Regeling inrichting begroting en jaarrekening Sanquin

Geldend van 28-08-2004 t/m 29-09-2014

Regeling inrichting begroting en jaarrekening Sanquin

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 7, tweede lid, en 8, eerste lid, van de Wet inzake bloedvoorziening,

Besluit:

Artikel 1

De begroting en de jaarrekening van Stichting Sanquin worden ingericht met inachtneming van de bijlage behorend bij deze regeling.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 november 1999.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Bijlage bij de Regeling inrichting begroting en jaarrekening Sanquin

Hoofdstuk 1. Regels ten aanzien van de begroting

Paragraaf 1. Reactietermijn Minister

De beslistermijnen neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht worden gehanteerd (art. 4:13 en 4:14 Awb).

Paragraaf 2. Indeling begroting

  • 1 In de begroting t+1 dienen de begroting van het jaar t en de realisatiecijfers van het jaar t-1 te zijn opgenomen.

  • 2 De begroting t+1 en de realisatiecijfers t-1 dienen opgebouwd te zijn uit dezelfde posten als de begroting t.

  • 3 In de begroting dient inzicht gegeven te worden in de lasten, baten en liquiditeitbehoefte van de divisie CLB, de bloedbankdivisies en het centraal bureau afzonderlijk.

  • 4 Verschillen tussen de begroting t+1 en de begroting t dienen per begrotingspost te worden toegelicht.

  • 5 Specifiek worden voor de bloedbankdivisies maatregelen ter bevordering van de kwaliteit en/of veiligheid en de kostenverhogingen die daarmee verband houden aangegeven. Hierbij dient een onderbouwing van de kostenverhoging te worden gevoegd.

Paragraaf 3. Toelichting afzetgegevens

  • 1 In de begroting wordt de verwachte afzet van de bloedbankdivisies aangegeven, gespecificeerd per productgroep. Hierbij dient een toelichting te worden gegeven, waarin onder andere inzicht wordt gegeven in de bij de bepaling van de omvang van de verwachte afzet gehanteerde uitgangspunten.

  • 2 Per productgroep dienen ramingsverschillen van de afzet ten opzichte van het jaar t te worden toegelicht.

Paragraaf 4. Personeelskosten

Bij de personeelskosten dienen de totale loonsom en het aantal fte’s per bloedbankdivisie en van het centraal bureau vermeld te worden.

Paragraaf 5. Prijsvaststelling

Voor de afzet van de bloedbankdivisies geldt dat de uit de begroting voortvloeiende prijzen gespecificeerd dienen te worden per productgroep. Met de goedkeuring van de begroting worden de prijzen vastgesteld van de cellulaire bloedproducten, deze staan daarmee vast voor het jaar t+1.

Paragraaf 6. Kostprijsberekening

Bij de prijsstelling van producten en diensten alsmede de interne verrekenprijzen dient een kostprijsberekening bekend te zijn.

Paragraaf 7. Administratieve Organisatie

De Administratieve Organisatie dient schriftelijk te zijn vastgelegd.

Paragraaf 8. Resultaat

  • 1 Vanaf het begrotingsjaar 2001 zal het resultaat van de bloedbankdivisies van het jaar t-1 betrokken worden bij de begroting van het jaar t+1.

  • 2 Indien noodzakelijk kan in de begroting van de bloedbankdivisies rekening worden gehouden met een reservevorming ten behoeve van een verbetering van de solvabiliteit. De noodzaak hiertoe dient te worden toegelicht.

Paragraaf 9. Prognose

Bij de begroting t+1 wordt een prognose van de baten en lasten voor het jaar t verstrekt, met dezelfde indeling als de begroting. Voor de bloedbankdivisies dienen per begrotingspost de significante afwijkingen van de begroting te worden toegelicht. De toelichting dient te worden voorzien van afzetgegevens.

Paragraaf 10. Huisvestingskosten

  • 1 De in de begroting van de bloedbanken onder de rubriek ‘Huisvestingskosten’ opgenomen post ‘Huren’ en de in de rubriek ‘Afschrijvingen’ verantwoorde post ‘Gebouwen en Terreinen’ worden getoetst aan een jaarlijks door Sanquin op te stellen en bij de begroting te voegen middellange termijn huisvestingsplan (huisvestingsplan).

  • 2 Het huisvestingsplan dient:

    • te passen binnen het Ministerieel Plan Bloedvoorziening;

    • de kosten van de bestaande huisvesting weer te geven;

    • voor de jaren t+1 tot en met jaar t+5 inzicht te geven in de voorgenomen toekomstige huisvesting van hoofdvestigingen, solitaire donorcentra en afname posten. De financiële gevolgen dienen daarbij te worden aangegeven;

    • het voornemen tot het vervreemden van registergoederen in eigendom te vermelden.

  • 3 Het huisvestingsplan dient, gelijktijdig met de indiening van de begroting bij de Minister, in tweevoud bij het College bouw ziekenhuisvoorzieningen (College bouw) ter beoordeling te worden voorgelegd. Het College bouw brengt binnen 6 weken na ontvangst van het huisvestingsplan daarover advies uit aan de Minister van VWS. Van dit advies ontvangt Sanquin een afschrift.

  • 4 Tot daadwerkelijke start van een nieuwbouwinitiatief van een hoofdvestiging kan worden overgegaan nadat de Minister van VWS, op basis van het definitief ontwerp en aan de hand van een door het College bouw aan de Minister van VWS daarover uitgebracht advies, een uitspraak heeft gedaan over de aanvaardbare hoogte van de uit dat initiatief voortvloeiende exploitatiegevolgen. De betreffende bescheiden dienen daartoe door Sanquin rechtstreeks bij het College bouw te worden ingediend.

    Het College bouw adviseert de Minister van VWS binnen vier maanden na ontvangst van bedoelde bescheiden. Van dit advies ontvangt Sanquin een afschrift.

  • 5 De in het huisvestingsplan opgenomen voornemens tot (ver)bouw of huur van solitaire donorcentra, afname posten en de verbouw van hoofdvestigingen kunnen, indien in de door de Minister van VWS goedgekeurde begroting de daaruit voortvloeiende exploitatiekosten zijn opgenomen, worden geëffectueerd. De Minister van VWS kan in voorkomende gevallen beslissen dat, voordat een dergelijk bouwplan worden gerealiseerd, het College bouw van dat aangegeven initiatief het definitief ontwerp beoordeelt. In deze situatie is de goedkeuringsprocedure zoals aangeven in het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

  • 6 Binnen 10 jaar na ingebruikname of ingrijpende renovatie van een hoofdvestiging of solitair donorcentrum (d.w.z. 50% of meer van het bestaande bouwvolume) is aan bouw geen behoefte tenzij een dergelijk bouwinitiatief noodzakelijk is vanwege ingrijpende functiewijzigingen ten opzichte van de bestaande functies of in geval van noodsituaties.

  • 7 Bij verkoop van registergoederen dient het College sanering ziekenhuisvoorzieningen (College sanering) te worden betrokken.

  • 8 De in de begroting opgenomen en niet aan hoofdvestigingen, solitaire donorcentra, afnameposten en het Centraal Bureau toe te rekenen huisvestingskosten dienen gedekt te worden uit de baten van activiteiten van het CLB.

Paragraaf 11. Saneringskosten

Over eventuele financiële saneringsgevolgen voortvloeiende uit de implementatie van het spreidingsplan zal door de Minister advies gevraagd worden aan de Commissie Sanering Ziekenhuisvoorzieningen. Ter voorkoming van niet acceptabele investeringskosten dient de Commissie Sanering Ziekenhuisvoorzieningen in een vroegtijdig stadium van de planontwikkeling te worden ingeschakeld. De Commissie Sanering Ziekenhuisvoorzieningen zal ten aanzien van wat onder saneringskosten wordt verstaan het Besluit financiering sanering ziekenhuisvoorzieningen (besluit gebaseerd op artikel 18b, tweede lid, en artikel 28 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen) analoog toepassen.

Paragraaf 12. Rekenregels

  • 1 Loonbijstellling

    Voor de loonbijstelling in de begroting t+1 mag voor de bloedbanken en het centraal bureau maximaal worden opgenomen de bijstelling volgens de OVA jaar t. Ter correctie van het verschil in jaar t waar gerekend is met de OVA t-1 wordt het verschil (OVA t minus OVA t-1), indien dit verschil groter is dan 0,5 % van de loonsom, in de begroting t+1 meegenomen.

  • 2 Prijsbijstelling

    Voor bijstelling van prijsgevoelige posten mag maximaal het indexcijfer voor de prijsmutatie van de particuliere consumptie voor t+1 uit de MEV (Macro-Economische verkenning) van het jaar t worden gehanteerd.

  • 3 Afschrijvingen

    Voor afschrijvingen dient uitgegaan te worden van normen zoals die in het maatschappelijk verkeer voor de betreffende bedrijfstakken gelden.

  • 4 Kostentoerekening

    De kosten van het centraal bureau dienen toegerekend te worden aan de divisies van het CLB en de bloedbankdivisies. De toerekening moet gebaseerd zijn op een onderbouwde rekenregel.

  • 5 Huisvestingskosten

    • a. Bij het opstellen van het huisvestingsplan t+1 dient voor investeringen in terreinen en gebouwen, voor zover het nieuwbouw betreft, uitgegaan te worden van de investeringsbedragen bedragen per m2 zoals die door het College bouw in de advisering over het huisvestingsplan van jaar t zijn aangegeven.

    • b. De maximum oppervlakte van hoofdvestigingen, solitaire donorcentra en donorcentra geïntegreerd in een hoofdvestiging zijn gebaseerd op standaard programma’s van eisen. De Minister van VWS zal deze standaard programma’s van eisen in de brief waarmee de begroting voor het jaar 2005 wordt goedgekeurd vastleggen. Eventuele mutaties daarop worden, na advisering daarover door het College bouw, door de Minister van VWS in de brief waarin hij zich uitspreekt over de begroting van enig jaar vastgesteld. Tot de goedgekeurde begroting voor het jaar 2005 gelden de m2 en oppervlakte specificaties zoals die waren opgenomen in Annex II.

    • c. Voor de verrekening van opgetreden loon- en prijsontwikkelingen zijn maximaal de prijsbijstellingen aanvaardbaar berekend op basis van de Bouwkosten indexcijfers voor de gezondheidszorg zoals gepubliceerd in de bouwkostennota die het College bouw jaarlijks uitbrengt.

    • d. Voor jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen dient bij de begrotingsopstelling per m2 uitgegaan te worden van 0,8% per m2 van de investeringskosten per m2 zoals op basis van het eerste lid zijn berekend. Voor huursituaties, waarbij de financiële gevolgen van jaarlijkse instandhoudingsinvesteringen in de huur zijn opgenomen, blijft de reservering achterwege.

    • e. Financiële consequenties voortvloeiende uit de verkoop van register goederen worden betrokken bij de begrotingsbeoordeling en goedkeuring. Het door het College sanering akkoord bevonden transactieresultaat is daarbij uitgangspunt.

  • 6 Marktactiviteiten

    Vanwege de in deze regeling opgenomen bepalingen verband houdende met de scheiding tussen markt- en overheidsactiviteiten wordt de begroting voor het deel dat betrekking heeft op het CLB niet per post getoetst. De ter zake in de begroting van het jaar t+1 geraamde exploitatiegevolgen ten behoeve van marktactiviteiten dienen gedekt te zijn door baten. Indien een nadelig exploitatieresultaat wordt begroot dient dit te worden toegelicht.

Paragraaf 13. Overgangsregeling

Afwijkingen ten opzichte van ingediende aanvragen met betrekking tot de afwikkeling van financiële gevolgen uit de budgettaire periode, zoals die onder de Wet tarieven gezondheidszorg voor de bloedbanken gold, dienen, indien deze ten tijde van de indiening van de begroting bekend zijn, in de begroting te worden verwerkt.

Hoofdstuk 2. Regels ten aanzien van de jaarrekening t-1

Paragraaf 1. Accountantscontrole

Op de jaarrekening en het jaarverslag van Sanquin zijn bepalingen omtrent jaarrekening en jaarverslag uit het Burgerlijk wetboek, Boek 2, Titel 9 van toepassing. Dit betekent dat deze o.a. zijn onderworpen aan een accountantscontrole. De informatie die wordt geleverd op basis van het gestelde in ’Paragraaf 3 Aanvullende informatie bij de jaarrekening t-1’ vergt een accountantscontrole.

Paragraaf 2. Afschrijvingen

Het gestelde onder hoofdstuk 1, paragraaf 12 Rekenregels met betrekking tot de afschrijving is overeenkomstig van toepassing.

Paragraaf 3. Aanvullende informatie bij de jaarrekening t-1

  • 1 Buiten gebruikelijke toelichting dient een overzicht te worden verstrekt waarin de activa, passiva, baten, lasten, resultaat en liquiditeiten worden gesplitst naar de divisies CLB, bloedbankdivisies en het Centraal Bureau. De indeling in de onderscheiden posten dient gelijk te zijn aan de indeling die in de begroting is gehanteerd.

  • 2 De posten voorzieningen en reserves dienen te worden gespecificeerd en toegelicht.

  • 3 Bij de personeelskosten dienen de totale loonsom en het aantal fte’s per bloedbankdivisie en van het centraal bureau vermeld te worden.

  • 4 Het exploitatieresultaat van de bloedbankdivisies moet worden toegelicht. Daarbij dienen de volume- en kwaliteitseffecten betrokken te worden.

Hoofdstuk 3. Samenwerkingsverbanden

Voornemens tot het aangaan van samenwerkingsverbanden zoals deelnemingen die consequenties kunnen hebben voor de activiteiten van de bloedbankdivisies of voor de balansverhoudingen dienen aan de Minister te worden voorgelegd.

Hoofdstuk 4. Indiening van een jaarplan in maart

Uiterlijk op 15 maart van het jaar t verstrekt Sanquin een meerjarenraming met toelichting van de baten, lasten en afzetgegevens van de bloedbankdivisies voor de jaren t tot en met t+5.

Daarbij dient tevens de Minister geïnformeerd te worden over te verwachten omvangrijke kostenveranderingen voor de bloedbankdivisies in het jaar t+1 ten opzichte van het jaar t.

Terug naar begin van de pagina