Regeling criminele inlichtingen eenheden

[Regeling vervallen per 01-01-2013.]
Geldend van 04-07-2003 t/m 31-12-2007

Regeling criminele inlichtingen eenheden

De Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie;

Gezien het advies van de Registratiekamer;

Gelet op de artikelen 38b, 46 en 48 van de Politiewet 1993 en de artikelen 2, 4, 5, 5a en 5b van het Besluit beheer regionale politiekorpsen;

Besluiten:

Artikel 1

[Vervallen per 01-01-2013]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. criminele inlichtingeneenheid:

de eenheid bij de regionale politiekorpsen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit beheer regionale politiekorpsen alsmede de eenheid bij het Korps landelijke politiediensten, bij de bijzondere ambtenaren van politie (rijksrecherche) en bij de Koninklijke marechaussee, belast met de taak, bedoeld in artikel 2;

b. nationale criminele inlichtingen eenheid:

de eenheid bij de divisie Centrale Recherche Informatie van het Korps landelijke diensten als bedoeld in artikel 8;

c. Ministers:

de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk;

d. informantgegevens:

gegevens omtrent een persoon die, anders dan als getuige of verdachte, aan een opsporingsambtenaar informatie verstrekt omtrent door anderen gepleegde of te plegen strafbare feiten, met inbegrip van de door deze persoon verstrekte gegevens, waarvan de verstrekking gevaar voor de geregistreerde of voor derden oplevert;

e. criminele inlichtingen:

gegevens die in aanmerking komen voor registratie in het register zware criminaliteit of het voorlopig register;

f. beheerder:

de beheerder, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet politieregisters;

g. CIE-officier van justitie:

de als zodanig aangewezen officier van justitie, verantwoordelijk voor de taakuitoefening van de CIE.

Artikel 2

[Vervallen per 01-01-2013]

Criminele inlichtingen eenheden zijn belast met de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van de politietaak, voorzover het betreft misdrijven als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van de Wet politieregisters.

Artikel 3

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Criminele inlichtingen eenheden werken overeenkomstig deze regeling met elkaar samen.

  • 2 De samenwerking tussen de criminele inlichtingen eenheden strekt tot een zo doelmatig en doeltreffend mogelijke taakvervulling en bestaat in ieder geval uit:

    • a. een uniforme gegevensverwerking als bedoeld in de artikelen 4 en 5;

    • b. onderlinge gegevensuitwisseling als bedoeld in artikel 6;

    • c. structurele gegevensverstrekking aan de nationale criminele inlichtingen eenheid als bedoeld in artikel 7.

Artikel 4

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Criminele inlichtingen eenheden verrichten in ieder geval de volgende werkzaamheden:

    • a. het verzamelen en verifiëren van criminele inlichtingen;

    • b. het registreren van gegevens in een register zware criminaliteit en in een voorlopig register overeenkomstig de daartoe vastgestelde modelreglementen;

    • c. het bevorderen van het gericht inwinnen en aanvullen van criminele inlichtingen en andere gegevens die in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde in aanmerking komen voor registratie op grond van de Wet politieregisters;

    • d. het analyseren van criminele inlichtingen en het aan de hand daarvan:

    • e. het verstrekken van criminele inlichtingen overeenkomstig de daartoe vastgestelde modelreglementen.

  • 2 Ten behoeve van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, maken criminele inlichtingen eenheden gebruik van de door de Ministers aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex.

  • 3 De uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder c, met medewerking van personen als omschreven in artikel 1, onder d, wordt uitsluitend verricht door de criminele inlichtingen eenheid.

Artikel 5

[Vervallen per 01-01-2013]

Criminele inlichtingen eenheden registreren informantgegevens overeenkomstig het daartoe vastgestelde modelreglement, onder gelijktijdige codetoekenning. Informantgegevens kunnen slechts worden verstrekt, voorzover dit noodzakelijk is voor de verantwoording van de verrichtingen naar aanleiding van de opgenomen gegevens.

Artikel 6

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Criminele inlichtingen eenheden wisselen onderling, gevraagd en ongevraagd, criminele inlichtingen uit indien dit van belang kan zijn voor de uitvoering van de politietaak. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het modelformulier dat is opgenomen in bijlage I bij deze regeling.

  • 2 Twee ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid worden aangewezen met het oog op de autorisatie als bedoeld in artikel 17 van het Besluit politieregisters ten aanzien van de registers zware criminaliteit bij de overige criminele inlichtingen eenheden.

  • 3 De korpsbeheerder draagt ervoor zorg voor dat aan de ingevolge het tweede lid aangewezen en hem bekendgemaakte ambtenaren van andere criminele inlichtingen eenheden autorisatie wordt verleend.

Artikel 7

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Criminele inlichtingen eenheden stellen de nationale criminele inlichtingen eenheid in kennis van:

    • a. gegevens uit het register zware criminaliteit en uit het voorlopig register die van nationale of internationale betekenis zijn;

    • b. personalia of bedrijfsgegevens van de overeenkomstig artikel 13a, eerste lid, onder a en b, van de Wet politieregisters geregistreerde personen;

    • c. codes als bedoeld in artikel 5;

    • d. overige informatie die van belang kan zijn voor de landelijke en internationale coördinatie en ondersteuning door de nationale criminele inlichtingen eenheid.

  • 2 Ter uitvoering van het eerste lid, onder b, en met het oog op de verstrekking van de gegevens als opgenomen in bijlage II van deze regeling maken de criminele inlichtingen eenheden gebruik van de door de Ministers aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex.

Artikel 8

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De nationale criminele inlichtingen eenheid registreert:

    • a. gegevens in het nationale register zware criminaliteit en het nationale voorlopig register voorzover deze gegevens van nationale of internationale betekenis zijn;

    • b. personalia of bedrijfsgegevens van overeenkomstig artikel 13a, eerste lid, onder a en b, van de Wet politieregisters geregistreerde personen in de door de Ministers aangewezen geautomatiseerde verwijzingsindex;

    • c. codes die zijn toegewezen in het kader van de registratie als bedoeld in artikel 5.

  • 2 De nationale criminele inlichtingen eenheid analyseert de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, en verstrekt mede aan de hand daarvan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, aan hen die daarop bij of krachtens de Wet politieregisters aanspraak kunnen maken.

Artikel 9

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De ambtenaar die deel uit maakt van een criminele inlichtingen eenheid voldoet aan de eindtermen van de door de Ministers aan te wijzen vervolgopleiding.

  • 2 De beheerder draagt ervoor zorg dat de kennis en vaardigheden van de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, worden onderhouden op minimaal het niveau van de aan de in het eerste lid bedoelde eindtermen.

artikel 10

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De beheerder bepaalt de termijn gedurende welke de ambtenaar die belast is met de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, ononderbroken deel uitmaakt van een criminele inlichtingen eenheid.

  • 2 De termijn, bedoeld in het eerste lid, is ten hoogste vier jaar en kan tweemaal met twee jaar worden verlengd.

  • 3 Voor de ambtenaar die voor de inwerkingtreding van deze regeling is aangesteld, gaat de termijn, bedoeld in het eerste lid, in op het tijdstip, bedoeld in het artikel 13, eerste lid.

Artikel 11

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 De bij de criminele inlichtingen eenheid in gebruik zijnde vertrekken zijn afsluitbaar en beveiligd. Tot deze vertrekken hebben slechts toegang ambtenaren die deel uitmaken van de criminele inlichtingen eenheid, personen die door deze ambtenaren worden begeleid en de CIE-officier van justitie.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, tweede volzin, kan de korpsbeheerder aan anderen toegang zonder begeleiding toestaan, indien het betreden van de vertrekken alleen kan plaatsvinden nadat identiteitsgegevens elektronisch zijn vastgelegd en de toegang noodzakelijk is vanuit de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid.

  • 3 Bij afwezigheid van ambtenaren van de criminele inlichtingen eenheid zijn de vertrekken deugdelijk afgesloten.

Artikel 12

[Vervallen per 01-01-2013]

De beheerder draagt ervoor zorg dat onbevoegde kennisneming van criminele inlichtingen en informantgegevens niet kan plaatsvinden. In dat kader ziet de beheerder erop toe dat:

  • a. deze informatie niet door onbevoegden waarneembaar is;

  • b. deze informatie niet zonder toestemming wordt vermenigvuldigd of vernietigd dan wel uit de vertrekken, bedoeld in artikel 11, wordt meegenomen;

  • c. informatiedragers op afdoende wijze vernietigd kunnen worden;

  • d. toegang tot geautomatiseerde registers wordt beveiligd met een gebruikersnaam en periodiek wisselende wachtwoorden;

  • e. bij geautomatiseerd transport van criminele inlichtingen voldoende beveiligingsmaatregelen worden getroffen;

  • f. bij gebruik van een netwerksysteem voldoende beveiligingsmaatregelen zijn getroffen tegen het verloren gaan van de informatie en ter voorkoming van onbevoegde bevraging.

Artikel 13

[Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2000.

  • 2 Op het tijdstip, genoemd in het eerste lid, wordt de CID-regeling 1995 ingetrokken.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Justitie,

A.H. Korthals

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.G. de Vries

De

Minister

van Defensie,

F.H.G. de Grave

Terug naar begin van de pagina