfde product geen afbreuk doet aan de veiligheid van de transacties van de aanbieder van systemen voor voorwaardelijke toegang.

Paragraaf 2. Vertrouwelijkheid van informatie bij interoperabiliteit en toegang

Artikel 5

  • 1 Voor zover artikel 6.1, tweede lid, van de Telecommunicatiewet hierin niet reeds voorziet mogen aanbieders van elektronische communicatienetwerken of aanbieders van elektronische communicatiediensten informatie die voor of tijdens onderhandelingen over interoperabiliteitovereenkomsten of toegangsovereenkomsten aan hen is verstrekt, alsmede informatie die bij de uitvoering van de overeenkomst is of kan worden verkregen uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor deze informatie is verstrekt, respectievelijk uitsluitend gebruiken voor de uitvoering van de overeenkomst. De verkregen of opgeslagen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en wordt niet doorgegeven aan enige andere partij die door die informatie concurrentievoordeel zouden kunnen behalen.

  • 2 Het verbod op doorgifte van verkregen en opgeslagen informatie, bedoeld in het eerste lid, heeft in het bijzonder betrekking op de doorgifte van deze informatie door betrokken aanbieders aan andere afdelingen, dochterondernemingen of partners.

Artikel 5a

  • 1 Het college laat toe dat een onderneming die moet voldoen aan een verplichting als bedoeld in artikel 6a.7, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, betreffende het beheersen van tarieven, een redelijke opbrengst verkrijgt uit zijn efficiënte kapitaalinbreng, de aangegane risico’s in aanmerking genomen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 7 mei 2004

Beatrix

De Minister van Economische Zaken ,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de achttiende mei 2004

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner

Terug naar begin van de pagina