Regeling tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Geldend van 21-06-2018 t/m heden

Regeling tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Hoofdstuk 2. Regeling omtrent aanvraag

Artikel 2.1

Formulieren

Gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van de aanspraak op tegemoetkoming en van de hoogte daarvan, worden door de aanvrager, bedoeld in artikel 1.3 van de wet, of diens partner uitsluitend verstrekt door invulling en inlevering van daartoe bestemde door de Minister te verstrekken formulieren.

Artikel 2.2

Verstrekking gegevens
  • 1 Indien het betreft een aanvraag van een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 5 van de wet, doen de aanvrager en diens partner opgave van hun burgerservicenummer.

  • 2 Indien het betreft een aanvraag van een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de wet, doen de leerling, alsmede de TOS-ouder en diens partner, opgave van hun burgerservicenummer.

  • 3 Indien het betreft een aanvraag door een minderjarige zonder wettelijke vertegenwoordiger of door een gehuwde jonger dan 18 jaren, wordt bij de aanvraag een afschrift uit de basisregistratie personen meegezonden.

  • 4 Indien het betreft een aanvraag door een deelnemer vavo of een scholier, van wie de tegemoetkoming op grond van afwezigheid, bedoeld in artikel 4.12 van de wet, geheel uit lening bestaat, en die opnieuw aanspraak maakt op tegemoetkoming in de vorm van een gift, wordt bij de aanvraag een verklaring meegezonden waarin het bestuur van de onderwijsinstelling meedeelt met ingang van welke datum de deelnemer vavo of de scholier weer aan het onderwijs is gaan deelnemen.

Artikel 2.4

Langdurige afwezigheid in het vavo

Artikel 4.12, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op een deelnemer vavo die zonder geldige reden niet heeft deelgenomen aan het onderwijs in een of meer vakken.

Hoofdstuk 2a. Verwerking en beveiliging gegevens voor de toepassing van artikel 2.22b van de wet

Artikel 2a.1. Wijze van en waarborgen voor verwerking van een melding van de diensten over een uitreiziger

  • 1 Indien de Minister heeft besloten dat een studerende een uitreiziger is als bedoeld in artikel 2.22b, tweede lid, van de wet, krijgt de betreffende persoon in het studiefinancieringssysteem een markering.

  • 2 Bij een aanvraag of wijziging in de studiefinanciering van een uitreiziger, controleert de Minister aan de hand van de gegevens uit de melding, bedoeld in artikel 2.22b, tweede lid, van de wet, of de markering, bedoeld in het eerste lid, van toepassing is.

  • 4 De Minister bewaart gegevens met betrekking tot de melding, bedoeld in artikel 2.22b, tweede lid, van de wet, en de markering, bedoeld in het eerste lid, niet langer dan noodzakelijk voor de toepassing van artikel 2.22b van de wet.

Artikel 2a.2. Gegevensuitwisseling met Inspectie SZW

  • 2 In het verzoek, bedoeld in het eerste lid, duidt de Inspectie SZW de persoon waarop het verzoek betrekking heeft aan met het burgerservicenummer.

  • 3 De Minister verstrekt de benodigde gegevens via een beveiligde verbinding.

  • 4 De Minister bewaart het informatieverzoek van de Inspectie SZW niet.

Artikel 2a.3. Technische en organisatorische maatregelen ten behoeve van beveiliging tegen verlies of onrechtmatige verwerking en hoe daarop wordt toegezien

  • 1 De gegevensuitwisseling, benodigd voor de toepassing van artikel 2.22b van de wet, vindt plaats via een beveiligde verbinding tussen de Minister en de Inspectie SZW. Tot deze verbinding hebben uitsluitend die medewerkers van de Dienst Uitvoering Onderwijs toegang die het juiste veiligheidsonderzoek hebben ondergaan.

  • 2 De functionaris voor gegevensbescherming van de Dienst Uitvoering Onderwijs ziet toe op naleving van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 3. Terugbetaling en verrekening

Artikel 3.1

Verrekening na herziening
  • 1 Indien uit een beschikking tot herziening, bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, van de wet blijkt dat teveel tegemoetkoming is uitbetaald, wordt dit op de voet van het tweede en derde lid verrekend met nog te verrichten betalingen op grond van de wet.

  • 2 Eerst wordt het teveel uitbetaalde bedrag zoveel mogelijk verrekend met de nabetalingen die vanaf het tijdstip van afgifte van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, aan de aanvrager zouden moeten worden gedaan.

  • 3 Vervolgens wordt, zolang het teveel uitbetaalde bedrag nog niet volledig is verrekend met de nabetalingen, bedoeld in het tweede lid, verrekend met de betalingen, bedoeld in hoofdstuk 4. Wanneer die betalingen met ingang van 1 januari 2018 hoger zijn dan € 62,48, geschiedt de verrekening met dat bedrag.

  • 4 Onder nabetalingen, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan de betaling van bedragen die op grond van enige herzieningsbeschikking over de reeds op het tijdstip van afgifte van die beschikking verstreken betalingsperiode betaalbaar zouden worden gesteld indien geen sprake zou zijn van verrekening als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 3.2

Terugbetaling na herziening
  • 1 Voorzover het teveel uitbetaalde bedrag niet kan worden verrekend, wordt dit op eerste vordering binnen 4 weken geheel terugbetaald.

  • 2 In afwijking van het eerste lid wordt het de debiteur toegestaan, indien hij daartoe een aanvraag indient en daarbij uitdrukkelijk de juistheid van het terug te betalen bedrag erkent, het bedrag, bedoeld in het eerste lid, in ten hoogste 24 maandelijkse termijnen terug te betalen, waarbij geen termijn, met uitzondering van de laatste termijn, kleiner zal zijn dan € 45,38. Die betaling van de maandelijkse termijn door de debiteur geschiedt door middel van automatische incasso.

  • 3 Over het bedrag, bedoeld in het eerste lid, is rente verschuldigd. Als rentepercentage wordt het percentage van de wettelijke rente gehanteerd. Deze rente wordt berekend per dag op basis van samengestelde interest en is verschuldigd over het bedrag van iedere terugbetaling afzonderlijk, met dien verstande dat in geval de terugbetaling niet op de vervaldatum is ontvangen de op voet van deze bepaling berekende rente wordt bijgeschreven bij het verschuldigde bedrag, onverminderd het bepaalde in het vijfde lid.

  • 4 Voor de berekening van de rente op de voet van het derde lid wordt een maand gesteld op 30 dagen en een jaar gesteld op 360 dagen.

  • 5 Indien een, met inachtneming van het tweede en derde lid berekende, termijn niet op de vervaldatum is ontvangen, vervalt de toestemming, bedoeld in het tweede lid, van rechtswege. Het nog niet door de betaling van het in de reeds betaalde maandelijkse termijnen begrepen bedrag aan aflossing op het bedrag, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met het verschuldigde bedrag aan wettelijke rente, wordt op eerste vordering binnen twee weken door de debiteur geheel voldaan.

Hoofdstuk 4. Uitbetaling na verrekening met onderwijsbijdrage

Artikel 4.1

Verrekening met onderwijsbijdrage

De tegemoetkoming, bedoeld in de hoofdstukken 3 en 4 van de wet, met uitzondering van de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van de wet, wordt verrekend met de aan de Minister verschuldigde onderwijsbijdrage. Voorzover blijkt dat de onderwijsbijdrage reeds aan de Minister is betaald, wordt het bedrag door de Minister terugbetaald binnen 8 weken na het besluit, bedoeld in artikel 3.8, derde lid, dan wel artikel 4.8, tweede lid, van de wet.

Artikel 4.2

Tijdstip van uitbetaling
  • 1 Indien op een aanvraag om tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 3 van de wet voor 1 januari van het schooljaar een besluit is genomen, wordt de helft van de tegemoetkoming in de schoolkosten, uitbetaald binnen 4 weken na het besluit, bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de wet, en wordt het resterende deel van de tegemoetkoming in de schoolkosten uitbetaald in de maand februari van het schooljaar.

  • 4 De tegemoetkoming, bedoeld in hoofdstuk 4 van de wet, wordt uitbetaald tussen de twintigste en de dertigste dag van elke maand.

  • 7 In afwijking van het eerste lid wordt de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van de WTOS, voor het schooljaar 2008–2009, voor wat betreft een leerling in de onderbouw van het volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs en een leerling in het volledig op grond van de WEB bekostigd voorbereidend beroepsonderwijs verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum en een leerling in de bovenbouw van het volledig op grond van de WVO bekostigd onderwijs, binnen vier weken na het besluit, bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de WTOS uitbetaald.

Artikel 4.3

Wijze van uitbetaling

De tegemoetkoming wordt uitbetaald door bijschrijving op de bankrekening van degene aan wie de tegemoetkoming is toegekend. Indien degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, hierom verzoekt, wordt met ingang van de eerstvolgende uitbetaling het gehele uit te betalen bedrag uitbetaald door bijschrijving op een door hem aangewezen bankrekening.

Deze regeling wordt met toelichting in Uitleg OCenW regelingen geplaatst. Van deze plaatsing wordt melding gedaan in de Staatscourant.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

L.M.L.H.A. Hermans

Terug naar begin van de pagina