Besluit rijksbijdragen bijstands- en bestrijdingskosten

Geldend van 08-03-2006 t/m 30-06-2009

Besluit van 24 januari 2002 inzake rijksbijdragen in de kosten van het verlenen van bijstand en van de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval in Nederland, als ook in België of Duitsland (Besluit rijksbijdragen bijstands- en bestrijdingskosten)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 november 2001, nr. EB2001/97219;

Gelet op artikel 11, tweede lid, van de Brandweerwet 1985 en artikel 25, derde lid, van de Wet rampen en zware ongevallen;

De Raad van State gehoord (advies van 8 januari 2002, nr. W04/01.0637/I);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 januari 2002, nr. EB2002/51992;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b. bijstand: de bijstand, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, en 9, tweede lid, van de Brandweerwet 1985;

  • c. kosten: de kosten voor bijstand of de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval die niet in de begroting van het jaar waarin de ramp of het zware ongeval heeft plaatsgevonden hadden kunnen worden voorzien;

  • d. overeenkomsten: de op 14 november 1984 te Den Haag tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen en ongevallen (Trb. 1984, nr. 155) en de op 7 juni 1988 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake wederzijdse bijstandsverlening bij het bestrijden van rampen, zware ongevallen daaronder begrepen (Trb. 1988, nr. 95).

§ 2. Bijdrage in de kosten gemaakt voor bijstand of voor de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval in Nederland

Artikel 2

  • 1 Onze Minister verleent op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente of van het bestuur van een regionale brandweer een bijdrage in de kosten die voor de gemeente of de regionale brandweer voortvloeien uit de verlening van bijstand, voor zover die kosten een bedrag van € 4500,– te boven gaan.

  • 2 Voor een bijdrage als bedoeld in het eerste lid, komen in aanmerking:

    • a. de kosten van het personeel;

    • b. de kosten van vervanging van verbruiksgoederen;

    • c. de kosten van vervanging van het geheel of gedeeltelijk verloren gegaan materieel;

    • d. de kosten van reparatie en onderhoud.

  • 3 Indien bijstand is verleend in het kader van de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval en de gevolgen daarvan, wordt de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, ingediend door tussenkomst van de gemeente waaraan de bijstand is verleend.

Artikel 3

  • 1 Onze Minister verleent op aanvraag van het college van burgemeester en wethouders een bijdrage in de kosten die een gemeente heeft gemaakt in verband met de daadwerkelijke bestrijding van een ramp of zwaar ongeval en de gevolgen daarvan.

  • 2 De bijdrage wordt berekend op grond van de kosten die voortvloeien uit de daadwerkelijke bestrijding van de ramp of het zware ongeval en de gevolgen daarvan, verminderd met:

    • a. de kosten waarvoor de gemeente uit andere hoofde een bijdrage heeft verkregen of kan verkrijgen;

    • b. de kosten die een gemeente of een regio in rekening brengt voor de verlening van bijstand;

    • c. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal inwoners van de gemeente volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar waarin de ramp of het zware ongeval heeft plaatsgevonden met € 3,-.

  • 3 Geen bijdrage wordt toegekend, indien de kosten, bedoeld in het tweede lid, aanhef, onder a en b, € 45 000,– of minder bedragen.

  • 4 Indien in een gemeente in een kalenderjaar meerdere rampen of zware ongevallen plaatsvinden, worden het tweede lid, onderdeel c, en het derde lid slechts eenmaal toegepast.

  • 5 Indien de gemeente verkeert of door toepassing van het tweede of derde lid zou komen te verkeren in de situatie, bedoeld in artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën op verzoek van het college van burgemeester en wethouders het ten laste van de gemeente komend aandeel in de kosten op een lager bedrag vaststellen dan wel bepalen dat door de gemeente geen aandeel in de kosten verschuldigd is.

§ 3. Bijdrage in de kosten gemaakt voor bijstand bij de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval in België of Duitsland

Artikel 4

  • 1 Onze Minister verleent op aanvraag een bijdrage in de kosten die voortvloeien uit het verlenen van bijstand bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen in België of Duitsland ingevolge de met deze landen gesloten overeenkomsten.

  • 2 De aanvraag kan worden ingediend door bij de bijstand betrokken gedeputeerde staten, colleges van burgemeester en wethouders, besturen van regionale brandweren, centrale posten ambulancevervoer, intergemeentelijke gezondheidsdiensten, het Nederlandse Rode Kruis, particuliere ambulancevervoeders, of ziekenhuizen die een mobiel medisch team ter beschikking hebben gesteld. De aanvraag wordt ingediend door tussenkomst van Onze Commissaris van de Koningin van de betrokken provincie.

  • 3 Voor een bijdrage als bedoeld in het eerste lid, komen in aanmerking:

    • a. de kosten van het personeel;

    • b. de kosten van vervanging van verbruiksgoederen;

    • c. de kosten van vervanging van het geheel of gedeeltelijk verloren gegaan materieel;

    • d. de kosten van reparatie en onderhoud;

    • e. de kosten van huisvesting of verzorging van het personeel die binnen of buiten Nederland zijn gemaakt;

    • f. de kosten van verzekering voor optreden in het buitenland onder rampsituaties, voor zover dekking van ook dat optreden niet reeds onderdeel van de gebruikelijke verzekeringsvoorwaarden is.

§ 4. Procedurele bepalingen

Artikel 5

  • 1 De aanvragen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4, worden uiterlijk twaalf maanden na het einde van de bijstandsverlening of de bestrijding van de ramp of het zware ongeval en de gevolgen daarvan ingediend bij Onze Minister.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van de opgave van de kosten, welke is voorzien van bewijsstukken, alsmede een verslag van de gebeurtenissen.

  • 3 Kosten waarvan de hoogte nog niet is vast te stellen worden geraamd.

Artikel 7

  • 1 Op verzoek van de aanvrager kan Onze Minister een voorschot verlenen op de bijdragen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4.

  • 2 Het verzoek gaat vergezeld van een voorlopige opgave van de kosten.

Artikel 8

Onze Minister kan een bijdragevaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen:

  • a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de bijdragevaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de bijdrage lager zou zijn vastgesteld, of

  • b. indien de bijdragevaststelling onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 9

Het Besluit rijksbijdragen gemeenten bij rampen en zware ongevallen en het Besluit rijksbijdragen bijstandskosten gemeenten en regionale brandweren worden ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 24 januari 2002

Beatrix

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. M. de Vries

Uitgegeven de zevende februari 2002

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Terug naar begin van de pagina