Besluit registratie vissersvaartuigen 1998

Geraadpleegd op 30-09-2022.
Geldend van 01-03-1998 t/m 13-09-2007

Besluit van 26 januari 1998, houdende vaststelling van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 4 december 1997, nr. J. 9713365, Directie Juridische Zaken;

Gelet op artikel 3 van de Visserijwet 1963;

De Raad van State gehoord (advies van 17 december 1997, no. W11.97.0777);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 19 januari 1998, No. J. 98360, Directie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister:

    Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

  • b. vissersvaartuig:

    vaartuig dat wordt gebruikt voor de bedrijfsmatige uitoefening van de zeevisserij, de kustvisserij of de visserij op het IJsselmeer en dat als Nederlands geldt op grond van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967;

  • c. eigenaar:

    natuurlijke persoon of rechtspersoon die de eigendom heeft;

  • d. visserijregister:

    register, bedoeld in artikel 4;

  • e. verandering:

    wijziging ten aanzien van de in het visserijregister geregistreerde gegevens van het desbetreffende vissersvaartuig en van de onderneming die dat vissersvaartuig exploiteert.

Artikel 2

  • 1 Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens dit besluit heeft een vissersvaartuig zijn thuishaven in de gemeente waar de onderneming van de eigenaar van het vissersvaartuig is gevestigd of een nevenvestiging heeft, en die als zodanig in de regeling, bedoeld in artikel 3, is aangewezen.

  • 2 Indien zowel de gemeente waar de onderneming van de eigenaar van het vissersvaartuig is gevestigd als de gemeente waar die onderneming een nevenvestiging heeft is aangewezen in de regeling, bedoeld in artikel 3, heeft het vissersvaartuig zijn thuishaven in één van deze gemeenten, overeenkomstig de keuze van de eigenaar bij de aanvraag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderscheidenlijk bij de mededeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid.

  • 3 Indien de onderneming van de eigenaar van een vissersvaartuig niet is gevestigd in een gemeente die als zodanig in de regeling, bedoeld in artikel 3, is aangewezen, noch in een dergelijke gemeente een nevenvestiging heeft, heeft het desbetreffende vissersvaartuig zijn thuishaven in een door Onze Minister aan de wijzen en wel als zodanig in die regeling aangewezen gemeente. Alvorens Onze Minister tot aanwijzing overgaat, hoort hij de betrokken eigenaar.

Artikel 3

  • 1 Bij regeling van Onze Minister worden de gemeenten aangewezen die in aanmerking komen als thuishaven voor vissersvaartuigen en worden de lettertekens vastgesteld waarmee die gemeenten worden aangeduid.

  • 2 In de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden regels gesteld omtrent de grootte, de kleur en de plaats van de lettertekens en nummers.

Artikel 5

Het is verboden een vissersvaartuig te gebruiken indien dat vaartuig niet het letterteken voert dat in de regeling, bedoeld in artikel 3, is bepaald voor de gemeente waar dat vaartuig zijn thuishaven heeft, en het nummer waaronder het vaartuig in het visserijregister is ingeschreven.

Artikel 6

  • 1 De eigenaar van een vaartuig dient, alvorens het als vissersvaartuig in gebruik te nemen, een aanvraag in voor inschrijving in het visserijregister op een door Onze Minister vast te stellen en beschikbaar te stellen formulier.

  • 2 Indien het een vaartuig betreft dat in de periode van 12 maanden voorafgaande aan de aanvraag in het visserijregister was ingeschreven, gaat de aanvraag vergezeld van bescheiden waaruit ten genoegen van Onze Minister blijkt dat het vaartuig in dat jaar als vissersvaartuig is gebruikt, tenzij in dat jaar vangsten vis met dat vaartuig zijn geregistreerd in een door Onze Minister te houden registratiesysteem of in een door hem erkend registratiesysteem of -bestand.

  • 3 De erkenning van een registratiesysteem of -bestand, bedoeld in het tweede lid, wordt in de Staatscourant bekendgemaakt

  • 4 Inschrijving in het visserijregister vindt slechts plaats indien:

    • a. het formulier, bedoeld in het eerste lid, volledig en naar waarheid is ingevuld en is ondertekend;

    • b. is voldaan aan het tweede lid, en

    • c. de houder van het register geen reden heeft de juistheid van de bij de aanvraag vermelde opgaven of verstrekte gegevens in twijfel te trekken.

  • 5 Van de inschrijving van een vaartuig in het visserijregister doet Onze Minister de eigenaar een bewijs toekomen.

  • 6 Onze Minister kan besluiten tot doorhaling van een inschrijving in het visserijregister indien blijkt dat de door de eigenaar van het desbetreffende vissersvaartuig bij zijn aanvraag vermelde opgaven of verstrekte gegevens niet overeenstemmen met de werkelijkheid.

Artikel 7

  • 1 Indien een vaartuig:

    • a. niet meer het letterteken en nummer voert of zal voeren waaronder het in het visserijregister is ingeschreven;

    • b. niet meer de eigendom is of zal zijn van de eigenaar onder wiens naam het vaartuig in het visserijregister is ingeschreven, of

    • c. verloren is gegaan,

      doet de eigenaar onder wiens naam het betrokken vaartuig in het visserijregister is ingeschreven hiervan mededeling aan Onze Minister op een door Onze Minister vast te stellen en beschikbaar te stellen formulier, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes weken nadat de desbetreffende verandering heeft plaatsgevonden.

  • 2 De eigenaar van een vissersvaartuig doet aan Onze Minister op een daarvoor door Onze Minister vast te stellen en beschikbaar te stellen formulier mededeling van elke andere verandering, uiterlijk zes weken nadat de desbetreffende verandering heeft plaatsgevonden.

Artikel 8

  • 1 Na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 7, hetzij indien anders blijkt dat een verandering heeft plaatsgevonden besluit Onze Minister:

    • a. indien het betreft een verandering als bedoeld in artikel 7, eerste lid, tot doorhaling van de desbetreffende inschrijving in het visserijregister;

    • b. indien het betreft een verandering als bedoeld in artikel 7, tweede lid, tot dienovereenkomstige aanpassing van de betrokken gegevens in het visserijregister.

  • 2 Indien Onze Minister een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 6, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9

  • 1 De eigenaar van een in het visserijregister geregistreerd vissersvaartuig doet Onze Minister jaarlijks vóór 1 april bescheiden toekomen waaruit ten genoegen van Onze Minister blijkt dat het vaartuig in het aan die datum voorafgaande kalenderjaar als vissersvaartuig is gebruikt, tenzij in dat voorafgaande jaar vangsten vis zijn geregistreerd in een registratiesysteem of -bestand als bedoeld in artikel 6, tweede lid.

  • 2 Indien niet is voldaan aan het eerste lid, besluit Onze Minister tot doorhaling van de desbetreffende inschrijving in het visserijregister.

Artikel 10

Na inwerkingtreding van dit besluit geldt de registratie van een vissersvaartuig in het centraal visserijregister, bedoeld in het Registratiebesluit vissersvaartuigen 1964, als een registratie in het visserijregister.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 26 januari 1998

Beatrix

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

J. J. van Aartsen

Uitgegeven de zeventiende februari 1998

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Naar boven