Regeling bijstandsverlening aan zelfstandigen in het buitenland

Geldend van 30-09-2000 t/m 31-12-2003

Regeling bijstandsverlening aan zelfstandigen in het buitenland

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 144a, eerste lid, van de Algemene bijstandswet,

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de wet:

de Algemene bijstandswet;

b. de minister:

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

c. boekjaar:

de periode van 12 maanden waarover de administratie van de zelfstandige wordt gevoerd.

Artikel 2

  • 1 De bijstand, bedoeld in artikel 144a van de wet, kan worden verleend indien de zelfstandige gedurende een periode van ten minste drie weken als gevolg van zeer dringende redenen van tijdelijke aard zijn bedrijf of beroep in het buitenland niet heeft kunnen uitoefenen en hij daarna niet over voldoende middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien.

  • 2 Voor het verlenen van bijstand wordt door tussenkomst van het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire post van het ressort waar de zelfstandige zich bevindt een aanvraag ingediend bij de minister, die is ingericht overeenkomstig het model, dat als bijlage bij deze regeling behoort.

Artikel 3

  • 1 De bijstand omvat bijstand in de noodzakelijke kosten van het bestaan en voorzover nodig bijstand in de kosten van voortzetting van de reis of terugkeer naar Nederland.

  • 2 De bijstand in de noodzakelijke kosten van het bestaan bedraagt per kalendermaand voor:

    • a. de zelfstandige en zijn in het buitenland verblijvende gezinsleden: de voor hen geldende bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, paragraaf 2, van de wet;

    • b. de zelfstandige van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die alleenstaande of alleenstaande ouder is: de voor hem geldende bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, paragraaf 2, van de wet, verhoogd met de toeslag, bedoeld in artikel 33, tweede lid, van die wet.

Artikel 4

De bijstand kan worden betaald door tussenkomst van het hoofd van de Nederlandse diplomatieke of consulaire post, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

Artikel 5

  • 1 De bijstand, bedoeld in artikel 3, die op grond van artikel 23, tweede lid, van de wet, niet wordt omgezet in een bedrag om niet, wordt uiterlijk binnen een jaar na afloop van het boekjaar waarin de bijstand is verleend, terugbetaald.

  • 2 De zelfstandige legt hiertoe binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar zijn administratie over aan de minister.

Artikel 6

Hoofdstuk IX, paragraaf 2 van de wet is van overeenkomstige toepassing op het voor de uitvoering van deze regeling noodzakelijke verstrekken van opgaven en inlichtingen aan en door de minister.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijstandsverlening aan zelfstandigen in het buitenland.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

`s-Gravenhage, 18 september 2000

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W.A. Vermeend

Terug naar begin van de pagina