Wijzigingswet Wet op de expertisecentra, enz. (invoering regeling leerlinggebonden financiering)

Geldend van 01-04-2020 t/m heden

Wet van 28 november 2002 tot wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met de invoering van een leerlinggebonden financiering en de vorming van regionale expertisecentra (regeling leerlinggebonden financiering)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voor leerlingen met een handicap een leerlinggebonden financiering in te voeren en regionale expertisecentra te vormen en dat het in verband daarmee gewenst is een aantal wijzigingen aan te brengen in de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel VII. Expertisebekostiging voor bestaande scholen voor meervoudig gehandicapten

  • 1 Voor de op 31 juli 2002 bestaande scholen of afdelingen voor meervoudig gehandicapte kinderen waaraan onderwijs en begeleiding wordt gegeven aan kinderen met een andere combinatie van handicaps dan die op basis van artikel 2, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, zijn vastgesteld, stelt Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen expertisebekostiging vast.

  • 2 Bij beschikking wordt door Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, uitgaande van de bekostiging voor het schooljaar 2001–2002 ten behoeve van de leerlingen, bedoeld in het eerste lid, de expertisebekostiging vastgesteld.

  • 3 Het bevoegd gezag van de school of afdeling waarvoor expertisebekostiging beschikbaar is, stelt vast aan welke criteria de leerlingen moeten voldoen die op basis van de expertisebekostiging onderwijs en begeleiding kunnen ontvangen.

  • 4 De school rapporteert jaarlijks over de besteding van de expertisebekostiging aan Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

  • 5 Voor de vaststelling van de bedragen ingevolge het Gemeentefonds blijft voor het aantal meervoudig gehandicapte leerlingen dat op 31 juli 2002 was ingeschreven bij een van de in het eerste lid bedoelde scholen en afdelingen de leerlingenmaatstaf die voor die leerlingen op die datum gold, gehandhaafd. De in de eerste volzin bedoelde leerlingen worden in het kader van de leerlingenmaatstaf slechts in één categorie meegerekend.

Artikel VIII. Omzetting afdelingen voor zeer moeilijk lerende kinderen

  • 1 Onze minister kan besluiten dat een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, is verbonden aan een speciale school voor basisonderwijs al dan niet tezamen met een of meer andere van zulke afdelingen, met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet wordt omgezet in een school voor zeer moeilijk lerende kinderen indien op 1 oktober 1999 het aantal leerlingen van de afdeling of afdelingen tezamen 60 of meer bedroeg.

  • 2 Onze minister kan besluiten een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen die is verbonden aan een speciale school voor basisonderwijs en die op 1 oktober 1999 minder dan 60 maar ten minste 25 leerlingen had, om te zetten in een school voor zeer moeilijk lerende kinderen, indien de afdeling in het gebied van het regionaal expertisecentrum de enige voorziening voor onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen is van de richting.

  • 3 Onze minister kan besluiten dat een afdeling voor zeer moeilijk lerende kinderen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, is verbonden aan een speciale school voor basisonderwijs en die op 1 oktober 1999 minder dan 25 leerlingen had, wordt omgezet in een nevenvestiging van een school voor zeer moeilijk lerende kinderen in het gebied van het regionaal expertisecentrum. Voor de nevenvestiging, bedoeld in de eerste volzin, wordt een garantiebekostiging vastgesteld. Artikel 58 van de Wet op de expertisecentra is van overeenkomstige toepassing.

  • 4 Binnen twee maanden na inwerkingtreding van deze wet kunnen de afdelingen Onze minister verzoeken om een omzetting als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid. Zij melden daartoe het aantal leerlingen van de afdeling op 1 oktober 1999 en de naam en het adres van het bevoegd gezag van de afdeling en van het nieuwe bevoegd gezag. Onze minister besluit binnen 4 weken na de indiening van het verzoek of een afdeling of afdelingen wordt of worden omgezet in een school of een nevenvestiging.

Artikel XI. Overgangsbepaling aanvraag formatie t.b.v. leerlingen residentiële instellingen, nevenvestigingen en verbrede toelating

[Vervallen per 01-04-2020]

Artikel XIV. Experiment Almere

Het op 1 augustus 1997 gestarte experiment met betrekking tot het onderwijs aan gehandicapte leerlingen in de gemeente Almere wordt met behoud van de doelstellingen, de organisatorische uitwerking daarvan en minimaal de daarbij behorende bekostiging aangepast aan deze wet.

Artikel XVI. Inwerkingtreding

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen, onderdelen daarvan of leden van artikelen, bedoeld in onderdelen, verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage, 28 november 2002

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

M. J. A. van der Hoeven

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

B. J. Odink

Uitgegeven de drieëntwintigste december 2002

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Terug naar begin van de pagina